U bent hier

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Minister, het is momenteel winter en toch worden bijna dagelijks temperaturen van meer dan 10 graden gemeten. Deze zeer zachte weersomstandigheden hebben een grote invloed op allerlei natuurlijke fenomenen, maar zeker ook op de bijenvolkeren in Vlaanderen. De diertjes zijn namelijk nu al wakker, terwijl ze nog in een diepe winterslaap zouden moeten zijn. Dat maakt dat ze nu al op zoek gaan naar nectar die er helemaal niet is. Daardoor moeten de bijen hun reserves aanspreken en raken ze uiteindelijk verzwakt.

De laatste jaren is er al een heel sterke afname van het aantal bijenvolkeren geweest, onder meer door de milieuvervuiling en varroamijten. Dat zijn kleine parasieten die zich nestelen op volwassen honingbijen en hen verzwakken. Dat is zeker voor de fruittelers een groot probleem, want onderzoek van onder meer de KU Leuven heeft al meermaals aangetoond dat honingbijen een niet te onderschatten bijdrage leveren aan de kwaliteit en de kwantiteit van ons fruit.

Vanuit Vlaanderen wordt ingezet op het voorkomen van bijensterfte en het sensibiliseren en ondersteunen van imkers door het Vlaams Bijenteeltprogramma. Het Vlaams Bijenteeltprogramma 2020-2022 ging van start op 1 augustus 2019.

Minister, zijn er oplossingen te vinden om bijen toch in hun winterslaap te houden ondanks hogere temperaturen? Hoe wordt hier in de ons omringende landen mee omgegaan?

Voor het Vlaams Bijenteeltprogramma 2017-2019 werden de beoogde doelstellingen gehaald. Hoe staat het met de opvolger van dit programma? Welke zijn de specifieke doelen en hoever staan we vandaag in de uitvoering ervan?

De voorbije twee winters lag de bijensterfte met 10,9 procent en 13 procent relatief laag. Hebt u al een eerste stand van zaken voor deze winter?

Wordt er volgens u genoeg ingezet op de sensibilisering van de burger rond bijen en het belang ervan? Kunnen we daar nog extra inspanningen voor doen? Zou het Praktijkcentrum Bijen hier een grotere rol in kunnen spelen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, het is een heel belangrijke vraag. We horen met de regelmaat van de klok onheilspellende berichten over de bijen die zo nodig zijn in de natuur.

Wintersterfte van bijenvolken is van alle tijden. De wetenschap beschouwt tot ongeveer 10 procent jaarlijkse sterfte als een normale of natuurlijke gang van zaken. Echter, in de werelddelen waar de varroamijt zich sinds het begin van deze eeuw verspreidde, waaronder ook Europa, worden sindsdien geregeld hogere sterftecijfers genoteerd. Deze parasieten verzwakken de bijen en hun broed, waardoor ze vatbaarder zijn voor andere ziekten of kwetsbaarder voor omgevingsfactoren. Ik heb ook een foto bij me van een bij waarop zo’n varroamijt zit. (Minister Hilde Crevits toont de foto)

Ook het voedselaanbod voor bijen is een aandachtspunt. De meeste drachtplanten die in de natuur voorkomen, bloeien van de lente tot de vroege herfst, maar nadien kunnen bijenvolken nog maar weinig voedselbronnen vinden. Zeker als ze actief blijven in de late herfst omdat de temperaturen hoog blijven, is dit een aandachtspunt. In het kader van de vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben we onze boeren de voorbije jaren verplicht om ecologisch aandachtsgebied aan te leggen, zoals bijvoorbeeld akkers waar na de hoofdteelt gele mosterd wordt ingezaaid. Ik heb ook een foto bij me van zo’n akker met gele mosterd. (Minister Hilde Crevits toont de foto)

Ik denk dat iedereen de voorbije jaren reeds dergelijke velden heeft gezien in de herfst of winter, misschien zonder daarbij te denken aan bijen of aan het landbouwbeleid. Het voordeel van dergelijke laatbloeiende gewassen is dat ze nog nectar geven tot het diepe najaar, dus wanneer in de natuur vrijwel niets meer in bloei staat.

Er zijn momenteel geen mogelijkheden bekend om een bijenvolk kunstmatig in winterslaap te houden bij hoge wintertemperaturen, maar er zijn wel een aantal andere succesfactoren bekend die de kans op wintersterfte verlagen.

Een eerste succesfactor is de kennis van goede imkertechnieken. Dat hangt deels samen met ervaring. Als een onervaren imker zijn bijen verzwakt de winter in laat gaan, dan zullen er te weinig zogenaamde ‘winterbijen’ overblijven om de lente te halen. Winterbijen zijn de bijen die de kolonie door de winter helpen. Ze leven langer doordat ze in het najaar meer worden verwend, meer gevulde vetlichaampjes kunnen ontwikkelen, en zelf minder hoeven te doen, zoals minder larven voeden of minder bijenwas uitzweten.

Voorzitter, u leert veel bij. Ik zie het aan uw gezicht.

Een andere succesfactor die meespeelt, is de moeilijke varroabestrijding eind vorig jaar. Door de hoge temperaturen van toen zijn er extra generaties varroamijt bijgekomen, terwijl de bijen ook langer actief zijn blijven uitvliegen en dus minder in contact zijn gekomen met het beschermingsmiddel oxaalzuur, dat in november in de kast werd aangebracht door de imkers. In veel gevallen was er dus een bijkomende behandeling in december nodig om de kansen op overleving de maanden nadien te vergroten. Omdat die varroaparasiet met stip de belangrijkste oorzaak is, werken we ook aan een genetische selectie naar varroaresistente bijenrassen. Dat zijn bijvoorbeeld rassen die een verhoogd poetsgedrag vertonen.

Het wordt hier wel zeer menselijk.

Die bijen hebben een genetische aanleg om destructieve mijten en aangetast broedsel op te ruimen uit hun kast, en dus de vijand gewoon buiten te zetten. Ook selectie op rassen die beter aangepast zijn aan onze lokale omstandigheden, is bijzonder zinvol. Er wordt daar dus echt wel aan gewerkt.

Wat uw tweede vraag betreft, u weet dat mijn voorganger, Joke Schauvliege, het Vlaams Bijenteeltprogramma 2017-2019 heeft vastgelegd. Ondertussen is het Vlaams Bijenteeltprogramma 2020-2022 van start gegaan. Dat bouwt voort op de successen die met het vorige programma werden bereikt en beoogt dezelfde doelstellingen op het vlak van imkertechnieken en genetische selectie. Bijkomend focussen we op een aangepaste opleiding en vorming van startende imkers. Net als in de landbouw tout court, trouwens, is die instroom van jonge mensen ook van belang, en dat is ook een probleem.

De uitvoering is nog maar recent begonnen. De meest in het oog springende maatregel tot nu is de oprichting van het Selectiecomité Vlaanderen. We hebben alle stakeholders die actief zijn in de bijenselectie, aangeschreven en uitgenodigd om aan een stakeholdersoverleg deel te nemen. Vaak wordt door de stakeholders belang gehecht aan het raszuiver houden van de bijenrassen. Het vredelievende karakter van bijvoorbeeld het raszuivere carnicaras is onbetwistbaar een troef in ons dichtbevolkte Vlaanderen, maar genetische verschraling verhoogt hun kwetsbaarheid. Daar moeten we dus ook rekening mee houden. Het Selectiecomité Vlaanderen zal zeker ook nog met betrekking tot genetica en die genetische diversiteit moeten werken.

Dan de stand van zaken deze winter. De bijensterfte lag in 2017 en 2018 relatief laag ten opzichte van de jaren ervoor. Je kan dat niet een-op-een aantonen, maar ik ben er wel van overtuigd dat het vorige bijenteeltprogramma, dat net in die jaren liep, daar zeker een bijdrage toe zal hebben geleverd. Het is dus heel belangrijk dat dat programma er was en is. Het is geen garantie op een blijvende trend. Er kunnen altijd nieuwe externe factoren opduiken die ertoe leiden dat inspanningen niet tot de verhoopte resultaten leiden. De hoge temperaturen die we hebben deze winter, zijn zo’n extreme factor die een negatieve impact zou kunnen hebben, maar het is wel nog eventjes afwachten tot begin maart om de sterftecijfers te zien van de lopende winter.

Uw laatste vraag ging over de sensibilisering. Vanuit het landbouwbeleid focussen we in de eerste plaats op de bijentelers, de imkers dus. Het Praktijkcentrum Bijen vervult ter zake een essentiële rol als coördinator, en als buffer tussen de vele imkerverenigingen in het toch vrij versnipperde Vlaamse imkerlandschap. Het praktijkcentrum is een overlegplatform waarin de betrokken onderzoek- en onderwijsinstellingen werken aan een grotere coördinatie van hun onderzoeksactiviteiten. Naast die diverse imkerijverenigingen zijn ook Honeybee Valley van de UGent, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en de hogeschool VIVES actief binnen het Praktijkcentrum Bijen.

Voorzitter, u kijkt weer zo. Het zijn niet alleen peren die recht hebben op een speciale naam. Honeybee Valley bestaat ook.

Wat de sensibilisering van de mensen betreft, worden er vooral initiatieven genomen in het kader van de Week van de Bij, de eerste week van juni. De coördinatie daarvan gebeurt door het Departement Omgeving. Daarvoor is collega Demir dus bevoegd, maar ik zal dat uiteraard in het belang van de bijenteelt mee opvolgen.

Minister, dank u wel voor deze interessante technische toelichting. Vooral voor de generatie die is opgevoed met het tekenfilmpje van Maya de Bij, is dat natuurlijk zeer verhelderend.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw uitgebreide antwoord. Wat mijn eerste vraag betreft, die bijen toch in die winterslaap houden, ik had zelf ook al mijn twijfels bij de haalbaarheid daarvan.

Toch denk ik dat we zo goed mogelijk op innovatie moeten inzetten. Ik heb gelezen over de innovatieve technieken om onze bijenpopulaties te ondersteunen. In 2017 heeft een Bulgaars bedrijf met de geweldige naam Bee Smart Technologies Europese steun gekregen voor de ontwikkeling van een op afstand bediend digitaal diagnose- en bewakingssysteem voor de bijenteelt. Hierdoor moeten imkers hun bijen minder vaak storen, waardoor de bijen gezonder worden en er ook meer bijen zijn. Ik vraag me af of dit heel specifiek systeem hier al ingang vindt. Gebruiken wij ook dergelijke innovatieve technieken om de bijenpopulatie te laten stijgen?

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Voorzitter, de honingbij levert bijzonder nuttig werk voor dieren en natuur. Als we ze niet in stand kunnen houden, zal dat een grote impact hebben op heel ons ecosysteem en op langere termijn zelfs op de wereldvoedselvoorzieningen. Ik ben geen bijenkenner, maar ik hoor dat niet enkel nectar, maar ook het vinden van stuifmeel een probleem is. De bijen zullen nu weinig kwispelen, wat ze blijkbaar doen om aan te geven hoeveel nectar of stuifmeel ze hebben gevonden.

Minister, u hebt zelf verklaard dat de imkers hier een belangrijke rol in spelen. We moeten hier hard op inzetten en ik ben blij dat u die stiel mee wilt ondersteunen om mensen in die richting te lokken. De Week van de Bij is een heel goed initiatief. De lokale besturen springen hier mee op. We hebben bij ons ook met succes een sessie georganiseerd.

In de marge van deze vraag om uitleg wil ik even de link maken naar de wilde bijen en de andere bestuivers. Tijdens de vorige legislatuur was er wat onduidelijkheid tussen de Vlaamse overheid en de federale overheid over de vraag wie hiervoor bevoegd is. In de huidige beleidsnota is dat uitgeklaard. We zitten echter met deze problematiek en ik wil u dan ook vragen of u hiermee rekening wilt houden. Op welke manier zult u dit ondersteunen, zodat we op de goede weg blijven?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Grosemans, ik moet eens checken of we ervaringen met dat Bulgaars systeem hebben.

Mevrouw Talpe, we houden zeker rekening met uw bezorgdheden.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

We zijn er allemaal van overtuigd dat bijen enorm nuttig zijn. De honingproductie is slechts een kleine sector, maar bijen zijn heel belangrijk voor de bestuiving van onze voedingsgewassen. Ik stel voor dat we allemaal blijven werken aan een gezond agro-ecosysteem, zodat de bijen de winter elk jaar beter kunnen overleven.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.