U bent hier

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, het aantal boeren vermindert jaarlijks met gemiddeld meer dan 3 procent. Dat heeft tot gevolg dat heel wat boerderijen niet langer uitsluitend worden gebruikt door landbouwers en voor landbouwactiviteiten. Van de 20.000 boerderijen die sinds 1996 op non-actief werden gezet, kwamen er ongeveer 18.000 in handen van niet-landbouwers. Dat konden we althans vernemen via de pers.

We zien een tendens dat er zich in die leeggekomen boerderijen vaak ook zonevreemde activiteiten ontwikkelen. Dat gaat van paardenhouderijen tot wellnesscentra, feestzalen of gewoon zuivere bewoning. Door de aanwezige landbouwers wordt die evolutie met wat argwaan bekeken. Vaak blijken de nieuwe bewoners op het platteland niet zo vertrouwd te zijn met het specifieke karakter van de landbouwactiviteiten en een aantal minder aangename gevolgen daarvan, zoals geuroverlast tijdens de bemestingsperiode, lawaaihinder tijdens laatavond- of nachtelijke activiteiten als er dringend moet worden geoogst, en geluidsoverlast van kraaiende hanen, loeiende koeien of balkende ezels. Dat resulteert wat in botsende belangen, en zelfs tot het indienen van klachten bij politie of inspectiediensten. Wanneer boeren hun activiteiten willen uitbreiden, zien we dat daarop ook wordt gereageerd, zelfs met buurtcomités tot gevolg.

Anderzijds kunnen zonevreemde activiteiten ook voor de boeren zelf hinderlijke gevolgen hebben. Tal van geparkeerde wagens in de bermen van smalle wegen kunnen ervoor zorgen dat tractors niet meer kunnen passeren, er is extra verkeer enzovoort.

Het is met andere woorden dus wat zoeken naar een evenwicht tussen het verzekeren van de continuïteit van de landbouwactiviteiten en de verwachtingen van de nieuwe bewoners, die niet vertrouwd zijn met de kenmerken van landbouwactiviteiten.

Minister, bent u op de hoogte van die dualiteit in het buitengebied? Op welke manier zult u de beide in uw plattelandsbeleid met elkaar verzoenen? Zult u ook in het algemeen inzetten op het verbeteren van de kennis over die eigenheden van de boerenstiel, inclusief het dierenwelzijn van nutsdieren, van die nieuwe inwoners die zich vestigen op het platteland? Plant u ook overleg met de minister, bevoegd voor de landbouw, om te waken over enerzijds de rechten van de landbouwer om zijn stiel uit te oefenen en anderzijds het evenwicht met het wonen op het platteland door mensen extern aan het landbouwgebeuren?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

We zijn uiteraard op de hoogte van die dualiteit. Het platteland is inderdaad niet enkel in gebruik door de professionele landbouw, maar er wordt ook gewoond en gewerkt. Er is natuur, bos, ruimte voor water, en er wordt ook aan zachte recreatie gedaan. Bewoning is al van oudsher in onze open ruimte aanwezig, en bij de stopzetting van voormalige landbouwhoeves worden die vaak omgezet in residentiële woningen. Dat kan tot conflicten leiden, waarbij de bewoners zich verzetten tegen uitbreidingen of vergunningen voor landbouwbedrijven. Dit moet dan op vergunningsniveau worden afgewogen. Er zijn ook andere uitdagingen inzake het met elkaar verweven van functies van het platteland, bijvoorbeeld opgaven vanuit natuur, landbouw, klimaatadaptatie enzovoort. Het is natuurlijk wel zo dat een functiewijziging vergunningsplichtig is, en dat in dat geval aan alle criteria en voorwaarden moet worden voldaan, inclusief de goede ruimtelijke ordening, waarbij mobiliteitsaspecten en het respecteren van de draagkracht van het gebied ook belangrijke elementen zijn.

Dan is er uw tweede vraag. In de beleidsnota geef ik ook duidelijk aan dat we willen inzetten op het versterken van het platteland als omgeving om te wonen, te werken en zich te ontspannen. Daarvoor moeten we investeren in een kwalitatieve leefomgeving, sociale cohesie – het is gisteren ook even aan bod gekomen in de commissie –, leefbare dorpen, het landschap en de open ruimte. Leidraad voor een specifiek plattelandsbeleid, zoals in de beleidsnota staat, zijn de principes uit de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). In de beleidsnota staat opgenomen dat we de middelen van het plattelandsbeleid zullen inzetten voor het realiseren van de Vlaamse doelstellingen en samen met lokale actoren en besturen zullen werken aan de typische plattelandsthema’s, zoals het vrijwaren en versterken van de open ruimte, ruimte voor landbouw, kwalitatieve landschappen, landelijke mobiliteit, zachte recreatie en klimaatadaptatie.

De open ruimte en het platteland in Vlaanderen kennen inderdaad heel wat uitdagingen. Zoals in de beleidsnota duidelijk staat vermeld, wil ik me focussen op de leefbaarheid van de dorpen en op de versterking van de sociale cohesie. Het platteland moet plaats blijven bieden aan essentiële maatschappelijke functies en activiteiten, zoals duurzame voedselvoorziening, klimaatmitigatie, klimaatadaptatie, waterberging, biodiversiteit, sport en ontspanning. Gelukkig groeit bij zowel plattelandsbewoners als stedelingen het bewustzijn met betrekking tot het belang van een kwaliteitsvol platteland.

De multifunctionaliteit van de open ruimte is een van de kernprincipes van de visie in het BRV. Om het ruime publiek te sensibiliseren en om het draagvlak voor acties voor de open ruimte te laten groeien, moeten we die multifunctionaliteit nog meer in de kijker zetten vanuit het plattelandsbeleid. Persoonlijk denk ik dat de korte keten een belangrijke bijdrage kan leveren om alle bewoners en gebruikers van onze open ruimte te laten samenleven.

Het plattelandsbeleid werkt vooral ondersteunend en sensibiliserend, maar de echte motor is natuurlijk het omgevingsbeleid en het ruimtelijk beleid. Ik zal, zoals ik gisteren in de commissie heb vermeld, binnenkort met beleidskaders komen. Als ik me niet vergis, komt deze problematiek hier volgende week aan bod. Er is een vraag om uitleg over ingediend en we zullen daar volgende week dieper op ingaan. Iedereen is welkom.

De verspreiding van kennis over de boerenstiel is uiteraard belangrijk. Dat is een bevoegdheid van de minister van Landbouw. Er is me gevraagd of ik overleg plan om te waken over de rechten van de landbouwers om hun stiel uit te oefenen en over het evenwicht met het wonen op het platteland door mensen extern aan de landbouwsector. Ik heb zeer geregeld overleg met de minister van Landbouw. In de open ruimte komen heel wat functies en activiteiten samen die door verschillende actoren en allianties worden opgenomen. In de verschillende gebiedsgerichte projecten die de komende jaren zullen worden opgezet, zal de samenwerking tussen Vlaamse en lokale beleidsactoren en andere belanghebbenden broodnodig zijn. Dat is de enige manier om te komen tot een effectieve realisatie van de ruimtelijke initiatieven die rekening houden met en een versterking betekenen van de ambities van de bewoners en de gebruikers van het platteland. 

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, de herbestemming van hoeves is sowieso een gevoelige kwestie. U hebt een aantal andere vormen aangehaald van het gebruik voor natuurrecreatie. In de commissie Landbouw moeten we de tendens van het dalend aantal landbouwers in het oog houden. We moeten daar een bijzondere aandacht voor hebben. Het is een goede zaak dat u over deze thematiek overleg plant met de minister van Landbouw.

We zien landbouwers vaak zwichten voor de prijzenslag om die hoeves. Vaak zien ze een aankoop aan hun neus voorbijgaan. Ik wil niet pleiten voor een dwingend systeem dat de vrije markt beïnvloedt, maar we moeten toch behoedzaam zijn. Ik denk dan aan een aantal tussenmaatregelen. Misschien kan de Vlaamse Landmaatschappij een actievere rol spelen in de herbestemming van vrijgekomen boerderijen met een projectoproep die prioritair focust op het optimaal behoud van het plattelands- en landbouwkarakter van nieuwe activiteiten. U kunt misschien rekening houden met deze suggestie of hier even over nadenken.

Een aantal activiteiten kunnen moeilijk in de stad plaatsvinden en trekken dan logischerwijze meer in de richting van de landbouwgebieden. Beide zijn verzoenbaar, maar er is nog wat werk aan de winkel. We moeten vooral strubbelingen vermijden tussen de mensen op het platteland die landbouwactiviteiten uitoefenen, en de stadsmensen. We moeten dit op een goede manier bejegenen, want het kan niet dat er constant buurtcomités, petities of procedures komen. Beide kunnen elkaar vinden en wij kunnen daar een rol in spelen.

Wat preventie betreft, moeten we ook naar de lokale besturen kijken. Zij onthalen de nieuwe inwoners. Als iemand uit Antwerpen zich in de mooie Westhoek komt vestigen, kunnen de lokale besturen wat duiding geven bij wat het betekent op het platteland te wonen. Zij kunnen op dat vlak een rol spelen.

U had het ook over de korte keten, maar ik denk dat ook stadslandbouw belangrijk kan zijn om te duiden wat dat precies betekent.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, volgende week zullen we daar in de commissie Leefmilieu inderdaad dieper op ingaan. Mevrouw Talpe zei net al dat jaarlijks 1000 landbouwers stoppen, 150 hoeves vrijkomen en 150 landbouwers opnieuw opstarten. We moeten die startende boeren maximaal de kans geven om zich in die bestaande hoeves te vestigen. Uit onderzoek blijkt dat nieuwe greenfieldontwikkelingen goedkoper zijn voor die startende boeren dan het opkopen van een oude hoeve. Ik denk dat dit een zeer slechte evolutie is wanneer men dit combineert met de doelstellingen van het BRV, met name het behoud van de open ruimte. We zitten hier met heel veel dynamieken die soms tegenstrijdig werken. Daar is al heel wat onderzoek naar gebeurd, onder meer door het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO).

Binnenkort gaat de commissie op bezoek bij ILVO, maar het lijkt me zeer interessant dat we samen met de commissie Leefmilieu dieper ingaan op deze problematiek, want het antwoord op deze vraag is niet eenvoudig. Men kan niet zomaar de kaart van ofwel de landbouwers ofwel de nieuwe plattelandsbewoners trekken. We zullen samen moeten zoeken naar instrumenten waarmee de landbouwer zijn activiteiten op een volwaardige manier kan uitoefenen maar waarbij activiteiten die niet passen op het platteland, worden uitgesloten. Dit was ook de aanleiding voor een artikel in De Standaard waarbij een aantal zaken niet worden toegelaten en sloop wordt overwogen.

Mijn vraag is om daar samen met de commissie Leefmilieu grondiger op in te gaan en de onderzoekers van ILVO uit te nodigen om de discussie hierover aan te gaan. Het is dus eigenlijk een aanvulling op het lijstje dat we vandaag hebben gekregen.

We zullen dat straks behandelen bij de regeling van de werkzaamheden, maar ik dank u alvast voor de suggestie.

De heer Pieters heeft het woord.

Minister, we hadden het er ook gisteren over, in de commissie Leefmilieu, dat ook recreatie en sport binnen die ruimte plaatsvinden. De gronden van stoppende landbouwers worden vaak ook onderhands onder landbouwers opgedeeld waardoor de oppervlaktes groter kunnen worden. Het is echter ook belangrijk dat jonge, nieuwe landbouwers die vaak financieel niet zo sterk staan, kunnen intreden in die vrijkomende hoeves en een toekomst hebben. Op die manier kan de landbouw jong, nieuw bloed krijgen.

In het artikel waar mevrouw Schauvliege naar verwijst, wordt ook gesuggereerd over te gaan tot sloop en die plaats terug te geven aan de open ruimte. Maar de landbouwers kiezen natuurlijk ook vaak voor hun portemonnee en verkopen hun gronden die langs grote wegen – of wegen überhaupt – liggen, als bouwgrond. Je kunt ze daar geen ongelijk in geven, maar het zou wel goed zijn als er een juridische regeling mogelijk zou zijn.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Ik sluit me aan bij de boodschap van mevrouw Schauvliege, die stelt dat dit een zeer complexe problematiek is die met de nodige omzichtigheid moet worden behandeld. Het perspectief van een jonge boer is anders dan dat van een boer die dicht bij zijn pensioen staat.

U verwijst naar de studie van ILVO waaruit blijkt dat 40 procent van de hoeves in Oost-Vlaanderen nu wordt gebruikt als villa.

Vanuit het perspectief van Ruimte Vlaanderen en het behouden van de open ruimte is de vraag dan wat wij gaan doen. Wij stellen vast dat in die plattelandsgemeenten van heel wat van die mooie vierkanthoeves het woonhuis is bewoond, maar dat de oude historische stallingen of hangars niet worden gebruikt. Het is bebouwde ruimte die leegstaat. Omdat wij proberen te werken aan dorpsinbreiding en de open ruimte te vrijwaren, is het misschien ruimte die op een of andere manier nuttig kan worden gebruikt. Nog eens, het is een heel moeilijke evenwichtsoefening tussen landbouw en het waardevol inrichten van onbenutte ruimte.

Ik heb begrepen dat er volgende week over wordt gesproken in de commissie Leefmilieu, maar ook in deze commissie Platteland zouden we hierover een inhoudelijk debat moeten kunnen voeren.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Ik heb mijn vraag zeker niet gesteld met de bedoeling om twee kampen te onderscheiden, maar het is net de bedoeling om beide met elkaar te verzoenen. Ze hebben allebei een plaats in te nemen. Ik wil als lid van de commissie Landbouw een bijzondere lans breken voor de landbouwsector zodat hij ten volle zijn rol kan spelen. Dat is eigenlijk mijn boodschap die ik wil geven: verzoenen, en zeker met bijzondere aandacht voor de landbouw.

Ik heb vanmorgen de lokale besturen al twee keer een opdracht gegeven. Ik zou vragen om dit zeker mee te nemen, want wij staan heel dicht bij de mensen die er effectief wonen en willen ondernemen.

Ik wil me graag aansluiten. Enerzijds is het een ruimtelijk probleem – we zijn blij dat de minister ook die bevoegdheid heeft –, maar anderzijds is het een soort van samenlevingsprobleem. Maar ik wil het niet overdrijven, misschien is het meer een plattelandsproblematiek: mensen die nieuw zijn op het platteland en mensen die een beetje ontgroeid zijn aan de basisfunctie landbouw. Ik begrijp dat collega Nachtergaele dat in extreme mate aanvoelt in het zuiden van Oost-Vlaanderen. Er is het mooie landschap en nog meer dan elders de druk op de leegstaande hoeves.

We nemen de suggestie van mevrouw Schauvliege mee op in de regeling van de werkzaamheden. Het is een interessante thematiek om even verder op door te gaan in deze commissie, na de vragen om uitleg die volgende week in deze commissie worden gesteld.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega's, ik dank u voor de verschillende tussenkomsten.

We kunnen deze problematiek natuurlijk niet los zien van het omgevingsbeleid en het BVR met beleidskaders dat op komst is.

Bij de studie waarnaar u verwijst – trouwens een goede studie –, zou ik ook graag de commissie Leefmilieu willen betrekken. Ik laat het natuurlijk over aan de voorzitter. Ik zou er gewoon over willen waken dat we het louter als platteland zien omdat een grote hap toch omgeving en omgevingsbeleid is. Voor de rest sta ik open voor elke mogelijke samenwerking, maar ik wil onderstrepen dat het een belangrijk onderdeel van het omgevingsbeleid is.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Ik heb mijn slotrepliek blijkbaar in de tweede ronde gegeven. Voor mij is het duidelijk. Dank u.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.