U bent hier

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Aan het begin van de nieuwe Europese Commissie 2019-2024 stelde de nieuwe commissievoorzitter Ursula von der Leyen haar visiedocument voor onder de titel: ‘Een Unie die de lat hoger legt. Mijn agenda voor Europa’.

In deze politieke beleidslijnen kondigt ze een conferentie over de toekomst van Europa aan. Het komt er eigenlijk op neer dat ze meer betrokkenheid wil van de Europese burgers. In het hoofdstuk over een nieuwe impuls voor de Europese democratie verwoordt ze onder de titel ‘Europeanen meer zeggenschap geven’ dit idee als volgt: “Ik wil dat Europeanen zelf meebouwen aan de toekomst van onze Unie. Ze moeten een sturende en actieve rol spelen bij het bepalen van onze prioriteiten en ambities. Ik wil dat burgers zich kunnen uitspreken in het kader van een conferentie over de toekomst van Europa, die in 2020 van start zal gaan en twee jaar zal duren. In het kader van die conferentie moeten burgers (en niet in de laatste plaats jongeren), het maatschappelijk middenveld en Europese instellingen als gelijke partners met elkaar in gesprek gaan. De conferentie moet een gedegen opzet krijgen, duidelijk afgebakend en met heldere doelstellingen, die worden bepaald door het Parlement, de Raad en de Commissie.”

Zoals u ongetwijfeld weet, is er een politiek getouwtrek geweest over wie de regie in handen zou krijgen. Dat heeft zich duidelijk verwoord in het Europees Parlement. Daar werd een aparte werkgroep opgericht met de vertegenwoordigers van de politieke fracties om vanuit het Europees Parlement het standpunt over die conferentie naar voren te schuiven, maar ook de Commissie Institutionele Zaken (AFCO) wenst daarin haar zegje te kunnen doen. Tegelijkertijd raakte bekend dat de Franse en de Duitse regering, toch wel een as die nog altijd bestaat, een gezamenlijke non-paper bekend maakten met hun visie over hoe die conferentie over de toekomst van Europa er moet uitzien. Zowel in deze non-paper als in de politieke beleidsverklaring van Commissievoorzitter von der Leyen komt opnieuw het idee van een transnationale Europese kieslijst aan bod. U kent dat ongetwijfeld. Een Vlaming moet kunnen kiezen voor iemand uit Italië, een Duitser moet kunnen kiezen voor iemand uit Ierland, en dergelijke meer.

De nieuwe Commissievoorzitter verklaarde hierover het volgende: “De conferentie over de toekomst van Europa moet uiterlijk in de zomer van 2020 met wetgevingsvoorstellen of andere initiatieven komen die betrekking hebben op dit onderwerp.”

De nieuwsberichten over deze conferentie die de laatste weken verschenen, verspreidden onder meer het gerucht dat de conferentie geleid zou worden door niemand minder dan Guy Verhofstadt, ons allen welbekend. De grote lijnen die Commissievoorzitter von der Leyen uiteen zette in haar politieke beleidsverklaring kunnen, volgens mij, gezien worden als het verder afdwalen van het principe van subsidiariteit en opnieuw als een promotie van het idee van een ‘ever closer union’.

Wanneer we de verkiezingsuitslagen van vorig jaar bekijken, onder meer van de Europese verkiezingen, dan zien we dat er toch wel wat kritische stemmen waren. Er waren eurokritische, eurosceptische en eurorealistische partijen die bedenkingen hadden over de werking van Europa. Die hebben een stevige delegatie in het Europees Parlement. Nog belangrijker is dat een van de sterkste lidstaten, het Verenigd Koninkrijk, beslist heeft om uit de Europese Unie te vertrekken. Dat alles staat dan toch wel haaks op de centralistische visie op Europa die er in bepaalde kringen op dit ogenblik bestaat en blijft bestaan als we bepaalde gedachten of stromingen blijven volgen.

Over deze ontwikkelingen en over de conferentie over de toekomst van Europa heb ik de volgende vragen.

Wat is uw reactie en op visie op het oprichten van deze conferentie? Hoe moet volgens u deze conferentie vormgegeven worden? Bent u bezorgd over het feit dat door het resultaat van de conferentie, zelfs nog voor ze begonnen is, Europa misschien nog meer in een bepaalde centralistische richting wordt geduwd?

Verwacht u dat de conferentie voldoende rekening zal houden met de input van de lid- en deelstaten? Ik weet dat we een deelstaat zijn, maar eigenlijk hebben we volgens onze verklaring bij het Verdrag van Lissabon toch ook wel de intentie aangegeven dat wij ook een soort van lidstaat zijn. Op welke manier zal de Vlaams Regering trachten te wegen op deze conferentie?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

De procedure tot het oprichten van de conferentie over de toekomst van Europa loopt inderdaad volop. Het Europees Parlement nam op 15 januari in een resolutie haar positie in. Ook de Europese Commissie bepaalde haar standpunt, in een mededeling van 22 januari 2020. Binnen de Raad woeden de discussies over de conferentie volop. Nadat de Raad positie zal hebben ingenomen, zullen de drie Europese instellingen, het Parlement, de Commissie en de Raad, hun gezamenlijke positie bekendmaken in een gezamenlijke verklaring. Hoe de conferentie er precies zal uitzien, blijft vandaag dus koffiedik kijken.

Wat we wel weten, is dat de conferentie van start zal gaan op 9 mei, zijnde de Europadag, en twee jaar zal lopen. De bedoeling is dus dat de werkzaamheden worden afgerond tijdens het Franse voorzitterschap.

In principe heb ik absoluut niets tegen een goed debat over de toekomst van Europa, meer zelfs, ik denk dat het nodig is om dat debat te voeren. Met de brexit voor de deur en de sterke verkiezingsuitslagen van eurosceptische en eurokritische partijen lijkt me dat debat hoogdringend.

We hebben die debatten ook gevoerd binnen de Vlaamse Regering. Kijk maar naar de Vlaamse visienota van 2016, die we vandaag nog steeds hanteren als richtinggevend instrument, en het Vlaams regeerakkoord, waarin de duidelijke keuze wordt gemaakt voor een Europa dat werkt en dat zich focust op die domeinen waar het een meerwaarde kan bieden, met respect voor de principes, subsidiariteit, proportionaliteit en regionale autonomie.

Deze aspecten willen we zeker mee in het debat brengen. De vraag die we ons moeten stellen, is niet zozeer of we meer of minder Europa willen, maar wel wat voor Europa we willen. Daarin is onze visie duidelijk. Ik verwijs naar de visienota.

Hoe moet die conferentie worden vormgegeven? De lidstaten, het Europees Parlement en de Europese Commissie, moeten worden betrokken, met aandacht voor het institutionele evenwicht en hun respectieve taken zoals gedefinieerd in de verdragen. Daarnaast is het ook belangrijk dat de nationale parlementen hun rol kunnen spelen. In België omvat het nationale parlement ook de deelstaatparlementen in deze hoge vergadering. Ik ben dan ook verheugd dit element al terug te vinden in de posities van het Europees Parlement en de Europese Commissie.

Verder zijn voor mij de volgende punten van belang: de Vlaamse Regering stuurt niet aan op grote institutionele hervormingen. Wij verzetten ons tegen de ogenschijnlijke ambities van enkelen die met deze conferentie een wijziging van de EU-verdragen voor ogen hebben. Dat hoeft voor ons niet.

Voor Vlaanderen moet het over de inhoud gaan. Wat zijn de grote Europese uitdagingen waar we voor staan? Wat verwachten de burgers van Europa? Ik denk aan welvaart, veiligheid, migratie, innovatie, duurzaamheid, sociale dumping en dies meer. Bij het beantwoorden van deze vragen moeten de principes van subsidiariteit en proportionaliteit te allen tijde worden geëerbiedigd. Daarnaast moeten ook de autonome regio's als thema een plaats krijgen binnen de conferentie. Tot slot pleit Vlaanderen voor een kostenefficiënte structuur. Zo ligt het onder andere voor de hand dat de conferentie samenkomt in Brussel.

Inzake het al dan niet de centralistische richting ingeduwd worden, twijfel ik er niet aan dat sommigen deze gelegenheid zullen willen aangrijpen om hun eurofederalistische visie in de markt te zetten, wat ook hun goed recht is. Ik denk dat ze daar bij de lidstaten op heel wat verzet zullen stuiten. Ik zal het nog eens zeggen: alle ideeën kunnen in zo'n conferentie aan bod komen.

Als de brexit één ding duidelijk heeft gemaakt, is het wel dat de burgers niet steeds mee zijn met wat er in Brussel wordt beslist en dat het onwijs zou zijn om dit signaal nu zomaar te negeren. Het devies van zowel de EU als van de Vlaamse Regering: ‘in varietate concordia’. Binnen de Europese besluitvorming zal Vlaanderen er dan ook over blijven waken dat de Europese instellingen dat principe van eenheid in verscheidenheid getrouw blijven.

Zal de conferentie voldoende rekening houden met de input van de lid- en deelstaten? Ik zal er in ieder geval alles aan doen opdat de Vlaamse belangen voldoende in rekening worden gebracht. Daarbij merk ik op dat de conclusies van de Europese Raad van december oproepen tot een gedeeld eigenaarschap tussen de EU-instellingen en de lidstaten, en tot een inclusief proces waarin alle lidstaten in gelijke mate betrokken zijn.

Enerzijds legde Vlaanderen zijn belangen op tafel tijdens de intra-Belgische overlegmomenten, anderzijds onderzoek ik momenteel de mogelijkheid om samen met een aantal regio’s een gemeenschappelijke verklaring uit te werken. Die verklaring zou dan moeten pleiten voor voldoende aandacht voor subsidiariteit en de Europese instellingen ertoe moeten oproepen om regio’s voldoende te betrekken in de EU-besluitvormingsprocessen.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor het omstandige antwoord. Ik denk dat die conferentie over de toekomst over Europa wel degelijk belangrijk is. Ik stel vast dat de Vlaamse Regering, zowel onder uw leiding als onder leiding van Geert Bourgeois, een heel duidelijke visie had over de richting die Europa moet uitgaan. En volgens mij is dat inderdaad ook de juiste richting.

Alvast mijn fractie denkt dat we een debat moeten durven aan te gaan over de toekomst van Europa, zonder dat we daarbij het institutionele aspect vergeten, zeker op het Belgische niveau. Dat is voor mij wel heel belangrijk. Maar we mogen niet te veel gaan sleutelen aan bepaalde ideeën die gaan leven.

Ik heb hier toevallig de mededeling van de commissie van het Europees Parlement, waarvan toch een belangrijk deel over die aangelegenheden gaat. Zij zeggen dat er lijsttrekkers moeten komen voor de verkiezingen van voorzitter van het Europees Parlement. Dat is een verhaal dat we eigenlijk al gekend hebben, en dat niet echt succesvol was. Nog volgens die mededeling moeten er transnationale lijsten voor de verkiezingen komen. Ik heb dan toch wel schrik dat men in de richting van een meer centralistisch Europa gaat.

We kennen al amper onze eigen Europese parlementsleden uit Wallonië, laat staan dat we Europese parlementsleden zouden kennen uit Zuid-Italië, Polen, Roemenië of Bulgarije. Ik hoop dat daar het realisme toch de bovenhand haalt, en dat we voldoende aandacht hebben voor wat er leeft in de lidstaten. Als lidstaat bedoel ik dan natuurlijk ook Vlaanderen.

Een tweede aspect is de subsidiariteit. U hebt dat heel uitdrukkelijk benadrukt. Over die subsidiariteit lees ik eigenlijk weinig, of te weinig, in al die teksten over de toekomst van Europa. We kennen de bepalingen die nu in het Verdrag van Lissabon staan; dat is artikel 5 tot 7. Bij mijn weten zijn dat artikelen die ervoor zorgen dat de subsidiariteit, met name wat er leeft op het regionale, het lokale, het deelstatelijke of het lidstatelijke niveau, te weinig aan bod komt. Het is immers een heel ingewikkeld systeem, met oranje kaarten en gele kaarten, waardoor het hele systeem van subsidiariteit veel te stringent, veel te moeilijk is. Daarbij kan een deelstaat aan een lidstaat zeggen dat het zich niet met Europa hoeft bezig te houden. Ik hoop dat er toch een mogelijkheid zou komen om dat systeem van subsidiariteit en politieke dialoog te vereenvoudigen.

Voor het overige ga ik alleszins akkoord met de visienota die deze Vlaamse Regering volgt. Ik denk dat we inderdaad moeten gaan naar een Europa waarbij er voldoende aandacht is voor verscheidenheid binnen de eenheid. Maar ik hoop vooral dat Europa ook rekening houdt met kritische, realistische stemmen die in Europa bestaan. Zo zorgt men ervoor dat Europa sterk genoeg is, maar houdt men anderzijds ook rekening met de verschillen die bestaan binnen deze Europese Unie. Ik dank u.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Er zijn een pak uitdagingen die we sowieso samen zullen moeten aanpakken, internationaal en Europees. Denk maar aan het klimaat- en energiebeleid. Dat staat ook helemaal niet haaks op het subsidiariteitsprincipe, waar collega Vanlouwe over waakt.

We moeten wel nadenken over hoe we Europa efficiënt en nuttig kunnen maken. Die betrokkenheid is heel belangrijk. Ik verwijs naar mijn vraag om uitleg van enkele weken terug, die ook specifiek over betrokkenheid gaat, of over de vraag van de burgers om meer betrokken te zijn. Ik denk dat die conferentie ook echt die bottom-aanpak zal kunnen faciliteren. We staan daar ook heel positief tegenover.

Wat de laatste vraag betreft: u zegt dat er geen wijziging van de verdragen is. Mag ik dan aannemen dat u de visie volgt die ook Portugal vooropstelt, namelijk dat men het bestaande of onbenutte potentieel van het bestaande verdrag wil aanboren om tot een resultaat te komen?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Ik denk dat de uitdagingen voor de Europese Unie hier al voor een stuk werden geschetst. En er zijn inderdaad nog zaken die niet worden vermeld. Ik verwijs naar een bepaalde kwestie, een kwestie waar we het waarschijnlijk niet helemaal eens over zullen worden. Wat ons betreft, is ook het democratisch deficit nog een grote uitdaging voor de Europese Unie. Voor ons is dat geen taboe. Ik zeg niet dat we in een bepaalde richting moeten gaan. Maar voor ons is het geen taboe om de vraag of die instellingen wel de juiste zijn, en of die wel op de juiste manier werken, bespreekbaar te maken. We willen dat gesprek wel ten gronde voeren. Het is duidelijk dat de Europese Unie enkele grote uitdagingen heeft, ook wat het draagvlak betreft. En dat zal enkel kunnen worden aangepakt als we ook durven na te denken over de fundamenten zelf.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw Talpe, als ik zeg ‘geen aanpassing aan de verdragen’, dan wil dat zeggen: de bestaande verdragen maximaal gebruiken. Dat is de logica van het standpunt dat niet alleen ik inneem, maar dat gedragen is door de hele Vlaamse Regering.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Ik heb er weinig aan toe te voegen. Ik hoop alleen dat de thema's die voor Vlaanderen en onze inwoners belangrijk zijn en door u zijn opgesomd, namelijk welvaart, veiligheid, migratie, innovatie, duurzaamheid, sociale dumping, voldoende aan bod zullen komen, ook in die burgerdialogen of in het overleg met de lid- en deelstaten. Ik hoop dat het niet alleen gaat over de thema's die Europa meent te moeten opleggen – en die uiteraard ook belangrijk zijn – zoals de strijd tegen klimaatverandering, de milieuproblematiek, sociale rechtvaardigheid, digitale transformatie, verdieping van de interne markt. Ik hoop dat er ook thema's aan bod zullen komen die misschien wat gevoeliger zijn en waarbij men ook rechtstreeks de dialoog met Europese burgers moet durven aan te gaan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.