U bent hier

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

De verwachtingen voor de uitrol van het nieuwe Bovenlokaal Cultuurdecreet waren zeer hooggespannen, niet het minst bij alle lokale amateurkunstenorganisaties die verweesd achterbleven na het wegvallen van de provinciale ondersteuning. Maar na de eerste ronde van de projectsubsidies voelen ze zich nog meer in de steek gelaten. Mijn collega Karin Brouwers stelde u hierover een schriftelijke vraag en uit het antwoord blijkt heel duidelijk dat bijna alle organisaties die louter met vrijwilligers werken, uit de boot zijn gevallen. We hebben daar in onze discussies over het Participatiedecreet ook al naar verwezen. Een deel van de middelen van dit decreet komt echter net uit subsidielijnen die net voor dat type organisaties bedoeld waren.

De drempel voor dit type van organisaties ligt dus duidelijk te hoog. Maar het feit dat deze vrijwilligers toch de moeite deden om een aanvraag in te dienen, wil net zeggen dat ze wel nood hebben aan werkingsmiddelen en ondersteuning. Er werd immers voor ruim 20 miljoen euro aan aanvragen ingediend door in totaal 155 projecten, terwijl er maar 3,4 miljoen euro beschikbaar was.

Minister, zullen deze in de eerste ronde toegekende projectsubsidies met 6 procent worden verminderd door de generieke besparingsmaatregel? Dat is volgens ons immers niet nodig. De minister zou deze besparing volledig op het budget van de tweede ronde kunnen verrekenen en zo de afspraken van de eerste erkende projectaanvragers kunnen honoreren, want hun projecten starten al begin 2020. Ik heb ondertussen op de website gelezen dat er daarover al meer informatie beschikbaar is. Maar ik wilde u hier toch de vraag stellen, om u ook in de commissie de kans te geven om daarbij een toelichting te geven.

In de memorie van toelichting bij het decreet van minister Gatz werd aangekondigd dat er 7,5 miljoen euro in dit decreet zou worden voorzien voor deze projectsubsidies, via die twee projectoproepen. Maar in de begroting 2020 is er slechts 6 miljoen euro voorzien. Vanwaar deze besparing die veel hoger ligt dan de generieke besparing van 6 procent? Waar zijn die 1,5 miljoen euro dan voor gebruikt en zullen ze later eventueel opnieuw toegevoegd worden aan de projectsubsidiepot?

Hoeveel subsidieaanvragen werden er in de tweede ronde ingediend en wat is het totaal gevraagde subsidiebedrag?

Ten slotte, tijdens de bespreking van de begroting en de beleidsnota hebben we u opgeroepen om een grondige evaluatie te doen van deze eerste projectsubsidieronde, om dan na te gaan of dit decreet volledig tegemoetkomt aan de noden die er lokaal zijn of er lokaal zijn bijgekomen sinds het wegvallen van de provinciale bevoegdheden.

Ter voorbereiding van uw bevraging heeft het nieuwe Steunpunt voor Bovenlokale Cultuur een interessante nulmeting uitgevoerd. Dat is een heel interessant vertrekpunt. Zullen de beoordelingscommissies en het Steunpunt hierbij verder worden betrokken? Hoe zal die evaluatie worden georganiseerd?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Van de Wauwer, op 13 december 2019 heb ik inderdaad beslist om de generieke besparing van 6 procent consequent ook op de eerste ronde bovenlokale cultuurprojecten toe te passen. Na die beslissing werd hierover gecommuniceerd naar de betrokken aanvragers.

Het jaarlijkse bedrag voor bovenlokale cultuurprojecten, vermeld in de memorie van toelichting, is een streefbedrag dat bijgesteld werd in de algemene uitgavenbegroting goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Die voorziet voor 2020 een bedrag van 6,454 miljoen euro waarop een generieke besparing werd toegepast op niveau van het begrotingsartikel. Dat levert een totaalbedrag van 6,027 miljoen euro op voor de twee projectrondes van 2020.

Het verschil tussen beide bedragen kan worden verklaard door een aantal beslissingen die voor mijn aantreden werden genomen. Initieel werd het bedrag van 1 miljoen euro vanuit Cultuur gereserveerd voor de organisatie van de World Choir Games. Deze middelen kwamen uit de overdracht vanuit de provinciale cultuurbudgetten. Finaal werd het engagement bepaald op 1,5 miljoen euro. Er werd beslist om deze bijkomende middelen van 500.000 euro in te teren op de allocatie van de projectmiddelen voor bovenlokale cultuur.

Initieel was per 1 januari 2020 een migratie voorzien van 957.000 euro aan ex-provinciale cultuurbudgetten die geoormerkt waren als werkingssubsidies voor de voormalige provinciale erfgoed- en bibliotheekconsulenten. Door de beleidsbeslissing om de erfgoedconsulenten te heralloceren naar het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed (FARO) én de bovenlokale bibliotheekwerking voorlopig binnen het departement operationeel te houden, kwamen deze middelen niet langer vrij.

Bij de outsourcing van een aantal voormalige personeelsleden binnen de ontmanteling van het vroegere Forum voor Amateurkunsten, werd beslist om een ‘rugzakje’ als incentive te koppelen aan de overdracht naar de nieuwe werkplaatsen. Het betrof hier een overdracht van een voltijdsequivalent naar respectievelijk Poppunt, Kunstwerkt en De Federatie voor een bedrag van 145.000 euro.

Deze intering werd finaal herleid tot 1,473 miljoen euro door een aantal kleine correcties en overdrachten in plus, zoals een dubbele telling van een nominatim en een aantal niet-uitgekeerde indexen.

Hoeveel subsidieaanvragen kwamen er in de tweede ronde? Op de indiendatum van 15 november 2019 werden 138 dossiers ingediend voor de tweede projectronde van 2020. Eén aanvraag was niet ontvankelijk. De ingediende projecten starten ten vroegste op 1 juli 2020 en hebben een looptijd van maximaal drie jaar. Het totaal gevraagde subsidiebedrag voor deze ronde bedraagt 11.177.838,75 euro.

Na het beoordelingsproces van de eerste ronde heeft de administratie samen met de beoordelaars het beoordelingsproces overlopen. Er werd stilgestaan bij de praktische aanpak van de beoordeling en de inhoudelijke elementen. Aandacht voor kleinere, niet-professionele spelers is ook een bezorgdheid van de beoordelingscommissie en zal zeker meegenomen worden naar de beoordeling van de tweede aanvraagronde die op dit ogenblik wordt voorbereid.

Een volledige evaluatie van de projectsubsidielijn is naar mijn aanvoelen pas zinvol nadat een aantal projectrondes is doorlopen. Dat is nodig om het veld en zijn spelers tijd te geven om te wennen aan de nieuwe regelgeving en om erop in te spelen. Het Bovenlokaal Cultuurdecreet is een intentioneel decreet dat op termijn vorm wil geven aan die specifieke bovenlokale ruimte, die zich situeert tussen het lokale en het Vlaamse niveau. Het spreekt voor zich dat een evaluatie altijd gebeurt in samenspraak met belangrijke intermediaire actoren, waaronder het steunpunt Bovenlokale Cultuurwerking.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Ik ga toch nogmaals mijn vrees uitspreken voor die kleinere organisaties, die met vrijwilligers werken. Ik ben bang dat zij uit nog altijd uit de boot gaan vallen. Maar ik ben tegelijkertijd ook wat gerustgesteld, want u geeft aan dat men daar bij de evaluatie ook rekening mee zal houden. Het zal echt een aandachtspunt zijn om te zorgen dat ook aan de noden van de kleinere spelers wordt tegemoetgekomen. Zo zullen zij in de toekomst niet meer in groten getale uit de boot vallen.

Ik had ook in mijn eerdere vraagstelling al verwezen naar dat Participatiedecreet en de projectsubsidies. Op dat moment werd er verwezen naar het Bovenlokaal Cultuurdecreet en de projectmiddelen hier. Maar op dat moment wisten we eigenlijk al goed dat ook hier de middelen beperkt waren, en dat er te weinig budget was voorzien voor het aantal aanvragen. We zullen daar in de toekomst toch goed over moeten nadenken, zodat we alle goede aanvragen kunnen honoreren. We moeten daar dus voldoende middelen voor voorzien.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Ik wil toch even wat dieper ingaan op dat decreet Bovenlokale Cultuurwerking. Vanuit de Groenfractie kan ik niet genoeg onderstrepen hoe belangrijk we dat vinden. Minister, u hebt zelf al aangeven dat zij een belangrijke rol gaan spelen tussen het Vlaamse en het lokale beleid. Als ik dat even politiek mag vertalen, dan gaat het belang nog toenemen. Als je kijkt naar de verkiezingsuitslag van de stad tegenover het platteland, dan voel je dat we daar een inhaalbeweging moeten maken, en die twee zaken beter op elkaar moeten afstemmen.

In de cultuursector is dat decreet Bovenlokaal Cultuurbeleid van zeer groot belang. Het is hier al gezegd dat de samenstelling van het decreet nogal snel is moeten gebeuren, met een deadline in het vooruitzicht, en met de afschaffing van een hele reeks functies. Ik denk dan aan de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en Documentatiewezen (VVDAB), maar ook aan de Vereniging Vlaamse Cultuur- en gemeenschapscentra (VVC) en de andere organisaties. Men had die middelen nodig om de nieuwe steunpunten te organiseren.

Er is ook al opgemerkt dat er heel veel wordt doorverwezen naar deze subsidielijn vanuit ander subsidielijnen, en dat brengt mij tot het besluit dat we het decreet Bovenlokaal Cultuurbeleid grondig moeten evalueren. Ik ben het eens met de minister om daar de nodige tijd voor te nemen, maar dan het liefst toch met goed doordachte cijfers. En hier raak ik waarschijnlijk een gevoelige snaar, maar mag ik hier toch eens de intentie uitspreken om een grondige evaluatie te maken van de hele uitkanteling van die provinciale bevoegdheden? Want dat is tot hiertoe nog niet gebeurd. Het gaat dan om het inhoudelijke, maar ook om de inzet van mensen en middelen. Je gaat die evaluatie nodig hebben om dat nieuwe decreet en de nieuwe werking van het bovenlokaal niveau effectief een gedegen doorstart te laten nemen.

Want laat het heel duidelijk zijn: zoals iedereen hier, hebben ook wij contact gehad met het steunpunt. Ik onderken dat dat goede mensen zijn, met goede intenties, met veel ervaring. We moeten dat steunen, we moeten er samen voor vechten dat dat nog beter wordt.

Ik sluit af met een heel kritische noot, want we zijn hier, minister, en laat ons daar niet flauw over doen, met de politiek voortdurend een dominospel aan het spelen. We nemen voortdurend ergens subsidies af om er dan weer ergens anders bij te geven. Dat leidt tot niets. Dat is een dominospel dat op den duur alles omver doet vallen. De essentie is en blijft dat 1,017 procent voor heel ons cultuurbeleid gewoon veel te weinig is. We weten dat we daarover van gedachten verschillen, maar ik zal daar elke keer blijven op hameren: dit is Vlaanderen onwaardig.

De heer Meremans heeft het woord.

Minister-president, eerst en vooral dank voor uw antwoord, dank voor de vraag van de collega, dank aan alle andere collega’s. Het lijkt al Dag van de Collega.

Het is natuurlijk zo dat als een nieuwe minister de zaken overneemt, je altijd een aantal dingen meeneemt van de vorige minister. Indien er inderdaad ooit zaken door uw voorganger zijn gecommuniceerd die achteraf niet 100 procent juist waren, dan moet u daarmee verder. Dat is altijd zo als je iets overneemt. Dat moeten we toch voor ogen houden.

Voor de subsidiebeslissing zelf kun je inderdaad zeggen dat er een laag toekenningspercentage is van 22 procent. Je zou dan kunnen zeggen dat er te weinig budget was, maar dat klopt dus niet. Dat blijkt uit de cijfers die ik in mijn schriftelijke vraag reeds heb opgevraagd. Minister-president Jambon heeft wel alle positief geadviseerde projecten gehonoreerd en er zijn nog zeven projecten opgevist in functie van een spreiding van die regio’s. U had het net over het platteland en de steden. Het is ook in de vorige legislatuur verschillende keren aan bod gekomen dat bepaalde regio’s zeggen dat ze op dat gebied minder goed bedeeld zijn. Ik vind het ook wel belangrijk dat u ernaar streeft om dat goede evenwicht in Vlaanderen te bewaren.

Wat betreft het decreet Bovenlokale Cultuurwerking, en dat is altijd zo met een nieuw decreet, is het zo dat als je zaken wijzigt, je die eerst op zijn beloop moet laten en dan zie je sowieso dat er een aantal zaken zijn die je moet evalueren en verbeteren. Het Kunstendecreet is al eens aangepast en zal waarschijnlijk opnieuw worden aangepast. Je ziet dat er aan een decreet werk blijft, en in dit geval zeker als je die verschuiving doet. We moeten dat inderdaad niet na die eerste ronde doen, ik denk dat we die tweede ronde moeten afwachten. Het is ook voor heel wat organisaties een beetje zoeken, een beetje leren over hoe ze daarmee moeten omgaan. Dat moet voor een stuk nog in zijn plooi vallen. Pas daarna kunnen we echt zien wat de hiaten zijn en wat er bijgestuurd moet worden.

Het is natuurlijk wel zo dat heel wat organisaties een dossier hebben ingediend dat niet voldeed aan de verwachtingen of de eisen van het decreet. We moeten bij de evaluatie, en daar ben ik het wel mee eens, de planlast in kaart brengen en we moeten naar die kleinere organisaties luisteren die geen professioneel tewerkgestelden hebben, die louter met vrijwilligers werken. Het is voor hen niet evident om een dergelijk dossier in te dienen. Ik heb ook vernomen dat er in de tweede ronde aandacht zal worden geschonken aan de verenigingen die louter met vrijwilligers werken, maar dan moeten we bekijken of we daarvoor in het decreet dingen kunnen aanpassen. Bestaat er een mogelijkheid om daarvoor, ik weet het niet, bepaalde light versies in te voeren of wat dan ook? Dat moeten we dus bekijken. We hebben ook een steunpunt dat geld krijgt. De bedoeling is wel dat dat steunpunt die ondersteuning van die organisaties opneemt. Dat is een van hun kerntaken.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Ik volg de heer Pelckmans dat een evaluatie zich opdringt, maar ik zou hier een paar projectrondes willen overheen laten gaan voor je echt tot een diepgaande evaluatie overgaat. Ik begrijp wel dat als die provincies wegvallen en je een soort inkanteling moet doen, dat dat op dat moment niet heel optimaal is. We moeten daar met een beetje afstand, met een helikopterview, naar kijken. Ik denk dat er wel wat rationaliseringen door te voeren zijn zodat er geen dubbel werk gebeurt en er goede afspraken zijn.

Ik wil dat zeker ter hand nemen, maar niet op heel korte termijn. Ik zou dat systeem een paar keer willen laten ronddraaien om daar dan lering uit te trekken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.