U bent hier

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Het Belang van Limburg meldt dat Voetbal Vlaanderen vanaf volgend seizoen het racismeprobleem op de voetbalvelden in kaart zal brengen. Dat wil Voetbal Vlaanderen doen door de scheidsrechter bij elk incident of rode kaart te laten inschatten in welke mate racisme aan de grondslag ligt. Op een schaal van nul tot tien moet de scheidsrechter dan na de wedstrijd aangeven in welke mate racisme aan de basis lag van een rode kaart of incident. Het is uiteraard goed dat Voetbal Vlaanderen een idee wenst te krijgen van het percentage incidenten waarbij racisme aan de grondslag ligt. Op amateurniveau, maar ook op profniveau is deze problematiek immers wekelijkse kost, en daar moet dringend paal en perk aan worden gesteld.

Een volledig beeld zullen de cijfers echter niet geven, want racisme komt namelijk veel vaker voor op de tribunes dan op het veld. Ook racistische uitlatingen vanuit het publiek zouden dus moeten worden opgenomen in dit rapport. Een nog veel sterker signaal zou zijn om een wedstrijd meteen stil te leggen wanneer een scheidsrechter merkt dat er sprake is van aanhoudend racisme vanuit de tribunes. Indien een bepaalde club meermaals betrokken is bij racisme, kan dan een straf volgen. Door verder te spelen en dit pas achteraf te noteren in een wedstrijdverslag, geef je geen duidelijk signaal, noch aan spelers, noch aan supporters.

Minister, wat vindt u van het idee om voetbalwedstrijden stil te leggen wanneer er sprake is van aanhoudend racisme? Welke maatregel stelt u voor om racisme uit het voetbal te bannen? Is een racistische uitlating vanuit de tribune voldoende om te worden opgenomen als incident in het verslag van de scheidsrechter, volgens de nieuwe maatregel van Voetbal Vlaanderen? Zult u ook zelf middelen inzetten voor verdere sensibilisering met betrekking tot racisme in het voetbal?

De heer Van Dijck heeft het woord.

Ik dank mijn collega voor de bondige uiteenzetting van de probleemstelling of de evolutie die Voetbal Vlaanderen wil aangaan. Ik denk dat de problematiek duidelijk genoeg bekend is. Wij zijn verheugd over alle maatregelen die op eender welk niveau worden genomen om racisme, en in dit geval racisme in het voetbal, tegen te gaan. Ik wil er toch ook op wijzen dat vanuit de Pro League dienaangaande ook heel wat initiatieven worden genomen. Dat kan ons alleen maar positief stemmen.

Het is inderdaad zo dat we zeer recent ook kennis hebben kunnen nemen van initiatieven van Voetbal Vlaanderen. Laat me vooreerst duidelijk zijn: op zich krijgen alle initiatieven wat dat betreft onze steun. Racisme hoort nergens thuis, ook niet op het voetbalveld; niet in het profvoetbal, maar zeker ook niet in het amateurvoetbal. Ik denk dat, hoe lager je in de klasseringen afdaalt, hoe meer van die perfide elementen je misschien kunt herkennen.

We hebben wel een paar vragen bij het initiatief van Voetbal Vlaanderen op zich, vooral wat de uitvoerbaarheid en de opvolgbaarheid betreft. Nogmaals, het feit dat Voetbal Vlaanderen sensibiliserend initiatieven neemt, is goed, maar nu reeds kunnen voetbalscheidsrechters blijkbaar een beroep doen op een indicatieve tabel met 44 verschillende omschrijvingen van overtredingen. Daar is het gegeven van racisme aan toegevoegd. Er wordt ook van die scheidsrechter verwacht dat hij op een schaal van nul tot tien aangeeft in hoeverre er sprake was van racisme. Op zich lijkt me dat ook al een heel moeilijke inschatting voor een scheidsrechter: wat is zwaar, wat is minder zwaar?

Ik herinner me nog dat scheidsrechters lang geleden in het zwart gekleed waren. Toen werd er ‘vuile zwarte’ geroepen als die fout floten. Zo was dat bij ons toch in de Kempen. Dat was dan een blanke scheidsrechter, maar in een zwart tenue. Ik wil maar aangeven dat het heel moeilijk is om graden af te meten en op deze manier een evaluatie te maken, toch zeker voor mensen die, denk ik, daar ook niet echt voor opgeleid zijn.

Daarom deze twee pertinente vragen, minister. In hoeverre steunt u het initiatief van Voetbal Vlaanderen? Welke tools hebben scheidsrechters of welke ondersteuning krijgen ze om op basis van wat hier voorligt een evaluatie te maken en te beoordelen wat en hoe?

Als slotbemerking wil ik een waarschuwing geven. Voetbalwedstrijden stilleggen, dat klinkt inderdaad heel plausibel. Maar je moet er natuurlijk op toezien dat men daar geen misbruik van gaat maken. Een verliezende ploeg kan opportuniteiten zien in het laten stilleggen van de wedstrijd. We hebben alle soorten gekkigheden op voetbalvelden. Dan heb ik het nog niet over Bengaals vuur en bommetjes die naar keepers worden gegooid. Gelukkig zijn er dan kapiteins die het opnemen voor … We moeten erop toezien dat er, zeker in voetbalstadions met duizenden bezoekers, van een aantal regels die zeer terecht en humaan zijn, geen misbruik kan worden gemaakt door diegenen die daar misbruik van willen maken.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, collega’s, mooie doelpunten, splijtende tackles, schitterende passes, een wildvreemde in de armen vallen omdat er een mooi doelpunt is gemaakt in de laatste minuut: dat zijn allemaal dingen die thuishoren op en rond een voetbalveld. Scheldpartijen, intimidatie, spreekkoren, oerwoudgeluiden, bananenschillen op een veld gooien, racistische intimidatie: dat zijn dingen die niet thuishoren op en rond een voetbalveld. Tot zover is, denk ik, iedereen het met mij eens.

De voetbalbonden, zowel Pro League als Voetbal Vlaanderen, zien ook dat er een probleem is. Zij geven aan – Voetbal Vlaanderen onlangs nog in de kranten – dat ze bij de laatste meting hebben gezien dat er slechts vijf meldingen van racisme zijn binnengekomen. Dat is een probleem, want ze weten dat dat veel vaker voorkomt. Ze weten dat er een probleem is met de meldingen. De Pro League ziet net hetzelfde. Ik denk dat iedereen die op een voetbalveld heeft gestaan, onlangs of in een ver verleden, weet dat dit soort dingen voorkomt. Ze zien dat dit voorkomt en dat er iets tegen moet worden gedaan.

Voetbal Vlaanderen, bij monde van Benny Mazur, heeft een paar voorstellen gelanceerd in de media, die onder andere meer verantwoordelijkheid leggen bij de arbiters. Ik heb daar enkele bedenkingen en voorstellen bij, maar dat houd ik voor later.

Na een duidelijk signaal van de Pro League en van Voetbal Vlaanderen en van veel mensen die elke dag opnieuw met die sport bezig zijn en aangeven dat sport bij uitstek de kracht heeft om een verbindend verhaal te schrijven en – ik citeer een onverdachte bron – ‘de maïzena van onze samenleving’ te zijn, moeten we dat soort problemen aanpakken. Wij moeten daar extra tools op inzetten, om een ander verhaal voor onze samenleving neer te schrijven.

Minister, hebt u, na het signaal van Voetbal Vlaanderen over het meer willen inzetten op het opsporen van racisme op voetbalvelden, contact gehad met Voetbal Vlaanderen zelf? Zo ja, wat is uit dat contact voortgekomen? Welke extra maatregelen zult u nemen om hen daarin te ondersteunen? Hoe staat u tegenover de voorstellen van Voetbal Vlaanderen? Welke maatregelen gaat u als minister van Sport nemen, nadat de Pro League en Voetbal Vlaanderen hebben aangegeven dat het racisme op voetbalvelden toch iets is wat meer moet worden getackeld? Hoe gaat u daar effectief meer op inzetten dan vandaag het geval is?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Over de ruimere problematiek van ethiek in de sport hebben we het hier, ondanks het feit dat we nog niet zo lang geleden met deze regering vertrokken zijn, al meerdere keren gehad. Ik heb van Voetbal Vlaanderen vernomen dat men een beetje verrast was door dat artikel. Zij vonden dat een bepaalde passage uit de context is gerukt, waarna het elders is opgepikt en een megafoon heeft gekregen via andere media.

Ik vind het vanzelfsprekend positief dat Voetbal Vlaanderen meer vat wil krijgen op de problematiek. Racisme is een maatschappelijk probleem, dat zich dus ook manifesteert in de sport – net zoals het zich manifesteert in andere domeinen. Of het nu gaat over werk, school, wonen of in de sport, we moeten het bestrijden. Het lijkt me dan ook in eerste instantie logisch dat Voetbal Vlaanderen zegt dat ze het probleem in kaart proberen te brengen. Vandaar dat het evenzeer logisch lijkt dat de scheidsrechters op dat vlak meer rapporteringsmogelijkheden krijgen. Zij zijn natuurlijk de neutrale actor op het veld, die kan registreren en die via de nieuwe mogelijkheid die wordt geboden, ook fijner kan formuleren welke incidenten zich hebben voorgedaan.

Als je anderzijds gaat vragen hoe de scheidsrechter in kwestie moet optreden, welke maatregelen hij op welk moment moet nemen, wanneer hij een wedstrijd moet stilleggen, denk ik niet dat het aan de minister is om te oordelen, voor zover het mogelijk zou zijn om dat te vatten in enige regelgeving. Bij uitbreiding vind ik ook niet dat dat een zaak is van de politiek.

Het is wel belangrijk dat Voetbal Vlaanderen, wanneer er zich feiten voordoen, enerzijds zorgt voor een betere rapportering en anderzijds ook sanctionerend kan optreden, en dat ook doet. In functie van de concrete overtreding zal, al dan niet in combinatie met een eerder klassieke tuchtrechtelijke straf, ook gekeken worden of men alternatieve maatregelen kan opleggen, bijvoorbeeld in de vorm van clubondersteuning.

Ik geef enkele concrete voorbeelden. Men stelde racistisch gedrag vast van ouders rond het veld op een jeugdtornooi. Toen heeft men op basis van clubondersteuning en contacten in het veld een uitwisselingsevent georganiseerd met geslaagde vriendschappelijke wedstrijden tussen jeugdteams van beide verenigingen.

Een ander voorbeeld: een club die wegens racisme ten aanzien van een van de spelers de wedstrijd had laten stilleggen in de 89e minuut. Naast een disciplinaire sanctie heeft men ook een constructief overlegmoment georganiseerd. Men probeert dus altijd die beide wegen te bewandelen, niet alleen het zuiver repressieve, maar men probeert ook aan de grond van de zaak iets te veranderen. Zo’n aanpak sluit natuurlijk aan bij ons breed ethisch beleid dat we samen met ICES als beleidsondersteuner voeren rond diverse ethische thema’s. We hebben die aanpak reeds toegelicht. Ik ga dat niet herhalen. U weet dat ICES specifiek rond het genderthema op korte termijn ook bezig is met de voorbereiding van een plan van aanpak, en we nemen dat mee in het overleg met ICES in het kader van hun beleidsplan voor de komende periode, gaande van 2021 tot 2023.

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Dank u  wel, minister. Ik ben toch een beetje ontgoocheld, want u zegt dat u nog niet veel samengezeten hebt, en dat is waar. Toch is het racismeprobleem al een paar keer voorgekomen. We hebben het nog niet echt gehad over Sport voor Allen. Het komt telkens voor. Dat is belangrijk, zegt u zelf, maar dan zegt u ook dat de politiek zich daar rechtstreeks niet veel mee gaat moeien. Ik ben in de politiek gegaan om mij net wel te moeien met zulke zaken, en net om dat aan te klagen en daar iets aan te doen.

U zegt dat dat niet in regelgeving gegoten kan worden: racisme bestrijden vanuit de overheid. Dat kan zeer zeker wel, en ook vanuit andere hoeken. De Fédération Internationale de Football Association (FIFA) heeft daar wel een regelgeving voor: ze heeft wel opgenomen dat wedstrijden gestopt kunnen worden. Door het niet stoppen van wedstrijden bij ernstige vormen van racisme, op het veld of op de tribune, staat u eigenlijk dat racistisch gedrag oogluikend toe. De politiek kan zich zeker moeien, want de sport krijgt ook geld via de politiek, geld dat we graag aan sport besteden.

Mijn collega Annouri heeft al gezegd dat sport verbindt en mensen samenbrengt, wat ook hun rang of stand is. Ik denk dus dat sport zeker een deel van het maatschappelijk geld mag hebben; dat gebeurt ook naar de federaties toe. Maar wij kunnen dan vanuit de politiek toch ook wel eisen stellen aan die federaties in de beheerovereenkomsten, namelijk dat het geld voor sport wel verkregen kan worden op voorwaarde dat er heel hard en fel wordt opgetreden tegen elke vorm van racisme. En optreden is inderdaad het stilleggen van wedstrijden. Als dat meer zou gebeuren, zou dat volgens mij een zeer grote impact kunnen hebben.

Ik ga dus zeker niet mee in het verhaal dat de politiek niets kan doen. Ik denk dat we in de toekomst nog veel gaan samenzitten, dat er daarover nog veel vragen gaan komen en dat u de houding van ‘ik vind het wel erg, maar ik ga niets doen vanuit de politiek’ niet zult kunnen aanhouden.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Ik denk dat de politiek veel kan doen en dat de politiek ook al veel doet om dit probleem aan te pakken, en dat versta ik toch ook uit het antwoord van de minister. Wij doen veel, maar niet alles. Een minister kan zelf geen scheidsrechter spelen, hij kan zelf geen statuten of reglementen van sporten maken, en laat ons dat zo houden.

Ik denk dat ik ook in mijn vraagstelling heel duidelijk heb gezegd dat ik het zeer positief vind dat zo goed als alle niveaus in het voetbal hiermee begaan zijn. Mevrouw Lambrecht verwijst naar de FIFA en de UEFA, maar ook in ons eigen land is er de Pro League, die bij monde van de woordvoerder Stijn Van Bever daar heel recent nog initiatieven over heeft aangekondigd. In dezen is ook Voetbal Vlaanderen heel belangrijk. Het feit dat dit in deze commissie wordt besproken, toont aan dat dit politiek heel relevant is. Anderzijds heeft de politiek rond racisme ook een wetgeving gemaakt, waardoor racisme strafbaar is. Dat zijn allemaal zaken die gebeurd zijn.

In ieder geval hoop ik dat Voetbal Vlaanderen in dezen het initiatief op zich blijft ondersteunen, maar dat het er ook zorg voor draagt dat hiermee op een correcte manier wordt omgegaan en dat de scheidsrechters in dezen ook over de nodige instrumenten beschikken om hun rapportering te doen. Ik weet anderzijds ook dat wedstrijden stilleggen, financiële boetes en sancties opleggen mogelijk zijn. Ik denk dat wij Voetbal Vlaanderen hierin moeten blijven ondersteunen om deze weg verder te blijven bewandelen.

De heer Annouri heeft het woord.

Ik denk dat doordat verschillende collega’s de vraag stellen, we het er allemaal over eens zijn dat we racistische handelingen op en rond het voetbalveld allemaal veroordelen. Ik wil vanuit die redenering wel concreter gaan. Dat is iets wat wij al jaren zeggen, waar we het allemaal over eens zijn, maar we moeten dat toch concreet en tastbaar kunnen veranderen. De Pro League voelt, zoals de heer Van Dijck terecht aanhaalt, dat er meer moet gedaan worden en komt met meer. Voetbal Vlaanderen voelt dat ook, en daarom zegt het dat het er meer op wil inzetten, maar het geeft ook aan dat het daarin ook meer ondersteuning nodig heeft.

Als ik dan het concrete voorstel van Voetbal Vlaanderen zie om arbiters dat te laten registreren, heb ik daar bedenkingen bij. Arbiters zijn vrijwilligers die in het weekend een match in goede banen proberen te leiden. Dit weekend stond er in de krant nog een artikel van een arbiter die door een paar zotte voetballers in elkaar werd geslagen omdat ze het niet eens waren met een paar beslissingen van die man. Iemand die in zijn vrije tijd naar een andere gemeente rijdt om een voetbalmatch in goede banen te leiden, wiens vrouw en kind komen kijken en als resultaat het ziekenhuis in wordt geklopt. Dat zijn mensen die nu al vaak op een ondankbare manier hun job moeten doen en aan hen ga je dan zeggen dat ze die call moeten durven maken. Je zorgt daarbij dat ze nog heel wat administratieve rompslomp erbij krijgen, dat ze daarna nog eens naar het bondsparket moeten komen, dat ze nog wat extra stappen moeten zetten. Dat vind ik voor zo’n groot probleem een redelijk ondankbare taak voor iemand die vrijwilliger is. Ik hoor dan ook vanuit de verschillende hoeken, ook vanuit de voetbalbonden zelf, dat het misschien goed is om vrijwilligers op te leiden – een soort van délégué – die steekproefsgewijs naar matchen worden gestuurd en die dan kunnen registreren of er iets is gebeurd. Dat zijn assistenten van de lokale bond en ze kunnen de taken van die arbiter wat verlichten. Dat vind ik een interessante piste. Ook de piste van onder anderen Frank Van Laeken en Paul Beloy om, zoals in het basketbal, time-outs in te voeren als er sprake is van racistische handelingen, vind ik interessant. Over die concrete maatregelen hoor ik heel weinig.

Ik ben het volledig met u eens, minister, dat u geen scheidsrechter bent. Ik wil niet dat u scheidsrechter bent; ik wil niet dat u zelf bepaalt wanneer de matchen worden stilgelegd en wanneer niet. Gelukkig maar, dat moet niemand van ons doen. Wat ik wel concreet van u verwacht, is dat u als minister extra middelen of een extra spoor voorziet zodat we kunnen inzetten op die concrete maatregelen om dat voor een stuk tegen te gaan, maar die hoor ik ook niet.

Mijn vraag is nogmaals wat u van die voorstellen vindt. Hoe zult u concreet extra sporen aanleggen om die thematiek op te lossen zodat we binnen vijf jaar kunnen zeggen dat we vanuit de Vlaamse Regering stappen hebben gezet om dat terug te dringen?

De heer Muyters heeft het woord.

Ik denk dat de minister het nogal juist heeft gekaderd. Hij heeft gezegd dat er een breder kader rond ethisch sporten is. Ik denk dat de sport daar als sector ten opzichte van andere sectoren heeft vooropgelopen.

Met de aanspreekpunten persoonlijke integriteit (API’s) is een enorme stap gezet. Ik veronderstel dat jullie net als ik het rapport van de kinderrechtencommissaris hebben gelezen. Daaruit blijkt dat de API’s zeer belangrijke personen zijn geworden als aanspreekpunt voor zaken als discriminatie en problemen met jongeren en dergelijke meer. Voetbal Vlaanderen heeft dit naar voren gebracht in het bredere kader van ethisch sporten. Daar is maar één punt uit gehaald. Sport is daarin een voorloper op de rest.

De weg die werd bewandeld, moet verder bewandeld worden: niet betuttelend vanuit Brussel maar bottom-up vanuit de federaties zelf, met het kader dat werd gecreëerd, onder meer met het decreet Ethisch Sporten.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Ook CD&V is het ermee eens dat er eerst moet worden ingezet op de sensibilisering inzake racisme. Beter voorkomen dan genezen. Er is al heel wat rond te doen geweest, zoals met promotiefilmpjes en met slogans die in de stadions uithangen. Ook de clubondersteuning, zoals de minister aanhaalt, is zeker een positief signaal. Maar als de sensibilisering niet voldoende is, moet er effectief ook wel worden opgetreden. Onlangs las ik dat men in Nederland overweegt om slimme camera’s in te zetten. Minister, kan dat ook bij ons een denkpiste zijn?

De heer Coenegrachts heeft het woord.

We hebben het vandaag terecht over een vrij kwalijke evolutie in de sport. Als er nu een sector was die van oudsher bij uitstek geen onderscheid maakte op basis van huidskleur en afkomst, dan was het wel de sport. Ik zou zelfs zeggen: de kleur van de kat is niet belangrijk, als ze maar goals maakt. Het is dan ook heel goed te zien dat er vanuit de Pro League maatregelen worden genomen om verder in te zetten op sensibilisering en preventie. Die vormen absoluut de sleutel om hieraan te werken.

Maar we moeten niet alleen naar de professionelen kijken. Ook veel amateurploegen hebben nood aan een beleid inzake racisme, en eerder ook aan ethiek bij het bejegenen van supporters. Hoe gaan supporters bijvoorbeeld om met scheidsrechters? Er zijn lokale initiatieven van amateurploegen. Onlangs zag ik dat FC Veldwezelt een heel beleid heeft uitgewerkt over hoe zij hun eigen supporters sensibiliseren inzake gedrag langs de lijn. Dat soort best practices delen kan de sector versterken, zeker die van de amateurploegen en hun bestuursploegen. Daar ligt misschien nog wel een rol weggelegd voor de overheid.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mevrouw Lambrechts, het is inderdaad niet mijn bedoeling om in een regelgeving te bepalen wanneer een match moet worden stilgelegd. Dat is niet een taak van de minister en bij uitbreiding evenmin van de politiek. U zegt dat de politiek dat wel moet doen en u verwijst naar de FIFA. Maar de FIFA is geen politiek orgaan, bij mijn weten. Dat is net een voorbeeld van zelfregulering, waarbij niet de politiek dat oplegt en de sector zelf een arsenaal aan maatregelen uitwerkt. Dat is wat we doen, en trachten te ondersteunen. Op dat vlak loopt, zoals de heer Muyters correct heeft verwoord, de voetbalsport voorop. We moeten de voetbalsector niet beladen met alle zonden Israëls. U stelt uw kritische vragen net op basis van een positief initiatief dat werd genomen. Ik denk dat men daar goede wegen bewandelt, en dat men dat vrij ruim ziet: men heeft het niet enkel over racisme, maar over ethiek in de sport in haar algemeenheid.

Ik zou mij ervoor hoeden om van politieke zijde, van overheidszijde, te gaan ‘overshooten’ en nog eens een batterij maatregelen of verplichtingen op te leggen. Als het gaat over controleurs rond het veld: ik weet niet waar men ze gaat halen. Camerabeveiliging en registratie: ik zou mij daar toch voor hoeden. Dat lijkt een beetje op ‘overshooten’, waardoor je bepaalde problemen dreigt te banaliseren.

Nogmaals, we zijn constant in gesprek over ethiek in de sport met alle Vlaamse sportfederaties en dus zeker ook met Voetbal Vlaanderen. Men neemt daar goede initiatieven. Die willen we ondersteunen. Maar laat ons er anderzijds ook voor zorgen dat we niet met een beschuldigende vinger in de richting wijzen van diegenen die goede en positieve initiatieven nemen, zonder daarin fel te overdrijven.

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Minister, ik vind het een beetje jammer dat ik na deze commissievergadering niet kan gaan zeggen dat we het met drie aangekaart hebben, dat meerdere aangesloten hebben en dat ik goed nieuws heb. Uiteraard weet ik dat de FIFA geen politiek orgaan is, maar hun driestappenplan zou een mooi voorbeeld voor u kunnen zijn, hoe zij ermee gaan omgaan tijdens het komende WK. Als het nodig is, gaan zij wedstrijden ook effectief laten stilleggen. Het zou een mooi voorbeeld zijn voor u om in de beheerovereenkomst met de federaties – het gaat uiteraard niet over voetbal alleen – als ethisch minister een statement te maken ten opzichte van de clubs die middelen van ons krijgen – en die we ook graag geven –, waarbij u de clubs aanspoort om bij gevallen van racisme kordaat op te treden en eventueel toch die wedstrijden stil te laten leggen. Niemand in de zaal vraagt hiervoor meer middelen; ik denk niet dat het om meer middelen ging.

Ik vraag mij het volgende af, ik ken het antwoord niet, en u zult het ook niet onmiddellijk weten. Er wordt verwezen naar de bestaande wetgeving tegen racisme. Ik vraag mij af hoeveel klachten rond sport en racisme er al geweest zijn.

Ik heb nog een kleine opmerking – maar ik denk dat u niet meer mag antwoorden. Op mijn vierde vraag, of u extra middelen zult inzetten voor de sensibilisering, hebt u niet geantwoord.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Zoals ook andere sprekers aangehaald hebben, verheug ik mij erover dat er in de voetbalwereld al heel wat gebeurt. Wanneer sommigen beweren dat het racisme in het voetbal toeneemt, ben ik het daar niet eens mee. Ik denk dat het veel erger geweest is. Daarmee minimaliseer ik het ook niet, laat dat duidelijk zijn. Maar ik denk dat we in het algemeen op de goede weg zijn.

Ik heb nog één waarschuwing. Soms moet je echt wel oppassen. Ik ken ook voorbeelden van het sanctioneren door een scheidsrechter waarbij, afhankelijk van wie de speler was, er door de speler zelf racisme werd ingeroepen voor het sanctioneren van die speler. Dat is soms een heel moeilijke discussie. We moeten daar dus echt mee oppassen. Maar ik zou zeggen dat Voetbal Vlaanderen op deze weg voort moet gaan, zelfcontrolerend, Pro League ook, FIFA, UEFA, enzovoort. Maar weet dat het zeer moeilijk is om de juiste draagwijdte en de juiste vinger op de pols te leggen.

De heer Annouri heeft het woord.

Ten eerste denk ik niet dat dit een nieuw probleem is. Vraag aan de eerste zwarte voetballers die in België zijn komen voetballen wat zij te verduren hebben gekregen, en dan weet je dat dit al lang meegaat.

Vraag ten tweede vandaag – dat stond afgelopen zomer nog in De Standaard – aan jeugdspelers met een andere kleur die hier geboren en getogen zijn, wat ze meemaken op de voetbalvelden, en je kunt een mooie lijn doortrekken.

Het probleem is er, was er, en zal er in de toekomst ook zijn. Dat beseft ook Voetbal Vlaanderen en de Pro League. Minister, ik wijs niet naar hen, ik vind wat zij doen, heel goed. Ik vind het heel goed dat zij aan het experimenteren zijn, want er is geen pasklaar antwoord. Niemand van ons weet wat de een-op-eenoplossing is om dit tegen te gaan. Het is soms subjectief, we moeten het kunnen objectiveren, we moeten daar daadkrachtig tegen kunnen optreden, we moeten veel meer meldingen hebben om het probleem in kaart te brengen.

Maar dat is net mijn punt, minister: het is goed dat Voetbal Vlaanderen dat doet, dat de Pro League dat doet, maar de concrete lijnen waarin u zegt hoe u het ziet en hoe u hen wilt stimuleren om meer stappen te zetten, zodat u over vijf jaar kunt zeggen dat u als Vlaams minister van Sport er mee voor gezorgd hebt dat dat probleem tegengegaan is, hoor ik niet. Dat vind ik jammer. Ik vrees dan dat we over een jaar, of twee, drie of vier jaar, exact dezelfde discussies zullen voeren, en dat is heel jammer.

Voetbal heeft de kracht, sport heeft de kracht om een samenleving, om een natie dichter bij elkaar te brengen. Denk aan de zeventien seconden van de Rode Duivels tegen Japan, collega’s, waar allemaal mensen van verschillende roots een doelpunt opgezet hebben, en bijna heel België een collectieve roes beleefd heeft. Euforie! Dat is de kracht van sport, en dan moet je daarnaast ook dat antidiscriminatieluik heel concreet maken. Dat mis ik, dat vind ik jammer, en we zullen dat blijven opvolgen.  

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.