U bent hier

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, voor deze vraag ben ik gaan teruglezen in de beleidsnota van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, waarin staat dat dat beleid niet vanzelf vorm krijgt vanuit één beleidsdomein. Ik lees daar: “Meer dan ooit mikken we op samenwerking en het bundelen van krachten, binnen en buiten het beleidsdomein.” U zegt in de beleidsnota ook: “Achter armoede gaan vaak complexe oorzaken schuil, maar wie ermee geconfronteerd wordt, heeft daar geen boodschap aan. Scherpe doelstellingen naar voren schuiven, maar op het terrein amper initiatieven nemen, is niet het antwoord. De minister bevoegd voor armoedebestrijding moet hierbij kunnen rekenen op de volle steun van al zijn collega’s. Wie dat nalaat, zal ik op het matje roepen.”

Strategische doelstelling 5 stelt: “We voeren een transversaal armoedebestrijdingsbeleid”, met concrete actie. “In de schoot van de Vlaamse Regering organiseren we een regelmatig overleg, gelinkt aan de cyclus van de beleids- en begrotingstoelichtingen, waarbij voor elk beleidsdomein een overzicht gegeven wordt van de maatregelen genomen inzake armoedebestrijding of -voorkoming.”

Binnen het domein Wonen van uw collega, minister Matthias Diependaele, is er vanaf 1 januari van dit jaar een nieuwe huurprijsberekening voor sociale woningen van kracht. Daarbij worden inwonende volwassen kinderen met een handicap niet als huurder beschouwd. Ze hebben geen woonrecht, maar hun inkomen wordt wel mee in aanmerking genomen voor de huurprijsberekening. U, als minister van Welzijn, kent meer dan elke andere minister de precaire situatie van personen met een handicap, zowel op financieel vlak als wat betreft de nood aan zorg en ondersteuning. Daar ga ik toch van uit.

Personen met een beperking ontvangen een inkomensvervangende tegemoetkoming van 626,94 euro voor een alleenstaande, categorie A, of 940,41euro voor mensen die een domicilie hebben, maar eigenlijk in een voorziening verblijven. Dat is een – weliswaar federale – bijstandsuitkering, wat op zich al een residueel vangnet is voor diegenen die door de mazen van het socialezekerheidssysteem vallen.

Ik maak nu even de brug naar Vlaanderen. In Vlaanderen hebben we sinds 1 januari 2017 de persoonsvolgende financiering. Dat betekent dat personen met een handicap die zorg en ondersteuning krijgen, zelf hun woon- en leefkosten moeten betalen als ze residentieel opgevangen worden. We weten ook dat er een lange wachtlijst is om een budget of aanpassing van dat budget te krijgen. In de feiten betekent dat dat zij ook zelf de zorg- en ondersteuningskosten betalen, voor zover dat mogelijk is.

Recent verscheen de publicatie ‘Armoede en handicap in België’ van 2019, waarin de onderzoekers stellen dat personen met een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietegemoetkoming een kwetsbare groep zijn. België is er niet in geslaagd om de kloof tussen personen met en zonder handicap in de afgelopen tien jaar te verkleinen, blijkt uit die studie. Bij lezing van het ontwerpdecreet waarin de huurprijsberekening aangepast werd, vinden we een heel beperkte feedback over de armoedetoets en merken we dat de opmerking van het Netwerk tegen Armoede, specifiek gaande over het in aanmerking nemen van alle inkomens, niet opgenomen werd. Dat is het ontwerpdecreet dat vorig jaar besproken is. Het is een warm Vlaanderen, een warme samenleving, onwaardig om mensen in armoede te laten leven, om zij die getroffen zijn door een handicap en het daardoor op diverse vlakken al moeilijker hebben dan anderen, nog eens extra te gaan viseren door van het weinige dat ze hebben, nog extra’s te gaan vragen.

In uw beleidsbrief en tijdens de besprekingen zelf stelde u dat een goed armoedebeleid ook zonder concrete doelstellingen kan worden bereikt. Dat was uw antwoord op mijn vraag of we geen nood hadden aan concrete doelstellingen. U vertrekt vanuit een transversaal armoedebestrijdingsbeleid, waarin elke minister zijn of haar verantwoordelijkheid zal opnemen. We zijn nog geen maand verder en we kunnen al vaststellen dat dat een mooi doel is, maar dat het in de feiten niet werkt.

Minister, was u op de hoogte van deze concrete maatregel van uw collega, minister Diependaele?

Vindt u het als minister van Welzijn en Armoedebestrijding verantwoord om personen met een beperking die zich reeds in een precaire financiële situatie bevinden, nog eens extra te belasten door hun inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) te laten meetellen bij de berekening van de sociale huur van hun ouders?

Plant u een overleg of hebt u al overlegd met minister Diependaele om dit terug te draaien?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, ik heb, net zoals u, de vorige legislatuur kennis kunnen nemen van de maatregel die toen in het Vlaams Parlement is behandeld. De argumentatie om de inkomensvervangende tegemoetkoming te laten meetellen bij de berekening van de sociale huur is dat iedereen die het huurgenot heeft, ook een stuk van de huurlast moet dragen. Voor meer uitleg over dit systeem en voor de toelichting over welke aspecten van de armoedetoets al dan niet konden worden meegenomen, moet ik u verwijzen naar de bevoegde collega.

Dat wil echter niet zeggen dat de Vlaamse Regering blind zou zijn voor het armoederisico voor mensen met een handicap. In de vraagstelling wordt verwezen naar het systeem van de persoonsvolgende financiering. Ik kan daarom op dat vlak meedelen dat ik bij de invoering van dit systeem bijzondere aandacht heb voor de problematiek van de woon- en leefkosten voor personen met een handicap. Ik werk op dat vlak ook al concrete maatregelen uit.

U vraagt naar het overleg met collega Diependaele. Collega Diependaele heeft aangekondigd om de concrete effecten van de nieuwe huurprijsberekening eind deze maand te evalueren en waar nodig bij te sturen. Hij heeft hierbij trouwens specifiek verwezen naar de problematiek van de ‘bijwoners’ met de inkomensvervangende tegemoetkoming. Dit wordt besproken in de schoot van de regering op basis van de cijfers uit de evaluatie, waar ik dit vanzelfsprekend met de heer Diependaele en de andere collega's zal bespreken.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, ik denk dat we het eens concreet moeten maken. Een gezin met een of twee inwonende kinderen met een beperking – volwassen kinderen, meer dan 21 jaar – moeten per maand rondkomen met een bedrag van iets meer dan 600 euro. Die mensen hebben niet gekozen voor een handicap. Een handicap hebben, betekent extra kosten hebben. Het is logisch dat u de redenering volgt dat alle inkomens mee worden opgenomen, maar in de situatie van personen met een handicap en hun inkomensvervangende tegemoetkoming die al een heel stuk ligt onder de minimumgrens waarmee mensen moeten rondkomen, vraagt u iets onmenselijk van hen.

Ik vind het mijn verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger om u attent te maken op de ongelooflijk moeilijke situatie van die mensen. Ze staan vaak ook nog op een wachtlijst en hebben geen zorg. Ze moeten met dat klein beetje geld hun dagbesteding en hun ondersteuning betalen. Nu vragen wij hen om met dat klein beetje geld ook nog mee in te stappen in de huurkosten van hun ouders. Dat is toch onlogisch.

Minister, ik heb uw beleidsbrief gelezen en ik weet dat we een verschillend temperament hebben, maar moest ik minister zijn, ik had echt op tafel geklopt. Ik had tegen de heer Diependaele gezegd: ‘Kijk man, we hebben hier een mooi beleid naar voren geschoven. We gaan transversaal aan armoede werken.’ Ik vind dat u als minister van Armoedebestrijding aan uw collega Diependaele ook moet vragen om de armoedetoets mee te nemen in die beslissing.

De heer Veys heeft het woord.

Ik ben ook een beetje verbijsterd. Collega De Martelaer haalt de studie van Koen Hermans aan. Ik dacht dat deze regering en armoedebeleid ging voeren op basis van wetenschappelijke methodes en zaken die wetenschappelijk zijn aangetoond. Wat wordt er in die studie aangetoond? Er wordt aangetoond dat bijna de helft van mensen met IVT moeilijk tot zeer moeilijk rondkomen. 73 procent bespaart op algemene niet-medische uitgaven. 71 procent kan het zich niet veroorloven om jaarlijks een week op vakantie te gaan. Dat is ook niet verwonderlijk, want die IVT ligt ook onder de armoedegrens.

Minister, ik heb de indruk dat u dat beleid verdedigt. Die mensen met een handicap worden nog eens aangesproken om voor 22 procent, een vijfde van hun uitkering, die al onder de armoedegrens ligt, hun sociale huur – en het woord ‘sociale' is toch wel van tel in dezen – mee te betalen. Daar kan ik echt geen vrede mee nemen. Ik verwacht van u als minister van Armoedebestrijding, zeker als het de bedoeling is, zoals u ook aangeeft in uw beleidsverklaring, dat u horizontaal gaat werken, dat u als een leeuw vecht tegen iedere achteruitgang.

We hebben gezien dat de kloof tussen mensen met een handicap en mensen zonder handicap niet is gedicht. Hierdoor zal die niet worden gedicht, integendeel, ze wordt nog groter. Waarom wonen die mensen thuis? Omdat het zowel financieel als qua zorg niet lukt alleen. Dit is echt hardvochtig, kil beleid. Ik ben zeer verrast dat u dit verdedigt. Ik ga dan ook een simpele vraag stellen: bent u van mening dat de IVT van meerderjarige gezinsleden moet worden meegeteld voor een sociale huurprijs, ja of neen?

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Ik wil mijn collega’s zeker hierin bijtreden. Wat ik zeer onlogisch vind, is het volgende. Er zijn diverse indicatoren die tonen dat de armoede vandaag toeneemt in België. Steeds meer mensen gaan naar de voedselbedeling. Ik schrik er echt van dat patiënten van mij ook gewoon steeds meer zeggen dat ze naar de voedselbedeling zijn gegaan. Dat zijn zeer veel kwetsbare mensen die naar voedselbedelingen moeten gaan, mensen die een inkomen hebben onder de armoedegrens. Het armoederisico bij kinderen is gestegen. Heel veel cijfers tonen dus aan dat het armoedeprobleem groter wordt.

Dan zien we dat net die kwetsbare mensen, personen met een handicap, maar ook chronisch zieke mensen, extra het slachtoffer daarvan zijn, dat die meer kans op armoede hebben dan andere mensen. Men gaat dan een maatregel doorvoeren waarvan men perfect op voorhand had kunnen meten en bekijken wat het gevolg ervan zou zijn, bijvoorbeeld op de armoede. Dat is inderdaad wat de armoedetoets moet doen. Zo’n armoedetoets moet je toch net doen vóór je een maatregel doorvoert, in plaats van de maatregel eerst door te voeren en dan te bekijken welke problemen rijzen op het terrein.

Ik kan u echt wel zeggen dat je de effecten op het terrein vandaag ziet, dat de armoede daardoor zal stijgen. Dat is een kwetsbare groep van mensen die in een sociale woning wonen. We weten dat 60 procent van de mensen die vandaag in een sociale woning wonen, in armoede zou leven, mochten ze niet in zo’n sociale woning wonen. Vandaag gaat men die prijzen opdrijven, de armoede gaat groeien, dus vind ik het uw plicht als minister om de armoedetoets te doen alvorens zo’n maatregel door te voeren, om te bekijken wat het effect zal zijn. Als u ziet dat zo’n maatregel de armoede doet stijgen, dan moet u die als minister van Armoedebestrijding tegenhouden.

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Minister, ik deel de bezorgdheid van mijn collega’s en zeker de bezorgdheid van de mensen die met deze problematiek te maken hebben. Voor velen van deze bijzonder kwetsbare groep dreigt die stijging van de huurprijs immers een drama te worden. Want wie van de ene op de andere maand rekening moet houden met een grote bijkomende uitgave in die sociale huur, en daarnaast al moeilijk rondkomt met zijn IVT door extra uitgaven gekoppeld aan zijn handicap, kan moeilijk het hoofd boven water houden. Onze collega, Guy D’haeseleer, heeft daarover ook al een vraag gesteld in de plenaire vergadering.

Minister, onze fractie hoopt dat u samen met uw collega, minister Diependaele, deze nieuwe berekening kunt en wilt terugdraaien voor onze personen met een handicap. Dank u wel.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Mevrouw De Martelaer, allereerst mijn excuses dat ik uw vraagstelling niet heb kunnen meemaken, maar ik zat in een andere commissie. Ik heb het antwoord wel gevolgd. Ik begrijp de vragen over deze kwestie zeker wel. Ik denk dat we daar niet blind voor mogen zijn. De huurprijs voor een sociale woning voor ouders met een inwonende zoon of dochter met een handicap is vanaf 1 januari gestegen. Zoals terecht wordt aangehaald, is het risico op armoede bij mensen met een beperking of hun ouders al dubbel zo groot als bij andere mensen. Dat is onlangs nog aangetoond in een studie van een professor van de KU Leuven, onder andere.

We moeten er als overheid inderdaad alles aan doen om ervoor te zorgen dat de steun voor mensen met een beperking voldoende is. Je hebt er die zelfstandig een menswaardig leven kunnen leiden, die ook kunnen terugvallen op een sterk sociaal netwerk van familie, vrienden et cetera, maar je hebt er ook veel die in een sociaal kwetsbare positie zitten en die niet kunnen rekenen op dat sterk netwerk.

Als je een sociale woning huurt en daarvoor op jaarbasis om en bij de 2000 euro extra moet betalen, dreigt inderdaad het risico op armoede verder te vergroten. Dat is natuurlijk een ferme domper voor mensen die in die situatie zitten. Daarom is het een goede zaak, vooraleer we allemaal roepen dat het onheil en kwel is, dat we die zaak deftig evalueren. Minister Diependaele heeft in de plenaire vergadering aangegeven dat hij dat zal doen. Ik wacht die evaluatie rustig af. Mijnheer Veys, u hebt absoluut gelijk dat we ons moeten baseren op ‘evidence based policies’. Ik stel voor dat we de evaluatie afwachten en op basis daarvan bekijken wat de risico’s op armoedestijging zijn. Op basis daarvan moeten we als bestuurders ageren, we moeten niet op voorhand de grote trom bovenhalen. Ik begrijp zeker de bezorgdheid. Wij zullen dat vanuit onze fractie met aandacht en actie opvolgen.

Mevrouw Van der Vloet heeft het woord.

Er worden hier inderdaad heel wat zaken door elkaar gehaald. De inkomensvervangende tegemoetkoming zit federaal. Ik hoop dat jullie dat gevolgd hebben, maar vorige legislatuur, onder het beleid van staatssecretaris Zuhal Demir, werd de IVT verhoogd. Dat was al lang niet meer gebeurd. Zijn we er? Neen, we zijn er nog niet. We zullen daarin nog altijd stappen moeten zetten, zeker in het kader van armoede. Maar dat is een federaal stuk. Dat moet verder worden bekeken.

De ministers Beke en Diependaele hebben aangekondigd dat er op het eind van de maand een evaluatie komt. Laten we die alstublieft eerst afwachten. Laten we bekijken wat daaruit komt en wat we daar verder mee zullen doen, om daarna mogelijk nog de discussie aan te vatten. Het zal zich vooral in de commissie Wonen afspelen. We moeten eerst die evaluatie afwachten en daarna verdere conclusies trekken.

Mevrouw Jans heeft het woord.

De socialehuurprijsvoorziening is al het onderwerp van heel wat vragen geweest en ook van een debat met de bevoegde minister, minister Diependaele. Hij heeft in de plenaire vergadering heel duidelijk aangegeven dat hij openstaat voor een evaluatie van de eerste effecten van dit systeem, heel specifiek met het oog op mensen met een handicap. Ik vond dat een heel vertrouwenwekkend signaal en stel dan ook voor dat we die evaluatie afwachten die, zoals de minister al in zijn antwoord aangaf, reeds op het eind van deze maand komt. Dan kunnen we bekijken waar we ten voordele van een bekommernis die we allemaal delen eventueel kunnen bijsturen vanuit het beleidsdomein Wonen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, hierover is al bijzonder veel gezegd en het laatste woord zal daarover vandaag nog niet gezegd zijn. Er is een evaluatie aangekondigd van een beslissing die door de vorige Vlaamse Regering werd genomen. Men vraagt mij: ‘Waarom hebt u, mijnheer Beke, hierop geen armoedetoets gedaan?’ Wel, dat is een beslissing van de vorige Vlaamse Regering, gesteund door het vorige Vlaams Parlement, met ook de evaluatie.

Minister Diependaele heeft beslist en aangekondigd dat er een evaluatie komt. Hij heeft heel specifiek in zijn evaluatie naar deze problematiek verwezen. Wij zullen samen met hem die evaluatie maken en bekijken wat daaruit voortkomt. Ik ben absoluut niet ongevoelig voor de argumenten die hier naar voren zijn gebracht, integendeel. Dat heb ik zelf ook al aangegeven ten aanzien van minister Diependaele. We zullen dat op een goede manier doen en dan komen we daarmee terug naar hier.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Ik ben mij ervan bewust dat ik in de commissie Welzijn zit en niet in de commissie Wonen. Minister, ik heb ook heel bewust deze vraag gesteld aan u, als minister van Armoede. Ik wil even het concrete feit van de stijging van de sociale huurprijzen opzijzetten. Ik voel mij ontzettend ongerust over de toekomst. U hebt in uw beleidsplan wel geschreven dat u dat in het kader van de bespreking van de beleids- en begrotingsbesprekingen intern in de Vlaamse Regering zult afspreken en met elkaar zult aftoetsen. Kan ik erop rekenen dat ik volgende maand hier niet opnieuw met een ander dossier moet zitten van een andere collega van u, en dat u mij dan zult antwoorden dat u dat inderdaad op voorhand hebt besproken?

Minister Wouter Beke

Ik zal met een concreet voorstel inzake het proces en de procedure naar de Vlaamse Regering stappen. Als coördinerend minister zal ik de andere ministers op de armoedetoets in de algemene betekenis wijzen. Ik zal naar de Vlaamse Regering stappen om wat we hebben afgesproken ook te kunnen uitvoeren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.