U bent hier

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, ik heb een vraag over minimale of maximale parkeernormen. De voorbije jaren is wat dat betreft een zekere trendbreuk aan het optreden. Deze vraag is er gekomen naar aanleiding van een aantal stellingen van ontwikkelaars in verband met de parkeernormen in onze Vlaamse steden en gemeenten.

Het is afhankelijk van kern tot kern, maar zeker in stedelijke kernen heeft die parkeernorm geen positief effect meer. Heel wat ontwikkelaars worden geconfronteerd met het feit dat die norm wordt opgelegd en dat ze achteraf niet meer van die parkeerplaatsen af geraken. Ze kunnen ze niet meer verkopen omdat heel wat mensen, zeker met de verdichting in onze stedelijke kernen, dichter bij stations en haltes van het openbaar vervoer wonen en dat ook het fenomeen van deelauto's opgang maakt. Dat wil zeggen dat ze minder plaats nodig hebben. Anderzijds zien we, misschien in wat minder stedelijke kernen waar men ook een verdichting van de kern toepast, dat daar nog heel wat wagens in het straatbeeld opduiken, wat natuurlijk soms wat ergernis teweegbrengt, en ook een negatieve impact heeft op de verkeersveiligheid, en ook op de kwaliteit van het openbaar domein.

De oplossing is een beetje pragmatiek te brengen in deze zaak. Men spreekt over, en dat doet ook de  architectenorganisatie, ‘slimme parkeernormen’ – niet over slimme kilometerheffing, dat is taboe, maar over slimme parkeernormen – om deze problematiek te bekijken met een zeker pragmatisme, met gezond verstand en de enge autoparkeernormen ook afhankelijk te maken van deelwagens of fietsenstallingen.

In heel wat lokale besturen leeft die discussie. In mijn eigen gemeente gaan we dat ook bekijken in ons beleidsplan Ruimte. Het is misschien ook goed om vanuit het Vlaamse niveau, niet betuttelend op te treden, maar toch misschien een context te geven en aan begeleiding te doen.

Minister, hoe staat u tegenover die evolutie in de parkeernormen? Bent u van plan om een initiatief te nemen om daar een onderzoek naar te doen en dat te evalueren? Bent u van plan dat onderzoek finaal te laten uitmonden in een soort van basisformat voor een slimme parkeernorm waarin de lokale besturen, afhankelijk van een aantal kenmerken, de zaak op hun maat kunnen finetunen? Dat is dus absoluut geen eenheidsworst, maar het is misschien goed dat elk lokaal bestuur het warm water zelf niet moet uitvinden.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Inderdaad, veel lokale besturen leggen aan projectontwikkelaars op om een bepaald aantal parkeerplaatsen, al dan niet ondergronds, mee te nemen in het project. Dat is terecht. De druk op de parkeerplaatsen in de publieke ruimte is op vele plaatsen hoog. Vaak wordt een dergelijke norm opgelegd met behulp van een stedenbouwkundige verordening.

Ik ben er wel van overtuigd, zoals u aanhaalt in uw vraag, dat die parkeernormen evolueren, rekening houdend met heel wat andere fenomenen. Een algemene verlaging van de norm zou niet het juiste antwoord zijn, maar wel de ‘verslimming’ van de norm. Normen moeten vooral slimmer worden. Een projectontwikkelaar die bijvoorbeeld een intelligent autodeelsysteem verbindt met een project, moet er rekening mee kunnen houden dat dat meetelt voor de parkeernorm. Nieuwe verdichtingsprojecten moeten ook aandacht hebben voor voldoende veilige fietsenstallingen die ook de nieuwere types fietsen aankunnen, zoals speedpedelecs, cargofietsen, enzovoort, alsook voor laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, parkeerplaatsen voor deelwagens, enzovoort. In die zin zal de parkeernorm mee moeten evolueren, rekening houdend met al die nieuwe fenomenen die in de toekomst alleen nog maar zullen toenemen. Een slim lokaal bestuur weegt daarom ook goed af wat de lokale noden zijn en biedt via haar instrumenten ook ruimte voor creativiteit en innovatie.

In eerste instantie lijkt het me niet de taak van het Departement Omgeving om daarin initiatieven te nemen. De lokale besturen zijn het best geplaatst om te weten welke norm het beste is. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), de koepelorganisatie van de lokale besturen, buigt zich ook wel over dit thema.

Ook in verband met de operationalisering van het BRV wordt nagedacht over de instrumenten die nodig zijn om de bouwshift te realiseren. De stedenbouwkundige verordeningen maken daar zeker deel van uit. Ik sluit niet uit dat we inzake de stedenbouwkundige verordeningen in overleg met de VVSG en met de lokale besturen een leertraject opzetten.

Wat dit thema betreft, denk ik dat de lokale besturen op de eerste plaats aan zet zijn. Ze zijn slim genoeg om met die verslimming en met al die nieuwe fenomenen rekening te houden. Ik denk dat zij aan zet zijn om slimme parkeernormen op te stellen.

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik ben blij dat u ook onderkent dat een verslimming nodig is. De lokale besturen moeten dit natuurlijk zelf uitmaken, maar het is niet goed dat lokale besturen het warm water opnieuw moeten uitvinden. Er moet een vorm van synergie of kennisdeling op het niveau van de Vlaamse overheid zijn. Een aantal problematieken kunnen hierin samen aan bod komen. Er zijn kernsteden en kleinere steden, maar ik denk dat de parkeerproblematiek in heel Vlaanderen, afhankelijk van de grootte van de kern, ongeveer dezelfde is.

Mijn suggestie is dan ook niet dat het departement zou opleggen wat de parkeernormen moeten zijn. Het moet absoluut geen eenheidsworst van Antwerpen tot Lo-Reninge worden. Het departement kan wel een basisformat aanduiden en dan aan kennisdeling en synergie werken. Het lokaal bestuur kan dan een keuze op maat maken.

Ik heb net gehoord dat er misschien een leertraject met betrekking tot stedenbouwkundige vergunningen in zit. Ik voel dat de discussie over dit thema binnen heel wat lokale besturen naar boven borrelt. Het hangt ook samen met de noodzakelijke verdichting van onze kernen. We moeten het juiste middel vinden. Dit moet geen enge parkeernorm enkel voor wagens zijn. Zoals daarnet is gezegd, gaat het ook om deelauto’s, om elektrische laadpunten en om fietsenstallingen. Die stallingen moeten voldoende breed zijn en niet enkel dienen voor de simpele fiets van vroeger.

Ik denk aan een zekere vorm van sensibilisering en een format van de Vlaamse overheid. De lokale besturen kunnen daar dan in alle vrijheid en autonomie hun ding mee doen. Ik wil het departement nog aanmoedigen om een tool ter beschikking te stellen van onze lokale besturen.

Mevrouw De Coninck heeft het woord.

Voorzitter, de vraag om uitleg over de parkeernormen, het in de Standaard verschenen artikel en de reactie daarop van het Netwerk Architecten Vlaanderen (NAV) zijn zeer interessant. Het uitgangspunt moet sowieso zijn dat de bijkomende parkeerbehoeften ten gevolge van ontwikkelingen op bepaalde plaatsen in die ontwikkeling zelf worden opgelost en niet op het openbaar domein worden afgewenteld. De druk op het openbaar domein is net de reden waarom de parkeerverordeningen zijn ontstaan: om parkeerplaatsen weg te nemen en de leefbaarheid te garanderen. In functie van handelskernen moeten voldoende plaatsen ter beschikking worden gehouden van mensen die horeca- en handelszaken bezoeken.

Minister, ik ben blij dat u over slimme parkeernormen spreekt, want ik denk dat het, zeker voor heel Vlaanderen, echt moeilijk is dit in een verordenend kader te gieten. Zoals al is aangegeven, is het een bijna onhaalbare taak om echt een format voor heel Vlaanderen te maken. Dit is zo gebiedsgericht. Waar is de ontwikkeling? Ligt die ontwikkeling bij een knooppunt van het openbaar vervoer? Voor wie is die ontwikkeling bedoeld? Gaat het om doelgroepwoningen, om jonge gezinnen of om senioren? Zij hebben allemaal een andere parkeerbehoefte.

Ik zou het departement liever zien inzetten op de bepaling van locaties waar ontwikkelingen komen die zo weinig mogelijk parkeerbehoeften genereren, bijvoorbeeld omdat ze aan een knooppunt van het openbaar vervoer liggen. Dat kan, voor alle duidelijkheid, ook in landelijke gemeenten zijn.

En misschien, tot slot: in het regeerakkoord wordt altijd gezegd dat we naar het Noorden moeten kijken. Ik denk dat dat ook op het vlak van ruimtelijke ordening geldt. Nederland is bijvoorbeeld een voorbeeldland. De VVSG kan misschien op lokaal vlak naar voorbeelden in de Nederlandse gemeenten gaan kijken. Ik heb het zelf eens opgezocht. Zij pakken dat heel gedifferentieerd en heel gebiedsgericht aan, om innovatief in te spelen op parkeerbehoeften en daaraan tegemoet te komen in ontwikkelingen.  

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik zal gewoon herhalen wat ik heb gezegd: de lokale besturen zijn het eerst aan zet om werk te maken van die slimme parkeernorm, naargelang de behoefte die er is in een bepaalde wijk of in een bepaald gebied. Vanuit Vlaanderen respecteren we het best die autonomie.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.