U bent hier

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Minister, vanaf 1 januari 2021 geldt in het hele Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Dat moet een oplossing bieden voor de geluidshinder, maar ook voor de luchtvervuiling door het gemotoriseerd verkeer. En het moet vooral zorgen voor meer verkeersveiligheid. Voor het vierde jaar op rij was er immers een stijging van het aantal verkeersdoden in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Ook het aantal ongevallen blijft onrustwekkend hoog, vooral bij zachte weggebruikers. Zones 30 beperken het aantal ongevallen en hun ernst immers aanzienlijk. Zo is er een verschil in stopafstand van 14 meter tussen een wagen die 30 kilometer per uur rijdt en een wagen die 50 kilometer per uur km rijdt.

Ik geef graag het voorbeeld uit mijn eigen stad Brugge, waar reeds in 1992 een groot gedeelte van het wegennet in een zone 30 werd omgezet. We stelden vast dat het aantal ongevallen daar met 25 procent daalde, het aantal ongevallen met fietsers zelfs met 36 procent. Meer recent heeft ook de stad Gent in 2015 gekozen voor een algemene zone 30, wat zorgde voor 27 procent minder ongevallen en 31 procent minder slachtoffers. Als we buiten Vlaanderen kijken, dan blijkt uit een studie in Nederland over 151 zones 30 dat het aantal letselongevallen met 42 procent was afgenomen na invoering van deze maatregel. In Engeland werden in een studie 72 zones 30 bestudeerd. De ongevallen namen er in het algemeen af met 61 procent en de ongevallen met zwaargewonden zelfs met 67 procent. Volgens een Duitse studie over de zone 30 in Hamburg leidde de invoering ervan tot een fikse daling van het totaal aantal ongevallen, namelijk met 20 procent, en van de ongevallen met zwaargewonden zelfs met 25 procent.

Ook op het vlak van geluidshinder blijken zones 30 een efficiënt middel om het globale verkeerslawaai te verminderen. Door de snelheid te verminderen van 50 kilometer per uur naar 30 kilometer per uur daalt het lawaai met 3 tot 4 decibel. Dit stemt overeen met een halvering van het verkeersvolume op de secundaire wegen in stads- en dorpscentra. Op het vlak van verkeersleefbaarheid ten slotte, bieden de zones 30 ook een aantal voordelen. Een snelheidsbeperking biedt de mogelijkheid tot wegvoorzieningen met bredere fiets- en voetpaden, meer groen en meer stadsmeubilair.

Op basis van deze resultaten ben ik van mening dat het een zeer goed idee zou zijn om een veralgemeende zone 30 in te voeren in alle dorps- en stadscentra in Vlaanderen.

Bent u voorstander van een veralgemeende zone 30 over heel Vlaanderen en die stadscentra? Met welke argumenten verdedigt u het behoud van de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur in die dorps- en stadscentra?

Hebt u kennis van studies die inschattingen maken van het effect van een algemene zone 30 in dorps- en stadscentra op het totaal aantal verkeersongevallen en verkeersslachtoffers in Vlaanderen? Zo niet, bent u bereid hiervoor een studie uit te schrijven?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ben ik voorstander van een invoering van een veralgemeende zone 30 in de stads- en dorpscentra? Ik denk dat u vooral in de bebouwde kom bedoelt, want als u vraagt of ik dat voor alle stads- en dorpscentra wens, dan moet ik onmiddellijk negatief antwoorden.

Ik blijf erbij dat de lokale besturen het best geplaatst zijn om te bepalen waar er een zone 30 of een zone 50 moet zijn en het zijn ook de lokale besturen die de bebouwde kom afbakenen. De lokale besturen kunnen door middel van de verkeersborden F4a en F4b op een heel eenvoudige manier zorgen dat er een zone 30 is. Heel veel lokale besturen doen dat al, zeker in schoolomgevingen en dergelijke. Maar om nu zonder meer te zeggen dat elke dorps- of stadskern een zone 30 zou moeten hebben, dat is moeilijk.

Ik verwijs naar mijn eigen omgeving. Daar gaat een gewestweg, met twee rijvakken in elke richting, door de dorpskern. Als ik daar een zone 30 zou moeten invoeren, dan vrees ik dat er nog heel wat meer congestie gecreëerd zal worden. Ik hoor de voorzitter hier al zuchten, als dat zou gebeuren, maar dat zou heel wat extra congestie creëren en ik denk dat dat daar geen optie is. Opnieuw, ik denk dat elke specifieke locatie onderzocht moet worden en dat het vooral aan de lokale besturen is om te kijken wat de beste situatie is om welbepaalde snelheidslimieten in te voeren in dorps- of stadskernen.

En wat de bebouwde kom betreft: ook daar is het aan de lokale besturen om die af te bakenen zoals zij dat wensen. Vandaag de dag heb ik niet onmiddellijk specifieke vragen ontvangen van lokale besturen om alle bebouwde kommen om te vormen tot een zone 30. Ook daar zijn het opnieuw de lokale besturen die de beste afweging kunnen maken.

Heb ik kennis van de studies die een inschatting maken van een veralgemeende zone 30? Ik moet u meegeven dat er al heel veel onderzoek is gevoerd naar maatregelen op het vlak van snelheidsreductie. We hebben het daarstraks ook al gehad over het verhaal van de 100, 90 of 80 kilometer per uur. Nu, er zijn sowieso ook al heel wat evaluaties geweest, zoals bijvoorbeeld in Gent. Dat kan zeker leiden tot positieve resultaten en dat kunnen we alleen maar toejuichen.

Maar ik herhaal dat het van het grootste belang is dat de lokale besturen dienaangaande bekijken welke ingrepen op welke locaties voor de meeste verkeersveiligheid zorgen. Zonder meer overal een beperking van 30 kilometer per uur doorvoeren, heeft als dusdanig niet zoveel effect, als er niet voldoende handhaving is, of als de ‘mental shift’ bij de autobestuurders er niet komt.

Wat dat betreft denk ik dat lokale besturen het best zijn geplaatst om te oordelen waar 30 kan, en waar 50 kan. Straks kunnen zij met ons GAS-boetereglement (gemeentelijke administratieve sanctie) ook de beste afweging maken over waar er moet worden gehandhaafd. Waar moet er ten volle worden ingezet op handhaving? Want dat zal niet overal mogelijk zijn. Waar willen ze prioriteit geven aan handhaving en waar willen ze welke snelheidslimieten opleggen?

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Minister, ik denk dat we hier niet op dezelfde lijn zitten, want ik vind het eigenlijk gevaarlijk om zo’n belangrijk thema als verkeersveiligheid aan de lokale besturen over te laten. Ik ken heel veel mooie en goede voorbeelden, maar ik ken ook burgemeesters die heel erg houden van heel snel rijden. En die trekken dat dan ook door in hun gemeentebeleid.

We hebben gezien dat ook het toelaten van vrachtwagens rond scholen aan de lokale besturen wordt overgelaten. Het is pas als er zich zeer zware ongevallen voordoen, waarbij doden vallen, dat het lokaal bestuur eindelijk wil en zal ingrijpen.

Ik stelde die vraag omtrent die studies, omdat ik pertinent zeker ben dat elke studie aantoont dat trager rijden leidt tot meer verkeersveiligheid en tot minder ongevallen. De mentaliteit zit inderdaad niet altijd goed, maar dan moeten wij als overheid zorgen dat we dat overrulen.

En wat handhaving betreft: dat is eigenlijk ook een verantwoordelijkheid van de lokale besturen, maar we kunnen dat toch een beetje sturen in de richting van meer verkeersveiligheid?

Mevrouw Ryheul heeft het woord.

Minister, collega’s, ook in groot-Kortrijk is de zone 30 heel recentelijk uitgebreid met 55 straten. Dat betekent dat bijna 80 procent van de 1212 straten ofwel deels, ofwel volledig tot de zone 30 behoren. Dat de installatie van een zone 30 gunstige neveneffecten heeft op de levenskwaliteit en een positieve impact heeft op de verkeersveiligheid, de luchtkwaliteit en de geluidsoverlast, stellen wij niet in vraag. Ook de cijfers omtrent de daling van het aantal ongevallen zijn klaar en duidelijk.

Oorspronkelijk was de zone 30 door de wetgever bedoeld voor risicovolle plaatsen, maar als straks in alle stads- en dorpscentra een zone 30 wordt ingevoerd, doe je volgens ons aan ‘overshooting’. Dan is dat van het goede te veel.

We vinden een veralgemening van die zone 30 dus helemaal geen goed idee. Voor ons moet er niet altijd en overal een zone 30 worden geïmplementeerd, maar moeten ze wel heel gericht komen in schoolomgevingen, aangekondigd met variabele borden rond de schooltijden. Ik verwijs voor een uitbreiding van de invoering ook graag naar de lijst van de zwarte kruispunten, die onlangs werd gepubliceerd.

Als er naast de 55 zone 30-straten ook nog eens 74 fietsstraten worden geopend in je stad, is het voor de automobilist zelfs een hele uitdaging om die 30 kilometer per uur te halen. Maar dat terzijde.

Minister, begrijp mij niet verkeerd. Ook wij zijn absoluut voorstander van optimale verkeersveiligheid en we hopen dat er zo weinig mogelijk verkeersslachtoffers vallen. In het kader van deze vraag wil ik graag even een andere studie van Vias institute aankaarten en hen bijtreden. Die studie toont namelijk aan dat bijna zes op de tien Belgen vindt dat de zones 30 slecht zijn aangeduid in Vlaanderen. Er moeten dus meer middelen en meer mensen worden geconcentreerd rond schoolomgevingen en schooltijden. Wij pleiten voor meer gemachtigde opzichters en agenten op oversteekplaatsen. We willen ook dat de invoering van elke zone 30 gekoppeld wordt aan infrastructurele verkeersremmende maatregelen, die je snelheid naar beneden halen. Denk hierbij aan verkeersdrempels, verkeershindernissen en andere slimme ingrepen.

Ten slotte, minister, mag het met de veralgemening van de zone 30 absoluut niet de bedoeling zijn dat lokale besturen een extra mogelijkheid hebben om de gemeentekas te spijzen, wanneer straks ook gemeenten voor beperkte snelheidsovertredingen GAS-boetes kunnen uitschrijven.

Mevrouw Lambrecht, u zegt dat er ook burgemeesters zijn die wel houden van hardrijden. Ik ben het niet met u eens. Mijn partij is de grootste leverancier van burgemeesters in Vlaanderen en wij hebben enorm veel positieve reacties gekregen op het regeerakkoord waarin de mogelijkheid tot handhaving van zone 30 en zone 50 is opgenomen. Daarover gaat het. Je kunt wel borden zetten, maar uiteindelijk moet je het ook kunnen handhaven dat er ook 30 en 50 kilometer per uur wordt gereden. Als er niet wordt gehandhaafd, brengen die borden niets bij.

Dit regeerakkoord is een enorme stap vooruit en geeft gemeenten de mogelijkheid om GAS-boetes te innen op de gemeentelijke wegen in de dorpscentra. Geen twee van die wegen zijn hetzelfde. De lokale besturen kunnen goed inschatten welke snelheid daar moet worden aangehouden. Minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de mogelijkheid om die GAS-boetes te innen in zone 30 en zone 50?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel, collega’s, voor alle bijkomende vragen.

Mevrouw Lambrecht, ik heb wel alle vertrouwen in het de lokale besturen. U haalt zelf de voorbeelden Gent en Brugge aan. Ik hoor ook het voorbeeld Kortrijk. De lokale besturen zijn wel degelijk goed geplaatst om de beoordeling te maken waar 30 per uur moet en waar 50 per uur.

U zegt dat tal van studies aantonen dat trager rijden leidt tot minder ongevallen. Daar kan ik best in komen. Je kunt natuurlijk ook zeggen dat als we allemaal stil blijven staan, er geen enkel verkeersongeval gebeurt. We moeten ons natuurlijk nog wel kunnen verplaatsen. Ik denk dat de lokale besturen het best geplaatst zijn om een standpunt in te nemen over de snelheidsregimes.

Mevrouw Ryheul, u pleit voor meer gemachtigde opzichters en meer verkeersdrempels en voor verkeersdrempels en infrastructuur en dergelijke meer. Ook daar zijn vooral de lokale besturen voor bevoegd. Bijkomend wil ik in herinnering brengen dat wij ook dit jaar opnieuw een bedrag van 10 miljoen euro ter beschikking hebben voor de herinrichting van schoolomgevingen, om daar te zorgen voor meer veiligheid. Dat kan een zone 30 zijn, maar dat kunnen ook verkeersdrempels of bepaalde voetgangers- of fietszones zijn. Daar komen we dus wel aan tegemoet.

Mijnheer Ceyssens, we kijken allemaal uit naar het systeem van de GAS-boetes. Niet om er zoveel mogelijk uit te schrijven, maar om zoveel mogelijk een stok achter de deur te hebben. Ik kan u zeggen dat het verzameldecreet in een finale fase zit. Daarin willen we de passages opnemen die nodig zijn om de GAS-boetereglementering aan te passen en zodoende daar zo snel mogelijk werk van te kunnen maken, zodat de lokale besturen daar ook mee verder kunnen. Ik kan nog niet exact zeggen wanneer dat verzameldecreet er zal zijn, maar we zijn er volop mee bezig. Het gaat nu naar de Inspectie van Financiën voor het begrotingsakkoord, en dan naar de regering voor de principiële goedkeuring. En dan naar de Raad van State. We zijn ermee bezig.

Minister, dan durf ik te hopen dat, als alles meezit, we voor de krokusvakantie een eerste goedkeuring mogen verwachten. We kijken er in dit parlement alleszins reikhalzend naar uit.

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Uiteraard wil ik niet dat we allemaal stilstaan. Deze discussie gaat over tijdwinst versus verkeersveiligheid in bebouwde kommen, waar ook fietsers rijden. Een zone 30 en handhaven: dat moet samen kunnen gaan. Als dat niet gebeurt, zijn de dingen niet in orde. Maar die twee gaan perfect samen. Er zijn te veel verkeersslachtoffers. We gaan iets moeten doen. Ook al kost elke maatregel om dat naar beneden te krijgen ons een paar minuten per dag: ik denk niet dat dat een grote prijs is.

Men zegt dat het moeilijk is om aan te duiden waar er zone 30 is en waar niet. Wel, als je overal een zone 30 hebt, is het aanduiden niet moeilijk want dan weet men dat het overal is. 

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.