U bent hier

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Minister-president, uw eerste missie naar het buitenland als minister-president was wellicht niet toevallig naar Den Haag, voor een ontmoeting met uw Nederlandse collega, premier Mark Rutte. In uw beleidsnota Buitenlands Beleid haalt u ook aan dat Nederland de belangrijkste partner is van Vlaanderen en dat u in deze regeerperiode specifiek wenst in te zetten op het verder versterken van de culturele en taalkundige band tussen Vlaanderen en Nederland. U verwijst daarbij ook naar de rol van de Nederlandse Taalunie.

Volgens het verslag dat over die ontmoeting geagendeerd werd op de ministerraad van 25 oktober, werden naast die culturele en taalkundige onderwerpen ook nog een aantal andere onderwerpen aangesneden. Ik lees in het verslag dat u over zeer diverse topics gesproken hebt, waaronder de grensoverschrijdende samenwerking, de brexit, integratie, het Europees meerjarig financieel kader, het klimaatbeleid en uiteraard ook de Nederlandse Taalunie. Op de culturele samenwerking met Nederland komen we zeker nog terug in de commissie Cultuur.

U drukte ook de wens uit om de Vlaams-Nederlandse handelsmissies verder te zetten, wat door uw collega uit Nederland positief werd beantwoord. Ook economische samenwerking met Nederland is voor u prioritair, en dat is heel terecht. Premier Rutte gaf mee dat hij “wil kijken naar oplossingen voor alle vraagstukken die Vlaanderen en Nederland nog beter kunnen laten samenwerken”.

Ik heb voor u de volgende vragen, minister-president. Kunt u nadere toelichting geven bij de diverse thema’s die aan bod zijn gekomen tijdens uw ontmoeting met premier Rutte? Welke andere prioritaire domeinen ziet u nog voor een verdere samenwerking met Nederland? Kunt u verduidelijken wat minister Rutte specifiek bedoelde met die concrete vraagstukken? Zijn er ook al concrete oplossingen in het vooruitzicht?

Verder werd ook nog overeengekomen om in 2020 een nieuwe Vlaams-Nederlandse top te organiseren. Die top zou in Vlaanderen plaatsvinden. Kunt u daarover al een kleine tip van de sluier lichten? Hebt u daarvoor al een concrete datum en eventueel locatie voor ogen? Welke onderwerpen zullen op die top aan bod moeten komen?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw Coudyser, ik heb al een schriftelijk antwoord gegeven op een soortgelijke schriftelijke vraag, namelijk vraag 8 van 18 oktober 2019. Mijn bezoek bij de heer Rutte dateert namelijk al van enkele maanden geleden. Het betrof een kennismakingsbezoek, ter bevestiging van de uitstekende relaties die er bestaan tussen Vlaanderen en Nederland. Het was ook mijn eerste buitenlandse bezoek als minister-president van de Vlaamse Regering.

De ontmoeting met de Nederlandse minister-president bestond enerzijds uit een bilateraal gesprek en anderzijds uit een werkdiner. Tijdens dat bilaterale gesprek hebben we gesproken over de recente regeringsvorming aan Vlaamse zijde en ook over het nieuwe Vlaamse regeerakkoord, en over zaken van de internationale actualiteit.

Tijdens het werkdiner, met uitgebreidere Vlaamse en Nederlandse delegaties, werd van gedachten gewisseld over de grote infrastructuur- en mobiliteitswerken in en rond Antwerpen – ik zal niet zeggen dat dat is om de Nederlanders naar de Vogeltjesmarkt te laten komen, maar dat is een belangrijke doelgroep –, met onder andere de Oosterweelverbinding, waarbij onder meer gewezen werd op de moeilijkheid om dergelijke grote investeringen te verzoenen met de strakke Europese begrotingsregels. Nederland werkt daarvoor met een infrastructuurfonds, dat toelaat om investeringen te spreiden en middelen te reserveren voor grote infrastructuurwerken. Ik heb aangegeven dat het realiseren van een dergelijk fonds voor Vlaanderen geen evidentie is, gelet op de hoge Belgische schuldgraad. Vlaanderen wordt door de EU niet beoordeeld als een aparte entiteit, maar in het geheel van een Belgische context, wat begrotings- en schuldgraad betreft. Met een lagere schuldgraad zouden we ook zoiets kunnen doen, maar nu is dat moeilijker.

Daarnaast werd ook van gedachten gewisseld over de Vlaamse intentie om de Nederlandse Taalunie te reactiveren. Een goed startpunt daarbij is de aanstelling van een nieuwe algemeen secretaris voor de Taalunie. Die vindt begin februari 2020 plaats. Ik heb tegenover de Nederlandse collega de ambitie uitgesproken om sterker in te zetten op de internationalisering van het Nederlands.

Op mijn vraag over de totstandkoming van de Nederlandse canon antwoordde minister-president Rutte mij dat de canon voor hem een nuttig en relevant instrument is, met name voor het onderwijs. Hij zei er wel eerlijkheidshalve bij dat hij er in het begin, toen Nederland de werkzaamheden rond de canon opstartte, veeleer sceptisch over was, maar dat hij vandaag een grote voorstander is. De Nederlandse canon werd samengesteld door een commissie van hoogleraren, zonder politieke betrokkenheid.

Ook wisselden we standpunten uit over de noodzaak van een rechten-en-plichtenverhaal voor nieuwkomers. Minister-president Rutte onderstreepte het enorme belang van het leren van de taal en het hebben van een job in het land van aankomst, dus ‘taal en baan’, om snel te integreren. Minister-president Rutte bevestigde ook de idee dat asielzoekers die in Nederland aankomen, moeten beseffen dat ze, en ik citeer, “gedurende een aantal maanden een douche zullen moeten delen”.

Uiteraard hebben we ook gesproken over de gevolgen van de brexit voor de Vlaamse en de Nederlandse economie. Ik heb het parlement daarover al uitgebreid geïnformeerd in het kader van eerdere mondelinge vragen over dit thema. We hebben ook uitgebreid gepraat over het klimaatbeleid, waarbij de Nederlandse minister-president aangaf dat de sleutel tot het krijgen van draagvlak bij de Nederlandse bevolking in het formuleren van haalbaar en betaalbaar beleid lag. Tot slot hebben we ook stilgestaan bij de opkomst van de internetbedrijven en de implicaties daarvan voor de winkels en de verworvenheden van het Vlaams-Nederlandse medialandschap.

Voor de vraag welke andere prioriteiten we zien voor de verdere samenwerking met Nederland, verwijs ik naar het Vlaamse regeerakkoord. Daarin is een uitgebreide paragraaf gewijd aan de samenwerking met Nederland, die in verschillende beleidsdomeinen wordt geëxpliciteerd. Zo zullen we bijvoorbeeld onze blik op Nederland richten wat betreft de integrale jeugdhulp, versterken we onze bilaterale samenwerking met Nederland ter versterking van het Vlaamse en Nederlandse imago, zullen we een Vlaamse strategie uitwerken om de banden met de Noordzee- en de Hanzelanden te versterken, willen we naar analogie met de bestaande praktijk in Nederland de mogelijkheid onderzoeken om te werken met sectorconvenanten op het vlak van een internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen-beleid, gaan we inzetten op de versterking van de samenwerking met Nederland op het vlak van audiovisuele creaties, proberen we naar Nederlands voorbeeld het landschap van de onbevaarbare waterlopen te rationaliseren, zullen we de wetgevende belemmeringen in de grensoverschrijdende samenwerking wegwerken – dat is een masterproject dat momenteel loopt als een rechtstreeks uitvloeisel van de top in Middelburg – en zullen we samenwerken op het vlak van watermanagement en buisleidinginfrastructuur voor het vervoer van CO2.

De concrete timing voor de volgende Vlaams-Nederlandse top werd nog niet vastgelegd. Momenteel wordt er overleg gepleegd tussen mijn kabinet en het secretariaat van minister-president Rutte om een geschikte datum te prikken. De onderwerpen zullen de komende maanden zorgvuldig worden bepaald en voorbereid op ambtelijk niveau, onder meer op 18 maart, tijdens het bilaterale overleg van de Nederlandse en Vlaamse secretarissen-generaal. Daaruit kunt u afleiden dat de Vlaams-Nederlandse top zeker na 18 maart zal plaatsvinden. De datum zal in de volgende weken vastgelegd worden.

Minister-president, ik begrijp hieruit dat we heel wat delen met Nederland en dat we van elkaar kunnen leren. We hebben dezelfde doelstellingen. Met betrekking tot sommige onderwerpen doen ze in Nederland een aantal zaken die wij hier niet doen. We kunnen daar misschien uit putten.

De verschillende thema’s die werden aangehaald tijdens het kennismakingsgesprek, zijn inderdaad de onderwerpen die internationaal belangrijk zijn, zeker voor Vlaanderen. Ik kijk uit naar de verdere concretisering van de samenwerking rond de Noordzee en de Hanzelanden, en hoe wij samen dat Vlaams-Nederlands imago concreet kunnen versterken.

Wat de Vlaams-Nederlandse top in 2020 betreft, zullen we na 18 maart eens bekijken welke onderwerpen er op het ambtelijke niveau al werden voorbereid. Dan zullen we de datum kennen van die top, die ons zeker nog dichter bij elkaar zal brengen.

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister-president, u weet dat de samenwerking met Nederland mij bovenmatig interesseert omdat ik lang actief ben geweest en nog ben in het Beneluxparlement. Een van de zaken die in Nederland bovenaan op de agenda staat, is de ontwikkeling van zaken rond waterstof. Nederland werd geconfronteerd met de stopzetting van de gasontginning. Zijn er plannen om met Nederland rond innovatie en heel specifiek rond de ontwikkeling van waterstof samen te werken? Wij hebben toch een aantal Vlaamse bedrijven die daar mee aan de top staan.

Dan is er de situatie rond de estuaire vaart. Volgens het regeerakkoord ijvert de Vlaamse Regering samen met Nederland voor het versoepelen van de voorwaarden voor het varen met binnenschepen voor de kust. Dat zou de ontsluiting van de haven van Zeebrugge sterk stimuleren. Niet dat ik met andere havens van dit land niet wil samenwerken, maar is het de bedoeling om dit bij een volgend bezoek nog eens ter sprake te brengen?

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Tommelein, op uw eerste vraag heb ik al geantwoord in mijn antwoord op de vraag van mevrouw Coudyser. Het is inderdaad de intentie om samen te werken op het vlak van watermanagement en buisleidinginfrastructuur voor het vervoer van CO2 en waterstof. ‘Repetitio est mater studiorum.’

De estuaire vaart en dergelijke toestanden vormen inderdaad een interessant agendapunt voor een nieuwe Vlaams-Nederlandse top. Dat is tijdens de eerste ontmoeting niet ter sprake gekomen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.