U bent hier

Commissievergadering

donderdag 9 januari 2020, 13.55u

Voorzitter

De heer De Witte heeft het woord.

Minister, net voor het kerstreces kregen we te horen dat de steinerscholen hun eindtermen voor de eerste graad van het secundair onderwijs niet mogen gebruiken. De aangepaste minimumdoelen die zij indienden, werden afgewezen door de Vlaamse Regering.

Al sinds de jaren 1990, na een arrest van het Grondwettelijk Hof, gebruiken de steinerscholen eigen eindtermen. Zij dienen die in en die worden dan door de onderwijsinspectie en een expertcommissie beoordeeld. Dat hebben zij ondertussen twaalf keren gedaan. Dat heeft weinig problemen gegeven. Zij hebben dat altijd bijgewerkt na opmerkingen van de inspectie, en dan zijn ze goedgekeurd. Dat is deze, dertiende, keer niet gebeurd. De scholen kregen plots de boodschap dat hun aangepaste eindtermen werden afgewezen.

Volgens de federatie van steinerscholen in Vlaanderen is dit een bedreiging van hun pedagogisch project. Als ze de officiële eindtermen moeten gebruiken voor de eerste graad, blijft er van de steinerpedagogie weinig over, aldus Werner Govaerts van de Federatie Steinerscholen. Ook Johan Lievens, onderwijsjurist aan de KU Leuven, was erg verrast door de beslissing. Hij legt uit: “Een van de kenmerken van het steineronderwijs is net dat er niet per graad wordt gewerkt.” Ze komen via een andere weg tot het behalen van de eindtermen na de derde graad.

Net als in andere methodescholen is dat dus een andere aanpak. De leerlingen doen het doorgaans goed en zelfs beter in het hoger onderwijs. Maar ze leggen een ander traject af. Daarom is het moeilijk om aan het einde van de eerste graad die minimumdoelen al te behalen.

Minister, welke visie zit er achter deze plotse beleidswijziging?

Als ze de officiële eindtermen moeten gebruiken voor de eerste graad, blijft er van hun pedagogie niets over, zeggen zij zelf. Gaat u de nodige ruimte geven aan de steinerscholen om die eindtermen te herwerken, met respect voor hun pedagogisch project?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voor alle duidelijkheid: het is niet alsof ik in mijn alleenheid daarover gewoon een oordeel heb geveld. Ik heb ter zake het advies gevolgd dat men mij heeft voorgeschoteld.

De procedure voor de aanvraag tot gelijkwaardigheid van eindtermen en dus de uitbreidingsdoelen Nederlands, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen is vastgelegd in de Codex Secundair Onderwijs. De aanvraag tot gelijkwaardigheid van vervangende eindtermen en uitbreidingsdoelen Nederlands door de Federatie Steinerscholen is de eerste en voorlopig ook enige aanvraag die gebeurt onder toepassing van de vernieuwde onderwijsdoelen in het kader van het gemoderniseerde secundair onderwijs. De eindtermen van de eerste graad van het secundair onderwijs zijn de eerste set eindtermen in toepassing van het kaderdecreet Onderwijsdoelen, dus van de Codex Secundair Onderwijs.

In de aanvraag van de Federatie Steinerscholen geven zij een vrij uitgebreide inhoudelijke motivering waarom ze die eindtermen niet willen volgen. Ze zeggen dat die onvoldoende ruimte bieden en dat ze onverzoenbaar zijn met de steinerpedagogie.

De redenen die de aanvragers aanhalen, geven natuurlijk geen vrijgeleide om geen eindtermen te hanteren, het statuut van die eindtermen te veranderen of eindtermen te hanteren die niet gelijkwaardig zijn. Het is bovendien ook altijd mogelijk om een eigen pedagogisch project gestalte te geven via de leerplannen. Verschillende vervangende eindtermen die in de aanvraag zitten, hebben trouwens veeleer het karakter van leerplandoelstellingen dan van vervangende eindtermen. De bezorgdheid van onze experts is ook dat de ingediende eindtermen niet tegemoet komen aan de basisvorming, zoals vooropgesteld door de Vlaamse Regering, waardoor er natuurlijke onvoldoende garantie bestaat voor de doorstroming naar de tweede graad. Dat is een deel van het probleem, heb ik begrepen, dat het hier gaat over eindtermen specifiek voor de eerste graad, terwijl zij ook bepaalde elementen willen doceren in latere graden.

De commissie van deskundigen heeft geoordeeld dat explicitering van kennis en/of duidelijke systematiek ontbreekt, waardoor er geen garantie is dat de minimale kenniselementen onderdeel uitmaken van het curriculum. Zowel de commissie van deskundigen als de onderwijsinspectie heeft geoordeeld dat de eindtermen die door de Federatie Steinerscholen ter vervanging naar voren werden geschoven, niet gelijkwaardig zijn. Wij hebben die adviezen gewoon gevolgd, meer niet. Maar ik heb de steinerscholen onmiddellijk de hand gereikt om rond de tafel te gaan zitten. Zij hebben die hand ook aangenomen, om in dialoog te gaan en tot een constructieve oplossing te kunnen komen. Er is vandaag al een eerste overleg geweest. Er wordt een vervolggesprek gepland. We zijn er dus wel mee bezig. Het is niet alsof we daar star in zijn. Maar u snapt ook wel dat er toch enige precedentwaarde is in dezen en dat we natuurlijk wel willen vasthouden aan onder andere de basisvorming en het algemene principe van de eindtermen.

De heer De Witte heeft het woord.

Dank u voor uw antwoord, minister. Ik had inderdaad al gehoord dat er overleg is. Ik verdedig het idee van eindtermen, dus daarover is er geen discussie. Maar zij hebben inderdaad een ander traject om daar te komen. Zij zetten veel meer in op vaardigheden, oplossingsgericht werken, zelfstandig denken et cetera. Ik heb zelf nooit in het steineronderwijs gezeten, maar in de feiten komen zij wel tot goede resultaten. Dat is een feit, dus ik zie niet waarom wij dan de vrijheid van onderwijs gaan beperken als die leerlingen het de facto vaak zelfs beter doen in het hoger onderwijs en zij toch dat traject halen.

U verwees naar het extreme voorbeeld, dat zij zouden zeggen dat ze niet met eindtermen werken. Maar dat is niet de situatie. Zij komen met een plan, maar ze vragen een aantal afwijkingen voor bepaalde kenniselementen – kennis is cruciaal, maar vaardigheden zijn ook cruciaal in ons onderwijs – die zij inhalen in de latere jaren, de tweede en derde graad.

Ik ben blij met uw antwoord. U bent in overleg. Ik hoop wel dat daar een uitkomst uit komt die toelaat om hun pedagogisch project te behouden.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Ik sluit me aan bij collega De Witte, die aangeeft dat steinerscholen hun eigen pedagogie hebben en daar vaak goede resultaten mee halen. Maar het is ook belangrijk dat de aanvraag, die zij trouwens elk jaar indienen en waarop ze al x-aantal keer een positief antwoord hebben gekregen, telkens opnieuw kritisch bekeken wordt. Zij vragen inderdaad om een uitzondering. Het is belangrijk dat dat goed bekeken wordt. Een eigen pedagogisch project hoeft inderdaad niet in de weg te staan van het goed kunnen volgen van die eindtermen.

Wij denken dus dat het een heel belangrijk initiatief is om inderdaad in overleg te gaan en wij verwachten dat het gesprek uiteindelijk tot een positieve oplossing zal leiden voor beide partijen.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik ben ook tevreden dat er een oplossing in de maak lijkt te zijn en dat u een initiatief hebt genomen en de hand hebt gereikt om hier een oplossing voor te vinden. De veelheid en veelkleurigheid van het onderwijslandschap is toch wel belangrijk. Wie meerdere kinderen heeft, beseft dat geen enkel kind hetzelfde is en dat bij sommige kinderen bepaalde pedagogische aanpakken beter werken dan andere. Het Grondwettelijk Hof heeft ook al duidelijk gesteld dat er plaats moet zijn voor de eigenheid van het pedagogisch project van scholen en dat de eindtermen de pedagogische vrijheid niet mogen beperken. Het was toch wel problematisch geweest, als er hier geen oplossing was gevonden. Ik kijk uit naar die oplossing en ik hoop ook dat die niet te lang op zich laat wachten, want natuurlijk moet dat dan nog omgezet worden en moeten die scholen vanaf volgend jaar aan de slag kunnen met de nieuwe eindtermen. De tijd is vrij beperkt en ik hoop dat er een spoedige oplossing in de maak is.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Mijnheer De Witte, u hebt mij tijdens de plenaire vergadering ooit verweten dat ik een voorstander zou zijn van elitescholen, wat ik voor alle duidelijk niet ben, maar die steinerscholen scoren niet alleen goed vanwege hun pedagogiek, maar ook omdat het een speciaal project is waar vooral gegoede en ook – sorry dat ik het moet zeggen – blanke ouders hun kinderen naartoe sturen. Ik wil niet zeggen dat blanke kinderen slimmer zijn, maar als ouders meer met hun kinderen bezig zijn en financieel sterker staan, kunnen dat op zich redenen zijn waarom die kinderen zo goed scoren. Eigenlijk zijn die steinerscholen een vorm van eliteonderwijs.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Die discussie ga ik niet openen met een communist. (Gelach)

Ik denk dat dat een gevoelig argument is.

Als het gaat over de kennis, centreert het debat zich vooral op de vraag hoe je die kennis kunt evalueren en expliciteren. Dat is de kern van het debat dat we momenteel aan het voeren zijn met de mensen van de federatie. Ik hoop dat we daar tot een goed eind komen. Het is alleszins mijn bedoeling om dat te doen.

De heer De Witte heeft het woord.

Ik heb mijn antwoord aan de minister al gegeven en ik zal heel kort repliceren op de tussenkomst van mevrouw Beckers.

Ik ben ermee akkoord dat er in het steineronderwijs een sociale shift plaatsvindt, ook omdat er veel inspanningen gevraagd worden van de ouders, niet financieel, maar op het vlak van hulp in de scholen – dat is meestal hetzelfde. Er zal een zekere correlatie zijn met de hogere en/of lagere resultaten, maar dat neemt niet weg dat de resultaten er zijn. Wij zijn helemaal niet tegen de vrijheid van onderwijs, maar wel tegen een verdere elitarisering van ons onderwijs, tegen wat er komt als er op heel wat onderdelen bespaard wordt, waardoor de schoolfactuur kan stijgen, en tegen de afschaffing van de dubbele contingentering. Dat zijn allemaal zaken die leiden tot een verdere elitarisering aan de ene kant en meer zwarte scholen aan de andere kant. Dat is echter een heel ander debat.

Ik dank u, minister, voor uw antwoord.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.