U bent hier

De heer Laeremans heeft het woord.

Op dinsdag 3 december maakte de minister na de rampzalige PISA-resultaten (Programme for International Student Assessment), onder andere inzake het leesniveau, bekend dat hij OESO-onderwijsexpert (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) Dirk Van Damme heeft gevraagd om een expertengroep samen te stellen. Die zal de leesvaardigheid binnen de Vlaamse scholen en het bijhorende beleid screenen en maatregelen voorstellen om de neerwaartse trend weer om te buigen.

Zoals verwacht kwamen er op deze beslissing tal van reacties binnen van deskundigen op het vlak van leesvaardigheid. Ik geef een paar voorbeelden: er kwamen onder andere reacties binnen van professor Kris Van den Branden, directeur van het Centrum voor Taal en Onderwijs aan de KU Leuven, in De Standaard op 7 december, en van Sylvie Dhaene, directeur van Iedereen Leest, in De Standaard op 10 december. Zij wijzen erop dat er omtrent leesvaardigheid en leesbeleid recent nog maar tal van studies zijn verschenen. Zo is er het eindrapport van de Nederlands-Vlaamse Taalunie en de Taalraad, het rapport van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en een rapport van onderzoekers aan de KU Leuven. Die studies zijn allemaal nog maar verschenen in de zomer van 2019 als een antwoord op de eerdere tegenvallende PIRLS-resultaten (Progress in International Reading Literacy Study) voor begrijpend lezen in het basisonderwijs.

In november 2019 vond dan ook nog een studiedag plaats van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS) met onder andere vertegenwoordigers van de Taalraad en de Vlor, die hun licht over de kwestie lieten schijnen. De bovengenoemde deskundigen stellen dat de hierin voorgestelde adviezen tot concrete maatregelen en didactische sleutels afdoende zijn om meteen tot actie over te gaan en in beleid om te vormen. Zij vinden dat een extra studie, zoals door u voorgesteld, minister, alleen nog meer tijdverlies zou betekenen en dringen erop aan nu meteen werk te maken van een Vlaams leesbeleid op basis van de reeds bestaande studies. Ook verwijzen ze naar de krachtige National Literacy Strategy, het nationale leesbeleid in Ierland, dat afgaande op de PISA-resultaten zijn nut wel degelijk heeft bewezen. Wat doen ze in Ierland? Zij maken een half uur per dag vrij voor minimumnormen inzake leesvaardigheid.

Wij stellen echter vast, minister, dat u nog een extra studieronde inlast, die op haar beurt opnieuw tot aanbevelingen zal leiden, wat weer voor extra vertraging zal zorgen in de urgente kwestie van het tanende leesniveau bij onze Vlaamse jongeren. Mogelijk moeten we wachten tot 2021 om effectief verandering in het beleid te zien. Dan verliezen we weer anderhalf schooljaar.

Hoe evalueert u de bovengenoemde studies over leesdidactiek? Vindt u die goed of net niet? Gaat u die studies gebruiken bij de opmaak en implementering van het beleid inzake leesvaardigheid?

Acht u het noodzakelijk om uw aangekondigde nieuwe studieronde onder leiding van Dirk Van Damme af te wachten, alvorens over te gaan tot concrete beleidsmaatregelen inzake leesdidactiek en leesbeleid?Indien deze nieuwe studieronde wordt uitgevoerd, kunt u een geplande timing geven van de uitvoering van dat onderzoek onder leiding van Dirk Van Damme?

Moet er in Vlaanderen, naar het voorbeeld van Ierland, werk gemaakt worden van een nationaal – of liever, Vlaams – leesbeleidsprogramma, van een Vlaamse geletterdheidsstrategie met andere woorden?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Eerst even dit, mevrouw Beckers: ik besef nu pas dat ik in mijn zes jaar in het lager onderwijs nooit les heb gekregen van een vrouwelijke leerkracht. Ook als je dus enkel les hebt gekregen van mannelijke leerkrachten, kan het nog grondig fout lopen. (Gelach)

Wat het lezen betreft, zijn de vaststellingen natuurlijk wel straf. In de jaren dat we gebruik maken van PISA en PIRLS, is er tussen 2006 en 2016 geen enkel onderwijssysteem dat een grotere daling kende dan het Vlaamse.

Wat hebben we reeds ondernomen? Eén, we hebben in de schoot van de Nederlandse Taalunie een Nederlands-Vlaamse Taalraad opgericht die een actieplan begrijpend lezen heeft uitgewerkt. Twee, de PIRLS-toets van 2016 werd in Vlaanderen opnieuw afgenomen in 2018. Men ging ervan uit dat dat ongetwijfeld betere resultaten zou opleveren en dat men de leerwinst tussen het vierde en het zesde leerjaar zou kunnen noteren. Maar die cijfers vielen nogal tegen. Drie, op de resultaten van PIRLS 2016 heeft men ook een aantal secundaire analyses gemaakt. Dat leidde tot een tweede rapport dat ons meer inzicht heeft gegeven in de factoren die wel of geen impact hadden op het peilingsonderzoek en op de dalende leerprestaties.

We nemen lopende onderzoeken mee om tot betere inzichten en ook instrumenten te komen. Dus ja, ik ga deze resultaten zeker gebruiken om mee aan de slag te gaan. U kent de beleidskeuzes die we hebben gemaakt: een scherpere focus op Nederlands in het onderwijs, te beginnen vanaf de kleuterklas; aangescherpte eindtermen, met focus op  wiskunde en Nederlands, in de eerste, tweede en derde graad; het voorzien van Vlaanderenbrede proeven die de leerwinst in kaart moeten brengen.

Ik heb Dirk Van Damme gevraagd om een internationaal team van experten samen te brengen die mij beleidsaanbevelingen overmaken. Het is niet de bedoeling dat enkel buitenlanders deel uitmaken van dat team, maar het moeten alleszins experten zijn. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier dus niet over een nieuwe studieronde. Het gaat over de onderwijskwaliteit in zijn algemeenheid, waarvan het leesonderwijs slechts een deel is. De problematiek van de dalende kwaliteit is ruimer dan dat.

Ik verwacht dan ook geen wetenschappelijk rapport, wel beleidsaanbevelingen waarmee wij aan de slag kunnen gaan. Ik verwacht de aanbevelingen tegen het najaar van 2020. Ik heb ondertussen een nieuwe afspraak gemaakt met hem. Die afspraak vindt volgende week of de week nadien plaats, op grond van een concreet werkschema.

Voor wat het begrijpend lezen betreft, is het inderdaad zo dat we daar niet op moeten wachten, en dat we dus al verder gaan met de beleidsmaatregelen die in de beleidsnota staan en met het Taalactieplan, waarnaar u ook verwees.

Ierland haalde inderdaad goede resultaten in PISA 2018. Dat kan ongetwijfeld in belangrijke mate worden verklaard door hun tienjarige National Strategy on Literacy and Numeracy for Learning and Life, die sinds 2009 loopt. 

De pijlers van die strategie vinden we ook terug in de speerpunten die wij naar voren hebben geschoven: een focus op het Nederlands – ginder op het Engels –, met het aanscherpen van de onderwijsdoelen voor de moedertaal; het inzetten op de professionalisering van leraren en meer specifiek de vakdidactische expertise op het vlak van begrijpend lezen; het invoeren van regelmatige gestandaardiseerde testen. Dat zijn de elementen die ook wij naar voren schuiven als belangrijke speerpunten en die we ook hebben vervat in een engagement, samen met de onderwijsverstrekkers. Dat zijn belangrijke elementen, waarvoor we uiteindelijk ook de mosterd zijn gaan halen in Ierland.

Samen met de aanbevelingen die voortkomen uit de Taalraad en de aanbevelingen die we verwachten van de expertengroep rond Dirk Van Damme, denk ik dat we een stevige basis hebben om de ommekeer in te zetten aangaande de dalende leerprestaties voor begrijpend lezen.

De heer Laeremans heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Dat zijn toch al een aantal positieve elementen, waar we zeker kunnen achterstaan. Ik begrijp dat u dus niet zult wachten tot 2021. Maar ik mis toch nog iets om volgend schooljaar mee aan de slag te kunnen gaan, iets dat men op poten zet voor de lagere scholen. Want we moeten dáár beginnen. Het is dáár dat het misloopt en dat er te weinig leestijd is – dat is al vaak aangetoond. De leestijd voor onze leerlingen is sterk gedaald. In Ierland heeft men het over minstens een halfuur per dag. Dat lijkt mij toch wel een minimum. Misschien moeten we iets concreter naar die lagere scholen toe, een initiatief nemen. Dat hoeft niet te zwaar of te groot zijn, maar kan die leerlingen aansporen om het beter te doen. Jullie hebben dat ook gezegd: “Plus est en vous.” 

Laat ons misschien toch beginnen met de gasten die nu in de lagere school zitten te motiveren, door te zeggen dat we tegen de volgende PISA-test beter willen scoren. Misschien kunnen we iets concreets meegeven, en eventueel in een aantal prijzen voorzien, of iets dergelijks. Want anders vrees ik dat we tegen volgend schooljaar nog niet direct gestart zullen zijn.

Er zijn dan wel de aangescherpte eindtermen, er is de focus op het Nederlands, en er zijn die testen die in de pipeline zitten – al weten we nog niet voor wanneer dat is –, maar ik hoop toch dat u tegen volgend schooljaar iets concreters kunt voorstellen aan de scholen.

Mevrouw Tavernier heeft het woord.

De resultaten van PISA en PILRS Repeat bewijzen jammer genoeg dat de dalende trend van het niveau begrijpend lezen wordt voortgezet. Maar ze leggen wel de pijnpunten bloot. Zoals collega Daniëls al zei, is het hoog tijd om in alle ernst de hand aan de ploeg te slaan. Ik denk dat het Vlaams regeerakkoord heel wat kapstokken aanreikt om het niveau van de leesvaardigheid bij onze leerlingen bij te sturen – de minister haalde het reeds aan. Ik denk aan het sterk inzetten op de kennis van het Nederlands, het aanscherpen van de eindtermen, en het invoeren  van Vlaanderenbrede proeven om de kwaliteit van het onderwijs te monitoren.

Na de publicatie van de dramatische resultaten is de minister ook meteen in actie geschoten. Hij heeft samengezeten met de koepels, om een overeenstemming te bereiken over deze drie belangrijke doelstellingen. Hieruit kwam een engagementsverklaring voort,  waarin de koepels deze drietrapsraket – het Nederlands, de versterkte eindtermen en de gestandaardiseerde proeven – onderschreven.

Over die wisselwerking met de koepels heb ik twee vragen. Minister, kunt u concreet toelichten op welke wijze de koepels zich willen engageren om de kennis van het Nederlands te versterken? Komt er ook een opvolggesprek met de koepels over die engagementsverklaring? Ik dank u voor uw antwoord.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Er is al heel wat gezegd en geschreven over de PISA-resultaten, we hebben het er hier al een paar keer over gehad. Het is ook zo dat leesbevordering geen zaak is van onderwijs alleen. Zo werd het actieplan ook besproken in de commissie Cultuur van 7 november 2019.  Ik vroeg mij af of er ondertussen ook al met uw collega, de minister van Cultuur, afspraken zijn gemaakt, of acties zijn afgesproken. Over welke acties gaat het dan, en door wie worden die opgepikt?

De OESO-expert Dirk Van Damme verzamelt een aantal mensen rondom zich, en ik was benieuwd naar wie die mensen zijn, en hoe die groep samengesteld is.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Wat de samenstelling betreft, heb ik binnen een tweetal weken een volgende afspraak met de heer Van Damme, maar dan vooral rond een plan van aanpak. Ten tweede denk ik niet dat er ooit een regeerakkoord of beleidsnota is geweest die zo sterk focust op taal, op het Nederlands, als vandaag. En daarbij willen we in eerste instantie de basis aanpakken, namelijk een afdoende kennis van het Nederlands, van bij het prille begin. Daarom ligt de focus ook op die taalscreening die we willen organiseren. Daarbij willen we zelfs in het kleuteronderwijs de focus leggen op het Nederlands. Want dat is de facto ook een taalbad. Daarom willen we ook zo veel mogelijk kinderen naar het kleuteronderwijs lokken. Die laatste procenten moeten we dan ook maximaal overbruggen, om ervoor te zorgen dat we zo veel mogelijk kinderen kunnen onderdompelen in een taalbad in de kleuterklas.

Vervolgens willen we op het einde van die kleuterklas ook zorgen voor een taalscreening, om te verhinderen dat diegenen die een taalachterstand hebben, niet zomaar hun schoolcarrière starten in het lager onderwijs. Want dan hebben die effectief geen gelijke kansen, en dat willen we maximaal vermijden.

Daarnaast leveren we samen met de minister van Cultuur inspanningen. We zitten samen over een leesplan, over leesvaardigheid, over het maximaal stimuleren van een positieve benadering ten aanzien van lezen, zeg maar een imagocampagne. We gaan na welke initiatieven we op dat vlak kunnen uitwerken. Dat is belangrijk.

Het lijkt me de evidentie zelf dat de onderwijsverstrekkers en de koepels die de genomen engagementen onderschrijven, de eerste partners zijn om de onderwijskwaliteit die we met z'n allen nastreven, te verbeteren.

De heer Laeremans heeft het woord.

We staan uiteraard achter al die zaken en ik heb dat ook al gezegd bij de bespreking van de beleidsnota. Mijn vrees is alleen dat we voor de concrete uitwerking nog een schooljaar zullen overslaan en dat het pas vanaf 2021 het geval zal zijn. Daarom stel ik voor dat we iets concreets aan de scholen geven om volgend schooljaar al te starten met het een of ander project, uitgewerkt uiteraard in samenwerking met de koepels, om daar duidelijk werk van te maken in de lagere school. We moeten niet wachten op allerlei adviezen, maar we moeten duidelijk aangeven dat we nu echt van start gaan. Dat is mijn hoop voor volgend jaar.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.