U bent hier

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Voorzitter, uit een recent rapport van de ngo Dokters van de Wereld is gebleken dat de toegang tot zorg bij de meest kwetsbare en onzichtbare inwoners van de EU, waaronder de daklozen, haast onbestaande is. Zo had 82 procent bij het eerste contact met de teams van Dokters van de Wereld geen enkele toegang tot zorg. Uit het rapport komt daarnaast ook een sterke band tussen gezondheid en huisvesting naar voren. Van de personen die op straat leven, bevindt 39 procent zich in een zeer slechte fysieke gezondheid. Bovendien is de vaccinatiegraad bij deze groep laag, wat risico’s voor de gehele bevolking inhoudt.

Om die redenen pleit de ngo ervoor de gezondheidssystemen toegankelijker te maken, het recht op gezondheidszorg niet te ondermijnen en te voorzien in monitoringsinstrumenten om de problematiek op te volgen. Om de toegang tot de gezondheidszorg te vergroten, is het noodzakelijk gegevens over het aantal daklozen te hebben. Er bestaan echter nergens officiële cijfers over het aantal daklozen in Vlaanderen. We hebben enkel zicht op schattingen door verschillende organisaties. In de Europese survey, wellicht het belangrijkste instrument om armoede en sociale uitsluiting nationaal en Europees te meten, worden daklozen niet bevraagd.

Minister, in 2003 werd het aantal dak- en thuislozen in België op 17.000 geschat. Er bestaat echter geen officiële telling. Dakloosheid kent verschillende verschijningsvormen en kan moeilijk worden gedefinieerd. Hoe staat u tegenover de idee om per gemeente een telling van het aantal daklozen te houden? Hoe wilt u ervoor zorgen dat de daklozen in Vlaanderen vlotter toegang tot medische zorgen krijgen?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Voorzitter, het is correct dat er momenteel geen officiële cijfers zijn over het aantal daklozen in België of in Vlaanderen. Daarnaast onderschrijf ik het belang om over gegevens op dit vlak te beschikken om een gefundeerd beleid te kunnen voeren.

Ik weet dat verschillende lokale besturen tijdens een door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en Caritas georganiseerde studiedag hebben aangegeven initiatieven te willen nemen om dak- en thuisloosheid te meten. Die gemeenten willen echter advies en ondersteuning met betrekking tot de mogelijke strategie en denksporen.

In Vlaanderen heeft het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (SWVG) in opdracht van mijn voorganger een onderzoek gevoerd in verband met een nulmeting van de dak- en thuislozenpopulatie in Vlaanderen.

In de periode van 15 januari tot en met 15 februari 2014 zijn 711 volwassenen en 53 kinderen in de winteropvang geregistreerd, en 3019 volwassen en 1675 kinderen zijn geregistreerd in de thuislozenzorg van de centra algemeen welzijnswerk (CAW’s) en de doorgangswoningen van de OCMW’s. 599 werden tijdens de bevragingsperiode met uithuiszetting bedreigd. De onderzoekers geven aan dat de cijfers een onderschatting zijn, zeker wat betreft het aantal mensen die daadwerkelijk op straat leven. Buitenslapers en mensen die in kraakpanden verbleven konden niet worden geteld, en ook de zogenaamde sofasurfers bleven buiten beeld. Die nulmeting inzake dakloosheid was een studie van Evy Meys en Koen Hermans.

Daardoor bleef wel de nood aan een beter instrumentarium om dakloosheid te meten. Het zogenaamde MEHOBEL-onderzoek (Measuring Homelessness in Belgium), dat werd afgerond in 2018 in opdracht van de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Wetenschapsbeleid (BELSPO), wilde daar verandering in brengen, door een methodologie te ontwikkelen om de dakloosheid in België te meten en te monitoren. Dat lijkt eenvoudig, maar is het niet. Er zijn immers heel wat verschillende categorieën van daklozen. Naast de mensen die daadwerkelijk op straat moeten leven, zijn er bijvoorbeeld ook personen die leven in ongeschikte huisvesting, zoals caravans of garageboxen, of in een woongelegenheid die onbewoonbaar is verklaard, of die tijdelijk bij een vriend overnachten, om maar enkele categorieën te noemen. De onderzoekers “bevelen aan zo snel mogelijk een taskforce op te richten die deze monitoringsstrategie operationaliseert”. Ook stellen ze: “De gegevensverzameling wordt het best gecoördineerd door een onderzoeksgroep in samenwerking met het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting.”

Daarnaast heeft Vlaanderen zich, naast de andere ondertekenende partijen, via het samenwerkingsakkoord van 12 mei 2014 inzake dak- en thuisloosheid ertoe geëngageerd om objectieve gegevens te verzamelen, die men aan elkaar, maar ook aan het steunpunt ter beschikking zal stellen. Om dat vorm te geven werd zeer recent binnen dit steunpunt een interfederale werkgroep opgericht. Die werkgroep bevat leden van de ondertekenende partijen, van de federaties van de lokale besturen en de OCMW’s, van de daklozenorganisaties en van het Belgische statistiekbureau. Ook onderzoekers van het MEHOBEL-onderzoek worden voor die werkgroep uitgenodigd. Via de vertegenwoordiger van mijn administratie in die werkgroep zal ik de werkzaamheden verder opvolgen. Ik zal rekening houden met de voorstellen vanuit de interfederale werkgroep om te bekijken welke stappen er in dit dossier kunnen worden gezet. Ik kan nog niet vooruitlopen op de resultaten ervan. Het is logisch dat we de resultaten meenemen bij het bepalen van toekomstig beleid, onder meer via het actieplan dak- en thuisloosheid dat samen met minister Diependaele, de minister bevoegd voor Wonen, wordt opgemaakt in 2020.

De dringende geneeskundige hulpverlening betreft een federale bevoegdheid. Voor de actuele stand ter zake moet ik verwijzen naar de Federale Regering. De Vlaamse overheid bekijkt in haar beleid steeds of er specifieke maatregelen nodig zijn om kwetsbare groepen te bereiken. Voor het vaccinatiebeleid is er bijvoorbeeld een mobiel vaccinatieteam dat groepen bereikt die geen of minder toegang hebben tot de reguliere medische voorzieningen. Het mobiel vaccinatieteam is een initiatief van Zorg en Gezondheid. Het team bestaat uit medewerkers van het Provinciaal Instituut voor Hygiëne (PIH) in Antwerpen.

Verder werk ik aan de strijd tegen onderbescherming, ook op het vlak van de gezondheidszorg. Dat gebeurt onder meer door de ondersteuning van de werkingen van De Stek, die ik eind vorig jaar bijkomend heb gefinancierd, net als het geïntegreerd breed onthaal. Telkens proberen we om zo veel mogelijk kwetsbare groepen bewust te maken van hun rechten en het hulpaanbod, en hen daarheen te leiden indien dat nodig is. Hieronder vallen zeker ook de dak- en thuislozen en groepen in precaire woonsituaties. Eind vorig jaar hebben we voor 1,5 miljoen euro nieuwe initiatieven voor de komende jaren goedgekeurd voor mensen in armoede en dakloosheid, via De Stek en Samenlevingsopbouw RIMO.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik ben alleszins blij, want ik hoor dat de lokale besturen daar effectief iets aan doen. Maar ze hebben de nodige ondersteuning nodig om te meten hoeveel daklozen of thuislozen er op hun grondgebied aanwezig zijn. Zolang je dat niet weet, kun je daarop geen beleid enten.

Ik ben ook blij dat er een interfederale werkgroep is opgericht. Wanneer verwacht u daar enig resultaat van?

U spreekt over het mobiele vaccinatieteam, dat het meer en meer gaat naar mensen die moeilijk bereikbaar zijn, die bijvoorbeeld thuisloos of dakloos zijn. Hebben zij daar gegevens over, hoeveel van die personen zij bereiken? Dat is essentieel om te weten of je die doelgroep effectief bereikt met die mobiele teams.

Ik hoop dat daarop zo snel mogelijk enig beleid zal worden geënt.

De heer Veys heeft het woord.

Mevrouw Saeys haalt hier een essentieel probleem in de bestrijding van dakloosheid aan: het gebrek aan goede statistieken en cijfers. We moeten het inderdaad enkel met schattingen doen. Ik wil graag wijzen op het feit dat we ook over het aantal uithuiszettingen geen sluitende cijfers hebben. Een groot deel van de oorzaak kunnen wij dus niet in kaart brengen.

Met het oog op een tijdelijke oplossing heb ik een antwoord gekregen op een schriftelijke vraag over het aantal noodopvangplassen. Vandaag hebben wij daar ook weinig zicht op, terwijl het nu net de CAW’s zijn die dit samen met de lokale besturen organiseren. Ik wil een oproep doen om de problemen op te lossen. Ik hoop dat deze regering de intentie heeft om dat beter in kaart te brengen. Dat is niet evident, want dit overschrijdt de bevoegdheden van de minister. Een collegiale regering kan dat ongetwijfeld aanpakken.

Die cijfers zijn nodig. Minister, in uw beleidsnota stelt u dat u wilt inzetten op die ‘Housing First’-projecten. Het lijkt mij dan wel wat ironisch dat er wordt bespaard op een CAW die vandaag al ‘Housing First’-projecten uitvoert.

Ik heb over die ‘Housing First’-projecten nog enkele concrete vragen. Hoe ziet u dat concreet? Kiest u ervoor om, naar Scandinavisch model, in een woning te voorzien zonder voorwaarden, zoals het hoort? In hoeveel woningen denkt u deze regeerperiode te voorzien voor die Housing First? Dat is natuurlijk moeilijk te bepalen omdat we niet goed weten hoeveel dak- en thuislozen er zijn. We weten dus niet hoeveel woningen er nodig zijn om het op te lossen.

U verwees naar de opmaak van een plan in 2020. Wanneer zullen de eerste acties die daarin vermeld zullen staan, uitgerold kunnen worden?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Mevrouw Saeys, de cijfers over de mobiele teams moet ik navragen. Ik heb ze niet bij mij. We zullen dat vragen aan Zorg en Gezondheid.

Wanneer zal er in de interfederale werkgroep een resultaat zijn? Dat is een goede en belangrijke vraag. Ik kan daar op dit ogenblik geen antwoord op geven. Ik zou zeggen: ‘the sooner the better’, op vele vlakken.

Die ‘Housing First’-projecten staan inderdaad in onze beleidsnota, maar dat moeten wij nog verder uitrollen in de komende periode. Het is ons plan om daar in het komende jaar werk van te maken. We zijn tot eind december druk bezig geweest met de beleidsnota, de begroting enzovoort. We hopen nu de tijd en de ruimte te krijgen om daar effectief mee aan de slag te kunnen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.