U bent hier

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, de aanleiding voor deze vraag was een voorval waarvan in de pers verslag werd gedaan. Een jonge moeder vertelde wat haar deze zomer tijdens de hittegolf was overkomen. Ze parkeerde haar auto en voedde haar baby op een plek waar dat gewoon mag, in de auto. Ze werd door een agent van de wegpolitie op de vingers getikt. ‘We doen dat hier niet’, werd er gezegd. Toen zij uitleg vroeg, werd haar gezegd dat zij zich schuldig maakte aan openbare zedenschennis, ‘omdat iedereen dat kon zien’. Zij legde uit dat haar kindje huilde omdat het dorst had, maar de agent heeft haar bevolen om ermee te stoppen en heeft gezegd dat hij anders een proces-verbaal zou opmaken. De vrouw heeft moeten gehoorzamen en is verder moeten rijden met dat krijsende kindje.

De woordvoerder van de politie is daar intussen op ingegaan, maar in het algemeen is dit wel iets dat heel geregeld terugkomt. Nadien was ook te merken in de pers, zoals gewoonlijk, elke keer weer als er zo'n bericht is van ouders die worden terechtgewezen omdat ze borstvoeding geven, dat er steeds weer andere ouders zijn die zeggen dat hun dat ook overkomt, ouders die zelfs uit een ziekenhuis worden gezet door de politie, ouders die uit een horecazaak worden gezet omdat ze hun baby voeden. Deze week was er ook iemand die berichtte dat er zelfs in een bibliotheek wordt verwezen naar een borstvoedingstoilet, in plaats van vrouwen gewoon vrij te laten voeden.

Minister, we zijn natuurlijk een paar generaties borstvoedingscultuur, zoals dat wordt genoemd, kwijtgeraakt in ons land. Maar als de overheid het advies geeft om borstvoeding te geven, als wij dat voorstaan, en als wij het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) volgen, dat zes maanden exclusief borstvoeding aanhangt en daarna nog twee jaar of langer, dan moeten we er wel voor zorgen dat ouders dat mogen doen.

Hangt u het advies van de WHO aan? Wat bent u voornemens om ouders het zo gemakkelijk mogelijk te maken om te ‘borstvoeden’, zowel wat het verschaffen van informatie betreft, als het verlagen of wegnemen van praktische drempels, als het faciliteren vanuit de overheid? Hoe gaat u ervoor zorgen dat het onterechte stigma dat blijkbaar nog altijd rond borstvoeding hangt, wordt weggehaald, zodat vrouwen het ‘borstvoeden’ niet meer wordt verboden? Welke maatregelen gaat u in het algemeen treffen om borstvoeding te promoten en te normaliseren?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik onderschrijf volledig dat borstvoeding onmiskenbare voordelen heeft voor het kind, voor de moeder, maar ook voor de samenleving in haar geheel. De promotie van borstvoeding is voor het agentschap Opgroeien en Kind en Gezin een duidelijke beleidskeuze. Zij doen dat ook. Het advies van de WHO staat daarin centraal, namelijk om zes maanden exclusief borstvoeding te geven, en daarna, naast bijvoeding, door te gaan met borstvoeding tot de leeftijd van 2 jaar, of zolang de ouders of het kind dat wensen.

Mijn vrouw heeft dat zelf ook gedaan tot bijna de leeftijd van 2 jaar. En ik heb niet het gevoel dat dat negatief heeft gewerkt op de ontwikkeling van mijn kinderen, integendeel. (Opmerkingen)

Je moet de goede voorbeelden geven. Daarmee heb ik dat toch even willen onderstrepen.

Alle aanstaande ouders krijgen ook een startgesprek, of ze kunnen dat aanvragen, bij het Agentschap Opgroeien. Tijdens dat startgesprek wordt de brochure over borstvoeding overhandigd en wordt het belang van borstvoeding besproken en worden eventuele vragen daaromtrent beantwoord. Na de geboorte krijgen alle gezinnen begeleiding via de dienstverlening van Kind en Gezin. Het agentschap Opgroeien investeert sterk in vorming om de kennis van zijn medewerkers te verbeteren en te onderhouden. Daarnaast stelt het agentschap op zijn website kosteloos materiaal ter beschikking voor externen. Ik verwijs onder andere naar de uitgebreide elektronische cursus over borstvoeding en kant-en-klaar materiaal om kennis over borstvoeding van medewerkers in de kinderopvang te verbeteren.

Sommige maatregelen om te faciliteren vanuit de overheid, zoals de borstvoedingspauzes en het verlengen van de moederschapsrust, zijn federale bevoegdheden. Daar kunnen wij op dit ogenblik bevoegdheidsmatig niets over zeggen. In de gebouwen van de Vlaamse overheid wordt overal voorzien in een aangenaam lokaal waar personeel en bezoekers borstvoeding kunnen geven of afkolven.

Het slagen van borstvoeding hangt voor een stuk af van de correcte informatie die ouders krijgen. Daarom is Kind en Gezin lid van het Federaal Borstvoedingscomité (FBVC), om de adviezen van alle zorgverleners op elkaar af te stemmen. Ook de elektronische gegevensuitwisseling over de voeding binnen de perinatale netwerken zal daarin helpen. Bovendien wordt in het FBVC ook toezicht gehouden op de handhaving van de WAO-code (wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering), zoals vermeld, bijvoorbeeld op het verbod op reclame voor kunstvoedingen.

U vraagt hoe we ervoor kunnen zorgen dat het onterechte stigma kan worden weggehaald. We werken aan het normaliseren van borstvoeding. In de door Kind en Gezin uitgegeven magazines voor zwangere en jonge ouders worden realistische getuigenissen opgenomen van ouders die borstvoeding geven. De borstvoedingsfiguranten die onder meer optreden in veel bekende soaps zorgen ervoor dat borstvoeding ook meer in beeld komt.

Welke maatregelen zullen we nemen om borstvoeding te promoten of te normaliseren? Het agentschap Opgroeien integreert de promotie van borstvoeding in zijn dienstverlening en communicatie. Ook tijdens de Week van de Borstvoeding, zowel in augustus als in oktober – er zijn er inderdaad twee –, worden er acties ondernomen om borstvoeding te promoten en te normaliseren. Om de promotie nog beter te kunnen voeren, hebben we de registratie van de borstvoeding onlangs uitgebreid van 6 maanden tot 2,5 jaar. Door borstvoeding bij kinderen van 1 tot 2 jaar of ouder ook zichtbaar te maken in de cijfers geven we het signaal dat borstvoeding geven tot 2 jaar of langer normaal is. 

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord. Fijn dat u ervaringsdeskundige bent, of toch in de tweede lijn.

Kind en Gezin doet inderdaad heel erg zijn best en heeft daar grote vooruitgang geboekt. U legt in uw voornemens in zorg en welzijn een grote nadruk op preventie. Dit is toch ook wel een kwestie van preventie. We hebben in Vlaanderen wat vooruitgang geboekt, maar blijven toch bij de slechtsten van de Europese klas. Dat ligt niet aan onwil van de ouders. De statistieken tonen aan dat 50 procent van de ouders stoppen buiten hun wil om. Dat ligt dan weer aan andere dingen.

U zegt dat de borstvoedingsrechten federale materie zijn. Kennen ouders die rechten wel genoeg? Heel veel ouders zeggen dat ze niet wisten van borstvoedingsverlof. Of ze durven het niet op te nemen. Het is onze plicht om voorlichting te geven, zodat die ouders tenminste weten dat ze dat kunnen doen.

Veel gefluister op de achterste banken. Dank u wel voor de feedback.

Laat u vooral niet afleiden door de collega’s.

Ik maak een kleine opmerking, dan wordt het meestal stiller.

Veel ouders weten ook niet dat zij niet bij een pediater terechtkunnen voor borstvoedingsadvies. Zij gaan ervan uit dat een pediater daarvoor wordt opgeleid. Maar heel vaak zit dat niet of nauwelijks in de opleiding. Ze weten ook niet dat een vroedvrouw dat al meer kan. De meeste mensen weten niet eens dat er specialisten-lactatiekundigen zijn. Kind en Gezin doet echt zijn best. Wij verwijzen ook steeds meer naar lactatiekundigen, maar het is belangrijk dat het eerste aanspreekpunt buiten Kind en Gezin, de pediater, ofwel correcte informatie geeft bij borstvoeding, ofwel beter kan doorverwijzen.

Daarbuiten moeten wij er in het algemeen voor zorgen dat als ouders borstvoeding geven, zij zeker door mensen die de wet moeten handhaven niet worden terechtgewezen.

Mevrouw Wouters heeft het woord.

We vinden zeker het recht op borstvoeding geven heel belangrijk. Maar wat het promoten betreft, vind ik echt wel dat er heel veel aandacht wordt besteed aan dit onderwerp: in de wachtzaal bij de huisartsen, bij de gynaecoloog. Zodra je zwanger bent, krijg je brochures mee waarin het geven van borstvoeding heel erg wordt aangeraden. In de kraamafdeling krijg je voldoende begeleiding en raad van de verpleegkundigen. Ook medewerkers van Kind en Gezin staan je heel graag bij met raad en daad bij het geven van borstvoeding. Het kan natuurlijk altijd beter en we moeten de inspanningen volhouden.

Maar toch moet het ook een vrije keuze van de mama’s blijven. Borstvoeding wordt vaak zo sterk aangeraden dat mama’s die geen borstvoeding wensen te geven, bijna gaan denken dat ze een slechte mama zijn. En dat mag zeker niet de bedoeling zijn. Want een gelukkige mama zorgt voor een gelukkige baby.

Een geweldig privéinitiatief in Roeselare is de borstvoedingswinkel Mamado. Dat is niet zomaar een winkel, maar echt een servicepunt voor mama’s. Daar krijgen ze de kans om hun baby rustig eten te geven. Zij zijn in 2017 ook gestart met een borstvoedingstruck, en dat was een heel groot succes. Het is een caravannetje waarin jonge mama’s hun baby rustig de borst kunnen geven, een pamper kunnen verversen of een flesje opwarmen.

In de zomer staat dat caravannetje bijna elk weekend wel ergens op een evenement. Het is zeker niet hun bedoeling om het geven van borstvoeding uit het straatbeeld te houden, maar wel om de mama’s de kans te geven hun kindjes op een rustige plaats eten te geven.

Minister, ziet u toekomst in zulke initiatieven, en hoe denkt u die te ondersteunen?

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik denk dat niemand het belang of de meerwaarde van borstvoeding hier onderschat, maar ik wil toch twee zaken aanhalen.

Er zijn inderdaad incidenten waarbij iemand borstvoeding geeft in het openbaar, en daar dan op wordt aangesproken. Dat kan niet. Maar omgekeerd zie ik toch ook vaak dat mensen worden gepusht om borstvoeding te geven. Men gaat druk leggen op moeders. En zo creëert men inderdaad het gevoel dat je een slechte moeder bent als je geen borstvoeding geeft.

Ik heb daar ooit eens een interview over gegeven, en het aantal mails die ik toen heb gekregen van mama’s, was enorm. Wat voor mij telt, is dat je goede informatie geeft aan de moeder, zodat ze van alles op de hoogte is, zowel over borstvoeding als over flesvoeding. En je laat dan de vrije keuze. Laat de vrije keuze aan de moeder, aan het gezin. Ik denk dat onze maatschappij dat vooral moet leren: je moet mensen niet pushen in de ene of de andere richting. Je moet mensen niet onder druk zetten, je laat gewoon de vrije keuze.

Mevrouw Sleurs heeft het woord.

Ik zou willen aansluiten bij een aantal zaken van collega Groothedde. Informatie is altijd nodig en noodzakelijk, en is zeker nuttig. Maar ik ben het er niet mee eens dat er geen of te weinig informatie beschikbaar is voor de ouders. In de praktijk zie ik dat elke mama die bij een vroedvrouw of gynaecoloog gaat, wel degelijk wordt ingelicht.

Collega Groothedde, er loopt al jaren een initiatief met de naam Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI), waarbij borstvoeding niet alleen wordt aangeraden, maar zelfs wordt gepromoot. Ik wil er dus toch wel op wijzen dat die informatie bekend is. Het valt in die zin natuurlijk te betreuren dat er, geheel onterecht, nog bepaalde incidenten plaatsvinden. Maar ik zou toch willen tegenspreken dat de zorgverstrekkers niet voldoende informatie verstrekken. We hebben de laatste jaren toch een duidelijke evolutie gezien naar babyvriendelijke en borstvoedingsvriendelijke ziekenhuizen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik heb daar weinig aan toe te voegen. Borstvoeding geven, is een keuze. Ouders krijgen bij een startgesprek met het agentschap Opgroeien een brochure waarin alle voordelen zijn opgesomd, waarin het belang wordt besproken, en waarin eventuele vragen worden beantwoord. Dat is een aansporend en stimulerend beleid, zonder de indruk te wekken dat dat de enige mogelijke keuze is. Het is een keuze die een voordeel oplevert voor de baby, de moeder en de samenleving.

Maar het kan zijn dat vrouwen kiezen voor iets anders, of dat ze om medische redenen geen borstvoeding kunnen of mogen geven. En dan moeten we dat respecteren.

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Laat me als feministe maar eventjes aanhalen dat het buiten kijf staat dat een vrouw doet met haar lichaam wat ze wil. Er is hier niemand die het over verplichting heeft. Er is ook niemand die het recht heeft om een vrouw te verplichten om wat dan ook te doen met haar lichaam. Dat is trouwens wat er in dit geval is gebeurd, namelijk dat een vrouw het niet mocht doen. Dat is hier het schandelijke. Er is niemand die heeft gezegd: ‘Mevrouw, u moet borstvoeding geven.’ Een agent, nota bene, heeft wel gezegd dat ze het niet mocht.

Er wordt hier veel gewezen op pushen. Dat is niet in tegenspraak met wat ik zeg. Niemand wil hier vrouwen verplichten tot iets. Ik zal nog eens herhalen: iedereen weet dat het goed is, en daar wordt heel erg op gehamerd, maar daar hebben vrouwen en ouders niets aan. Ouders hebben er iets aan dat ze niet alleen genoeg informatie krijgen maar ook correcte hulp. Ze moeten niet alleen vernemen dat het goed is, maar ook hoe ze het moeten doen. Daarom heb ik aan u gevraagd hoe we ervoor zullen zorgen dat die informatie bij de ouders komt. Hoe gaan we ervoor zorgen dat concrete hulp wordt gegeven?

Ik ken inderdaad het Baby Friendly Hospital, maar u weet allemaal dat het kraamverlof is ingekort. We hebben het hier over zes maanden borstvoeding en niet over drie dagen.

Ander feit is dat ouders momenteel stoppen buiten hun wil. 50 procent van de mensen stopt zonder dat ze het willen, niet omdat ze gedwongen worden om het wel te doen, maar omdat ze het willen, maar blijkbaar niet op de juiste manier worden geholpen. Daar is nog heel veel werk aan de winkel.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.