U bent hier

Krokusreces

Het Vlaams Parlement is in reces van maandag 24 tot en met vrijdag 28 februari 2020. De commissievergaderingen en de plenaire vergadering hervatten in de week van 2 maart.

De diensten blijven bereikbaar tijdens het reces

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn heeft zich positief uitgesproken over het inzetten van mobiele slachtinrichtingen met het oog op het verbeteren van het dierenwelzijn van landbouwdieren die rijp zijn voor de slacht. In het buitenland bestaan deze inrichtingen al en ook in eigen land werd de mogelijkheid geopperd, als alternatief voor het opvangen van de lagere slachtcapaciteit in het kader van het debat dat we hier uitgebreid gevoerd hebben over onverdoofd slachten. Het ging dan meer bepaald over het verbod op onverdoofd slachten op tijdelijke slachtvloeren naar aanleiding van het Offerfeest. Inmiddels is er een algemeen verbod op onverdoofd slachten, met dien verstande dat er voor volwassen runderen in afwachting van de ontwikkeling van een standaardtechniek nog een post-cutstunning wordt toegestaan onmiddellijk na het aanbrengen van de halssnede.

Minister, het is duidelijk dat mobiele slachtinrichtingen een potentiële bijdrage kunnen leveren tot het verhogen van het dierenwelzijn, maar de vraag is wel of een en ander ook compatibel is met de voedselveiligheidsnormen die worden opgelegd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). De belangrijkste probleempunten voor de erkenning van mobiele slachtinrichtingen als slachthuis zijn immers de afwezigheid van een installatie om de dieren op te vangen, de capaciteit van de koelinstallaties en het beheer van het afval.

Mijn vragen aan u zijn de volgende, minister.

Zal er worden nagegaan in hoeverre, en zo ja onder welke concrete omstandigheden, het inzetten van mobiele slachtinrichtingen enerzijds economisch haalbaar is en anderzijds    een meerwaarde kan bieden doordat er minder transport van dieren nodig is?

Zult u overleg opstarten met de federale minister bevoegd voor het FAVV en het FAVV zelf om na te gaan welke mogelijke probleempunten het inzetten van mobiele slachtinrichtingen op het vlak van fytosanitaire normen kan opleveren en welke oplossingen hiervoor kunnen worden geboden?

De Raad voor Dierenwelzijn pleit voor een specifieke regelgeving, zodat het voor ondernemers duidelijker wordt hoe ze te werk moeten gaan bij de opstart van een mobiel slachthuis, en zodat men initiatieven kan ondersteunen die de ondernemers willen ontwikkelen. In welke mate en op welke concrete manier zult u aan deze vraag tegemoetkomen? Op welke concrete manier wilt u mobiele slachtinrichtingen stimuleren?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mobiel slachten zou twee grote voordelen hebben. Enerzijds is er een sterke reductie van de stress als gevolg van het transport van dieren en alle aspecten die verbonden zijn aan dat transport.

Ten tweede zou het een oplossing kunnen bieden voor dieren die nu om dierenwelzijnsredenen niet vervoerd mogen worden, maar waarvan het vlees nog wel geschikt is voor consumptie. Anders zouden ze eigenlijk nodeloos sterven.

Je moet wel een onderscheid maken. Deze discussie is een beetje gecontamineerd of loopt een beetje fout, omdat we het nu over een echt mobiel slachthuis hebben. Dan moet je begrijpen dat het zowel over het slachten als over het uitslachten van een dier ter plaatse gaat. Dat is wel een groot verschil, omdat er ook qua regelgeving heel wat andere aspecten aan verbonden zijn. De kostprijs op zich is al hoog, waardoor het in Vlaanderen alleen voor pluimvee haalbaar zou zijn, maar wellicht niet voor de andere diersoorten. Het grootste voordeel op het vlak van het dierenwelzijn, als ik me daartoe beperk, is dat dit een mobiele dodingsunit is. Dat is een beetje een lugubere formulering, maar als je echt denkt aan het slachten zelf, en niet aan het uitslachten of het verwerken van het dier, dan ligt daarin op het vlak van dierenwelzijn het grootste voordeel.

Er zijn al contacten geweest met Nederland. Daar loopt ook een proefproject. Ook in Duitsland is men hiermee bezig. We hebben daar contacten en we verzamelen informatie. Vanzelfsprekend wordt het FAVV hierbij betrokken. Je kunt de activiteit tot het slachten zelf beperken en die niet uitbreiden tot al de rest, want dan zit je ook met een heel omvattende regelgeving die vooral is ingegeven door voedselveiligheid, en die is niet eenvoudig in een mobiele omgeving. Je moet de Europese normering van een slachthuis er maar eens op nalezen. Dan zit je aan twintig, dertig bladzijden met allerlei technische normen die gerespecteerd dienen te worden. Er lopen dus projecten. Het FAVV wordt daarbij betrokken. In Vlaanderen stellen we vast dat er wel een aantal spelers interesse vertonen, maar verder dan dat gaat het nog niet. Ik probeer met dit initiatief de markt ook een beetje te triggeren om ervoor te zorgen dat spelers effectief het initiatief willen nemen. Ik denk dat we dat niet zelf moeten doen, maar dat we de markt hierin vrij spel moeten geven en dat het initiatief van de stakeholders zelf moet komen.

Voor het opstellen van een nieuwe regelgeving in deze lijkt het me dus echt te vroeg. Ik hoop wel dat we, ook op basis van wat we uit de projecten in Nederland en Duitsland leren, tot minstens één Vlaams initiatief kunnen komen, dat we dan zouden kunnen ondersteunen.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Ik wil u bedanken voor uw reactie. Bij de discussies die we tijdens de vorige legislatuur hebben gehad over het onverdoofd slachten en het algemeen verbod daarop dat toen werd ingevoerd, heb ik ook al over het dreigende capaciteitsprobleem gesproken. Toen had ik de mobiele slachthuizen ook als een oplossing naar voren geschoven. Ik ben tevreden dat de Raad voor Dierenwelzijn zich hierover positief heeft uitgesproken.

Het probleem dat zich altijd stelde, was de economische en financiële haalbaarheid. U hebt net naar de economisch hoge kostprijs verwezen. Een mobiele dodingsunit zou wel een oplossing zijn om heel wat dierenleed te vermijden en om stappen vooruit te zetten op het vlak van dierenwelzijn. Het is zeer zeker een positief gegeven. In het regeerakkoord staat ook dat de regering die mobiele slachtinrichtingen wil stimuleren. We zullen dat zeker verder opvolgen.

Ik heb nog een aansluitende vraag. Er is een algemeen verbod op het onverdoofd slachten, met momenteel een uitzondering voor volwassen runderen. Daar laat men nu nog de post-cut stunning toe. De druk ligt hoog. We willen natuurlijk ook dat hierbij zo snel als mogelijk stappen vooruit worden gezet om dierenleed te verminderen. Is daarover nog nieuws?

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, ik wil me graag even bij deze vraag om uitleg aansluiten, om zeker het belang van de mobiele slachthuizen mee te onderstrepen. Het is belangrijk dat hier het juiste kader rond staat. Ik weet dat in verband met de rituele slachtingen in het verleden een andere sfeer is gecreëerd, maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien.

Minister, ik ben blij dat u erkent dat de mobiele slachthuizen in het licht van het dierenwelzijn een rol kunnen spelen en dat u hierop wilt inzetten. Momenteel loopt een onderzoek om na te gaan op welke wijze dit het meest efficiënt kan gebeuren.

U hebt aangehaald dat het misschien interessant kan zijn het dodingsproces en het verwerkingsproces uit elkaar te halen. Ik ben er zeker in geïnteresseerd de kosten en baten op een goede manier in beeld te brengen. Dit betekent immers dat ook dode dieren moeten worden vervoerd, en ook dat vervoer moet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Ik kan me hier iets bij voorstellen, want het klopt dat de verwerking aan bepaalde voorwaarden moet voldoen. Ik denk dat het belangrijk is de kosten en de baten duidelijk in beeld te brengen voor we conclusies trekken.

Bijkomend wil ik u danken voor uw standpunt dat het soms belangrijk is noodslachtingen te kunnen uitvoeren. We moeten nagaan of dat in een mobiel slachthuis kan en op welke wijze we dat op een goede manier kunnen doen. Het is zeker belangrijk hiermee rekening te houden tijdens het debat en in het onderzoek. We moeten nagaan wat de mogelijkheden zijn. Als een dier niet meer kan worden vervoerd, is het voor het dierenwelzijn beter dat een noodslachting mogelijk is. Ik denk dat het belangrijk is dit in het debat op te nemen en hiervoor een oplossing te bieden.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Voorzitter, de laatste reis van slachtvee is vanuit welzijnsoogpunt sowieso een zeer precaire operatie. Dieren die te ziek of te verzwakt zijn, worden toch nog vaak op het transport gezet. Zo is in 2017, bijvoorbeeld, vastgesteld dat 61 van de 76 meldingen over runderen in Vlaamse slachthuizen over de geschiktheid voor vervoer gingen. De Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn heeft al een lans gebroken voor de mobiele slachtinstallaties. Het lijkt me dan ook duidelijk dat er werk aan de winkel is.

We houden de proefprojecten alvast in de gaten. Het klopt dat de federale wetgeving voorziet in een aantal voorwaarden waar we naar moeten kijken. Een van die voorwaarden is het vast vestigingsadres, wat natuurlijk een probleem vormt. Ik denk dat we dit best proactief bekijken, zodat we klaar zijn om hierop in te spelen eens het proefproject resultaten oplevert.

Mevrouw Sterckx heeft het woord.

Minister, u hebt zelf al aangehaald dat er eind 2018 in Nederland een proefproject is gestart. Daar zijn vier mobiele slachtauto’s ingezet. Dit heeft enkele beperkingen aan het licht gebracht.

Nu is er controle op het vee dat in de slachthuizen toekomt, want het vee moet transportwaardig zijn. Indien de dieren te ziek zijn om te worden vervoerd, worden ze vernietigd en komen ze niet in onze voedselketen terecht. Hoe zullen we dat controleren indien de mobiele eenheid tot bij de boer gaat? Want dan is er geen controle meer op de transportwaardigheid van het dier en wordt misschien vee geslacht dat anders niet in de voedselketen terecht zou komen. De kans bestaat dat veeboeren hun dieren medische zorgen zullen ontzeggen omdat ze voor de slacht niet langer transportwaardig moeten zijn. Dat zou dan weer leiden tot onnodig lijden voor het dier.

Zal worden voorzien in voldoende budget en voldoende mankracht om op iedere mobiele unit een inspecteur en een dierenarts te plaatsen? Er loopt nu al heel wat mis met de controle in de slachthuizen. Dit zou kunnen leiden tot het mobiel slachten zonder toezicht, wat nefast zou zijn voor onze voedselketen en de mishandeling van dieren eventueel in de hand zou kunnen werken.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, wat de laatste vragen betreft, moeten we niet bij voorbaat het kind met het badwater weggooien. Maar ik begrijp de bezorgdheid met betrekking tot een mogelijke omzeiling van de verstrengde dierenwelzijnsnormen inzake het slachten. Het kan absoluut niet de bedoeling zijn dat we met de mobiele slachtmethode een mogelijkheid bieden om het dierenwelzijn in het gedrang te brengen en de verstrengde dierenwelzijnsnormen te omzeilen.

We zullen sowieso in een controlemechanisme moeten voorzien. Het gaat dan misschien niet zozeer om de dierenartsen, maar ik denk dan aan de animal welfare officers, die we een echt statuut hebben gegeven. Er moet op dat vlak zeker een betrokkenheid zijn.

Het kan dus absoluut niet vanuit het oogpunt van dierenwelzijn een mobiele slachtinrichting in te voeren om uiteindelijk minder dierenwelzijn te bereiken. Dat is niet bepaald de bedoeling. Het is wel een goed alternatief in het kader van noodslachtingen.

Er is ook de uitbreiding van de elektronarcosetechniek voor zwaardere runderen. De elektronarcosetechniek voor kalveren is intussen op punt gesteld. In plaats van ‘post-cut stunning’ kan er dus een volledige onverdoofde slachting gebeuren, maar nog niet voor runderen. Er is overleg in functie van mogelijke alternatieven voor de elektronarcosetechniek. Men is met andere technieken bezig die leiden tot verdoofd slachten, maar afwijken van de elektronarcosetechniek. Voor heel zware runderen heeft men nog niet de geschikte dosis op punt kunnen stellen. Men heeft ook niet de zekerheid of het wel een verdovend en een reversibel verdovend effect heeft. Daar is nog een beetje discussie over.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Het zou een heel grote stap vooruit zijn als de runderen ook met die verdoving kunnen worden geslacht. We zullen het kort opvolgen en we hopen dat de timing beperkt blijft.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.