U bent hier

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Voorzitter, de reportage van Pano heeft vorige week een schokgolf door Vlaanderen gestuurd. De reeks vragen om uitleg die over deze reportage zijn ingediend, zijn hier getuige van. Ik denk dat ik namens iedereen kan spreken als ik zeg dat ik na het bekijken van de reportage minstens een beetje onpasselijk was. Het gegeven dat onschuldige jeugdfoto’s van jeugd- en sportverenigingen binnen pedoseksuele netwerken worden gebruikt, is ranzig. Ik kan het met geen ander woord omschrijven.

Minister, ik wil voor alle duidelijkheid stellen dat het duidelijk de daders zijn die fout zijn. Dat lijkt me evident. Daarnaast is het echter belangrijk dat wie foto’s deelt zich bewust is van de mogelijke privacy-instellingen, zodat hij die kan gebruiken als een drempel om pedoseksuele netwerken op een afstand te houden. Die privacy-instellingen zijn er om te worden gebruikt. Het is nuttig dit te doen en ik zou u hierover een vraag willen stellen.

Op welke wijze zult u de jeugdverenigingen, zowel het gesubsidieerd jeugdwerk als de andere vormen van jeugdwerk, sensibiliseren met betrekking tot het gebruik van foto’s en zult u hen bewust maken van de mogelijkheden in verband met privacy-instellingen?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Voorzitter, ik zal niet heel de inleiding herhalen. Ik denk dat ieder van ons gechoqueerd was door de reportage van Pano en het nieuws hierover. Dat is iets waarmee we in deze commissie collectief aan de slag kunnen, willen en moeten gaan.

Ik wil duidelijk zijn. We wensen ons aan te sluiten bij de reactie van Chirojeugd Vlaanderen. Chirojeugd Vlaanderen heeft duidelijk gesteld dat de schuld allerminst ligt bij de verenigingen en clubs die deze foto’s posten. Het enige probleem zijn diegenen die de foto’s misbruiken. We willen echter, net als de vorige spreekster, preventief te werk gaan. We willen met de verenigingen en de clubs nagaan hoe ze hiermee moeten omgaan.

Minister, hoe reageert u op de reportage van Pano? Welke stappen zult u zetten om jongeren en verenigingen bewuster te maken van de mogelijke misbruiken? Welke tools zult u hen aanreiken om hen weerbaarder te maken? In welke mate kunnen leiders, begeleiders en overkoepelende structuren worden ondersteund om op dit vlak ten volle hun rol te kunnen spelen en hier een zo grondig mogelijk antwoord op te kunnen geven?

De heer Anaf heeft het woord.

Voorzitter, de reportage van Pano van vorige week is echt een nachtmerrie voor ouders, maar ook voor iedereen die als leider of verantwoordelijke in een jeugdbeweging actief is. Dat is niet prettig om te zien en ik denk dat dit heel wat ogen heeft geopend.

De verantwoordelijkheid ligt inderdaad exclusief bij de daders. Het zou niet mogen dat we hiermee bezig moeten zijn, maar in deze digitale tijden is dit helaas de realiteit. Ik denk dat de reportage vorige week veel mensen heeft doen schrikken.

Ik ga heel mijn inleiding niet herhalen. Dat heeft weinig zin. Dit wordt hier kamerbreed gedragen. Ik stel gewoon mijn vragen.

Wat zijn volgens u de gevaren en uitdagingen van de digitale wereld? Minister De Backer kondigde aan dat hij contact met u zou opnemen. Is dat reeds gebeurd? Welke concrete afspraken hebt u gemaakt?

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Mijn collega’s hebben uitgelegd waar Pano over ging. Ik wil het wat breder opentrekken naar de confrontatie van kinderen en jongeren met geweld. Er werd op het einde van de vorige legislatuur een wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd dat 1713 jongeren en hun confrontatie met geweld onderzocht. Dat zijn er gigantisch veel. De onderzoekers pleiten voor meer samenwerking tussen de verschillende diensten die met kinderen en jongeren in aanraking komen. Dat lijkt me belangrijk. Daarnaast is sensibilisering nodig.

“Bijna 7 op de 10 minderjarigen geven aan dat ze het afgelopen jaar minstens één keer vernederd of gediscrimineerd werden op school. De helft zegt dat dit gebeurt in het eigen gezin.” – dat is ook grof eigenlijk – “Bijgevolg merken we dat een verhoogde aandacht voor pesten en cyberpesten nodig is.” Dat zeiden de onderzoekers van de hogeschool die het onderzoek heeft verricht.

Het onderzoek besteedde ook aandacht aan cyberpesten. 37 procent van de jongeren gaf aan geconfronteerd te zijn geweest met online scheldpartijen. Meisjes zijn vaker slachtoffer van cyberpesten. Leerlingen uit het beroepssecundair onderwijs (bso), buitengewoon secundair onderwijs (buso) en technisch secundair onderwijs (tso) komen vaker in aanraking met cyberpestgedrag. Naast slachtoffer zijn jongeren ook vaak dader. Ruim 60 procent van de kinderen die rapporteren slachtoffer te zijn, stelden de afgelopen zes maanden zelf ook minstens één vorm van cyberpestgedrag.

Op het einde van de vorige legislatuur stelde de minister van Jeugd naar aanleiding van deze resultaten aan beleidsdomeinoverschrijdend werk te willen maken van een integrale aanpak rond integriteit voor kinderen en jongeren.

Minister, zult u het reeds gevoerde beleid ter zake voortzetten? Zo ja, hoe zult u dat doen? Het is absoluut nodig om dit beleidsdomeinoverschrijdend aan te pakken. Ik hoop dat u dat van plan bent. Hoe wilt u dat concreet doen?

Er zijn gelukkig al heel wat initiatieven vanuit het jeugdwerk en in samenwerking met Welzijn. Ik denk aan 1712 dat in mijn ogen nog steeds wat communicatie en promotie nodig heeft. Ik denk aan Awel, nupraatikerover.be of het platform WAT WAT, allemaal zeer goede initiatieven. Ik vraag me af welke rol u voor hen ziet weggelegd.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Het feit dat hierover vier vragen om uitleg worden gesteld, toont aan dat het delicaat ligt. Heel veel mensen, heel veel Vlamingen, ook jullie, werden door de zaak beroerd. Ikzelf was net als jullie erg geschrokken door dat nieuws, niet door het feit dat dat bestaat, maar door de omvang ervan. Dat heeft Pano helder naar voren gebracht.

Ik heb onmiddellijk gereageerd met een communiqué en ik heb contact opgenomen met een aantal actoren om te zien hoe we de bestaande initiatieven, waar ik nog verder op zal ingaan, kunnen versterken. Wat mij betreft, heeft elk kind recht op een onschuldige jeugd. Dat betekent dat men moet kunnen deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten, dat men op kamp moet kunnen gaan, maar ook dat men de herinneringen daaraan moet kunnen delen op een goede manier, dat men die foto’s kan bijhouden en kan delen met de mensen die dierbaar zijn, met de leden van de jeugdbeweging, met de ouders, familie en vrienden die daarbij betrokken zijn.

Inderdaad, jullie hebben helemaal gelijk: de veiligheid daarvan is in eerste instantie niet de verantwoordelijkheid van de jeugdsector of -beweging maar wel van de daders, van de pedoseksuelen die daar misbruik van maken. Dit kan natuurlijk niet door de beugel. Dit is een zaak van de politie en justitie. Inzake de gegevensbeschermingsautoriteit heeft minister De Backer een aanzienlijke verantwoordelijkheid. Maar men kan wel heel wat doen – wij kunnen zelf heel wat doen, de leiding kan heel wat doen – om de risico's te beperken.

Er zijn vragen gesteld over de rol van 1712, Awel, nupraatikerover.be, het platform WAT WAT, de verschillende noden rond sensibilisering, de tools die er zijn en de manier waarop we leiders en begeleiders kunnen versterken. We moeten een onderscheid maken tussen de initiatieven die bestaan ten aanzien van kinderen en jongeren enerzijds, en datgene wat er bestaat ten aanzien van de jeugdverenigingen anderzijds. Wat de initiatieven voor jongeren betreft, is er een heel belangrijke rol weggelegd voor het informatie- en communicatieplatform WAT WAT, dat jongeren van 11 tot 24 jaar informeert en daarbij rekening houdt met hun leefwereld. Ik hoef de meesten van jullie niet uit te leggen wat WAT WAT is. Het is een belangrijke online tool, een platform dat in oktober 2018 werd opgericht. Op een jaar tijd bezochten meer dan 500.000 jongeren de website en werden er al verschillende campagnes opgezet, onder meer over pesten.

WAT WAT heeft voortdurend aandacht voor online weerbaar zijn en privacy, en werkt daarvoor samen met partners als Child Focus, tZitemZo en Pimento en zoekt opportuniteiten om doelgroepen te informeren. WAT WAT geeft bijvoorbeeld ook tieners informatie na de serie wtFOCK en verwijst naar relevante partners, zoals de 1712-lijn en nupraatikerover.be.

Wat nu concreet de Panoreportage betreft, die op 16 oktober werd uitgezonden, speelde WAT WAT zeer kort op de bal. Ze informeerden jongeren meteen: waar moet ik op letten als ik foto's van mij en mijn vrienden online zet? Dat hebben ze onmiddellijk gepubliceerd op hun webstek. Ze kozen ook het perspectief van de jongere: hoe kun je misbruik vermijden, veeleer dan bestrijden. Er zijn ook een aantal URL’s. Ik zal die laten bezorgen aan het secretariaat, zodat jullie al die zaken kunnen zien die onmiddellijk zijn verschenen. We hebben ook onmiddellijk heel wat contacten gehad met de Ambrassade, WAT WAT en anderen. Ze hebben op hun website ook onmiddellijk artikels en getuigenissen geplaatst over die problematiek.

Wat WAT WAT betreft, zal ik uiteraard de engagementen die zijn gesloten met de Ambrassade, honoreren. We zullen verder investeren in dat informatie- en communicatieplatform. Natuurlijk zijn er ook andere verenigingen die hier actief zijn. U verwees er al naar, collega D’Hose. WAT WAT is de meest algemene. Er zijn er andere die meer specifiek ingaan op bepaalde problematieken, bijvoorbeeld 1712 of nupraatikerover.be, een chatlijn waarbij minderjarigen anoniem kunnen chatten met een van de gespecialiseerde medewerkers over seksueel misbruik en andere vormen van mishandeling. Die beide vallen natuurlijk onder de verantwoordelijkheid van mijn collega van Welzijn, maar zijn effectief ook relevant voor deze problematiek.

Dat zijn een aantal elementen voor de jongeren zelf. Wat het georganiseerde jeugdwerk betreft, zorgde de Ambrassade meteen voor concrete aanbevelingen in een artikel, dat via sociale media en nieuwsbrieven werd gedeeld. ‘Hoe ga je veilig om met foto- en videobeelden van je leden of vrijwilligers?’ Het artikel gaat in op een aantal initiatieven die de jeugdsector samen nam, bijvoorbeeld de toepassing van de GDPR-wetgeving (General Data Protection Regulation), het Aanspreekpunt Integriteit en concrete tips van Mediawijs. Wat de GDPR-wetgeving betreft, is er – collega Anaf verwees er al naar – het initiatief van mijn federale collega minister De Backer, die rond GDPR en privacy bij jongeren al heel wat heeft gedaan in het verleden. Hij heeft ook nu aangeboden om die informatie te versterken met een gezamenlijk event. Ik heb hem daar gisteren nog over gesproken. Wij zullen daar op korte termijn over communiceren, en ook een event in elkaar steken om specifiek rond dat element van privacy en GDPR duidelijkheid te brengen. Het is evident dat we bijvoorbeeld met De Ambrassade zullen bekijken of hun aanbevelingen daar afdoende rekening mee houden. Ik heb de indruk dat dat vandaag al het geval is, maar misschien kunnen we dit nog verscherpen en verfijnen.

Verschillende landelijke jeugdorganisaties en jeugdbewegingen hebben op hun website al heel wat informatie. Ze hebben dat ook geactualiseerd naar aanleiding van de Panoreportage. Ik geef maar enkele willekeurige voorbeelden, zonder een voorkeur uit te drukken.

Collega Vaneeckhout, ik begin met Chirojeugd-Vlaanderen. Ik had daarover in uw vraag iets gelezen. Zij hebben online staan: “Zijn jouw foto’s veilig online?” Katholieke Landelijke Jeugd (KLJ) plaatste het artikel “Leuke kampfoto’s online: waar let ik op?” En Scouts en Gidsen Vlaanderen: “Vijf tips om je foto’s online te beveiligen”.

Het jeugdwerk neemt natuurlijk al veel langer initiatieven, op het niveau van zowel de sector als van de organisaties. Zo ontwikkelde Pimento het spel Mediaklap, dat Chirojeugd-Vlaanderen verspreidt onder haar groepen. Het vorige groepsleidingscongres vroeg Scouts en Gidsen Vlaanderen om een protocol over het gebruik van sociale media te ontwikkelen. Binnenkort wordt op dat congres een communicatieplan daarover geagendeerd. Mediaraven bouwt een webmethodiek uit waarmee jeugdbewegingen aan de slag kunnen, om de kansen van digitale media te begrijpen en de valkuilen te herkennen. Ze kunnen aan de hand van die methodiek ook onderzoeken hoe mediawijs ze vandaag al zijn en welke acties ze kunnen ondernemen om dat beter te doen. Ook de De Aanstokerij realiseerde een spel dat inzicht geeft in de kansen van online media en de vaardigheden om er gebruik van te maken, met aandacht voor risico’s en gevaren, zoals sexting, haatspraak of cyberpesten.

Vandaag zijn alle landelijk georganiseerde jeugdverenigingen verplicht om een integriteitsbeleid te voeren. In dat verband realiseerde De Ambrassade in 2018 en 2019 in samenwerking met Pimento en Tumult ter ondersteuning van de jeugdorganisaties een opleiding voor aanspreekpunten integriteit in het jeugdwerk. Vanaf 2022, wanneer de volgende beleidsperiode van de vijfjarige subsidiëring ingaat, wordt het voeren van een integriteitsbeleid een erkenningsvoorwaarde voor alle landelijk georganiseerde jeugdverenigingen, verenigingen voor informatie en participatie en cultuureducatieve verenigingen. Die moeten allemaal dat integriteitsbeleid voeren. De uitvoeringsmodaliteiten zullen volgend jaar worden geconcretiseerd. Ik zal er daarbij op toezien dat ook dit element van privacy, van het delen van foto’s en informatie op een goede manier, daarin voldoende aandacht kan krijgen. Dat zijn zaken die al gebeurd zijn. Dat moet nu natuurlijk verder worden versterkt. Er moet voor worden gezorgd dat dit op een goede manier terechtkomt bij zowel de jongeren als de organisaties.

Mevrouw D’Hose, u had nog een bredere vraag over de beleidsdomeinoverschrijdende aanpak. In het regeerakkoord zijn er heel wat aanknopingspunten. In de luiken die onder mijn bevoegdheid vallen, gaat het vooral over mediawijsheid en digitale geletterdheid. Dat is relevant voor deze vraag. Ook in het kader van mijn mediabeleid wil ik daarop absoluut blijven inzetten. Maar ook in andere beleidsdomeinen krijgt het voldoende aandacht. Ik verwijs naar het hoofdstuk Welzijn. Ik citeer even, want het is belangrijk om de juiste referenties te hebben. “We werken verder aan een gericht beleid om geweld, misbruik en kindermishandeling tegen te gaan. We zetten de strijd tegen grensoverschrijdend gedrag onverminderd verder. Samen met de beleidsdomeinen justitie, onderwijs, cultuur, jeugd, sport en media bevestigen we het engagement om duurzaam werk te maken van beleidsacties die zowel de fysieke, psychische als seksuele integriteit beschermen. We werken daarbij verder op basis van het actieplan integriteit en hebben aandacht voor kwaliteitsbevordering, sensibilisering, preventie en een adequaat en gepast reactiebeleid.”

Uiteraard werden ook in het hoofdstuk Cultuur, Jeugd en Sport afspraken naar voren geschoven. Daar staat bijvoorbeeld: “Iedereen moet op een veilige en integere manier actief kunnen zijn binnen de sectoren cultuur, jeugd en sport. Daarom zetten we de sterke aanpak van grensoverschrijdend gedrag verder. Onder impuls van de minister van Welzijn en samen met de verschillende vakministers nemen we beleidsinitiatieven om zowel de fysieke, psychische als seksuele integriteit te beschermen. We hebben daarbij aandacht voor kwaliteitsbevordering, sensibilisering, preventie en adequaat en gepast reactiebeleid.”

We zullen dus voortbouwen op wat de voorbije jaren gerealiseerd werd. Daarbij denk ik ook aan de resultaten van het onderzoek ‘Geweld Geteld’, waarnaar verwezen wordt, Grenslijn.be, de aanduiding en ondersteuning van de Aanspreekpunten Integriteit in de jeugdsector, de door Sensoa opgestarte verbreding van het Raamwerk Seksualiteit en Beleid, het jeugdnetwerk ‘Kies Kleur tegen Pesten’, de Vlaamse Week tegen Pesten en dergelijke meer.

Graag wil ik in deze nieuwe regeerperiode op het vlak van integriteit samenwerken met de collega-ministers en de andere beleidsdomeinen. Ik denk dat dit thema ook breder dan de thematiek van deze Panoreportage aandacht verdient de komende jaren.

Dit was vrij uitgebreid, maar het was toch belangrijk om erop te wijzen dat er al heel wat bestaat en dat we dat ook zullen versterken.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Ik ben opgelucht dat de vragen en de bezorgdheid hier vandaag nagenoeg kamerbreed gedeeld worden. Het is heel belangrijk dat we in dit soort zaken eenstemmig zijn. Er is door verschillende actoren zeer snel geschakeld richting jeugdwerk en jeugd- en sportverenigingen, wat fantastisch nieuws is. Ik stel mij echter nog vragen, uitgaande van mijn eigen ervaring binnen het jeugdwerk, over de niet-gesubsidieerde vereniging, die minder aansluiting heeft met het bestaande netwerk en met wat er al opgezet is. Wij hielden binnen die vereniging al rekening met de privacy, we schermden dat af, maar ouders gaan dan op hun beurt foto’s van hun kinderen online plaatsen – wat ik begrijp, je bent trots op je kinderen en blij met wat ze allemaal doen – en daar vallen opnieuw gaten wat de kwetsbaarheid betreft. Ik vraag me af op welke manier er nog extra ondersteund of aangespoord kan worden vanuit jeugd- en sportverenigingen, ook de niet-gesubsidieerde, om ook ouders te sensibiliseren. Kan hierop ingezet worden?

Minister, dank u voor het uitvoerige antwoord. Ik denk dat we allemaal de ernst van de situatie inzien. Het is ook een geruststelling dat we niet van nul moeten beginnen. Er bestaat inderdaad heel veel, dat is de verdienste van de sector, maar ook de verdienste van het beleid van de afgelopen jaren: er zijn toch wel wat sporen getrokken op dat vlak  om dat in gang te zetten.

Ik heb nog enkele aanvullende kleine vragen of opmerkingen. Veel heeft ook te maken met de mediawijsheid in de brede zin, vaak zijn niet alleen de jongeren zelf en de jeugdwerkbegeleiders, maar ook de ouders zich van niet veel bewust. Het is ook een heel snel veranderende sector: er is de impact van de sociale media, maar ook die sociale media als groep veranderen heel snel. Ik weet niet of iemand hier al actief is op TikTok enzovoort, maar de vluchtigheid van beelden wordt alsmaar groter, en de risico’s en de onzichtbaarheid ervan worden ook alsmaar groter. Het is heel belangrijk om daar kort op de bal te blijven spelen en te zorgen dat binnen de sector en binnen het beleid de kennis ter zake van de hedendaagse evoluties snel en goed verloopt.

Het is ook heel belangrijk om in te zetten op het lokale terreinwerk. Niet alles zal opgelost zijn door een protocol ergens op een website, of dat via mail doorgestuurd wordt naar jeugdwerkers. Uit eigen ervaring als schepen weet ik dat jeugdwerkers geen mails meer lezen, die communiceren intussen op andere manieren. We moeten zoeken hoe we dat ter plaatse kunnen krijgen. Het inzetten op fysieke vorming ter plaatse door koepels, door De Ambrassade zelf, kan een belangrijke extra aanvulling zijn. Dat gebeurt vandaag al, maar dit is een pleidooi om daar voldoende middelen te voorzien. We moeten ook voor de niet-georganiseerde jongeren het terreinwerk, de fysieke vorming daarrond, ook op scholen, versterken, en ook naar de ouders toe.

Minister, gaan we kunnen vermijden dat er ooit nog foute dingen gebeuren? Ik denk het niet, maar we moeten er wel alles aan doen om het zo veel mogelijk proberen in te perken. Er zullen altijd perverse mensen zijn die foute dingen doen. We kunnen er ten eerste als overheid voor zorgen dat die mensen opgespoord en gestraft worden voor hun daden, maar dat zit eerder op federaal niveau.

Minister, u hebt een goed overzicht gegeven van wat we als Vlaamse overheid kunnen doen. We moeten vooral proberen te vermijden dat dergelijke zaken gebeuren, onder meer door in te zetten op mediawijsheid en op kennis van de GDPR.

In die zin ben ik aangenaam verrast door uw antwoord. Ik heb gisteren in een andere commissie gepleit voor meer samenwerking over de verschillende beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid heen. Het siert u dat u meteen contact neemt met federaal minister De Backer. Ik ben heel erg benieuwd naar de communicatie, maar ook naar het gezamenlijke event dat jullie plannen.

Mijnheer Vaneeckhout, ik wil u bijtreden in uw stelling dat het belangrijk is de mediawijsheid en de kennis van de GDPR blijvend onder de aandacht te brengen. Dit is niet enkel belangrijk voor de mensen op het terrein, maar ook voor ouders. Nieuwsbrieven zijn nuttig, maar ik denk dat het vooral nuttig zal zijn naar de plaatsen en de mensen te gaan. We moeten die kennis nog veel breder verspreiden, want dat zou veel kunnen verhelpen.

Minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Ik ben tevreden dat u WAT WAT verder zult honoreren. Ik had de cijfers nog niet gehoord en een half miljoen bezoekers is stevig voor een communicatieplatform dat nog niet zo lang bestaat. Het is fijn om dat te horen.

Ik doe nogmaals de oproep om beleidsdomeinoverschrijdend te werken. Ik heb begrepen dat u druk bezig bent met het opstellen van uw beleidsnota’s. Ik kan me voorstellen dat dit haastwerk nu heel fel is. Het zal niet zo evident zijn nu al harde afspraken voor de komende vijf jaar te maken, maar het is belangrijk om de kabinetten van de Vlaamse administratie samen te zetten en wat gelijkaardige passages in de verschillende beleidsnota’s te laten plaatsen. Het is gewoon een kleine tip. Dit heeft ons in het verleden altijd geholpen. Als er een spoor van terug te vinden is in de beleidsnota, is dit altijd goed om onze administraties te enthousiasmeren om samen te werken.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, ik wil me graag bij deze vragen om uitleg aansluiten. Ik kan getuigen dat er inderdaad veel vragen worden gesteld over deze reportage die iedereen heeft geschokt.

Minister, ik ben zeer positief over de reactie die u zelf dadelijk hebt gelanceerd. U hebt duidelijk gesteld dat we dit niet zullen oplossen met nieuwe regeltjes. We zullen dieper moeten kijken naar hoe we dit gezamenlijk als maatschappij kunnen aanpakken. Ik ben blij dat de vraagstellers ernaar hebben verwezen dat we nu het gevoel krijgen dat alle ogen op de sportverenigingen, de jeugdverenigingen en de scholen zijn gericht, maar dat alle ogen eigenlijk niet op hen gericht zouden moeten zijn. Uiteindelijk zijn hier criminele feiten gepleegd en daar zit het probleem.

De vraag is dan of we criminele feiten altijd kunnen verhinderen. Zoals daarnet al is gesteld, kan dat niet. We moeten ervan uitgaan dat dit niet zo is en dat we nooit in een wereld zonder criminele feiten zullen leven. We moeten, met andere woorden, nadenken over hoe we dit maximaal kunnen voorkomen.

Het gaat niet enkel om jeugd- en sportverenigingen of om scholen. Gezinnen zetten ook wel eens foto’s online en kinderen lanceren in een niet-georganiseerd verband ook wel eens foto’s. Hier op een andere manier mee omgaan, is iets wat ons allen aanbelangt.

Ik denk dat iedereen verbaasd is met alle sensibilisering die we nu al hebben en met alles wat nu al gebeurt, maar waarvan we het bestaan niet kenden. Het is duidelijk dat dit nogmaals onderstreept dat het thema mediawijsheid een uitdaging voor heel onze maatschappij vormt.

Minister, u hebt veel acties opgesomd. We hebben daar de afgelopen twee legislaturen steeds meer de focus op zien plaatsen. Het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid heeft al veel acties op het getouw gezet en heeft ook wat middelen gekregen.

Ik zou willen suggereren om de mensen van dit kenniscentrum eens naar deze commissie uit te nodigen om toelichting te geven. Waar hebben ze de afgelopen jaren in geïnvesteerd en waarop hebben ze de focus gelegd? We kunnen ook de vraag stellen waarop wij volgens hen in de toekomst nog meer de focus moeten leggen. Hoe kunnen we de maatschappij nog dieper doordringen met de boodschap over hoe je met de sociale media moet omgaan? Het lijkt me interessant om daar met deze commissie eens een hoorzitting over te organiseren, om gezamenlijk, over de beleidsdomeinen heen, maar ook met parlement én regering, te onderzoeken hoe we dit fenomeen kunnen aanpakken.

Minister Benjamin Dalle

De verschillende tussenkomsten en de gegeven input tonen aan dat er al heel veel is. De vraag is nu hoe we dat nog efficiënter kunnen maken met wat meer eenvormigheid en gerichtheid op de doelgroepen. Er is gevraagd: ‘Quid de ouders?’ Voor het kenniscentrum Mediawijsheid is dat ook een doelgroep. Zij hebben een bredere opdracht en kunnen daar ook de ouders bij betrekken. Dat is een terecht aandachtspunt. Ook de vraag om niet alleen via mails aandacht te hebben, nemen we mee. Het voornaamste is het online gebeuren ten aanzien van de jongeren zelf, maar dan niet via nieuwsbrieven of e-mails. Niet alleen schepenen van Jeugd lezen die niet, ook veel jongeren lezen die niet meer. Er zijn nieuwe technieken om ervoor te zorgen dat de jongeren via hun digitale kanalen die zaken lezen. Die worden geëxploreerd door de initiatieven die ik heb genoemd.

Mevrouw Rombouts, ik ben heel blij dat hier niet wordt gevraagd om nieuwe regels op te leggen. Dit zou natuurlijk een steekvlamreactie kunnen teweegbrengen, waarbij de jeugdbewegingen zich moeten houden aan nieuwe regels die we dan zullen opleggen, hetzij decretaal hetzij via de subsidievoorwaarden. Ik ben heel verheugd dat niemand in deze commissie dat vraagt. We moeten de jeugdorganisaties niet straffen. Als er mensen moeten gestraft worden, dan wel de delinquenten en pedoseksuelen die hierin betrokken zijn. De jeugdorganisaties zelf moeten geïnformeerd en empowered worden om hiermee op een goede manier om te gaan. Je ziet het aan de aanbevelingen die online staan – en dat is minder dan een A4 met de juiste richtlijnen – dat elke leiding en elke vrijwilligersgroep probeert om op een goede manier zoveel mogelijk misbruiken te vermijden.  

Zoals met elke grote ontwikkeling en ontdekking geldt het ook voor de digitale revolutie: zo machtig en prachtig als het hele gegeven is, zoveel gevaar schuilt er ook in. We moeten ons daarvan bewust zijn en deze bezorgdheid doorgeven aan de volgende generatie. Dat is ontzettend belangrijk. Daar wordt al heel hard op ingezet en ik ben blij dat dat gebeurt.

Ik wil tot slot benadrukken dat de schuld niet bij de verenigingen ligt die de foto’s plaatsen, maar bij de daders. De privacy-instellingen zijn er om gebruikt te worden. Voorzichtigheid is geboden. De sensibilisering van verenigingen en niet-georganiseerde verenigingen is ongelooflijk belangrijk. We moeten daarop blijven inzetten. Ik vind het heel sterk dat we, ook zonder extra regels op te leggen, daarnaar toe kunnen werken.

Het is een goed idee om mensen te horen. Ik ondersteun die vraag.

We gaan in de goede richting. We schakelen zo snel het kan. We zullen dat hopelijk blijven doen. U vindt in mijn fractie een bondgenoot om daarvoor de nodige middelen en energie te vinden.

Er gebeuren veel goede dingen. Mijn collega Katia Segers heeft tijdens de vorige legislatuur herhaaldelijk gesteld dat wij voorstander zijn van een kenniscentrum over pesten en cyberpesten. Op die manier kun je alle expertise bundelen. Nu gebeuren er veel dingen, maar soms los van elkaar. Als het gebundeld zou gebeuren, zou dat nog sterker kunnen. Ik ben er zeker van dat collega Segers daar de volgende maanden nog wel op zal terugkomen.

We doen heel veel aan de kant van de gebruiker, rond sensibilisering, met alle verschillende initiatieven die er bestaan. Maar ik denk dat het wel interessant is om de komende jaren ook eens naar de andere kant te kijken, zijnde de industrie en de verspreider van het gegeven, de Facebooks en Googles van deze wereld, die in deze toch ook niet helemaal onschuldig zijn. Er is ook de hele zaak rond verspreiding van fake news en dergelijke meer. Ook zij hebben hier hun verantwoordelijkheid in. Net zoals het beleid een verantwoordelijkheid heeft, hebben zij die ook. Ik vind dat zij net iets te vaak de dans ontspringen in dit gegeven. Het is belangrijk om daar ook oog voor te hebben.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.