U bent hier

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

De recente invoering van de persoonsvolgende financiering (PVF) zorgt voor een hele omslag bij mensen met een beperking. In plaats van de zorgaanbieders krijgen personen met een handicap nu zelf een budget in handen om hun zorg te organiseren, maar de schaarse middelen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) zetten dat beloftevolle principe onder grote druk: enkel mensen wier fysieke of psychische integriteit zeer ernstig wordt bedreigd, of die in een extreme noodsituatie verkeren, krijgen onmiddellijk een zorgbudget. Voor de anderen is het wachten, wachten, wachten, vaak heel lang wachten.

Dat is ook de situatie waarin mensen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) zich bevinden. Niet alleen worden zij, bijvoorbeeld na een herseninfarct, een tumor of ernstig verkeersongeval, plots geconfronteerd met een groot verlies van functies, ook na de behandeling in het ziekenhuis en tijdens of na de periode van fysieke en/of psychosociale revalidatie blijven de gevolgen voor hun dagelijks functioneren en sociale relaties groot. Momenteel loopt er een petitie waarin zij concreet vragen om het recht te openen op 8 RTH-punten per jaar voor iedere meerderjarige met een NAH, inzetbaar bij een NAH-gespecialiseerde zorgaanbieder, dus buiten diens regulier gekregen RTH-enveloppe. Op dit moment zijn er reeds 746 mensen die die petitie hebben ondertekend.

De overheid ziet een NAH echter niet als een aantasting van de fysieke of psychische integriteit of als een noodsituatie. Mensen met een NAH komen, als ze een persoonsvolgend budget (PVB) vragen, daardoor terecht in een lagere prioriteitengroep en moeten jaren wachten. Deze vraagstelling wil ik zelf toch niet beperken tot mensen met een NAH, want iedereen onder ons weet dat heel wat personen met een handicap wachten op een beperkte mate van ondersteuning. Trouwens, sinds de invoering van de PVF kunnen personen, als ze eenmaal een vermoeden van handicap hebben, voor een beperkte specifieke ondersteuning een beroep doen op de RTH. Daarvoor moeten ze geen aanvraag indienen bij het VAPH en kunnen ze rechtstreeks naar de zorgaanbieder stappen. Per kalenderjaar heeft men recht op maximaal 8 punten, te besteden voor deze begeleiding, dagopvang en/of verblijf. Men betaalt voor elke vorm van rechtstreeks toegankelijke hulp een eigen maximale bijdrage.

De middelen voor RTH worden jaarlijks aan erkende zorgaanbieders toegekend. We stellen echter vast dat deze gesloten enveloppe snel uitgeput is. In de praktijk is RTH immers ook een wachtkamer voor mensen die een persoonsvolgend budget aangevraagd hebben, terwijl deze vorm van hulpverlening vooral bedoeld is voor personen met een lichtere hulpvraag of mensen die onmiddellijk geholpen moeten worden, zoals zij die getroffen worden door een NAH.

Hierdoor komt alle zorg plots bij de mantelzorgers – partner, ouders of kinderen – terecht. De impact op deze mantelzorgers is groot. Velen zijn nog actief op de arbeidsmarkt en moeten, door de combinatie met de zorg, ervoor kiezen om minder te gaan werken of zelfs, al dan niet tijdelijk, te stoppen met werken. Maar ook dan blijft de druk op deze mantelzorgers gigantisch groot. Het feit dat mensen niet geholpen worden maakt dat zij in sommige situaties hun zorgnood groter gaan voorstellen dan die in werkelijkheid is, om toch een zorgbudget te kunnen krijgen, en liefst nog in de hoogste urgentiecode. Of het maakt dat mantelzorgers en het netwerk het laten afweten, waardoor de persoon uiteindelijk in een noodsituatie terecht komt.

We stelden op de website van het VAPH – via Wegwijzer VAPH-ondersteuning – vast dat personen met een ondersteuningsbudget gemakkelijk kunnen terugvinden waar ze nog zorg kunnen inkopen, als ze dit wensen.

We vonden tevens de adressen van de zorgaanbieders voor de rechtstreeks toegankelijke zorg, maar merkten op dat een zorgvrager moet rondbellen om te vernemen of deze zorgaanbieder al dan niet nog over RTH-punten beschikt. Ik heb zelf ook een aantal zorgaanbieders opgebeld, en eigenlijk heb ik overal het antwoord gekregen dat hun pot al op was.

Minister, graag had ik van u het volgende vernomen. RTH is voor veel mensen met een handicap en voor hun mantelzorgers van essentieel belang om toch een minimale basis van kwaliteit van leven te hebben. Vindt u niet dat RTH–ondersteuning voor eenieder gegarandeerd moet worden, en in het bijzonder zeker voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel?

Hoeveel door het VAPH erkende voorzieningen gebruikten de voorbije jaren hun RTH-punten niet op?  

Kan de Wegwijzer VAPH-ondersteuning uitgebreid worden met de informatie van de nog beschikbare RTH-punten van de dienstverleners? Zo moeten gebruikers niet eindeloos rondbellen op zoek naar ondersteuning.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik ben sterk overtuigd van het belang en de meerwaarde van een goed uitgebreid aanbod; laagdrempelig, toegankelijk, en handicapspecifiek voor de hulp. Het tijdig en langdurig inzetten van RTH helpt in veel gevallen een grotere zorgvraag op langere termijn te vermijden.

Wij bereiden op dit ogenblik de scenario’s voor om de in 2020 en de volgende jaren beschikbare middelen uit het voorziene uitbreidingsbeleid zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten. Hierbij zal de piste van een extra injectie van middelen binnen de RTH zeker mee overwogen worden.

Het VAPH kan geen exacte cijfers aanleveren voor het niet opgebruiken van RTH-punten door erkende voorzieningen. Door de mogelijkheid om punten uit te wisselen tussen RTH-diensten, wat toelaat om nog meer vraaggestuurd te werken, is een eenduidige rapportering complex.

Op de website van het VAPH kunnen wel minder recente cijfers teruggevonden worden over de inzet van de RTH-punten. Deze oude cijfers zijn op basis van een bevraging in kaart gebracht, dit als input bij de verdeling van de uitbreidingsmiddelen RTH 2019.

Het aanleveren van de exacte cijfers hangt samen met het afwerken van de subsidiedossiers. Vanwege de uitwisseling van de middelen tussen de vergunde zorgaanbieders (VZA) onderling kan er pas op dat moment zicht zijn op de juiste cijfers. Dit verklaart het gebrek aan nieuwe cijfers. De administratie geeft wel aan dat bij de meeste diensten geen sprake is van onderbenutting, integendeel.

De administratie zal de piste van de uitbreiding van de wegwijzer onderzoeken. Het is echter de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieders zelf om de nodige informatie te ontsluiten via de wegwijzer.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Ik wil specifiek ingaan op het laatste. Zegt u dan dat de zorgaanbieder zelf het al dan niet nog ter beschikking hebben van punten op die zorgwijzer moet kunnen plaatsen?

Mevrouw van der Vloet heeft het woord.

Ik wil nog even terugkomen op het NAH-verhaal. In de vorige legislatuur werd daar toch wel sterk op ingezet – daarom niet via RTH – want er is toch een aparte regeling voor hen uitgewerkt in heel de PVF. Zo moeten zij niet wachten en krijgen zij toch al een budget, want dat is toch wel een ingrijpende verandering. Ik wil toch meegeven dat het niet enkel het NAH-verhaal is, maar dat er zeker in de PVF ook naar gekeken is.

Ik heb het al verschillende keren op tafel gelegd: wat de RTH betreft, lijkt het mij belangrijk om de vragen te registreren. Zo kunnen we in de toekomst een zicht krijgen op hoeveel vragen er zijn en hoeveel budget daarvoor moet worden uitgetrokken.

Minister Vandeurzen is er nooit een voorstander van geweest, omdat er dan weer een wachtlijst wordt gecreëerd. Maar we doen dat natuurlijk niet om een wachtlijst te creëren. Het is belangrijk. U zegt zelf dat u bekijkt hoe de middelen kunnen worden verdeeld tussen trap 1 en trap 2. Om een goede verdeling te kunnen maken, lijkt het mij heel belangrijk dat u ook zicht hebt op heel het RTH-verhaal. Hoeveel vragen zijn er? Hoeveel middelen komen we te kort? Hoe moeten we dat aanpakken? En daarom wil ik de vraag naar registratie hier dan toch nog eens stellen.

U zegt dat er een uitgebreid aanbod is en dat het laagdrempelig is. Ik vind het nog altijd jammer. RTH past niet helemaal in het persoonsvolgend verhaal. RTH is, zoals u zegt, aanbodgestuurd. Dit zou veel meer vraaggestuurd kunnen zijn. Er vallen heel wat spelers uit de boot. Zo kunnen de nieuwe of kleinere initiatieven, de groenezorginitiatieven geen beroep doen op RTH; dat kunnen enkel de grote voorzieningen die daarvoor punten hebben gekregen. In mijn ogen is dat nog te weinig vraaggestuurd. En daarom wil ik vragen, minister, of u het principe van vraaggestuurdheid ook hier, bij RTH, kunt doortrekken, zoals het verhaal PVF eigenlijk is.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Wij ondersteunen zeker de vraag om de Wegwijzer VAPH-ondersteuning uit te breiden met informatie over de nog beschikbare RTH-punten van de dienstverleners. Het regeerakkoord voorziet ook in de uitbreiding van RTH.

Wat zeker een discussie waard is, is wie de doelgroep van RTH eigenlijk is of zou moeten zijn. Want omdat RTH nu ook een wachtkamer is, kunnen de mensen met een beperkte nood, die niet in aanmerking komen voor een persoonsvolgend budget, vaak ook niet terecht bij die RTH.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega's, ik kom even terug op de eerste vraag die we deze middag hebben besproken, over de uitrol van de persoonsvolgende financiering. Dat staat nu op poten. Dat is goed. De correctiefase 2 is belangrijk om van een vraaggestuurd naar een aanbodgestuurd verhaal te kunnen gaan. Zoals in het regeerakkoord staat, moeten we dat wel eens evalueren.

Zullen we dit nu ook aanbodgestuurd maken? Ik zou eerst eens willen bekijken waar we op dit ogenblik staan, in het ene geval. En hoe kunnen we aan zo veel mogelijk mensen met de juiste zorgvragen de juiste antwoorden geven? Dat is een belangrijke zaak en uitdaging, waar we de eerstvolgende periode voor staan.

Het VAPH kan mee onderzoeken of er andere databanken kunnen worden gemaakt die zicht bieden op het aantal ingezette punten. Dat willen we zeker meenemen. Voor 2019 hebben we net die foto gemaakt om daar een goede onderverdeling tussen te kunnen maken. Want je zult daar altijd wel ergens een parameter voor nodig hebben.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Ten eerste vind ik het belangrijk dat we heel goed registreren. Het VAPH moet een heel goede registratie hebben van de punten die verdeeld zijn en de punten die opgemaakt zijn. Ik kan begrijpen dat dat moeilijk is, aangezien dienstverleners punten kunnen uitwisselen. Maar uiteindelijk moeten we dat kunnen registreren. Dat is belangrijk.

Ten tweede is het ook heel belangrijk om te beseffen dat heel veel mensen echt zitten te wachten op die punten, in een andere wachtkamer. Zij kunnen die niet inzetten. Dan is het ook belangrijk om hen te registreren en toch de zorg aan te bieden. Want het zijn mensen, bijvoorbeeld met een NAH, die mits ondersteuning van de mantelzorg, mits beperkte – al is het misschien aanbodgestuurde – zorg, toch wel ondersteuning krijgen.

Ik vind de suggestie van de collega om de RTH-punten ook meer vraaggestuurd te maken en andere zorgverleners in de toekomst toe te laten om die ondersteuning aan te bieden, iets goeds om mee te nemen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.