U bent hier

De heer Pelckmans heeft het woord.

Minister-president, ik zou u eerst willen feliciteren met uw bevordering tot minister van Cultuur, ik denk dat dat zowat het hoogste is wat men kan bereiken in de politiek. Want op de avond dat we allen aan de radio gekluisterd zaten om te horen wie de cultuursector ging beheersen, dacht ik tot middernacht dat het weer het laatste restje op de onderhandelingstafel was en men het aan de kippen zou geven. Maar twintig minuten later kwam toch het bericht dat niemand minder dan de haan ermee ging lopen. Dat is toch wel een vaststelling die ook de cultuursector niet ontgaan is, en de kritische cultuursector heeft gezegd dat dat eigenlijk niet zo’n slecht idee is. Dus u start eigenlijk onder een best goed gesternte. Maar u weet als geen ander dat applaus iets is dat je moet verdienen – u bent operaliefhebber en daar moet je dat verdienen – en we gaan ook kijken of u die titel ook effectief gaat kunnen waarmaken. Ik hoop van harte om dat samen met u te kunnen uitdragen.

Om daar wat systematiek in te brengen, heb ik een aantal lakmoesproeven voorbereid die ik hier systematisch week na week aan u ga stellen, zodat we samen dat traject kunnen afleggen.

Vandaag wou ik mij concentreren op één punt: het vermaledijde woord ‘cultuurparticipatie’. Het is een woord dat in de vorige decennia bij heel wat van uw voorgangers heel hoog in het vaandel stond. Ook in de sector, zowel bij de steunpunten als de federaties, is daar heel hard aan gewerkt. Ik moet tot enige verbazing vaststellen dat we dat woord niet of nauwelijks terugvinden in de huidige teksten. Meer zelfs, als we naar het artikel 27 gaan in het hoofdstuk Cultuur, frons ik toch wel mijn wenkbrauwen over het stuk waar u zegt dat het huidige decreet Sociaal-Cultureel Werk zal worden aangepast om voortaan prioritair organisaties te ondersteunen die bijdragen aan de emancipatie van mensen en groepen en aan de versterking van een democratische, inclusieve samenleving. Volgens u moet dit gebeuren op ‘een collectief gedeelde identiteit gebaseerd op een gemeenschappelijke sokkel van waarden en fundamentele rechten en vrijheden’. En dan komt de vermaledijde zin waar we allemaal van schrokken: “Initiatieven die zich terugplooien op etnisch-culturele afkomst (…) worden daarbij niet meer gesubsidieerd.” Ik excuseer me bij deze dat ik nogal wat citaten ga gebruiken, maar jullie hebben hard en flink gewerkt om gedetailleerde nota’s te maken en elk woord in deze passage is er een.

U werkt het dan ook verder uit en zegt zelf dat de toekomstige subsidiëring voortaan gebaseerd zal zijn op ‘de uitgevoerde visitatie, de strikte toepassing van de beoordelingscriteria en de inpassing in de landschapstekening’, wat inderdaad te waarderen valt. Maar dan zegt u dat u rekening wilt houden met die adviezen, maar dat de finale inhoudelijke afweging van de regelgevend vastgelegde beleidsdoelstellingen en criteria en het bepalen van het subsidiebedrag zelf meer dan ooit autonoom zullen behoren tot de bevoegdheid van de regering. Er is dan een tweede passage waarbij we toch de oren laten flapperen: “We passen in functie daarvan ook de adviesprocedures en de regels voor de bepaling van het subsidiebedrag in het decreet aan.”

Minister, ik zou u even willen meenemen naar een van de iconen van onze Vlaamse canon, namelijk Suske en Wiske. U weet dat professor Barabas een teletijdmachine ontworpen heeft, maar ik moet u ontgoochelen, we gaan hier slechts twee jaar terug in de tijd, namelijk naar de memorie van toelichting, zwaar ondersteund in deze commissie onder de eveneens Zweedse coalitie. Ik citeer daar letterlijk uit, het gaat over mei 2017: “Het belang van de verenigingen van migranten kan moeilijk onderschat worden. Ze vormen een onmiskenbare schakel tussen hun achterban en de maatschappij. Deze verenigingen kreunen onder de vragen van verschillende maatschappelijke actoren en het brede middenveld en vanuit andere beleidsdomeinen zoals Onderwijs, Werk, Wonen en Welzijn. Sinds het uitbreken van de vluchtelingencrisis is de vraag naar ondersteuning en begeleiding exponentieel gestegen.” Het besluit van diezelfde memorie van toelichting en van het decreet was, nog geen twee jaar geleden met dezelfde Zweedse coalitie, gesteund door een aantal mensen hier aanwezig: “De financiële versterking van de verenigingen van migranten is vandaag urgent en noodzakelijk.” Dit is dan ook zo uitgevoerd.

Ik verwijs dan ook nog, in tegenstelling tot de teksten in het regeerakkoord, naar de zogenaamde landschapstekening van 2016, die eigenlijk eenzelfde toon aanslaat: “Een laatste dynamiek is recenter en gaat samen met de toenemende culturele diversiteit in onze samenleving. Ondertussen kennen we 10 erkende etnisch-culturele federaties (...). Zij verzetten zich tegen maatschappelijke uitsluiting van nieuwkomers, (...). Ze zijn van alle markten thuis: onderwijs, arbeid, integratie, welzijn en noem maar op.” Een maximale steun dus, nog geen twee jaar geleden, die werd uitgesproken door dezelfde Zweedse coalitie.

Minister-president, ik heb dan ook niet minder dan zeven vragen en die gaan over de toestand van vandaag, waarover de sector enorm ongerust is. Op welke manier wilt u het concept collectief gedeelde identiteit, gebaseerd op een gemeenschappelijke sokkel van waarden en fundamentele rechten en vrijheden invullen? Is dit een opdracht die u zelf gaat uitvoeren? Gaat u er externen bij betrekken om dat concept uit te werken? Op welke termijn wilt u dat doen?

Mijn volgende vraag gaat over de geest van het decreet van 2017, namelijk dat organisaties veeleer opereren vanuit een civiel perspectief. Organisaties dienen te werken" met respect voor de gemeenschappelijke sokkel van waarden, fundamentele rechten en vrijheden (...). Hiervoor ontwikkelen en verspreiden zij praktijken die hierop een werkend antwoord kunnen bieden.” In het regeerakkoord van vandaag wordt dat bijna een opdracht. De organisaties krijgen de opdracht dat ze werk moeten maken van een betrokken samenleving met een collectief gedeelde identiteit. Ze worden bijna geformaliseerd: dat is nu de toekomst en anders krijgen jullie geen middelen meer.

Minister, het decreet van 2017 is natuurlijk nog van kracht op de betrokken organisaties. Daar zijn procedures voor, er zijn ook visitatiecommissies geweest. Die rechten en plichten mogen ze terecht uitoefenen. Door de strenge taal in het nieuwe regeerakkoord is de vraag nu: kunnen ze daar nog op rekenen? Of wilt u de spelregels tijdens deze rit nog veranderen?

De meest cruciale vraag is de volgende: wat is er in twee jaar tijd eigenlijk in het landschap veranderd – en ik kijk nu naar de collega's die in deze commissie zaten – om de toon, de taal en de uitkomst van het beleid rond de etnisch-culturele organisaties heel defensief te benaderen, en hen opzij te zetten? Ik zie daar echt heel weinig verandering in. Ik ben heel benieuwd naar uw antwoord. Waarom wilt u nu plots initiatieven, die indertijd werden bejubeld door iedereen hier aan tafel, nu toch laten terugplooien en waarom wilt u hun geen middelen meer geven?

Minister-president, op welke initiatieven mikt u eigenlijk? Waar hebt u het precies over? Vindt u dat de etnisch-culturele organisaties nog altijd een onmisbare schakel tussen hun achterban en de maatschappij vormen, en dus een ondersteuning verdienen? Ik verwijs hiervoor naar de memorie van toelichting van 2017.

Tot slot een bredere vraag, die kan uitdeinen naar het hele cultuurbeleid. U bent erg kritisch voor de werking van de adviescommissies door te stellen dat er iets schort aan de finale inhoudelijke afweging en de bepaling van het subsidiebedrag. Schort er iets aan de werking van de adviescommissies? Wilt u zelf meer het heft in handen nemen? In welke zin wilt u het decreet op dat vlak aanpassen? Hoe ziet u de rol van de adviescommissies?

Minister-president, tot hier mijn lange vraag, maar ik wil ze toch motiveren omdat het de sector enorm bezighoudt. Ik ben heel benieuwd en kijk uit naar uw antwoord.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Dank u wel voor de vriendelijke inleiding, een captatio benevolentiae, om dan naar de kern van de zaak te gaan. Maar goed, daarvoor dient het parlement: om ons op tijd en stond te ondervragen.

Ik ga proberen heel concreet op uw vragen te antwoorden, want het zijn pertinente vragen waarmee we met deze regering hebben geprobeerd om het verschil te maken met vorige regeringen. Als u zegt dat de vorige regering ‘dit deed’ en wij nu ‘dat’, dan klinkt mij dat eerder als muziek in de oren dan wel dat ik het als een kritische noot beschouw.

Het begrip ‘de gemeenschappelijke sokkel van waarden, fundamentele rechten en vrijheden’ staat vandaag al in het decreet Sociaal-Culturele Sector van 2017, waarnaar u al hebt verwezen. De invulling daarvan – hoe moet je dat begrijpen? – wordt in de memorie van toelichting van dat decreet al uitgesponnen. Voor ons gaat het over gedeeld burgerschap en de wil en de intentie om deel uit te maken van een samenleving die stoelt op grondbeginselen als het recht op vrije meningsuiting, de gelijkheid tussen man en vrouw, de scheiding van kerk en staat, maar ook het bieden van gelijke kansen, het uitsluiten van discriminatie en het bestrijden van racisme. Het gaat over evenwichten. Verenigingen die erop gericht zijn om mensen in hun eigen etnisch sociaal-culturele omgeving op te sluiten en niet die openheid naar onze maatschappij en de wil tot integratie en inburgeren in de maatschappij tonen, zijn nefast voor onze samenleving. Men doet maar, maar hier gaat het erover of men ze moet subsidiëren of niet. Mensen die vertrekken van een etnische achtergrond of etnisch sociaal-culturele achtergrond en die de intentie hebben om te integreren in onze maatschappij, dat is een andere optie. Het begrip dat wij hier hanteren, is dus geen onbekend begrip. Het enige wat wij misschien willen doen, is dat begrip prominenter naar voren schuiven en er meer gewicht aan geven in de algemene beoordeling.

Wat uw tweede vraag betreft, zult u in het regeerakkoord ook de timing hebben gezien. Wij willen het geplande tijdkader van het decreet niet aanpassen. Zo staat het ook letterlijk in het regeerakkoord. Het is dus de bedoeling om nog dit najaar, zo snel als mogelijk, een nieuw decreet of een aanpassing van het decreet te laten goedkeuren in het parlement. Daarvoor wordt een parlementair initiatief genomen, wat in alle openheid zal gebeuren.

U vroeg naar het werk dat in het kader van het huidige decreet al is gebeurd. De visitaties zijn al achter de rug. Ze zijn een belangrijke stap in de werking van dit decreet, maar het is ook maar een stap. Een belangrijke stap, maar een stap. Rechten ontlenen louter aan een visitatierapport, is een brug te ver. Ik zeg nog eens dat het een belangrijke input is, maar niet de allesbepalende input. Naast het rapport van de visitatiecommissie is er ook nog de beoordeling van het ingediende dossier en de landschapstekening die nog zal worden gemaakt. Al die bouwstenen zullen dienen ter onderbouwing van de beslissing door de regering. U vindt dat in het regeerakkoord ook op meerdere plaatsen terug. We proberen de klepel opnieuw een beetje meer in het midden te hangen: bij een volledige ‘verambtelijking’ en ‘vercommissionering’ van regeringsbeslissingen heb je geen regering nodig. Dat is logisch. Adviezen, adviescomités, visitatiecommissies en visitatierapporten zijn heel belangrijke inputs die je niet zomaar naast je neer kunt leggen, maar de finale beslissing ligt bij de regering en dus ook de verantwoordelijkheid om af te wijken. Men moet dat goed onderbouwen en goed motiveren – niet met een enge bril maar misschien met een iets bredere bril kijken –, maar de politiek moet het recht hebben om goed onderbouwd af te wijken van adviezen, anders worden adviezen beslissingen. Een advies is een raad die men geeft aan de regering. Het is een belangrijke raadgeving, maar uiteindelijk is het toch de politiek die zal moeten beslissen en die zich ook zal moeten verantwoorden als ze afwijkt van een aantal adviezen.

De sociaal-culturele volwassenenorganisaties die een werkingssubsidie willen aanvragen voor de periode 2021-2025, moeten dat voor 31 december 2019 doen. Het is dus heel belangrijk dat het nieuwe kader tegen dan klaar is.

Ik kom tot uw vierde vraag. In het landschap is misschien niet zoveel veranderd, maar er is wel een nieuwe Vlaamse Regering, met een nieuw Vlaams regeerakkoord, die ook nieuwe klemtonen wil leggen.

Wij kiezen in dit regeerakkoord heel duidelijk voor een inclusief verhaal. Tijdens de regeringsonderhandelingen is dat door meerdere groepen wel eens een yin-yangverhaal genoemd: aan de ene kant is het toegangsticket een beetje strenger, maar aan de andere kant is het de bedoeling om inclusief de samenleving te laten omarmen. Wij kiezen dus voor dat inclusieve verhaal. We willen mensen niet langer aanspreken op hun etnisch-culturele afkomst. Wie in Vlaanderen leeft, wie hier woont, wie hier werkt, wie hier deelneemt en bijdraagt aan onze samenleving, is in onze ogen een Vlaming. We kiezen daarom ook niet voor subsidies voor initiatieven die zich zowel qua interne organisatie als qua activiteiten zuiver en alleen op hun etnisch-culturele afkomst terugplooien. Maar u moet het regeerakkoord volledig citeren, want belangrijk is dat we niet langer organisaties subsidiëren die mogelijk segregatie in de hand werken. Er is het mono-etnisch-culturele, maar er zijn ook organisaties die segregatie in de hand werken, die zich willen isoleren van onze maatschappij en zich in hun isolement willen opsluiten. Ook daar geldt dat er vrijheid van vereniging is. Ze mogen dat doen, maar daar hebben wij geen subsidies voor over. Dat is heel, heel duidelijk.

Ik kom tot uw vijfde en zesde vraag. Op dit moment hebben wij geen enkele vereniging op het oog. Naam en toenaam heb ik niet. Wij hebben geen zwarte lijst. We gaan rustig met de visitatierapporten en de doorlichting bekijken hoe die verenigingen een subsidiedossier voor de volgende periode indienen. Op dit moment bestaat er geen zwarte lijst. We willen alleen duidelijkheid scheppen over welk beleid we willen motiveren en stimuleren. Welke initiatieven, die in het verleden wel op subsidies konden rekenen, moeten zich nu wel vragen stellen over hun werking en moeten die ernstig bijsturen in de richting van een inclusief verhaal? Het is aan de organisaties binnen het sociaal-cultureel werk om daarop in te spelen en hun subsidieaanvragen en projecten voor de toekomst te laten uitgaan van die inclusieve aanpak in plaats van louter teruggeplooid te blijven op hun etnisch-culturele afkomst. Die etnisch-culturele organisaties zullen dus moeten aantonen dat zij zich zowel qua interne organisatie als qua activiteiten die ze ontplooien, niet terugplooien op de etnisch-culturele afkomst en een ruimere doelgroep vooropstellen.

De etnisch-culturele organisaties zullen geen specifieke categorie meer zijn in het decreet, omdat die organisaties net als alle andere sociaal-culturele volwassenenorganisaties beoordeeld zullen worden op hun algemene werking. Daarbij gaat het ons over gemeenschapsvorming, verbinding, samenwerking, tegengaan van segregatie in onze maatschappij, bruggen bouwen en formeel en informeel leren. Organisaties die zich voor dat concept inzetten, zijn onze partners in het bouwen van die inclusieve samenleving.

Bij de subsidiekeuze en bij de beslissingen rond subsidies zullen we, zoals nu reeds voorzien is in het decreet, rekening houden met de breedte van het draagvlak en ook met de maatschappelijke relevantie van de organisatie, zoals het actief betalend ledenaantal of de actieve werking, de organisatie en de aanwezigheid op het terrein. Dat zullen allemaal elementen zijn die daarin meespelen.

U verwijst ook naar de specifieke noden vanuit Welzijn, Wonen, Werk of Onderwijs. Het is in de eerste plaats aan die beleidsterreinen om daarop in te spelen. Het is niet de taak van Cultuur om al die noden af te dekken.

Ik kom tot uw laatste vraag. Ik heb het al in mijn antwoord op uw andere vragen gezegd. De rol van een adviescommissie willen wij plaatsen waar die hoort. Ze moet namelijk advies geven. Het is de taak van de minister en van de Vlaamse Regering om beslissingen te nemen. Je hebt adviesorganen en je hebt beslissingsorganen.

Ik heb het daarstraks al gezegd: natuurlijk moet je je bij je beslissing baseren op die adviezen. Die adviezen zijn waardevol en belangrijk, en daarvan afwijken is een feit dat je moet kunnen motiveren. Maar als je zegt: ‘het is een advies, dus, pats, we gaan dat klakkeloos opvolgen’, kies dan in het vervolg adviescommissies. Kies geen parlement meer, en stel zeker geen regering aan. Zoals bij andere cultuurdecreten houden we dus rekening met de adviezen van externe experten, maar blijft de inhoudelijke afweging van het in regels vastgelegde bij de minister en bij de regering berusten. Je bent natuurlijk ook gebonden door het wettelijk kader. Je kunt niet zomaar eender wat doen. Ook het bepalen van het subsidiebedrag binnen het budgettaire kader, dat we met deze regering hebben uitgetekend, blijft berusten bij de minister en de regering.

Ik denk concreet op uw vragen te hebben geantwoord. Het was misschien niet wat u had willen horen, maar het is wel de eerlijke inhoud van onze akkoorden die we onder drie partijen hebben gesloten.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Ik dank u voor de uitvoerige toelichting. Het was inderdaad het antwoord dat ik een beetje verwachtte. Ik ga er niet uitgebreid op in, want dit is stof voor latere, uitgebreidere discussies. Ik heb een paar bedenkingen. Er blijft me één ding enorm fascineren. Dan kijk ik vooral naar de collega’s die vorige keer in deze commissie zaten. Dat deze regering totaal omslaat ten aanzien van de vorige regering, is uiteraard haar goed recht, maar ik kijk toch naar de collega’s hier. Zijn zij het daar eigenlijk wel mee eens? Blijkbaar wel, ze hebben het regeerakkoord mee goedgekeurd. Is men dan zo negatief over de uitkomst van de memorie van toelichting? Ik blijf daarop hameren. Ik vind het een ongelooflijke bocht, om niet te zeggen een vicieuze cirkel.

Minister-president, we zijn het over één punt wel eens. Wij geloven inderdaad heel sterk in de verbindende factor van cultuur. Ik vind dat cultuur in het regeerakkoord wordt geminimaliseerd tot een marketingproduct. Dat is zo in het algemeen, en daarom stemt het regeerakkoord me een beetje droef. Ik kom daar later op terug. Cultuur kan veel meer, is veel krachtiger dan we soms denken. Dat er zo weinig middelen naartoe gaan, is dus ook mijn frustratie. Ik kom zelf uit de sector. Het slijk hangt nog aan mijn voeten door uit het veld te komen, uit de Kempen. Dertig jaar heb ik er een huis geleid, waarmee we 250.000 mensen per jaar hebben bereikt. Net die organisaties die nu toch wat worden geviseerd, waren ankerpunten in een moeilijke stad als Turnhout, waar er, zoals u weet, heel veel armoede is en ook heel veel etnisch-culturele groepen leven. Ze waren een van de ankerpunten die mee de kar van cultuur trokken. Ik heb dat dertig jaar lang ondervonden, en toch worden die organisaties hier geviseerd. Ik wil dat toch even inbrengen met mijn bescheiden achtergrond.

Ik heb zelf ook jaren in die beoordelingscommissies gezeten. Uiteraard is het altijd het democratische recht van de minister om af te wijken. Alleen gebeurde dat in het verleden altijd op het einde van de afweging na de interkabinettenwerkgroepen, door de minister en de beoordelingswerkgroep. Daar werd bekeken of er samen zou worden geland. We deden dat toch in een soort dialoog. Het klinkt me nogal uitdagend om te zeggen dat men in die dialoog wat zal schrappen, dat die wat minder zal worden.

Ik blijf op mijn honger: waarom worden net die groepen nu zo geviseerd? Ik snap dat niet. Ik wil dat ook niet snappen. U hebt op dat vlak duidelijk ook de visie van Groen tegen. Oké, als die organisaties aansturen op segregatie, vertrek je natuurlijk vanuit een enorm wantrouwen. Die zullen er misschien wel zijn, en met die organisaties zullen wij ook niet akkoord gaan, maar vertrek nu toch eens van vertrouwen. Bent u dan ook bereid om consequent te zijn en de Vlaamse etnisch-culturele organisaties, die echt focussen op de Vlaamse etnisch-culturele segregatie, zoals de Vlaamse Volksbeweging, even kritisch te bekijken?

De heer Meremans heeft het woord.

Ik hoop dat de waarde van de tussenkomsten niet wordt gemeten aan de lange tijdsduur, want die van mij gaat vrij kort zijn. Ik kom graag snel ‘to the point’.

Ik sta nog steeds in de socioculturele sector, collega’s van Groen, en ik ben daar niet voor betaald, ik doe dat als vrijwilliger – in tegenstelling tot jullie vroeger –, net zoals duizenden mensen.

U zegt dat er een bocht van 360 graden gemaakt is. Misschien hebt u het niet goed gevolgd, maar u hebt een zeer goede vriend, Bart Caron. Die heeft altijd gereageerd op mijn opiniestukken. Lees die eens, lees eens wat ik daar geschreven heb. U zult dan zien dat dit niet zo’n geweldige bocht is.

Ten tweede zou ik ook willen zeggen dat de ‘gemeenschappelijke sokkel van normen en waarden’ inderdaad in het vorige decreet stond. Dat Groen nu vraagt wat die waarden dan zijn, dat een partij als Groen dat überhaupt nog in vraag stelt, daar val ik toch wel een beetje van achterover. Dus, als ik het goed begrijp, kan het voor Groen allemaal dat een organisatie zegt dat vrouwen eigenlijk minderwaardig zijn of dat andersgeaarde mensen bij hen niet thuishoren omdat dat hun normen en waarden niet zijn. Ik vind het een beetje ongelooflijk dat jullie nog steeds die westerse normen en waarden in vraag stellen. Ik dacht dat iedereen die wel kende. Blijkbaar niet.

Ten tweede gaat de discussie tot veel vroeger terug, voor het ontstaan van de N-VA. Ik heb de discussie ook binnen de Volksunie nog gehad, ook lokaal in onze stad. Over organisaties die zich louter richten op hun eigen gemeenschap en religie, is de vraag of dat tot meer integratie leidt. Vroeger waren er twee opties, twee denkwijzen. Sommigen zeiden dat dat niet goed is, dat je dan een gesegregeerde maatschappij krijgt. Men moet  die mensen zo snel mogelijk toeleiden en onze organisaties moeten zich openstellen voor die mensen. Er was een andere optie die zei dat je die mensen eerst moet laten emanciperen tot ze uiteindelijk gaan overvloeien in organisaties die verschillende nationaliteiten en religies samenbrengen. We moeten wel constateren dat het terugplooien op de eigen gemeenschap – ik denk dat we daar deze week nog voorbeelden van gezien hebben – niet echt bevorderlijk is voor de integratie. Dit betekent helemaal niet dat al die organisaties nu slechte activiteiten organiseren – ik ben er ook nog gaan bezoeken vroeger. Maar je moet zien wat ons doel is. Ons doel is een verbindende samenleving te krijgen, van mensen die samen één gemeenschap vormen, in diversiteit, maar samen één gemeenschap, tenzij men mij nu zegt dat we geen gemeenschap willen vormen.

Mijnheer Meremans, u bent wel al twee minuten over tijd.

Ik ga zeer kort zijn. De anderen gaan ook zeer lang, er worden vragen gesteld die niet zijn ingediend. U moet dan wel consequent zijn.

Dat is niet waar. Ik ben heel consequent.

Sociaal-culturele organisaties kunnen niet in de plaats treden van de politiek. Sommigen willen dat, maar dat gaat niet. Zij kunnen bondgenoten zijn, ze kunnen een aantal zaken realiseren, maar ze kunnen niet in de plaats treden van de politiek. Het is toch logisch dat, als je een regeerakkoord maakt en je daar richting aan wilt geven, je daar ook de middelen voor krijgt om daar bij te sturen of richting te geven. Dat is gebeurd met het Kunstendecreet, dat zal ook met dit decreet gebeuren. We zullen ook het nodige initiatief voor een wijziging van het decreet opstarten.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister, ik kijk uit naar een constructieve samenwerking. Ik dank ook collega Pelckmans voor zijn heel terechte vragen. Het zijn belangrijke vragen.

Dat de minister-president minister van Cultuur werd, was eigenlijk wel een heel belangrijk signaal dat de Vlaamse Regering cultuur en kunst als een heel belangrijk terrein in de samenleving beschouwt. Aanvankelijk was er dus inderdaad heel veel optimisme dat u die portefeuille bij u hebt als minister-president.

Maar toen het regeerakkoord uitkwam, rees er plots toch heel wat ongerustheid in de kunst- en cultuursector. Zeker met de besparingen die opnieuw zijn aangekondigd, gebeurt er echt wel een aanslag op sociaal-cultureel werk. Dat zijn per definitie sectoren waar er totaal al geen vet op de soep meer zit. Ze betekenen al met heel weinig middelen ongelooflijk veel voor onze samenleving.

Ik ben even verwonderd als de heer Pelckmans dat u daarnet zo boud stelde dat u een trendbreuk wil realiseren in het cultuurbeleid ten opzichte van de vorige legislatuur. Het zijn immers dezelfde partijen die dit nieuwe regeerakkoord hebben gesloten. Dat is zeer verwonderlijk.

Met betrekking tot de etnisch-culturele organisaties staat de zin die u citeerde, niet in het hoofdstuk Cultuur maar wel in het hoofdstukje Integratie. Het is wel een belangrijke aanvulling, maar het verwonderde mij dat het niet bij Cultuur stond. Als we het hebben over etnisch-culturele organisaties, geldt dit dan ook voor de katholieke Europascouts, voor het Vlaams Nationaal Jeugdverbond, dat ook heel duidelijk een etnisch-cultureel profiel en doelstelling heeft?

Minister-president, hoe plant u voor uw beleidsterrein 6 procent besparingen door te voeren? Gaat u dat met de kaasschaaf doen of zult u een vrij arbitraire keuze maken?

Er is wel een heel duidelijke trendbreuk in vergelijking met voormalig minister Gatz, namelijk als u het hebt over het opnieuw vooropstellen van het primaat van de politiek ten aanzien van de adviezen van de beoordelingscommissies. De laatste projectsubsidieronde was een afschuwelijke ronde. Er waren veel te weinig middelen. Alleen diegenen die bijna 100 procent haalden, de A-categorieën, hebben nog subsidies gekregen. U moet weten dat daar experten diepgaande analyses van en beoordelingen over maken die heel genuanceerd zijn. Als u nu zegt dat u die naast zich neer zult leggen, dan betekent dit een complete trendbreuk. Ik roep u op om dit niet te doen, maar zoveel mogelijk de adviezen te volgen.

De heer Brusselmans heeft het woord.

Minister president, ook namens onze fractie proficiat.

In het regeerakkoord staat inzake Cultuur, naast het stuk over segregatie, ook onder andere te lezen dat u bij subsidiekeuzes rekening zult houden met de breedte van het draagvlak, de maatschappelijke relevantie van organisaties, het actief betalend ledenaantal enzovoort.

Door middel van een open brief, gepubliceerd in de krant De Morgen en opgesteld door Hart boven Hard en ondertekend door ongeveer tweehonderd verenigingen uit het middenveld waaronder ook vele van etnisch-culturele aard, wenste men vanuit die hoek te reageren op onder andere die passages. Men stelt dat de regering hiermee het middenveld monddood wil maken, dat ze chargeert tegen ngo's enzovoort.

Het is voor onze fractie belangrijk dat wij ook een ander geluid laten horen dan die verenigingen en de collega’s hier. Het moge duidelijk zijn dat er uiteraard ook zeer veel Vlamingen zijn – allicht een zwijgende meerderheid van mensen die niet actief zijn in die etnisch-culturele organisaties – die van mening zijn dat er de voorbije jaren al veel te veel subsidies werden verleend aan dat politiek activisme.

Het kan bovendien vastgesteld worden dat het merendeel van die gesubsidieerde bewegingen zich aan één kant van het ideologisch spectrum situeren en dus weinig draagvlak hebben bij de brede bevolking.

Bovendien hebben vele Vlamingen er ook geen begrip voor dat met belastinggeld migrantenorganisaties worden gefinancierd, die als voornaamste doel hebben om allochtonen vast te doen houden aan hun eigen taal, cultuur en godsdienst van het land van herkomst. Ze belemmeren daarmee de vooropgestelde integratie of assimilatie.

Onze fractie zal dan ook altijd blijven pleiten tegen gesubsidieerd politiek activisme voor verenigingen met nauwelijks betalende of überhaupt bestaande leden. Ze dienen vaak enkel om de voorzitter of de penningmeester te voorzien van een aanvullend inkomen.

Minister-president, hoe reageert u op de bewuste brief geschreven door Hart boven Hard en andere activistische organisaties? Hoe reageert u op de bedenking van veel Vlamingen dat politiek activisme niet gefinancierd moet worden met belastinggeld? Welke initiatieven zult u in dit verband desgevallend nemen?

Ik hoor ook dat u duidelijkheid wilt scheppen. Welke subsidiecriteria zult u concreet uitwerken om te voorkomen dat segregatie nog langer met belastinggeld wordt gefinancierd? Welk bedrag beoogt u in totaliteit te besparen op het zogenaamde middenveld op het vlak van subsidies?

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Minister-president, ook van mijn fractie een dikke proficiat en welkom in deze commissie. Deze zaal bestaat uit erge cultuurliefhebbers die volop voor hun sector gaan. Ik ben heel blij dat Cultuur hoger op de politieke agenda zal staan, aangezien u dit bij uw takenpakket neemt.

Mijnheer Pelckmans, ik wil verwijzen naar uw eerste vraag, waarin u vraagt hoe de minister-president de gemeenschappelijke sokkel van waarden en fundamentele rechten zal invullen. De heer Meremans heeft er al op gewezen dat dit eigenlijk in de memorie van toelichting staat van het huidige decreet. Die memorie van toelichting is gebaseerd op een resolutie van 2015 betreffende de bestrijding van gewelddadige radicalisering, die bijna kamerbreed is goedgekeurd door het Vlaams Parlement. De voorzitter, mevrouw Meuleman, was zelfs mede-indiener van dat voorstel van resolutie. Het is absoluut niet nodig om die zaken nog eens uit te schrijven, aangezien het werk daar al is gebeurd.

Ik hoor dat we zullen werken met een voorstel van decreet. Ik vind dat een zeer goede zaak, maar ik zou mijn collega's willen oproepen om daar heel snel werk van te maken. Er is nu wel wat onduidelijkheid binnen de sector. We moeten die duidelijkheid geven zodat we zo snel mogelijk kunnen verdergaan op de lopende procedure met de visitaties.

Wat betreft het primaat van de politiek: ik heb vijf jaar gewerkt voor de minister van Cultuur. Inderdaad, ik spreek van ondervinding. Het was soms niet altijd evident als er adviezen binnenkwamen en als beoordelingscommissies bijna eisten dat de minister zich daar volledig aan houdt. Die adviezen hielden ook niet altijd rekening met het budgettaire kader. Het was dan altijd aan de minister om de moeilijke keuzes te maken. Dat er een terugkeer is naar het primaat van de politiek is zeer goed, want de slinger was een beetje te veel doorgeslagen naar de andere kant, niet alleen in dit decreet maar ook in de andere cultuurdecreten.

Het was in het vorige decreet ook al zo dat de etnisch-culturele federaties geen aparte categorie meer waren. We zijn toen afgestapt van de verenigingen enzovoort. We willen bouwen aan een inclusieve samenleving, wat ook duidelijk te zien is in het regeerakkoord en te horen was in de ‘Oktoberverklaring’ van de minister-president. Dat betekent dat de overheid dit doet, maar ook dat andere actoren het ook moeten doen. Die federaties kunnen bruggenbouwers zijn naar de andere gemeenschappen in een superdiverse samenleving. Ik hoop dat men van de uitgestoken hand van de overheid gebruikmaakt en daar volop voor gaat.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Op mijn beurt wil ik de minister-president feliciteren, in het bijzonder met de heel mooie bevoegdheid Cultuur. Ik hoop ook dat we goed kunnen samenwerken in de komende jaren.

Ik heb een beetje het gevoel dat we het voorstel van decreet dat nog moet worden ingediend, al volop aan het bespreken zijn. Ik zal dit dus niet doen.

Wat we in het regeerakkoord hebben afgesproken, begrijp ik op de volgende wijze: we beklemtonen iets meer het inclusieve verhaal. We zullen daar zeer snel een voorstel van decreet voor moeten indienen. We willen in de goede traditie van deze commissie met de meerderheid – en ik neem aan dat iedereen daarmee akkoord gaat – het voorstel van decreet in overleg met het werkveld tot stand brengen, en ook juridisch correct. Het moet dan ook zeer snel gaan als we voor het eind van het jaar klaar moeten zijn, want de begrotingsbespreking zit er ook nog tussen. Het is wel belangrijk om snel te gaan, omdat al die organisaties momenteel bezig zijn met het opmaken van hun beleidsplannen. Zij willen zeer graag duidelijkheid over wat er nog toegevoegd of bijgeschaafd moet worden.

We zullen daar straks tijdens de regeling van de werkzaamheden nog op terugkomen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Pelckmans, misschien staat het niet in de cultuurpassage, maar ik wil hier bevestigen dat dat onze beleidslijn is in de geest van het regeerakkoord. De segregatie in de hand werken, dat zal essentieel deel uitmaken van de criteria. U komt uit Turnhout, ik kom uit Genk. Daar waren verenigingen van Italianen en op den duur werd dat gemixt, maar die verenigingen waren erop gericht om die mensen in de samenleving te laten opgaan, en de scheidingslijn tussen de Italiaanse gemeenschap en de rest van de Genkse gemeenschap te overstijgen. Dat is het inclusief maatschappijmodel dat we voorstaan.

Wanneer diezelfde organisaties zouden zeggen: wij blijven in ons kamp en daar komt niemand bij en wij gaan onze deuren en ramen niet openzetten, en hier spreken we Italiaans en niets anders … U kent het beeld. De vraag is: mag dat? Ja, dat mag. Moeten we dat subsidiëren? Neen, ik vind niet dat we dat moeten subsidiëren.

Ik verwijs trouwens naar het debat gisteren in de plenaire vergadering, waar kamerbreed iedereen akkoord ging dat het optreden van die voetbalclub iets was dat segregatie in de hand werkt. Iedereen zegt dat we dit veroordelen. Neem dat als beeld mee en dan kunnen we elkaar daarin vinden.

U hebt een organisatie genoemd waar ik zelf uit voortkom en die me na aan het hart ligt. Ik nodig u uit om de wervingscampagne van diezelfde organisatie van twee jaar geleden te bekijken. Die probeerde met een diversiteitsfolder mensen te werven. Ik weet niet of dat goed gelukt is, maar ze zetten in ieder geval ramen en deuren open om mee te werken aan die inclusieve samenleving. Nu is dat wel een organisatie die op staatkundig separatisme aanstuurt. Dat is niet de segregatie die wij hier bedoelen. Ook organisaties die vanuit een Vlaamse inborst vertrekken, zullen worden beoordeeld op de vraag of ze ook ramen en deuren openzetten en het inclusieve model mee helpen vormgeven.

Mevrouw Segers, hoe plan ik die 6 procent door te voeren? In de begrotingsbesprekingen zullen we hier nog concreet op doorgaan. Het is duidelijk dat we een totaal budgettair objectief hebben voorliggen. De kaasschaafmethode, zo staat het in het regeerakkoord, is niet de methode die we universeel willen toepassen.

Het primaat van de politiek dan. Waarom zit ik hier? Waarom moet ik hiernaartoe komen als u niet naar mijn woorden luistert? Dat heeft niet veel zin. Ik heb heel goed naar u geluisterd. Ik nodig u uit om ook heel goed naar mij te luisteren. Ik heb expressis verbis gezegd: het gaat niet op om adviezen naast je neer te leggen. Ik heb gezegd: als je afwijkt van die adviezen – u hebt er ook op gewezen hoe belangrijk en hoe doorwrocht die dikwijls zijn, van specialisten in het veld – dan is dat geen evidente keuze. Als je dat doet, zul je dat als beslissingnemer goed moeten onderbouwen. Daarvan ben ik me bewust. Zeg alsjeblieft niet: ‘zomaar aan de kant’. We zullen geen enkel advies zomaar aan de kant schuiven. We zullen ook geen enkel advies als een dictaat bekijken. We zullen als politiek verantwoordelijken de vrijheid nemen om een advies op zijn waarde te beoordelen en ons af te vragen of het in het beleid van de regering past en in het project dat de regering naar voren schuift.

Ik herhaal: afwijken van zo'n advies is een politiek feit. Dat zullen we goed moeten onderbouwen. Daar geef ik mij absoluut rekenschap van. Alsjeblieft, luister naar mijn woorden, kijk morgen ook naar mijn daden, maar als ik zeg dat ik een advies niet zomaar naast me neerleg, dan bedoel ik ook dat ik een advies niet zomaar naast me neerleg. Dus verwijt mij dat niet.

Mijnheer Brusselmans, u had een vraag over de brief van Hart boven Hard. Dat we van Hart boven Hard geen applaus gingen krijgen, dat is voor mij veeleer een geruststelling, dan wel dat het me opjaagt. Verder wens ik daar niet op te reageren. Dat lag in de lijn van de verwachtingen.

Het sociaal-cultureel volwassenenwerk is breed en diep vertakt. Als je naar de identiteit van de Vlaming kijkt, zie je dat die zich organiseert in verenigingen, en het sociaal-cultureel volwassenenwerk is er zeker een uiting van. Meer dan 120 organisaties zijn actief, van de grootste steden tot de kleinste dorpen, met heel veel professionals maar ook met zeer veel vrijwilligers die daar dagelijks het beste van zichzelf geven. Als ik goed ben ingelicht, zijn er ongeveer een kwart miljoen vrijwilligers actief in die sociaal-culturele organisaties.

Bij heel veel van de activiteiten van die organisaties staat de aanpak van maatschappelijke thema's en uitdagingen, het levensbreed leren, de creatie van engagement en verbinding, het bouwen van bruggen, centraal. De evolutie in onze maatschappij is dat mensen meer en meer in losse verbanden bij elkaar komen, maar toch blijft het sociaal-cultureel volwassenenwerk een belangrijke plaats hebben in ons sociaal weefsel. Het is waar, sommige thema's waarrond het sociaal-cultureel werk werkt– en ik heb net de verenigingen genoemd waaruit ik kom –, zijn thema's die dicht bij de politiek liggen. We leven in een vrije samenleving. Het staat iedereen vrij om zich te organiseren rond maatschappelijk engagement. Dat kan gaan over mobiliteit, over de vredesproblematiek, over de Vlaamse identiteit, over klimaat. Het is perfect mogelijk om rond die thema's te werken zonder dat het politiek activisme wordt genoemd, zoals u doet.

Ik heb daarstraks in een antwoord op de vraag van de heer Pelckmans gezegd dat sommige verenigingen maatschappelijk weinig relevant zijn omdat ze te weinig leden hebben. Het betalend ledenaantal zal een van de elementen zijn om de maatschappelijke relevantie te bepalen en om na te gaan of het aanbod ook een antwoord krijgt vanuit de maatschappij. Het feit van maatschappelijk actief te zijn rond een thema en zelfs bij uitstek standpunten in te nemen of te activeren voor zaken die niet mijn mening zijn, is absoluut geen criterium in het erkennen of niet erkennen en subsidiëren of niet subsidiëren. We leven in een vrije samenleving en ik wil tot uit den treure toe die vrije samenleving verdedigen. Ik hoop dat er toch altijd wel verenigingen gemotiveerd zullen zijn om kritisch op dingen in te gaan en met nieuwe voorstellen naar boven te komen. Dit zal dus absoluut niet de scheidingslijn zijn, of men het regeringsbeleid onderschrijft of niet. In zo'n samenleving wil ik niet wakker worden.

U vroeg ook naar de besparingen. De inhoudelijke aanpassingen die we maken, zijn niet bedoeld als besparingsmaatregel. We hebben niet gezegd dat we de criteria zodanig willen verscherpen dat we zoveel procent van de verenigingen kunnen uitsluiten en daardoor besparen. Het is wel zo dat de generieke besparingsregel van 6 procent geldt voor alle subsidielijnen in de Vlaamse overheid, dus ook voor het sociaal-cultureel werk, maar niet door de criteria een beetje te wijzigen. Dat is geen besparingsobjectief.

Mevrouw D’Hose, ik begrijp de urgentie. Het is midden oktober en ik begrijp absoluut de urgentie. U zult in mij een partner vinden om dit zo snel mogelijk in het parlement te brengen.

Mevrouw Brouwers, u vraagt naar hoorzittingen met het veld. Dat lijkt met de logica zelve, en daarin ben ik jullie partner.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Collega's, ik dank u om uitgebreid op mijn vraag in te gaan. Er zijn een aantal zaken verduidelijkt, maar daarmee is mijn onrust en mijn strijdlust om een en ander kritisch te benaderen, niet weg.

Collega Meremans, alsof Groen geen waarden zou kennen. Wij kennen ze wel en willen ze niet canoniseren; daarover gaat het bij ons. Ik wil toch nog even verwijzen naar uw voorzitter, Bart De Wever, die in 2003 zeer uitdrukkelijk heeft gezegd dat het canoniseren van waarden iets is voor totalitaire regimes en dat je dat niet moet doen. U weet maar al te goed dat hij dat heeft gezegd en ik heb nog altijd begrepen dat jullie graag naar hem luisteren.

Ik ben ook blij met wat uitleg over de segregatie en het feit dat het in andere teksten van het regeerakkoord ook voorkomt. Of ik daarin meega, is een andere vraag, maar u hebt in ieder geval de toelichting gegeven. Ik sluit hier af, want het is natuurlijk stof voor een latere discussie.

Ik dank u om een aanzet te geven om snel tot een decreet te komen zodat we de discussie verder kunnen voeren.

Ik ben dus wat geïnformeerd maar niet gerustgesteld. Groen zal dit kritisch blijven volgen. Ik zou willen eindigen met een toch wat triestige noot. U kent allemaal het liedje ‘Het is een beetje koud in mijn hart’. Ik zou het kunnen zingen, wat ik niet ga doen, maar ik blijf dat gevoel hebben, en ik denk vele Vlamingen met mij.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.