U bent hier

Mevrouw Jans heeft het woord.

Het thema preventie van zelfdoding is hier al vaak het onderwerp geweest van vragen aan de minister. En het is ook bij collega-ministers regelmatig onderwerp van fundamenteel debat geweest. En dat is terecht, omdat het terugdringen van zelfdoding in Vlaanderen een heel grote uitdaging blijft. Ik zal kort zijn: ik concludeer dat de cijfers te hoog zijn en dat elke zelfdoding er een te veel is.

Dat is ook de reden waarom wij vanuit Vlaanderen heel sterk inzetten op suïcidepreventie in de breedst mogelijke zin. We hebben ons gekend actieplan Suïcidepreventie, met een heel duidelijke ambitie en een sterke doelstelling. We hebben daarin een heel aantal acties binnen verschillende beleidsdomeinen. En dat gaat heel breed. Een aantal voorbeelden zijn het werken aan de bevordering van de kennis van de geestelijke gezondheid. We doen dat met campagnes zoals Fit in je hoofd, NokNok, dat specifiek gericht is op jongeren, of de Goed-Gevoel-Stoel, voor mensen in kansarmoede.

We hebben ook erg veel geïnvesteerd om zorg en opvolging te bieden aan mensen die een zelfdodingspoging achter de rug hebben. We hebben ook veel moeite geïnvesteerd – en terecht – in het bijstaan van hulpverleners en huisartsen, door middel van een hulplijn. Zo zijn ook zij goed geëquipeerd wanneer ze in contact komen met mensen die vragen hebben over suïcidale gedachten, of die voornemens hebben.

We hebben ook de mediarichtlijnen, we hebben heel wat apps, en we hebben preventiecoaches in scholen. Er is natuurlijk ook Zelfmoordlijn 1813, de uitgebreide opvolger van de Zelfmoordlijn. Het is ook een van de vele, volgehouden acties in het kader van dat actieplan Suïcidepreventie, die moeten bijdragen tot een daling van het aantal zelfdodingen. En ook dat slaat aan: dagelijks contacteren veertig mensen per dag de Zelfmoordlijn – dit zijn gemiddelde cijfers. Je kunt bellen, mailen of anoniem chatten.

Zelfmoordlijn 1813 wordt bemand door een 170-tal vrijwilligers, die niet voor de meest evidente hulpverlening kiezen. Die engageren zich echt om verschillende uren per maand mensen van heel nabij bij te staan, op een moment dat ze echt het verschil kunnen maken. Want de baseline van de Zelfmoordlijn klopt alleszins: praten helpt. Zij maken vaak het verschil tussen leven en dood.

In 2018 kreeg Zelfmoordlijn 1813 meer dan 15.000 oproepen. Op het moment dat ik mijn vraag indiende, gaf het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ) aan dat het aantal vrijwilligers weldra niet meer zou volstaan om het stijgend aantal oproepen onmiddellijk te kunnen behandelen. Het spreekt voor zich dat iemand die dit soort vrijwilligerswerk doet, natuurlijk ook moet worden gecoacht en bijgestaan. Uit het antwoord op mijn eerdere parlementaire vragen bleek echter dat het aantal kandidaat-vrijwilligers daalt, en dat was toch een nieuwe tendens. In 2014 en 2016 hadden de campagnes immers telkens geleid tot een stijging.

Minister, wat is uw standpunt over een nieuwe campagne, of andere initiatieven, om meer en nieuwe vrijwilligers te rekruteren? Hoe wilt u het vrijwilligerswerk bij het CPZ en Tele-Onthaal ondersteunen en promoten, zodat die dienstverlening niet in het gedrang komt?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Het aantal kandidaat-vrijwilligers wordt inderdaad beïnvloed door rekruteringscampagnes, media-aandacht, enzovoort. De nood om voldoende vrijwilligers te rekruteren, is een permanent gegeven voor organisaties zoals het CPZ, de organisatie achter Zelfmoordlijn 1813. Die inspanningen lonen, want het aantal vrijwilligers verdubbelde de voorbije vier jaar. We komen op deze cijfers direct nog even terug.

Wel meldt onze administratie dat er zich momenteel geen acuut probleem voordoet, in tegenstelling tot wat de recente mediaberichtgeving mogelijk laat uitschijnen.

Nadat dit bericht in de krant verscheen, heb ik met het CPZ contact opgenomen. Daar viel men uit de lucht. Ze waren zich er niet van bewust dat de media van dit thema zo’n probleem maakte na het interview dat ze naar aanleiding van de Werelddag Suïcidepreventie hadden gegeven.

Het CPZ doet als partnerorganisatie met terreinwerking van de Vlaamse overheid permanent inspanningen om de capaciteit te verhogen. De laatste jaren breidde de organisatie haar aantal vrijwilligers sterk uit. Momenteel zijn er 175 actieve vrijwilligers voor de Zelfmoordlijn. Dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2015, toen er 75 vrijwilligers actief waren bij het CPZ.

Twee keer per jaar vinden er op minstens vier locaties in Vlaanderen opleidingen van vrijwilligers plaats. Dit najaar leidt het CPZ opnieuw veertig kandidaat-vrijwilligers op, alle plaatsen in de opleiding zijn al weken ingenomen. De voorbije weken meldden zich, onder invloed van de media-aandacht, meer dan driehonderd nieuwe kandidaten aan. Deze mensen worden de volgende weken door het CPZ gescreend, met het oog op de opleiding die in het voorjaar van 2020 begint.

Ook de chatdienst werd de laatste jaren uitgebreid: eind 2017 werden de uren verruimd en tijdens de openingsuren is er meer capaciteit beschikbaar.

Het stijgend aantal goed opgeleide vrijwilligers vraagt extra personeelsinzet. Bij het afsluiten van de huidige beheersovereenkomst met het CPZ voor de periode 2017-2021 verhoogden we daarom het jaarlijks subsidiebedrag van 388.000 euro met 36.000 euro. De stafmedewerkers van het CPZ staan immers in voor de permanente opvolging en de ondersteuning van de vrijwilligers. Dat is van cruciaal belang om de vrijwilligers zo lang mogelijk te houden.

Sinds september 2018 leidt het CPZ ook studenten op. Dit werd verwezenlijkt door een bijkomende facultatieve subsidie voor een pilootproject, waarbij men de inzet van studenten bij de Zelfmoordlijn verkent en implementeert. De eerste groep studenten ging begin 2019 aan de slag om telefoons aan te nemen. De bestaande samenwerkingen in dit verband met hogescholen en universiteiten worden tijdens het volgende academiejaar voortgezet.

Tot slot vermeld ik graag nog eens dat het CPZ sinds 2013 intensief samenwerkt met Tele-Onthaal. Iedere oproeper die niet meteen een gesprek met een Zelfmoordlijn-vrijwilliger kan krijgen, kan zich laten doorverbinden met Tele-Onthaal. Voor de volledigheid geef ik nog mee dat ook Tele-Onthaal werd uitgebreid met 2,5 voltijdsequivalenten. Tele-Onthaal kreeg bovendien een bijkomende investering van ongeveer 220.000 euro. Er wordt sterk ingezet op de samenwerking tussen de twee hulplijnen. De kans dat de oproeper niemand aan de lijn krijgt, is daardoor erg klein.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Ik dank u voor uw antwoord, minister. Ik ben blij dat u erkent dat er nood is aan voldoende vrijwilligers. U bent geëindigd met dat wat heel belangrijk is: geen enkele oproeper, niemand die op dat moment de telefoon vasthoudt, blijft ongehoord. Dat is inderdaad van heel groot belang, net als de verdubbeling van het aantal vrijwilligers tijdens de laatste jaren. Die verdubbeling komt niet uit de lucht vallen. U hebt daarop ingezet, door studenten toe te laten en te investeren in de omkadering, maar ook door in te zetten op campagnes die hun werk doen… Het blijkt dat die belangrijk zijn en blijven. De samenwerking met Tele-Onthaal, waar ook in ondersteuning is voorzien, lijkt me heel positief.

Ik hoor u zeggen dat de nood om voldoende vrijwilligers te rekruteren, een permanent gegeven is. Ik vind het heel positief dat we daar in het toekomstige beleid blijven op inzetten. Dat is en blijft broodnodig, als u het mij vraagt.

De heer De Bruyn heeft het woord.

U hebt terecht aangestipt dat er zich de voorbije weken meer dan driehonderd mensen hebben aangemeld na de wat verontrustende berichtgeving, ook al had de directie van het CPZ helemaal niet de intentie om onrust te zaaien toen zij dat interview aan De Zondag gaf. Dit bewijst dat de Zelfmoordlijn een sterk merk is geworden. Vanaf het ogenblik dat er een artikel over verschijnt, vinden heel wat kandidaat-vrijwilligers de weg naar de Zelfmoordlijn.

Ze zijn, met alle respect, op dat ogenblik echter ook nog niet meer dan kandidaat-vrijwilligers. Er moet dan gekeken worden of ze over de nodige capaciteiten en volharding beschikken om effectief vrijwillig medewerker te worden. We weten dat van de honderd mensen die zich aanmelden, ongeveer vijftien mensen na een aantal screenings en gesprekken aan een opleiding kunnen beginnen. De meesten voltooien daarna ook hun opleiding. Ik zeg dit om nogmaals aan te tonen dat de nood aan nieuwe kandidaat-vrijwilligers uiteraard groot blijft en dat elke investering hierin een welbestede euro is.

Ik wil ook nog even aanstippen dat, ondanks de verhoging van de financiële middelen die in de overeenkomst is opgenomen, de nood aan extra financiële middelen blijft, ook om die vrijwilligers deftig te kunnen omkaderen. De acties zoals die binnen de Warmste Week, die een beroep doen op solidair Vlaanderen, blijven meer dan noodzakelijk voor een goede werking van het CPZ.

Mag ik nog afronden met een vraag? We weten allemaal hoe belangrijk het is om de inspanning vol te houden die in het tweede Vlaams Actieplan Suïcidepreventie werd vooropgesteld. We lijken de algemeen geformuleerde doelstellingen gehaald te hebben, maar we zijn het er roerend over eens dat ook daarna de inspanning moet worden volgehouden. Ik blijf erg bekommerd over het opstarten van het traject dat naar een derde Vlaams Actieplan moet leiden. Ik had graag van u vernomen of hiervoor al stappen zijn gezet.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Op 26 februari 2019 heb ik het tekort aan vrijwilligers al aangekaart. Dit deed ik naar aanleiding van een klacht van een vader van wie de zoon zelfmoord had gepleegd. Hij gaf toen in een memorandum een aantal pistes mee die dit tekort konden verhelpen. Hij stelde bijvoorbeeld voor om studenten verpleegkunde en psychologie als vrijwilliger in te schakelen bij de Zelfmoordlijn en hun chatdienst. Ik hoor net van u dat u begin dit jaar met zo’n pilootproject bent gestart. Dit zal tijdens dit academiejaar worden voortgezet . Is dit project intussen geëvalueerd? Als die evaluatie positief is, kan dit project dan ook structureel worden geïmplementeerd? Vlaanderen heeft toch altijd wat de neiging om met projecten te werken, maar als dit pilootproject uiteindelijk positief is, dan is het wel heel belangrijk om dit structureel te implementeren.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Er zijn inderdaad al wat voorbereidingen getroffen, trouwens ook naar aanleiding van een vraag die u ook daarover gesteld hebt. Toen hebben we aan de administratie gevraagd om die besprekingen op te starten. Het actieplan loopt tot 2020, het is duidelijk dat met de komst van de nieuwe Vlaamse Regering men in ieder geval aan een derde plan zal moeten beginnen te werken. We bevragen ons nu even over hoever die voorbereidingen staan. Ik weet dat er effectief al een aantal stappen met het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) gezet zijn. Ik kan niet zeggen hoever dat nu juist staat, maar dat is zeker maar een verkennend, voorbereidend stuk van het traject, want het is een hele procedure en methodologie die daarvoor gevolgd moet worden.

Uiteraard zou het moeten kunnen dat projecten die gunstig geëvalueerd zijn, recurrent gefinancierd worden. Ik ben persoonlijk erg gelukkig met het initiatief naar de studenten, ik denk dat dat een win-win is op vele terreinen, ook vanuit hun opleiding. We hebben het er in een commissievergadering ook al eens over gehad. Sommigen zeggen dat je dat helemaal moet bemannen met professionelen, dat blijkt toch niet de meest wijze keuze te zijn. Er is dus veel voor te zeggen om het op deze manier verder te doen. Uiteraard ga ik ervan uit dat men na de evaluatie daar ook de inspanningen zal doen om dat voort te zetten. VLESP is inderdaad bezig om de nieuwe minister een dossier over te maken om het nieuwe actieplan op te stellen.

Ik profiteer ervan om u toch nog de kritische bedenking mee te geven dat er soms te veel in projecten zit en te weinig recurrent is – ik bedoel het misschien niet kritisch, maar ik vind het wel een issue. We hebben onder andere in de gezondheidsdoelstellingen en in de partnerorganisaties serieus getracht daarin te saneren, en wat recurrent kon, recurrent te maken, en het projectmatige zo veel mogelijk ofwel te incorporeren, ofwel te stoppen. Ook stoppen moet kunnen, dat is niet altijd evident, maar het moet wel kunnen. Je kunt niet honderden projectjes naast elkaar blijven laten bestaan. Op een bepaald moment is het gevalideerd, en moet je het kunnen integreren. Ik ben er absoluut voor dat we niet in een eindeloos verhaal van steeds opnieuw projectmatige financiering terechtkomen, maar dat men dat op tijd en stond ook integreert in nieuwe overeenkomsten. Zoals ik gezegd heb, loopt de partnerovereenkomst nu nog een of twee jaar, en dan zal men opnieuw moeten kijken wat er aan toegevoegd kan worden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.