U bent hier

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister-president, het is een bewogen zomer geweest voor de moskee Al Ihsaan in Leuven en alle mensen en instanties die daarbij betrokken waren of zijn. Op 26 juli 2019 ontving de voorzitter van de gemeenteraad van Leuven een brief van u. In de brief meldt u dat u de procedure hebt opgestart om de erkenning van de moskee op te heffen. U start de procedure op omdat – ik citeer – “uit informatie blijkt dat de moskee wordt gelinkt aan onderwijsactiviteiten van een salafistische vereniging die mogelijk een risico vormt op de verspreiding van extremisme”.

Minister-president, u communiceerde deze beslissing op 26 juli 2019 ‘s morgens in de pers. Voor deze communicatie sprak u niet met het stadsbestuur, noch met de moskee. Ook na uw communicatie en media-optredens bent u het gesprek met de stad Leuven niet aangegaan. Buiten de brief van uw hand waarin de stad Leuven wordt gevraagd om een advies op te stellen, wordt op geen enkel moment bijkomende informatie verstrekt aan het stadsbestuur van Leuven, noch aan de provincie, noch aan de gemeente Herent, allemaal instanties die de weken daarna een advies moeten schrijven.

Burgemeester van Leuven Ridouani laat optekenen dat hij wacht op inlichtingen die de beschuldigende beweringen staven en dat hij voorlopig enkel beschikt over een korte, warrige brief van u, zonder details, en die bovendien vol fouten staat. Enige bijkomende informatie blijft echter te allen tijde uit. Dit is op zijn zachtst gezegd een heel vreemde wijze van werken.

De stad Leuven is daarop zelf een uitgebreid onderzoek gestart in de maand augustus. Ze heeft inlichtingen ingewonnen bij de verschillende stadsdiensten, bij de politie van Leuven, bij de bestuursleden van de moskee, bij de provincie Vlaams-Brabant en bij het Executief van de Moslims van België. Maar de stad vindt niks.

Het uitvoerige onderzoek van de stad Leuven toonde aan dat er geen aanwijzingen zijn van salafisme of van schendingen van de Belgische Grondwet of van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Meer zelfs, de Leuvense politiekorpschef is heel duidelijk. Hij zegt dat er geen politionele indicaties zijn dat er in de geloofsgemeenschap Al Ihsaan salafistisch gedachtegoed aanwezig is, dat er wordt opgeroepen tot geweld of dat het gebruik ervan rechtvaardigt. Nog meer zelfs, de federale veiligheidsdiensten delen aan de lokale politie mee dat er geen aanwijzingen zijn die erop wijzen dat de moskee extremisme zou promoten, zoals in uw argumentatie nochtans wel staat.

Het stadsbestuur van Leuven wil dan ook niet dat u de erkenning van de moskee schorst, en stelt kritische vragen bij uw handelen en uw standpunt. Over het advies van het stadsbestuur waarin wordt gevraagd om niet over te gaan tot het schorsen van de moskee werd gestemd, en de enige tegenstemmen kwamen van de N-VA en het Vlaams Belang. CD&V en Open Vld, hier uw coalitiepartners, stemden in met de vraag om de erkenning van de moskee niet te schorsen.

Ook het gemeentebestuur van Herent en het provinciebestuur van Vlaams-Brabant werd gevraagd om een advies uit te brengen. Zij beslisten uiteindelijk om geen advies te schrijven omdat ze over onvoldoende informatie beschikken.

Vorige week, op 18 september, is het dossier ter sprake gekomen in de Kamercommissie Justitie in het federaal parlement, bij federaal minister van Justitie Koen Geens. Hij verklaarde – hier komt het derde argument – dat de Staatsveiligheid de moskee Al Ihsaan niet als extremistisch beoordeelt. Er was wel een bezorgdheid over de onderwijsactiviteiten van een hulpimam. In een tweede rapport laat de Staatsveiligheid optekenen dat de hulpimam sinds februari 2019 niet meer actief is in de moskee.

Minister-president, kunt u verduidelijken waarom u geen bijkomende informatie over de moskee en over uw drastische stap om een erkenning te schrappen, hebt gegeven aan de stad Leuven, noch aan het provinciebestuur Vlaams-Brabant, noch aan de gemeente Herent, terwijl daar vraag naar was? U hebt als minister een publieke informatieplicht. U hebt de plicht om dat wel te doen en u hebt dat te allen tijden geweigerd. Hoe verzoent u dit met uw informatieplicht?

U zegt in uw argumentatie in uw korte brief de erkenning van de moskee Al Ihsaan te willen intrekken omdat de moskee een risico vormt voor de verspreiding van extremisme. De Leuvense politie, de federale politie en de Staatsveiligheid spreken dat tegen. De Staatsveiligheid spreekt dat in haar jaarlijkse evaluatie tegen en zegt dat de moskee geen risico vormt voor extremisme. Dat oordeelt de Staatsveiligheid. Wat zijn in godsnaam uw beweegredenen als minister om het oordeel van de Staatsveiligheid in twijfel te trekken?

De Staatsveiligheid laat optekenen dat ze wel bezorgd is om de onderwijsactiviteiten van een hulpimam, een gegeven waarnaar u ook in uw argumentatie verwijst. Maar in een tweede rapport laat de Staatsveiligheid optekenen dat de desbetreffende hulpimam sinds februari 2019 niet meer actief is in de moskee. Uw communicatie dateert van vijf maand later, van 26 juli. Daarin zegt u dat de aanwezigheid van deze hulpimam net de grond is waarop u de procedure tot schrappen van de erkenning van Al Ihsaan hebt opgestart.

Minister-president, wist u op het moment dat u de procedure opstartte, dat u die communicatie deed, dat de hulpimam niet langer actief was in de moskee? Was u op dat moment op de hoogte van dit tweede rapport waarnaar minister Geens vorige week verwees?

De heer Janssens heeft het woord.

Minister-president, het zal u niet verbazen dat ik een iets andere lezing van de feiten heb dan collega Moerenhout, vooral omdat ze in de eerste plaats al verzwijgt dat die moskee voor het eerst in opspraak kwam twee jaar geleden, in 2017, toen er op het internet een preek werd gepubliceerd die een adjunct-imam had gehouden in die moskee, waarin mannen werden aangespoord om hun vrouwen, indien die zich zouden misdragen, een tik te geven.

Ik heb u daar toen over ondervraagd en u hebt geantwoord dat u aan de Moslimexecutieve, die verantwoordelijk is voor de imams in de erkende moskeeën, een brief zou sturen om uitleg te krijgen. Iets later hebben we dan vernomen dat die betrokken imam tijdelijk geschorst werd. U vond het, toen althans, niet nodig om verdere maatregelen te nemen. Ik citeer uw antwoord op mijn schriftelijke vraag: “Ik beschouw de verdere afhandeling van deze zaak als een interne aangelegenheid van de Moslimexecutieve.” Er gaat dan enige tijd voorbij en nadien gaat diezelfde imam na een zogenaamd onderzoek door de Moslimexecutieve en waarschijnlijk na enkele beloftes om voortaan braaf te zijn, gewoon opnieuw aan de slag in dezelfde moskee.

Dan blijft het een tijdje stil in de zaak tot u op 25 juli 2019 een brief stuurt naar de moskee en naar enkele andere betrokken instanties met de melding dat u de procedure opstart tot intrekking van de erkenning. U haalt daar een aantal redenen voor aan. Ten eerste is de imam die ik zonet vermeldde, blijkbaar sinds december vorig jaar opnieuw aan de slag in die Leuvense moskee; de imam die u trouwens eerder ongemoeid had gelaten wegens een zogenaamde interne aangelegenheid van de Moslimexecutieve. Ten tweede zegt u dat de moskee wordt gelinkt aan onderwijsactiviteiten van een salafistische vereniging die mogelijk een risico vormt voor de verspreiding van extremisme.

Minister-president, dat een met belastinggeld gefinancierde moskee mannelijke moslims aanspoort om hun vrouwen tikken te geven, is absoluut onaanvaardbaar. Ik denk dat u dat als minister van Gelijke Kansen alleen maar kunt beamen. Vlaams belastinggeld wordt zo gebruikt om de gelijkwaardigheid van man en vrouw te ondergraven. Dat een imam van een erkende moskee zulke uitspraken durft te doen tijdens een preek, is vanzelfsprekend manifest in strijd met de erkenningscriteria. Dat bovendien ook nog eens blijkt dat in die moskee een vertaler actief is, een man die ook secretaris is van het moskeebestuur, dat die er lezingen houdt, dat die er Koranlessen geeft aan jongeren en dat die op zijn Facebookprofiel allerlei citaten post die het salafisme verheerlijken, kan absoluut niet door de beugel. En terzijde: diezelfde man die op sociale media het salafisme verheerlijkt, is trouwens godsdienstleerkracht islam in het Vlaamse gemeenschapsonderwijs. Begrijpe wie kan!

Minister-president, deze moskee Al Ihsaan in Leuven werd erkend in 2009 – een goede tien jaar geleden – en heeft sindsdien al meer dan een half miljoen euro subsidies ontvangen. Zelfs in de periode dat de imam en de rest van de moskee in opspraak kwamen, liepen die subsidies gewoon door. Salafisme in Vlaanderen wordt gewoon gesubsidieerd met belastinggeld. Als we al deze elementen optellen – salafisme, vrouwenrechten ondergraven en dergelijke –, dan kan en moet, wat mij betreft, de enige conclusie zijn dat de erkenning van deze moskee ingetrokken moet worden, zodat ze geen enkele eurocent belastinggeld meer kan ontvangen.

Kunt u toelichting geven bij de precieze redenen waarom u de procedure tot intrekking van de erkenning hebt opgestart? Kunt u ook de berichten inzake de linken met salafisme bevestigen? De periode waarbinnen de adviezen ontvangen zouden moeten worden, namelijk binnen zestig dagen nadat u de brief hebt verstuurd, is intussen zo goed als voorbij. We weten dat een aantal instanties, onder andere de gemeente Herent maar ook de provincie Vlaams-Brabant, besloten hebben om geen advies te geven. Zoals te verwachten, geeft de stad Leuven het advies om verder de ogen dicht te doen voor alle problemen die er zijn met de betrokken moskee en te pleiten voor het behoud van de erkenning. Verder is er nog advies gevraagd aan de moskee zelf en aan de Moslimexecutieve. Hebt u die adviezen ontvangen? Wat stond daar dan in? Zult u, als gevolg van alle elementen die ik intussen heb opgesomd en die duidelijk een manifeste inbreuk zijn op de erkenningscriteria, effectief overgaan tot het ondertekenen van het enige mogelijke ministerieel besluit, met name om de erkenning van de moskee in te trekken?

Minister-president Homans heeft het woord.

Dames en heren, de oorsprong van dit dossier is terug te brengen naar 16 mei 2019. Dat is de datum waarop de Staatsveiligheid het jaarlijkse evaluatieverslag van de lokale geloofsgemeenschappen heeft opgesteld. U weet dat in het kader van de erkende lokale geloofsgemeenschappen de Staatsveiligheid jaarlijks een screening doet. Dat is dus gebeurd op 16 mei.

Op 4 juni 2019 heeft de FOD Justitie mij dit verslag bezorgd met de vermelding 'beperkte verspreiding'. We weten allemaal wat dat betekent. De essentie van dat advies bestond erin dat de Staatsveiligheid vaststelde dat een salafistische organisatie lessen organiseerde binnen de moskee die het potentieel hebben om een vector voor het verspreiden van extremisme te worden, dat de bewuste hulpimam, die tevens ook die vertaler was en verbonden aan de salafistische organisatie, inmiddels zijn lespraktijken opnieuw had hervat na een schorsing, en dat het profiel van de salafistische organisatie en de hulpimam goed bekend waren bij het moskeebestuur.

Op basis van deze informatie en in overleg met mijn administratie heb ik de procedure tot intrekking van de erkenning van de lokale geloofsgemeenschap opgestart. In concreto gaat het over Al Ihsaan. De vermelde informatie in het advies van de Staatsveiligheid dat mij werd bezorgd op 4 juni, is in mijn ogen sterk in strijd met de erkenningscriteria die vooralsnog gelden.

De betrokken actoren werden allemaal aangeschreven en konden binnen een termijn van zestig dagen hun advies uitbrengen. Mijnheer Janssens, die termijn is eergisteren verstreken op 23 september 2019. De stad Leuven heeft mij inderdaad een advies bezorgd op 27 augustus 2019 en adviseert inderdaad om de erkenning niet in te trekken.

Herent heeft op 10 september beslist om geen advies te geven omdat ze over onvoldoende informatie zouden beschikken. Idem voor de provincie Vlaams-Brabant, die op 17 september heeft laten weten naar eigen zeggen niet over de nodige informatie te beschikken om een advies te geven. Collega's, op zijn minst toch wel een opmerkelijke houding van een toezichthoudende overheid. ‘We kunnen geen advies geven omdat we niet over informatie beschikken’, zegt een overheid die toezicht moet houden. Het advies van de Al Ihsaanmoskee zelf heb ik eergisteren, op maandag 23 september, ontvangen. Het advies van de Moslimexecutieve van België heb ik ook eergisteren, maandag, ontvangen.

Collega's, nog een heel belangrijk element. De Staatsveiligheid heeft op 23 augustus 2019 een bijkomend advies opgesteld. Dit tweede rapport is me echter pas vorige week bezorgd toen, als ik me niet vergis, Stefaan Van Hecke van Groen in de Kamercommissie Justitie een vraag stelde aan collega Geens. Tegelijkertijd kreeg ik het advies van de Staatsveiligheid. Ik heb de notulen van de Kamerzitting bij waarin collega Van Hecke de vraag stelt of de gewesten op de hoogte zijn van de adviezen. Daarop komt een niet zo heel duidelijk antwoord. Ik kan u wel zeggen dat ik tegelijkertijd, tijdens die vergadering op 18 september, tijdens die vraag van Stefaan van Hecke, het tweede advies heb ontvangen. Wat nog opmerkelijker is dan de timing waarop ik het ontvangen heb, namelijk tijdens een vraag in de Kamer over het onderwerp, is dat het rapport van de Staatsveiligheid al op 23 augustus is opgesteld. Op 23 augustus. Ik krijg het niet. Ik krijg het pas op het moment dat er in de Kamer een vraag over wordt gesteld. Simultaan wordt het rapport overgemaakt, zelfs niet aan mijn kabinet, maar aan mijn administratie, die zo alert is geweest om het onmiddellijk door te sturen.

Het tweede advies bevat een aantal eigenaardigheden. De Staatsveiligheid herhaalt dat de lessen en de lezingen die worden of werden georganiseerd door de salafistische organisatie van de betrokken hulpimam, een probleem vormen op het vlak van extremisme. Ze zeggen er ook niet bij dat de onderwijsactiviteiten intussen zijn gestopt. Ze herhalen gewoon dat het een potentiële vector voor extremisme is. Er wordt niets gezegd over het feit dat de onderwijsactiviteiten inmiddels zijn gestopt. Ze herhalen ook dat de betrokken hulpimam eind 2018 zijn lesactiviteiten had hervat, wat ook al in het eerste advies van mei was meegegeven. Ze zeggen ook dat contacten tussen de moskee, het bestuur van de moskee en de betrokkene absoluut niet uit te sluiten zijn, gelet op de familiebanden enzovoort. Maar de nieuwe informatie in het advies van 23 augustus dat ik op 18 september heb gekregen, is dat er plots wordt gezegd dat de betrokken hulpimam sinds februari 2019 niet meer actief was binnen de Al Ihsaanmoskee. Een beetje vreemd omdat in een rapport van 16 mei, dat volgens mij na februari komt, er wordt gezegd dat de onderwijsactiviteiten van betrokkene problematisch zijn, salafistisch zijn enzovoort. In augustus wordt er dan een nieuw rapport opgemaakt, waarin wordt gezegd dat betrokkene in februari al weg was, maar in het rapport van mei was betrokkene er nog wel. Vreemd, maar dat is het minste wat ik erover kan zeggen. Ik ga er ook niet dieper op ingaan. Ik heb alleen gehoord wat collega Geens vorige week in de Kamer heeft gezegd.

Ik heb het al eens gezegd maar ik herhaal het nog eens: als we deze problematiek ernstig willen nemen – en ik denk dat iedereen of bijna iedereen in dit parlement dit ernstig wil aanpakken –, dan kan het niet zijn dat ik een advies van de Staatsveiligheid pas krijg op het moment dat er een vraag over wordt gesteld in de Kamer en dat het advies al sinds 23 augustus voor de federale overheid beschikbaar is en pas aan mij wordt overgemaakt op 18 september.

Los van het feit dat het advies van augustus zegt dat de betrokken imam er sinds februari niet meer is – in mei was hij er nog wel –, sluit het rapport bepaalde zaken niet uit. Ze sluiten niet uit dat de salafistische onderwijsactiviteiten worden voortgezet. Ze doen er geen uitspraak over. Ze zeggen gewoon dat het nog altijd een vector is voor extremisme.

Gelet op wat ik hier kan en mag zeggen, denk ik dat ik al het mogelijke heb gezegd wat ik wettelijk aan informatie kan verschaffen. Ik heb al gezegd dat de adviestermijnen vorige maandag verlopen zijn. Ik heb van iedereen, behalve van Herent en de provincie Vlaams-Brabant – ik herhaal dat ik dit opmerkelijk vind – adviezen gekregen. Ik ga die adviezen nu naast elkaar leggen en eerstdaags een beslissing nemen over de volgende stap in dit dossier. Collega's, ik kan u al wel meedelen dat die adviezen bulken van de tegenstrijdigheden.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister-president, u zegt dat er op 16 mei een jaarlijkse federale evaluatie van de moskeeën is gemaakt, waarnaar u ook in uw dossier verwijst. U hebt die op 4 juni gekregen en u haalt de drie gegevens aan die u bezorgd hebben gemaakt en die u hebben aangezet tot deze procedure.

Is er op een gegeven moment reden geweest tot bezorgdheid, toen u het tweede rapport nog niet had? Ja. Ik erken dat ook en ik begrijp dat u bezorgd was. De Staatsveiligheid zegt dat ook. Zij waren op dat moment ook bezorgd. Maar is deze bezorgdheid een gegeven geweest op dat moment om de procedure te starten om de erkenning in te trekken? Neen. Dat staat ook in dat eerste rapport. In dat eerste rapport staat, aldus federaal minister Geens, dat de Staatsveiligheid zegt dat er geen risico is op extremisme, dat er geen risico voor de veiligheid is bij de Al Ihsaanmoskee. Ja, er is een reden tot bezorgdheid op dat moment met de informatie die u toen had, maar neen, er is geen reden om de erkenning van de moskee in te trekken. Nu u vandaag het tweede rapport wel hebt, zou het absoluut onterecht zijn dat de erkenning van die moskee wordt ingetrokken. De kern van de zaak is dat de beslissing om de erkenning van de moskee in te trekken, ontegensprekelijk ongefundeerd is.

Ik heb het gezegd, maar ik wil het nog eens herhalen: zowel de Leuvense politie, de federale politie als de Staatsveiligheid zeggen dat er geen gevaar is op extremisme, geen risico op het vlak van veiligheid. Het zou ongezien zijn indien u dat als minister-president naast u zou neerleggen.

Minister-president, ik heb een bijkomende vraag. U zegt vandaag dat u dat tweede advies niet hebt ontvangen, of beter, pas toen Groen daarover een vraag stelde in het federale parlement. U hebt de procedure om die erkenning in te trekken dus in gang gezet op het moment dat u dat tweede advies niet had. Gezien de inhoud van dat tweede advies ga ik ervan uit dat u uw standpunt dan ook zult bijstellen op basis van dat tweede advies en dat u die draconische maatregelen om de procedure voor het schrappen van de erkenning van die moskee in te zetten, zult stopzetten. Minister-president, neem ik dat correct aan?

De heer Janssens heeft het woord.

Minister-president, een eerste conclusie is dat het toch wel zeer fout loopt met de controle op moskeeën, zelfs erkende, en alle nevenorganisaties die in dergelijke moskeeën actief zijn. U zei het zelf: er zijn lokale en provinciale overheden die blijkbaar niet op de hoogte zijn van wat daar gebeurt. De Staatsveiligheid geeft tegenstrijdige adviezen of wacht zelfs met het geven van adviezen, ook wanneer u daar expliciet om vraagt. Dat toont nogmaals aan dat de veronderstelling dat een erkende moskee ook een goed gecontroleerde en gematigde moskee is, een illusie is. Dat is ook al meermaals in het verleden gebleken.

Als dan bovendien – ik herhaal – blijkt dat een imam tijdens een preek op vrijdag ertoe oproept ongehoorzame vrouwen een tik te geven, en dat een andere man die actief is in een moskee, niet alleen als secretaris, maar ook als imam en als les- en lezinggever, op sociale media het salafisme verheerlijkt, dan weet ik niet wat je nóg meer nodig hebt om over te moeten gaan tot de intrekking van de erkenning van die moskee.

Minister-president, u zei daarnet dat nuanceren een belangrijke karaktereigenschap is in de politiek. Een minstens even belangrijke karaktereigenschap lijkt mij te zijn dat je duidelijk en consequent moet zijn. En als wij deze moskee verder blijven erkennen en subsidiëren, is dat zoiets als pyromanen subsidiëren om brand te bestrijden. Ik ga ervan uit dat u het met mij eens bent dat dat geen goede remedie is en dat u nu, nu u nog minister bent, nu u nog bevoegd bent voor deze materie, de beslissing moet nemen.

Want ik hoor u zeggen dat u eerstdaags een beslissing zult nemen. Wel, wie weet wie er eerstdaags minister zal zijn. Ik weet niet of u dat nog zult zijn. Voor alle duidelijkheid: ik gun het u. Maar niemand weet het met zekerheid. En we weten zeker niet of u hiervoor nog bevoegd zult zijn. Neem dus vandaag nog, op basis van alle informatie waarover u beschikt, de enige mogelijke conclusie: zorg ervoor dat het belastinggeld van de Vlaming niet meer naar deze moskee vloeit en trek de erkenning ervan in.

De heer Somers heeft het woord.

Bart Somers (Open Vld)

Minister-president, we bevinden ons in een heel raar moment. We praten over dossiers en hopelijk wordt er in de loop van de komende dagen een nieuwe Vlaamse Regering gevormd.

Ik wil graag enkele beschouwingen maken bij dit dossier, zonder daarbij in te gaan op de moskee zelf. Ik ken die moskee namelijk niet en heb evenmin inzage in de dossiers die de Staatsveiligheid u bezorgt.

Maar uit het debat leid ik toch een aantal dingen af. Eerst en vooral denk ik dat de informatiepositie die cruciaal is om als minister te kunnen oordelen over een dergelijk dossier, moet versterken en verbeteren. Met andere woorden, de Staatsveiligheid en ook andere federale politiediensten moeten veel transparanter zijn in het doorgeven van informatie ter zake. Dat vereist een structurele aanpak. Het is een van de lessen die we moeten trekken voor de toekomst: indien het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD), de Staatsveiligheid of de federale politie informatie heeft, moet die op een heldere, transparante en goede manier worden doorgegeven.

Een tweede belangrijke les is – en nu spreek ik ook vanuit mijn ervaring als burgemeester – dat ook lokale politiediensten vaak over heel nuttige en zinvolle informatie beschikken om te oordelen over wat er binnen zo’n moskee gebeurt. De samenwerking tussen de lokale en federale politiediensten, de Staatsveiligheid, en de bevoegde minister die moet oordelen, moet beter worden gestroomlijnd.

Een derde partner is de burgemeester, het lokale bestuur. Wanneer er een debat ontstaat over een gebedshuis, een moskee, is die lokale burgemeester een heel belangrijke partner om samen met de minister te bekijken hoe we daarmee moeten omgaan. Want ook die burgmeester draagt een veiligheidsverantwoordelijkheid en ook een verantwoordelijkheid voor de lokale samenleving.

Ten slotte mogen we nooit blind zijn voor extremisme en salafisme. Maar tegelijkertijd moeten we de moskeeën die goed werken, leren zien als partners, want we hebben ze nodig om een harmonieuze samenleving op te bouwen.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister-president, uw antwoord is voor een stuk verhelderend. Ik heb de hele kwestie ook gevolgd als Leuvens gemeenteraadslid. Een aantal informatiekanalen in dit land werken blijkbaar niet goed, we moeten daarin eerlijk zijn. Net als de heer Somers vind ik dat men eens moet bekijken hoe men sneller op de hoogte kan zijn van wat de Staatsveiligheid weet.

De feiten in dit dossier – ik spreek nu niet over wat er twee jaar geleden gebeurde, dat is ondertussen uitgeklaard – dateren van december en januari. In februari hebben de vertegenwoordigers van de moskee – zij hebben dat ook zo verteld in de commissie Veiligheid van de stad Leuven – de betrokkene meteen de deur gewezen. De vertegenwoordigers van de moskee, het bestuur van de moskee, hebben eigenlijk gedaan wat ze moesten doen. Zodra ze wisten dat er iets niets pluis was, hebben ze gezegd: dit kan niet meer. Dat was in februari. Wij zijn dat pas te weten gekomen in die bewuste commissie Veiligheid in Leuven van 20 augustus jongstleden. In die commissie zijn zij dat komen vertellen. Ook voor ons was dat een beetje nieuw. Als ik het goed begrijp, hebt u zich moeten baseren op een jaarverslag van de Staatsveiligheid, een verslag over feiten die zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan, en wist u het dus niet eerder.

Eigenlijk hadden we dat moeten weten in december of in januari. Zodra de Staatsveiligheid op de hoogte was, hadden ze u al moeten verwittigen en niet nadien, want ondertussen was het probleem al opgelost. Ik heb twee vragen. Kunt u in dergelijke procedures de stad verwittigen, voor het in de media komt? Het is slecht aangekomen bij het stadsbestuur van Leuven dat we in de media moesten lezen dat een dergelijke procedure werd opgestart. Gaat u in op de vraag van een grote meerderheid van de gemeenteraad van de stad Leuven om de mensen van de Al Ihsaanmoskee uit te nodigen, zodat zij dit kunnen komen uitleggen? Het zou jammer zijn om een moskee die goed werkt te sluiten, want dan heb je er geen controle meer op. Dat is de essentie van mijn boodschap.

De heer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, radicalen zijn mensen die onredelijke doelstellingen nastreven met totaal onredelijke middelen en daarvoor meestal vijanden uitvinden die in de realiteit niet bestaan. We zijn het er allemaal over eens dat radicale salafisten daaronder vallen en dat we hun het leven het best niet al te gemakkelijk maken. Daarom wordt er vrij intensief toezicht gehouden op mogelijke risico's en wordt er bij momenten opgetreden, zoals jaren geleden tegen die fameuze imam. Wat dat betreft denk ik dat we allemaal aan dezelfde kant staan, in de eerste plaats omdat het niet-radicale, redelijke deel van de bevolking nog altijd de norm moet blijven.

Wij hebben ook niet de gewoonte om een hele grote groep in zijn geheel te bestraffen voor het feit dat er een paar rare en afwijkende elementen in zitten. Er zitten in dit parlement partijen die meer belastinggeld krijgen dan die moskee gedurende heel zijn bestaan heeft gekregen en waarvan verkozen kamerleden verkondigen dat homo's die huwen een aberratie en een schande zijn. Die verkozenen wijken dus ook vrij ver af van onze gemeenschappelijke normen. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

De heer Tobback heeft het woord!

De meest gesubsidieerde radicalen in deze zaal zijn niet de mensen van die moskee, onder ons gezegd en gezwegen.

Als we iets te verdedigen hebben waarvan we allemaal aan dezelfde kant staan: we hebben ook een rechtsstaat te verdedigen. Die rechtsstaat heeft regels en duidelijke normen. Die schrijft ook voor wanneer we optreden tegen wie daarvan afwijkt. Uit de informatie van de Staatsveiligheid blijkt dat er op dit ogenblik geen veiligheidsrisico is. U verwijst er terecht naar dat de informatiedoorstroming verkeerd is gelopen. Daar hebt u een punt, maar het is niet zo dat wij in onze rechtsstaat burgers bestraffen omdat de overheden slecht werken, of het nu de Staatsveiligheid, de Vlaamse en de Federale Regering of de provincie Vlaams-Brabant is, waar uw partij overigens de overgrote meerderheid heeft in het bestuur. Ik krijg echter heel erg het gevoel dat het net dat is wat u nu aan het doen bent.

De heer Parys heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, mijn fractie heeft de overtuiging dat, als we met verschillende religies harmonieus willen samenleven in Vlaanderen, we daar ruimte voor moeten laten. De pendant van die redenering is echter dat we keihard moeten optreden, als er salafisme of extremisme opduikt, als een religie of een bepaalde vorm van die religie zich buiten onze samenleving zet.

Minister-president, als je hier naar de feiten kijkt, dan zijn er toch een aantal dingen die niet kloppen. Er is een imam, zoals wij in 2017 naar buiten hebben gebracht, die in een preek heeft gezegd dat je je vrouw mag slaan. Hij werd ontslagen, maar werd opnieuw aangenomen. Feit is dat er salafistisch onderwijs is verstrekt in de moskee. Dat staat ook zo in het rapport dat het Leuvense stadsbestuur daarover heeft opgemaakt. Hij is gelinkt aan een organisatie die Tasfiya Wa Tarbiya heet. Ik nodig iedereen uit om daar eens wat opzoekingen over te doen. Dan weet je meteen waar je mee te maken hebt. Er wordt nu gezegd dat het stadsbestuur nergens van op de hoogte was, terwijl die man vijf jaar secretaris was van het moskeebestuur en zeven jaar lid van de raad van bestuur van die moskee. Minister-president, dat zijn elementen die ik aan uw beoordeling overlaat, maar waar wij ons vragen over stellen.

Het klopt dat de politie van Leuven zegt dat er geen veiligheidsrisico is, dus dat er niet wordt opgeroepen tot geweld. Maar ze zegt wel heel duidelijk dat er een samenlevingsprobleem is. Als er wordt gepredikt dat je je vrouw mag slaan en als er salafistisch gedachtegoed wordt verspreid in een moskee, dan is er geen veiligheids-, maar een samenlevingsprobleem. En ook dat is een van de belangrijke punten om als moskee te kunnen blijven functioneren als erkende geloofsinstelling.

Mijn laatste punt is wat de collega's ook al hebben aangehaald: er loopt duidelijk wat mis in de informatiedoorstroming in dit land, al dan niet tussen administraties of om politieke redenen. Dat laat ik in het midden, maar het is wel duidelijk dat er aan de procedure en aan de samenwerking moet worden gesleuteld.

De heer Laeremans heeft het woord.

Mag ik u vragen om kort te zijn? Uw fractieleider heeft namelijk al een vraag gesteld.

Ik begrijp dat dit niet de gewoonte is, maar ik heb in de provincieraad van Vlaams-Brabant jarenlang de zaken van die moskeeën mee opgevolgd. Er waren er slechts twee erkend. Wat krijg je dan op je bureau? Je krijgt enkel de cijfertjes van de begroting, van het aantal tapijten dat moet worden gereinigd enzoverder. Maar zodra je als provincieraadslid inhoudelijke vragen wilt stellen over hoe het er echt aan toegaat in die moskeeën en over wat daar gezegd wordt, dan krijg je het antwoord dat zij daar niets over mogen zeggen. Ook over het incident in die moskee met die tik mochten we in de provincieraad geen vragen stellen. Het enige wat de provincies mogen doen – en ze willen daar eigenlijk van af – is betalen. Inhoudelijke vragen stellen mogen wij niet, wel de rekening betalen. Bij veel provincieraden is er toch wel de vraag om ervan af te raken dat ze enkel moeten betalen. Dat zou al een nuttige wending zijn in het hele verhaal.

Maar u zegt daar ook nog bij dat de overheid die toezicht moet verstrekken, geen advies geeft. Dat gaat over Vlaams-Brabant. U weet dat dat een compromis is tussen de verschillende meerderheidspartijen, die het moeilijk eens konden worden.

Nu zou ik ook graag willen weten waarom u die moskee wilde sluiten, want mijn collega in de provincieraad kreeg daar amper informatie over. Welke informatie geeft u door aan deputaties en provincieraadsleden? In het dossier stond immers zo goed als niets. Gaat dat ook om informatie met beperkte verspreiding, en moet men dan niet verduidelijken wat er wel kan en mag?

Minister-president Homans heeft het woord.

Wat dat laatste punt van mijnheer Laeremans betreft: dat was wellicht een lapsus, maar ik kan enkel de erkenning intrekken. Ik kan geen moskeeën sluiten; dat is, voor alle duidelijkheid, de bevoegdheid van de politie. In de media wordt ook vaak geschreven dat ik een moskee zou sluiten. Maar ik kan alleen een erkenning intrekken.

Waarom verschaf ik bijvoorbeeld geen informatie van de Staatsveiligheid aan de leden van de provincieraad Vlaams-Brabant? Ik weet ook dat bepaalde leden van het Vlaams Parlement die adviezen van de Staatsveiligheid hebben opgevraagd. Maar als die informatie het label ‘beperkte verspreiding’ krijgt, dan kan of mag ik dat niet doen. Dat is de eenvoudige reden.

Mevrouw Moerenhout, ik ben al blij dat u, op basis van uw verhaal, zegt dat dat inderdaad een beetje vreemd is. Collega Tobback heeft dat ook al herhaald. U wordt pas van het tweede advies, dat al van 23 augustus dateert, op de hoogte gebracht op het moment dat uw collega Stefaan Van Hecke zijn vraag stelt in de Kamer, op 18 september. Dat is op zijn minst vreemd.

Maar als antwoord op de vraag van de heer Van Hecke heeft minister Geens toen het eerste advies geciteerd. Hij heeft zich weliswaar beperkt tot één zin, en die luidt: globaal genomen staat de Al Ihsaanmoskee niet gekend als extremistisch. Dat was het citaat van minister Geens vorige week.

Maar het gaat verder: echter, de onderwijsactiviteiten van de salafistische organisatie roepen vragen op met betrekking tot de invloed van deze stroming binnen de moskee. Het profiel van de hulpimam en van zijn organisatie is goed bekend bij het moskeebestuur. De lessen georganiseerd binnen de moskee hebben een potentieel om een vector voor het verspreiden van extremisme te worden. Dat is toch niet van de poes, denk ik.

U weet dat er dan een tweede advies volgde, dat dateert van 23 augustus. Dat heb ik pas op 18 september gekregen, dat heb ik daarnet allemaal uitgelegd. Daarin was dan ineens sprake van het feit dat die imam eigenlijk sinds februari weg is, hoewel hij er in mei nog was. Toch zegt men in augustus dat hij weg is sinds februari.

Maar ik herhaal dat de Staatsveiligheid in het tweede advies niet zegt dat de onderwijsactiviteiten zijn gestopt, en dat baart mij ernstige zorgen. Ze herhalen ook dat contacten tussen het moskeebestuur en verschillende leden van het moskeebestuur en andere betrokkenen niet uitgesloten zijn, enkel omdat er strenge familieverbanden zijn.

Het is toch belangrijk om alle adviezen die nu zijn binnengekomen, grondig te bestuderen. Collega Janssens, ik ga daar absoluut geen weken over laten gaan. Ik heb ook al gewezen op de behoorlijke tegenstrijdigheden in de adviezen. Dan heb ik het niet enkel over die van de Staatsveiligheid, maar ook over andere adviezen die we hebben ontvangen, en die elkaar volledig tegenspreken.

Ik zeg wel heel duidelijk dat salafisme, of het nu over een softe vorm gaat of over welke vorm dan ook, voor mij onaanvaardbaar is in Vlaanderen – vandaag niet, morgen niet, nooit.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister-president, wat uw globale standpunt betreft: dat is toch geen manier van werken. U citeert nu selectief uit een rapport dat u eigenlijk niet kenbaar wilt maken. En u spreekt daar de – volgens u – selectieve weergave van minister Geens tegen. Ik vind dat absurd, zeker in een dusdanig belangrijke kwestie als de veiligheid van de Vlamingen.

Maar ik herhaal nog eens: er is reden tot bezorgdheid. Dat geeft u ook aan, en u citeert meermaals waarom. Is er risico op extremisme? Neen. Dat is het oordeel van de Staatsveiligheid. Zij zien geen reden tot intrekking van de moskee.

Ik ga wel akkoord met uw laatste pleidooi: de echte strijd tegen extremisme en het vrijwaren van onze veiligheid is een gemeenschappelijk doel. Dat is een doel over alle partijgrenzen heen, en van ons allemaal. Net daarom is die hefboom van de erkenning van een moskee ongelooflijk belangrijk. Want op het moment dat je de erkenning van een moskee intrekt, vervalt de plicht om de preken in het Nederlands te geven. Dan vervalt ook de plicht om de preek online te publiceren, en vervalt de plicht om controle te kunnen uitoefenen via de overheid. Zo zet je de poorten open voor buitenlandse financiering.

Minister-president, in mijn slotpleidooi zou ik willen oproepen om heel omzichtig om te gaan met die erkenning van moskeeën. Want dat is ook een van de aanbevelingen van de commissie Deradicalisering – toch een heel belangrijke commissie: zolang er geen aanwijzing is voor risico op extremisme, zijn deze moskeeën je eerste bondgenoot in de strijd tegen extremisme. Dat wordt bevestigd door de Leuvense politie, de federale politie en de Staatsveiligheid.

Ik wil u dan ook oproepen om de komende dagen te handelen naar deze adviezen van de commissie Deradicalisering, waar alle partijen van dit parlement bij betrokken waren.

De heer Janssens heeft het woord.

Het blijft toch opmerkelijk dat links altijd de mond vol heeft van vrouwenrechten, maar wanneer een moskee manifest afbreuk doet aan die rechten, plots de kant kiest van de imam of de islam. Ik kan dat toch heel moeilijk met elkaar in overeenstemming brengen.

Minister-president, als u het ernstig meent met het niet tolereren van salafisme in Vlaanderen, dan hoop ik dat u heel snel de enige mogelijke conclusie gaat nemen. Het enige wat u moet doen, is een ministerieel besluit schrijven en tekenen. Als u geen tijd hebt, wil ik het zelfs voor u schrijven; dan moet u het enkel nog tekenen. Maar als men alle elementen omtrent salafisme bekijkt, dan moet men niet alleen de erkenning intrekken. Dan zullen wij ook aan de minister van Binnenlandse Zaken of de minister van Justitie vragen om zijn verantwoordelijkheid te nemen, en die moskee te laten sluiten. Salafisme kunnen we inderdaad niet tolereren in Vlaanderen. Daar moeten we dan ook heel consequent in zijn.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.