U bent hier

Commissievergadering

woensdag 25 september 2019, 10.00u

Voorzitter

De heer De Meester heeft het woord.

Minister, ik ben heel blij dat ik u eindelijk live kan interpelleren over uw falende woonbeleid. Ik hoop dat het genoegen wederzijds is.

Mijn vraag gaat over de groeiende wachtlijsten voor sociale woningen. Die wachtlijsten zijn onder uw beleid opgelopen van ongeveer 120.000 tot bijna 154.000 mensen. Dat is, als ik goed kan rekenen, een stijging met 28 procent. Het is belangrijk dat we het daarover hebben, minister, want op een wachtlijst kan men niet wonen.

Er zijn heel veel mensen in onze samenleving die op de private huurmarkt niet aan bod komen en die alleen kunnen worden geholpen via een sociale woning. En u hebt het probleem tijdens de vorige legislatuur niet opgelost. Een sociale woning is een basisrecht, een betaalbare woning zou een fundamenteel recht moeten zijn en wordt eigenlijk in artikel 23 van de Grondwet gegarandeerd.

En ik hoop toch, minister, dat u de Belgische grondwet ook niet als een vod beschouwt. Het recht op wonen is iets wat voor onze fractie zeer belangrijk is. Het is een cruciale hefboom in de strijd tegen de armoede. U zult natuurlijk zeggen dat u uw best hebt gedaan, dat u veel budget hebt geïnvesteerd, meer dan ooit, in de renovatie van sociale woningen. U zult zeggen dat er netto zevenduizend sociale woningen bij zijn gekomen in de vorige legislatuur, maar dat is dus onvoldoende. Dat is onvoldoende, want aan dit tempo zal het toch nog ongeveer een honderdtal jaar duren eer de wachtlijsten worden weggewerkt, en ik denk niet dat dat de boodschap is die wij aan die mensen in een precaire woonsituatie kunnen geven.

Minister, mijn vraag is dus zeer concreet: hoe komt het dat die wachtlijsten onder uw bewind op die manier zijn toegenomen, en wat hebt u sinds de verkiezingen van 26 mei gedaan? Welke bijkomende maatregelen hebt u genomen om die wachtlijsten verder in te perken?

Minister Homans heeft het woord.

Excuseer, maar was uw laatste vraag wat ik sinds de verkiezingen van 26 mei heb gedaan om die wachtlijsten weg te werken? Voor mijn goed begrip, want ik had het niet goed gehoord.

Ja, het zou zomaar kunnen dat u tijdens de zomer bijkomende maatregelen hebt genomen.

Ik heb uw vraag goed begrepen.

Hoe verklaar ik dat de wachtlijsten voor sociale woningen in die mate zijn toegenomen? U spreekt in uw vraag over 153.910 wachtenden, om concreet en exact te zijn. Dat gaat over het jaar 2018. Nu, voor alle duidelijkheid, collega’s, dat is geen actualisatiejaar. Ik hoop dat u weet wat ‘actualisatiejaar’ betekent. Ik denk dus dat er bij dat cijfer van 153.910 wachtenden toch wel wat kanttekeningen moeten worden geplaatst, want de werkelijke cijfers liggen wel degelijk een stuk lager. Collega De Meester, u zult me niet horen zeggen dat een wachtlijst een goede zaak is. Elke persoon die ergens op moet wachten, is een persoon te veel. Daarover ben ik het met u eens, maar de waarheid heeft natuurlijk ook wel meer dan haar rechten.

Waarom is dat cijfer wel degelijk iets lager? Daar zitten onder andere 14.000 gezinnen in die wachten op een interne mutatie. Dat zijn mensen die momenteel al in een sociale woning wonen, maar een aanvraag hebben gedaan voor een andere sociale woning. Die wonen momenteel dus al in een sociale woning. Daarnaast is ongeveer 75 procent van alle SVK-huurders (sociale verhuurkantoren) ook al ingeschreven op een wachtlijst voor een sociale woning, omdat dat een verplichting is, maar tegelijkertijd hebben ze wel al een sociale huisvesting, in de vorm van een woning via een SVK. Dan kunnen we nog eens minstens 8300 huurders van die wachtlijst aftrekken. Daarnaast kregen in 2018 27.000 gezinnen een tegemoetkoming in de huurprijs, in de vorm van een huursubsidie of huurpremie.

Voor de nieuwe mensen onder ons, in de afgelopen legislatuur hebben we in de commissie Wonen heel veel debatten gehad over de huursubsidie en de huurpremie. Toen was er altijd verwarring over wat het verschil eigenlijk was. Ik zal dat voor de nieuwe mensen met heel veel plezier nog even kort toelichten. Een huurpremie krijg je als je langer dan vier jaar op de wachtlijst voor een sociale woning staat. Een huursubsidie krijg je als je ofwel een SVK-woning bewoont ofwel uit een huis of woning wordt gezet die ongeschikt of onbewoonbaar is verklaard.

Er zijn ook wel een aantal objectieve gegevens die een verklaring kunnen bieden voor de groei van de wachtlijsten. Collega De Meester, ik heb u daarnet proberen uit te leggen dat die cijfers toch wel een klein beetje moeten worden genuanceerd, met dien verstande – ik herhaal het, zodat u dat zeker niet tegen mij kunt gebruiken – dat elke wachtende er een te veel is. Maar we moeten de cijfers natuurlijk ook wel in het juiste perspectief plaatsen. Er zijn dus een aantal objectieve gegevens. Er is een onderzoek van het Steunpunt Wonen geweest in 2018 naar de in- en uitstroom in de sociale huur in de periode 2016-2018. Een van de belangrijkste conclusies uit die studie is dat er een stijging is geweest doordat de inkomensgrenzen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning met 13 procent zijn verhoogd begin 2014, dus nog in de vorige legislatuur.

Dat is natuurlijk wel significant. Ik weet dat sommige partijen dat woordje niet graag horen, maar het is wel degelijk significant. Collega De Meester, ik vergelijk even met Brussel. Daar is het toegelaten inkomen voor een gezin 29.154 euro. In Vlaanderen is dat 37.276 euro. Hoe hoger de inkomensgrens natuurlijk ligt, hoe meer mensen in aanmerking komen voor een sociale woning. Dat lijkt me de logica zelve.

Tegelijkertijd hebben de onderzoekers van het Steunpunt Wonen in 2018 vastgesteld dat het aantal toewijzingen jaar na jaar is toegenomen, wat betekent dat er wel degelijk een versnelling van de toegang tot sociale huur gaande is. Ook het uitwerken van de huurpremie kan een druk zetten op de wachtlijsten, want om recht te hebben op die premie moet je eerst ingeschreven zijn op een wachtlijst voor een sociale woning. Anders krijg je die huurpremie niet.

Er is de persoonsvolgende financiering. Ik vind dat een zeer goed systeem, dat onder andere door minister Vandeurzen, in samenspraak met de voltallige Vlaamse Regering, werd uitgewerkt. Binnen dat systeem krijgt men dat zogenaamde rugzakje. Dat kan er natuurlijk ook wel voor zorgen dat die mensen dan met dat rugzakje zelf op zoek gaan naar huisvesting, en we zien wel degelijk een grote instroom in de sociale huisvesting van welzijnsdoelgroepen. Ik doe daar geen uitspraak over. Dat is gewoon een objectieve vaststelling. Daardoor kunnen de wachtlijsten natuurlijk ook wel aangroeien.

Daarnaast loopt er bij een aantal sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) een grootschalige renovatieoperatie, die voor een minder grote instroom van nieuwe huurders zorgt. Vaak worden nieuwe sociale huurwoningen immers ingezet voor bestaande huurders die wegens grootschalige renovatieprojecten tijdelijk elders moeten worden gehuisvest. Er worden dus enerzijds nieuwe sociale huurwoningen gebouwd. Anderzijds kunnen die niet onmiddellijk worden betrokken door nieuwe huurders. Ze moeten worden ingezet om huurders tijdelijk onder te brengen die in woningen wonen die grondig energetisch worden gerenoveerd, iets waarvan u, denk ik, alleen maar een voorstander kunt zijn. Ik denk dat dat toch ook wel een belangrijke kanttekening is bij die cijfers.

Mijnheer De Meester, u vroeg of ik het acceptabel vind dat een sociaal woonaanbod van 7 procent in Vlaanderen een soort traditie is geworden. U kijkt natuurlijk alleen naar het aantal sociale woningen, en daar maakt u een kapitale denkfout. Het sociale woonaanbod is groter. Het gaat in eerste instantie inderdaad over het aantal beschikbare sociale woningen, maar tegelijkertijd zijn er ook de zogenaamde SVK-woningen.

De afgelopen legislatuur zijn die jaarlijks met 10 procent gestegen en hebben we wel degelijk ingezet op dat SVK-model, met de steun van de meerderheid en soms zelfs van oppositiepartijen. Dat is aardig gelukt. Als je over het sociale woonaanbod spreekt, mag je natuurlijk ook alle tegemoetkomingen in de huurprijs – ik heb daarnet de huurpremie en -subsidie genoemd – niet vergeten. Gewoon zeggen dat het sociale woonaanbod op 7 procent ligt, is niet waar. Je moet er een aantal zaken bij tellen.

Waarom heeft de Vlaamse Regering niet meer geïnvesteerd in de bouw van bijkomende sociale woningen om zo de wachtlijsten terug te dringen? Mijnheer De Meester, u weet vast wel dat ik de vorige legislatuur een recordbedrag van 3,8 miljard euro heb kunnen uittrekken voor sociale huisvesting. Dat heb ik kunnen realiseren, met grote dank aan mijn collega’s. Ik kijk even naar de heer Tommelein, want die heeft al die discussies meegemaakt. Ik ben er mijn collega’s in de Vlaamse Regering nog altijd zeer dankbaar voor dat ik die extra machtiging keer op keer gekregen heb. 3,8 miljard euro, mijnheer De Meester, is 52 procent meer dan de legislatuur daarvoor, toen er een budget van 2,5 miljard is uitgetrokken voor sociale huisvesting.

U weet ook dat ongeveer 1,5 miljard euro van dat bedrag naar energetische renovatie gegaan is. Uw partij kan dat volgens mij alleen maar toejuichen, zeker als we kijken naar de reportages over de staat van ons sociale huurpatrimonium. We moesten wel degelijk meer dan een tandje bij steken op het vlak van energetische renovatie. Dat komt natuurlijk ook de huurders ten goede, want vaak betaalden zij meer aan energiekosten dan aan huur. Dat kon toch niet de bedoeling zijn? De woonkwaliteit van de sociale huurders is er dankzij de investeringen behoorlijk op vooruit gegaan.

Naast de investeringen in renovatie zijn er ook heel wat investeringen geweest om nieuwe sociale huurwoningen bij te bouwen. Concreet zijn er ruim 11.000 sociale huurwoningen gebouwd. Dat is dus niet het getal dat u eerder hebt genoemd. Dan zwijg ik nog over de grote projecten om bestaande woningen te vervangen, want dat zijn eigenlijk ook nieuwbouwwoningen, niet zomaar renovatieprojecten.

Zoals ik daarnet al heb gezegd, hebben wij deze legislatuur ten slotte echt wel ingezet op de versterking van het SVK-model, waarbij woningen ter beschikking gesteld worden via sociale verhuurkantoren. Op die manier zijn er 4000 sociale woningen bij gekomen. Aan het begin van de legislatuur waren er nauwelijks 7000.

De verhoging van het budget heeft er natuurlijk ook voor gezorgd, collega’s, dat alle aangevraagde nieuwbouw- en renovatieprojecten gehonoreerd zijn. Elke SHM die een project heeft ingediend, ofwel voor nieuwbouw ofwel voor renovatie, heeft haar middelen gekregen. Aan de kant van de SHM’s zijn er dus geen wachtlijsten voor de bouw of renovatie van woningen. Ik wil daar nog een kanttekening bij maken. Wij hebben alle aangevraagde projecten kunnen honoreren, maar de SHM’s zelf moeten wel nog kunnen volgen. Het feit dat er geen enkele SHM is die nog een project in de pijplijn heeft zitten, zegt volgens mij al veel, collega De Meester. (Opmerkingen van de voorzitter)

Het is wel een heel belangrijke vraag, al zijn alle vragen natuurlijk belangrijk. Voorzitter, ik kreeg onbeperkte tijd.

Ik weet het, minister-president, ik weet het.

Laat me dan gewoon mijn antwoord verder afwerken. Ik kom tot het einde, maakt u zich geen zorgen.

Hoe ga ik er nu voor zorgen dat de wachtenden – ik heb het cijfer al genuanceerd en zal het nu ook niet meer herhalen – de zekerheid van een betaalbaar woonaanbod krijgen? Ik vind het absoluut zeer belangrijk dat er in de toekomst blijvend en structureel ingezet wordt op de verhoging van het sociaal woonaanbod enerzijds en renovatie anderzijds. Ik denk dat de combinatie van beide belangrijk blijft. Ik heb daarin mijn verantwoordelijkheid meer dan genomen. U weet ook dat ik in 2019 ook het budget voor de huurpremie en -subsidie gevoelig heb verhoogd. Het totale budget is deze legislatuur geëvolueerd van 36,6 miljoen euro in 2014 naar 81,4 miljoen euro in 2019 en is aldus meer dan verdubbeld. De aanzienlijk lage inkomensgrenzen voor de huurpremie of -subsidie zijn opgetrokken naar de inkomensgrenzen van het kaderbesluit Sociale Huur. Vroeger mocht je veel minder verdienen om in aanmerking te komen voor een sociale huurpremie of -subsidie, maar we hebben die grens gelijkgetrokken met de inkomensgrenzen uit het kaderbesluit Sociale Huur. Tegelijkertijd hebben we ook de bedragen van de tegemoetkomingen opgetrokken. Dankzij die hervorming zullen er dit jaar potentieel meer dan 9250 gezinnen en alleenstaanden een beroep kunnen doen op een hogere sociale huurpremie of -subsidie. Die komen boven op de 27.000 begunstigden die ik daarnet al heb genoemd.

Zo, voorzitter, ik denk dat ik meer dan uitgebreid geantwoord heb op de vragen van collega De Meester.

De heer De Meester heeft het woord.

Dank u wel voor uw toelichting, minister-president.

Eigenlijk zegt u, heel kort samengevat, dat mijn cijfers niet kloppen, terwijl het gewoon de officiële cijfers zijn, en dat jullie de criteria verruimd hebben. Dat laatste klopt wel, maar als je de criteria verruimt, dan moet je natuurlijk ook het aanbod verruimen en ervoor zorgen dat het aanbod voldoet aan de gestegen behoefte.

Wat mij heel erg opvalt in uw antwoord, minister, is dat er ook alternatieven zijn voor sociale woningen, waaronder huursubsidies en SVK-woningen, maar dat is niet hetzelfde. De enige manier om mensen een betaalbare huurwoning te bieden die aansluit bij hun budget, is door ze een sociale huurwoning te geven. Een SVK-woning is gewoon iets anders. In het beste geval kun je een korting op de marktprijs bedingen, maar dat is niet hetzelfde als een sociale huurwoning, waar een sterk inkomensgerelateerd aspect in zit.

Minister, wat me op het einde van uw antwoord is opgevallen, is dat u hebt vermeld dat u elke huisvestingsmaatschappij die om middelen heeft gevraagd, ook die middelen hebt gegeven. Dat klopt, maar blijkbaar bent u van plan dit te veranderen. Ik heb, bij gebrek aan een regeerakkoord, in de startnota van informateur De Wever gelezen dat hij voorstelt voor een aantal grote steden die boven het sociaal bindend objectief zitten, zoals mijn eigen stad Gent, niet te voorzien in financiering voor bijkomende sociale woningen. In mijn stad staan 12.000 mensen op de wachtlijst. Indien u niet voorziet in bijkomende financiering voor steden die boven het sociaal bindend objectief zitten, hoe zult u dan de wachtlijsten in die steden terugdringen?

De heer Veys heeft het woord.

Voorzitter, als iets duidelijk is, is het wel dat de uitdaging zeer groot is. Er is wat discussie over de wachtlijsten. Er zijn wat dubbele tellingen, maar wat geen van de voorgaande sprekers heeft aangehaald, is dat er nog 100.000 Vlamingen zijn die recht hebben op een sociale woning, maar die nog niet hebben aangevraagd. Dat is natuurlijk iets waarmee in het aanbod rekening moet worden gehouden.

Als één zaak duidelijk is, is het natuurlijk dat de overheid een sterke rol moet spelen op de woonmarkt. Dat is het standpunt van mijn fractie. Het moet vooral de doelstelling zijn de private huurmarkt wat te ontspannen, want daar horen we verhalen over. In Antwerpen is er onlangs een gasontploffing geweest. Dit toont aan dat er nog heel wat te doen is in verband met de controle op de woonkwaliteit. Dit is deels een verantwoordelijkheid van de lokale besturen, maar met het voorgaand woonbeleid is niet op een versterking hiervan ingezet. De helft van de woningen op de private huurmarkt is niet in orde en de helft van de mensen die op de private huurmarkt huren, besteden hier meer dan een derde aan. Dat is een ernstige indicator dat er iets moet gebeuren.

Minister, u hebt de inkomensgrenzen voor huursubsidies opgetrokken, maar u bent vergeten te vermelden dat die subsidie pas na vier jaar kan worden aangevraagd. Tijdens de vier jaar tussen de inschrijving op de wachtlijst en het effectief recht op een huursubsidie laat u die mensen min of meer aan hun lot over op de private huurmarkt.

Het is niet allemaal kritiek. U hebt hier het grootste budget ooit aan toegekend. Ik mag dan ook hopen dat u er in de loop der onderhandelingen om zult strijden dit te behouden. Wat ik vooral heb gemist, is een groot strategisch plan. Naar hoeveel woningen zullen we op termijn evolueren? U hebt tijdens de begrotingsrondes zeker uw best gedaan om hier tijdens de onderhandelingen bijkomend budget aan toe te kennen, maar we zouden dat liever in een grote, gestructureerde visie gekaderd zien.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister-president, de wachtlijsten voor sociale woningen vormen een ongelooflijk schrijnende problematiek waarover we al diverse jaren van mening verschillen en die we hier al jaren aanklagen. Ik wil het pleidooi van de vorige sprekers graag bijtreden. Tijdens de vorige legislatuur zijn er 30.000 gezinnen op die wachtlijsten bij gekomen. Het aantal mensen op de wachtlijsten is tot meer dan 150.000 Vlamingen gestegen. Dat is immens veel, zeker als we weten dat veel van die Vlamingen ook in armoede vervallen. Wat ons betreft, is het duidelijk dat er sneller en ambitieuzer in sociale woningen moet worden geïnvesteerd.

Ik heb een vraag. Ik wil me in dit verband aansluiten bij de heer De Meester. In de startnota staat het voor mij verwerpelijk voorstel om het bindend sociaal objectief in bepaalde steden en gemeenten niet meer als een minimum, maar als een plafond te hanteren. Dat is ongelooflijk choquerend, zeker als we weten welke debatten we hierover de voorbije jaren hebben gevoerd. Eigenlijk is er in de commissie min of meer een consensus over de partijgrenzen heen dat 9 procent aan sociale woningen een te klein minimum is. Om de wachtlijsten weg te werken en om het recht op wonen, wat een grondrecht is, te kunnen waarborgen, moet dat percentage worden opgetrokken. Mijn vraag is hoe u die wachtlijsten zult wegwerken.

Minister-president Homans heeft het woord.

Mijnheer De Meester, ik heb, voor alle duidelijkheid, niet gezegd dat uw cijfers niet kloppen. Het gaat, als ik het uit het hoofd weet, om 153.910 mensen. Ik heb enkel gezegd dat ik de cijfers wil nuanceren. Er is in 2018 geen actualisatie geweest en bovendien bestaan er ook zaken als de interne mutatie van mensen die al in een sociale woning wonen, maar een andere willen. Ik wil niet heel mijn pleidooi van daarnet herhalen, maar ik heb niet gezegd dat uw cijfers niet kloppen. Ik heb de cijfers genuanceerd, wat in de politiek een belangrijke karaktereigenschap is.

Ik ben het er absoluut niet mee eens dat hier steeds wordt gezegd dat de sociale huisvesting enkel over sociale woningen van SHM’s gaat. Het kan wel degelijk ook gaan om de woningen van de SVK’s en om allerlei tegemoetkomingen voor gezinnen die zich ondertussen op de private huurmarkt moeten beredderen, zoals de huurpremie en de huursubsidie.

Mijnheer Veys, voor een huurpremie moet iemand vier jaar op de wachtlijst staan. Dat geldt niet voor een huursubsidie, maar dat doet er nu niet toe. Het gaat om tegemoetkomingen voor mensen die zich al dan niet tijdelijk op de private huurmarkt moeten beredderen. Voor de huurpremie moet iemand natuurlijk op de wachtlijst zijn ingeschreven. Een huursubsidie kan iemand ook krijgen als hij van een ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woning naar een andere private huurwoning moet verhuizen.

Dat zijn allemaal instrumenten die de Vlaamse Regering aanreikt. Ik ben blij dat u erkent dat wel degelijk zware inspanningen zijn geleverd. U hebt dat ook gezegd over de inkomensgrenzen en over de tegemoetkomingen voor huurprijzen, zoals de huurpremie en de huursubsidie. Wat de toekomst betreft, weet u dat we volop onderhandelen. De eindmeet is min of meer in zicht. Ik kan enkel meedelen dat de informateursnota een startnota is. Er wordt volop onderhandeld en u zult binnen afzienbare tijd te weten komen wat de plannen inzake sociale huisvesting zijn.

De heer De Meester heeft het woord.

Minister, u kunt de cijfers in verband met de wachtlijsten natuurlijk nuanceren en relativeren zo veel u wilt, maar de feiten blijven de feiten. Met uw beleid staan er een derde meer mensen op de wachtlijst dan bij het begin van de vorige legislatuur. U hebt hier met uw beleid onvoldoende op ingespeeld. Dat is een feit. Ik denk dat we hier in de komende weken en maanden nog veel debatten aan zullen wijden.

Wat ten slotte uw antwoord betreft over de maatregel die in de startnota van de informateur staat, sorry, maar dat antwoord doet voor mij totaal niet ter zake. Natuurlijk is er nog geen regeerakkoord, en natuurlijk zullen we in dat regeerakkoord ontdekken wat de beslissing uiteindelijk is.

Minister-president, ik kan me moeilijk voorstellen dat u als minister van Wonen over die maatregel geen mening hebt. Ik zou dus graag weten wat u precies denkt…

Collega, het is vandaag de bedoeling de ministers en de minister-president te interpelleren over de lopende zaken. U weet dat de regering in lopende zaken is, en dan kunt u natuurlijk niet vragen naar intenties en goede voornemens die eventueel in een mogelijk regeerakkoord kunnen staan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.