U bent hier

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister-president, sinds 16 september is er geen budget meer voor sociaal tolken. U hebt dat beslist. Het budget is uitgeput en u wilt niet in extra middelen voorzien voor sociaal tolken.

Dat is een opvallende beslissing omdat het de eerste keer is dat een regering, dat een minister, in casu u, beslist om die financiering niet bij te stellen, zodat het sociaal tolken kan worden gefaciliteerd. Dat is opvallend en wat ons betreft verwerpelijk. Wij vinden het sociaal tolken in de maatschappij noodzakelijk en ontzettend relevant omdat het ervoor zorgt dat alle burgers, ook de burgers die minder goed Nederlands spreken, een beroep kunnen doen op hulpverlening, op sociale diensten, op openbare diensten. Sociale tolken komen tussen in precaire gesprekken met dokters, advocaten, leerkrachten enzovoort. Dat zijn ongelooflijk belangrijke gesprekken waarin de nuance van de moedertaal van tel is. Dat dit sinds 16 september in het gedrang is gekomen, is voor ons onaanvaardbaar.

Wij staan niet alleen met die bezorgdheid. De voorbije weken hebben verschillende mensen aan de alarmbel getrokken. Bijvoorbeeld de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de centra algemeen welzijnswerk (CAW’s) deden dat ook. Directeur Anita Cautaers bestempelde het eerder deze week als ‘een bijzonder problematische situatie, die op langere termijn tot nog meer ongelijkheid in de samenleving leidt’.

Minister-president, ik wil graag weten wat de argumenten zijn voor de afweging dat niet in extra financiering zal worden voorzien zodat sociaal tolken ondanks de uitputting van het aanvankelijke budget toch mogelijk blijft?

Zult u stappen ondernemen om tegemoet te komen aan de nood en aan de vraag die vele organisaties de voorbije week hebben gesteld?

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister-president, collega Moerenhout heeft de problematiek uitstekend samengevat. Ik sluit mij graag aan bij haar vragen.

Ook sp.a vindt het absoluut niet kunnen dat de middelen voor sociaal tolken worden stopgezet voor het einde van het jaar. Wij vinden het ook niet serieus dat heel wat organisaties uit de gezondheids- en zorgsector en uit het maatschappelijk werk de boodschap hebben gekregen dat als zij nog verder een beroep op die diensten willen doen, zij het zelf zullen moeten betalen. Wij weten allemaal dat die organisaties vandaag al op hun tandvlees zitten en daar dus absoluut geen budget voor hebben. Daarom trekken heel wat organisaties inderdaad aan de alarmbel. Ik ben zelf door een aantal organisaties gecontacteerd. Er waren getuigenissen in de pers, onder andere van Anita Cautaers, met een quote die mij is bijgebleven: ‘We kunnen toch moeilijk aan kinderen vragen om te tolken voor de problemen van hun ouders.’ Dit nog los van het feit dat de problemen nog verder dreigen te escaleren als ze niet onmiddellijk worden aangepakt. Het kan toch absoluut niet de bedoeling zijn dat er nog meer problemen ontstaan door miscommunicatie.

Minister-president, natuurlijk zijn wij het ermee eens dat iedereen zo snel mogelijk Nederlands moet leren in onze samenleving, maar wij gaan daarom toch niet, wat mij betreft, in een beschaafd land tolereren dat mensen niet de hulp krijgen die ze nodig hebben? Sommige mensen zijn onze taal niet of nog niet voldoende machtig om het soms technische of bijzonder juridische jargon van dokters, advocaten of maatschappelijk werkers te begrijpen.

Minister-president, op welke manier schat u het belang van sociaal tolken in? Waarom maakt u, in tegenstelling tot andere jaren, nu plots geen extra budget vrij om te overbruggen tot het einde van het jaar? Welke stappen onderneemt u om alsnog de nodige budgetten vrij te maken zodat de werking van het sociaal tolken kosteloos kan worden gevrijwaard tot het einde van het jaar?

Minister-president Homans heeft het woord.

Mevrouw Goeman, ik antwoord op uw eerste vraag, hoe ik het belang inschat van het sociaal tolken. U was hier nog niet, maar tijdens de plenaire vergadering van 20 maart, een van de laatste plenaire vergaderingen in dit parlement, kwam deze problematiek al uitvoerig aan bod. Dat gebeurde voordien natuurlijk ook al uitvoerig, in commissies en dergelijke meer. Mijn lijn is altijd heel duidelijk geweest, maar ik zal het, voor alle duidelijkheid, voor u nog eens herhalen. Ik ben ervan overtuigd dat sociaal tolken een van de vele, weliswaar tijdelijke, instrumenten kan zijn om de taalkloof te overbruggen – naast het gebruik van eenvoudig Nederlands, pictogrammen en dergelijke. Maar ik hecht ook heel veel belang aan het responsabiliserende optreden ten aanzien van de gebruikers en de gebruikersoverheden. Ik vind het absoluut niet kunnen – en ik denk ook niet dat het de bedoeling kan zijn – dat bijvoorbeeld een migrant van de tweede of derde generatie nog altijd een beroep doet op een tolk. Dat bevordert de integratie van de betrokkene in mijn ogen absoluut niet.

Ik denk, collega's, dat het snel aanleren van de Nederlandse taal nog altijd het goedkoopste, maar ook het meest efficiënte instrument is om te integreren.

Er wordt hier beweerd dat ik de financiering zou hebben stopgezet en dergelijke meer. Ik heb geen enkele financiering stopgezet, collega's. U kent blijkbaar de regelgeving niet. U vergeef ik dat, mevrouw Goeman, u bent pas nieuw. Maar er zijn in de media allerlei zaken verkondigd die totaal niet kloppen.

Ik leg het kort uit. Het Agentschap Integratie en Inburgering voorziet in het aanbod en de attestering van de sociale tolken en vertalers. Het Integratiedecreet bepaalt dat de gebruikers slechts een beroep kunnen doen op de dienstverlening van het sociaal tolken en het sociaal vertalen als er een samenwerkingsovereenkomst is tussen enerzijds een gebruikersoverheid – dat kan bijvoorbeeld het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin of het Departement Onderwijs en Vorming zijn – en anderzijds het Agentschap Integratie en Inburgering. Die samenwerkingsovereenkomst bepaalt ook of de gebruiker – en hier gaat het concreet over een CAW – dan wel de gebruikersoverheid, dus het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, de te presteren tolk- en vertaalprestaties betaalt.

Er is dus wel degelijk een samenwerkingsovereenkomst tussen het Agentschap Integratie en Inburgering en het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin voor wat betreft het telefoontolken. Daar ging de concrete problematiek in de media ook over. In het kader van die samenwerkingsovereenkomst werd het volgende afgesproken. Het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin maakte als gebruikersoverheid voor 2019 een subsidiebedrag van 142.000 euro vrij voor de dienstverlening van het sociaal telefoontolken voor hun organisaties, dus onder andere voor het CAW. Het departement liet in diezelfde samenwerkingsovereenkomst ook optekenen dat er geen bijpassing mogelijk is en dat als het bedrag op is, wat nu blijkbaar het geval is, hun organisaties – bijvoorbeeld een CAW – zelf de kosten voor de dienstverlening moeten dragen.

Ik heb dus persoonlijk geen enkele financiering stopgezet. Als u meer vragen hebt over deze concrete problematiek, denk ik dat u die aan collega Vandeurzen moet stellen. De mensen vanuit mijn bevoegdheid Inburgering en de mensen bij het Agentschap Integratie en Inburgering nemen wel degelijk hun verantwoordelijkheid op. De tolken zijn beschikbaar. De samenwerkingsovereenkomsten zijn wat ze zijn. Als de tolkuren in september al op zijn, dan is het aan de functioneel bevoegde minister om al dan niet te beslissen om budget bij te passen. Dan wil ik hier niet de verwijten krijgen dat ik budgetten heb ingetrokken of dat ik niet in extra financiering wil voorzien, want dat is absoluut niet mijn bevoegdheid en ook niet de bedoeling.

Bedankt voor uw antwoord, minister-president. U citeert de samenwerkingsovereenkomst en eigenlijk zegt u, in één zin samengevat: de aanvrager moet vanaf nu dan maar betalen. (Opmerkingen van minister-president Liesbeth Homans)

Dat hebt u wel gezegd. U hebt verwezen naar het departement, de steden en gemeenten en het CAW zelf. Dat is waar het in casu op neerkomt.

U hebt gelijk: u hebt het budget niet stopgezet, het budget is op. Maar wat wij zeggen, is dat dat er de voorbije jaren bijgevoegd is, zodat er wel budget is vanuit de overheid. U moet niet zeggen dat wij het verkeerd horen, want dan hoort iedereen het verkeerd. De Vlaamse steden en gemeenten zitten in de problemen. Het CAW zit in de problemen. De maatschappelijke welzijnswerkers en zo verder: ze zitten allemaal in de problemen. U weet donders goed dat zij geen budget hebben om aan die sociale tolken te geven. De facto komt dat erop neer dat de sociale tolken hun werk niet meer zullen kunnen doen en dat heel de werking vandaag ‘op los zand zit’. Dat is het probleem.

U hebt in het begin gezegd: ‘Ik steun sociaal tolken. Dat is een tijdelijke maatregel om te overbruggen.’ Dat is nieuw. Sociaal tolken is nog nooit omschreven als een tijdelijke maatregel. U noemt het nu een tijdelijke maatregel. Dat is een geheel nieuwe visie op sociaal tolken, die wij absoluut niet steunen. Want het gaat niet alleen over mensen die geen of nog geen Nederlands spreken. Het gaat ook over mensen die op hun werk Nederlands spreken, maar die de nuance van de moedertaal nodig hebben in heel precaire gesprekken, bijvoorbeeld gesprekken met een dokter die een precaire diagnose moet overbrengen, een leerkracht die aan de ouders moet vertellen over gedragsproblemen van het kind, gesprekken waarbij voorheen andere kinderen moesten meegaan. De nuance van de moedertaal, daarvoor dienen die sociale tolken. Die zijn ongelooflijk belangrijk voor een vlotte integratie van mensen, die u ook zou moeten steunen.

Ik denk dat uw beslissing over die tijdelijkheid die u hier nu verkondigt, uw beslissing om geen extra financieel budget te geven, niet alleen ideologische motieven draagt, maar ook financiële. U hebt gezegd dat de sociale tolken onder het Agentschap Integratie en Inburgering vallen. Dat agentschap heeft al jaren te maken met een tekort aan middelen. Die begroting staat al jaren in het rood. En dus hebt u geld nodig. Dat geld gaat u vandaag zoeken bij de sociale tolken en de aanvragers. U schuift de factuur door. Wij en heel veel anderen vragen al jaren om een externe doorlichting van het agentschap, zodat u een helder zicht krijgt op die middelen en waar het gat in die begroting vandaan komt.

Bedankt voor uw antwoorden, minister-president. Over de kennis van het Nederlands zijn we het helemaal eens. Ik reken er dan ook op dat de komende Vlaamse Regering de budgetten voor de lessen Nederlands gevoelig zal verhogen. Want ik spreek uit mijn Brusselse ervaringen: we kunnen amper volgen. Er zijn op dit moment wachtlijsten bij de Huizen van het Nederlands. Bij dezen dus alvast een warme oproep.

Bedankt ook voor uw verheldering. Die constructie tussen het departement welzijn en sociaal tolken, daar heb ik geen weet van. Maar dat verandert natuurlijk niets aan de realiteit van de organisaties op het terrein, die vandaag geconfronteerd worden met het feit dat ze die factuur gepresenteerd gaan krijgen en die gewoon niet kunnen betalen. Wat mij betreft, hebben die organisaties er absoluut geen boodschap aan dat er hier nu een rondje zwartepieten wordt gespeeld tussen verschillende ministers over wie zijn verantwoordelijkheid niet heeft genomen. Wat voor ons het belangrijkste is, is dat er een oplossing komt, zodat die organisaties tot het einde van het jaar hun werk kunnen voortzetten, met behulp van telefoontolken. Ik reken dus op u, ook al is er niet veel tijd meer over, om te proberen om mee een oplossing uit de brand te slepen. Ik zal de volgende minister van Welzijn daar in ieder geval ook over ondervragen.

De heer De Meester heeft het woord.

Ik wil kort reageren op het ideologische verhaal dat de minister hier ophangt, namelijk dat we de gebruikers van sociaal tolken moeten responsabiliseren, alsof het overheidsgeld vandaag door ramen en deuren zou worden gesmeten. Minister-president, we kunnen hier uren discussiëren over welke minister nu precies verantwoordelijk is, maar u hebt in Knack gezegd dat u hoopt op veel minder aanvragen. U wilt dat het sociaal tolken wordt afgebouwd. U zegt dat die tweede en derde generatie van personen met een migratieachtergrond maar Nederlands moeten leren, maar dat is natuurlijk niet de essentie van het verhaal, want die mensen kennen in vele gevallen Nederlands. Sociaal tolken is nodig, zoals mijn collega zeer terecht heeft benadrukt, om in zeer precaire gesprekken ondersteuning te bieden voor een eerder technisch Nederlands. Doet u het maar eens: u hebt kanker en u komt bij een specialist terecht die een diagnose moet stellen. Dan komt u er niet met een huis-tuin-en-keuken-Nederlands. Dat is een technisch gesprek waarbij mensen moeten worden ondersteund. Hetzelfde geldt voor het onderwijs.

Minister-president, luistert u?

Als er een studiekeuze moet worden gemaakt, wat zeer belangrijk is voor de toekomst van kinderen, dan is het toch wel van belang dat elke nuance van het Nederlands in dat gesprek kan worden benoemd.

Minister-president, aangezien sociaal tolken zeer belangrijk is om de brug te maken naar onder andere het onderwijs of de medische sector en dus met andere woorden zeer belangrijk is voor de inburgering, is mijn vraag of u nu voor inburgering bent of met deze maatregel inburgering net wilt afremmen.

Minister-president Homans heeft het woord.

Ik dacht met mijn eerste antwoord tegemoet te komen aan de vraag van mevrouw Goeman, die eigenlijk peilde naar mijn persoonlijk standpunt. Ik heb dat heel duidelijk gegeven en gezegd dat sociaal tolken een tijdelijke oplossing kan zijn maar dat het niet de bedoeling kan zijn dat de tweede en derde generatie van personen met een migratieachtergrond nog altijd een beroep doen op een tolk. Mijnheer De Meester, daarover verschillen we duidelijk van mening.

Ik wil tegemoetkomen aan de bijkomende vragen en statements – maar zoveel waren er niet –, want men beseft blijkbaar dat het toch niet zo goed in elkaar stak als men had verwacht. Als er in het verleden geld is bijgepast voor wat sociaal tolken betreft, in casu naar de CAW’s, dan is dat altijd gebeurd zoals bepaald in het Integratiedecreet. Mevrouw Goeman, uw partij heeft dat decreet mee goedgekeurd tijdens de vorige legislatuur. De middelen zijn ook altijd bijgepast door de functioneel bevoegde minister en departementen.  De voorbeelden die hier worden gegeven, zijn voorbeelden van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en van het departement Onderwijs. Die twee departementen hebben ook een samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap Integratie en Inburgering en en nemen daarin op hoeveel financiële middelen zij vrijmaken. Zij, en niet het agentschap, bepalen ook zelf of er, wanneer het budget op is – zoals nu het geval is voor Welzijn –, financiële middelen kunnen worden bijgepast. In de samenwerkingsovereenkomst voor Welzijn is ervoor geopteerd om dat niet te doen.

Ik kan hier blijven herhalen dat ik geen enkele financiële stroom heb stopgezet. Dat heeft niets te maken met de financiële toestand van het Agentschap Integratie en Inburgering, maar heeft alles te maken met het feit dat de gebruiksoverheden in samenwerkingsovereenkomsten tussen het agentschap enerzijds en die gebruiksoverheden anderzijds ofwel niet willen bijpassen, ofwel hebben beslist dat de gebruikers, waaronder de CAW’s, zelf moeten betalen. De verschillende departementen bepalen zelf in de samenwerkingsovereenkomst wat zij daarin opnemen. Het agentschap doet wat het decretaal moet doen, namelijk het opleiden en attesteren van die tolken en het voorzien in een voldoende aanbod van talen. Hier slaat u de bal volledig mis en moet u een andere functioneel bevoegde minister ondervragen.

Voorzitter, ik wil mijn verantwoordelijkheid niet uit de weg gaan, maar de waarheid heeft in dezen ook meer dan haar rechten.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Ik kan het alleen maar fundamenteel oneens zijn met de minister. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk sociaal tolken is. Er is een budget en u blijft herhalen dat u het niet hebt stopgezet. Wij zeggen dat ook niet, wij zeggen dat u niet voorziet in een nieuwe financiering zoals de voorbije jaren. U moet daar niet mee lachen, dat is waar. Er zijn zoveel mensen in de problemen door die beslissing en dat deert u niet. Ik kan alleen bevestigen hoe noodzakelijk dat sociaal tolken is voor een goede integratie. De heer De Meester van de PVDA stelde de juiste vraag: bent u eigenlijk voor integratie? Ik begin het me ook af te vragen.

Natuurlijk heeft deze maatregel te maken met de slechte papieren van het agentschap.  Het agentschap heeft geld nodig, de begroting staat in het rood, en dus zoekt u geld en dat zoekt u bij de meest kwetsbaren. Dat is een beslissing die Groen absoluut niet kan ondersteunen. Wij vinden dat u de meest kwetsbaren net moet ondersteunen en dat u moet zorgen voor een goede integratie van de nieuwkomers. Dat komt zowel de nieuwkomers als onze samenleving ten goede.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik kan me alleen maar aansluiten bij de analyse van mevrouw Moerenhout, maar wij zullen ook niet nalaten om de andere bevoegde ministers te ondervragen over dit euvel.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.