U bent hier

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Elke Wouters (N-VA)

Minister, ik moest uw compliment van de vorige vergadering hard maken en tijdens mijn laatste vergadering nog een vraag stellen. Die gaat meer bepaald over de lage grondwaterstand.

Ik heb de voorbije paasvakantie aan u gedacht. Toen ik tijdens de voorbereidingen zag dat er vijf vragen waren, dacht ik: collega Wouters zal een van de vraagstellers zijn. Het kader wordt trouwens breder, al hebt u me over water wel al eens een actuele vraag gesteld.

Elke Wouters (N-VA)

Inderdaad, ook water interesseert me zeker.

Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) zijn de grondwaterstanden op een derde van de locaties in Vlaanderen zeer laag voor de tijd van het jaar. Het grondwater heeft zich dus nog niet hersteld van de droge zomer die we achter de rug hebben. Het regende vorig najaar veel te weinig en de winterneerslag compenseerde dat niet. Vooral in Vlaams-Brabant en Limburg zijn de grondwaterstanden historisch laag voor de tijd van het jaar. Ook nu lijkt het weer een relatief droog voorjaar te worden. We moeten hopen op veel neerslag in mei en juni – vrees ik – om het lage peil alsnog aan te vullen.  

Nog volgens de VMM zouden de peilen op dit moment op hun hoogste niveau moeten staan. Dat is noodzakelijk om een nieuwe, mogelijk droge zomer door te komen. U liet binnen de Vlaamse Regering een droogte- en overstromingsplan goedkeuren om ons tegen watertekorten te wapenen.

Welke nieuwe aspecten daaruit bereiden ons nu al degelijk voor op mogelijke watertekorten deze zomer?

Er zit geen financieel engagement vast aan dit droogteplan. Levert dit geen problemen op voor de concrete uitvoering van de actiepunten? 

Hoe komt het dat Vlaams-Brabant en Limburg er erger aan toe zijn?

Viel daar minder neerslag of zijn die provincies meer verhard? Of heeft de hogere ligging daarmee te maken of zijn er andere redenen?

De heer Danen heeft het woord.

Ik sluit me aan bij deze vraag, en ik probeer ze ook wat concreter te maken met de infiltratiebonus. Mijn inleiding loopt voor een deel parallel.

Zoals we weten, zijn wateroverlast en droogte twee grote uitdagingen voor overheden en burgers. De regenbuien zullen in de toekomst heviger worden, waardoor het risico op overstromingen toeneemt. De zomers worden heter en ook het aantal hittegolven neemt toe. Piekregenval zoals in het voorjaar van 2010 en de zomer van 2016 zullen steeds vaker voorkomen en zorgen voor grote schade door overstromingen.

Lange periodes waarin geen regen valt zoals de droogtes van de zomers van 1976 en 2018 stonden vroeger bekend als gebeurtenissen die om de honderd jaar voorkomen, nieuwe weermodellen van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) tonen aan dat we dit in de toekomst om de vier à vijf jaar zullen meemaken.

De Vlaamse bouwwoede en uitdijende verstedelijking zorgen ervoor dat bij hevig regenweer de bodem het water niet kan vasthouden en de riolen het water niet kunnen slikken. Het stroomt in een ijltempo af naar lagergelegen gebieden, waardoor het risico op overstromingen toeneemt en de grondwaterlagen niet aangevuld raken, terwijl al dat beton ervoor zorgt dat tijdens langdurige periodes van extreme hitte steden sneller opwarmen en trager afkoelen. Het is er gemiddeld 3 graden warmer dan op het platteland en het temperatuurverschil kan oplopen tot 10 graden. Dat is natuurlijk niet permanent maar wel op bepaalde dagen.

De schadefactuur van de hevige regenval in de zomer van 2016 en van de warmtegolven in 2017 en 2018 liep in de miljoenen. De piekregenval in 2016 kostte 400 miljoen euro, waarvan 250 miljoen euro voor de landbouw. De factuur gekoppeld aan de droogteperiode in 2017, zorgde voor meer dan 100 miljoen euro schade in de landbouwsector. Als ons huidige beleid niet wijzigt, zal de wateroverlast alleen maar toenemen, terwijl de ondergrond verder uitdroogt.

Op dit moment wordt minder dan 10 procent van het Vlaamse regenwater gebruikt, 90 procent gaat rechtstreeks de riolering in. Die enorme hoeveelheid water die naar de riolen stroomt, legt een zware druk op de drinkwaterfactuur: de afvoer van regenwater is verantwoordelijk voor 50 tot 60 procent van de rioolkosten. Als we de waterfactuur onder controle willen houden, zullen we werk moeten maken van de betonstop en een hemelwaterplan.

Houden we vast aan de betonstop, dan zal er voor 200 miljoen extra investeringen in riolen en waterbuffers nodig zijn tot 2027. Zonder betonstop verdubbelt die investeringsfactuur.

Wateroverlast en bescherming tegen hittestress en droogte moeten vooral lokaal worden opgelost. Daarbij zullen overheid, bedrijven en burgers de switch moeten maken naar minder verharding, efficiënter gebruik van regenwater en meer infiltratie naar de grondlagen.

Een infiltratiebonus op de waterfactuur kan daarbij helpen. Ook VLARIO, het overlegplatform & kenniscentrum voor rioleringen- en afvalwaterzuiveringssector in Vlaanderen, heeft rond deze thematiek hard gewerkt en daarover gecommuniceerd tijdens de zomerperiode.

Met een transparante waterfactuur waar de kosten voor de afvoer en zuivering van regenwater apart worden vermeld, krijgen bedrijven en burgers de mogelijkheid om van de infiltratiebonus te genieten en het regenwater zinvol te gebruiken. U zou een bonus kunnen geven op de saneringsbijdrage voor gezinnen en bedrijven die infiltratiemaatregelen nemen of regenwater opvangen. De bonus wordt gemodelleerd op basis van de oppervlakteverharding, waarbij het kan gaan over terrassen, daken, parkings enzovoort. De bonus zal burgers en bedrijven aanzetten om regenwater te hergebruiken en te laten infiltreren, door bijvoorbeeld een regenwaterput aan te leggen, door regenwater te laten infiltreren in de tuin, op een groendak of door ontharding van parkings en terrassen. Hierdoor moet het regenwater niet worden afgevoerd naar het rioleringsnet, waardoor dat minder wordt belast en het risico op wateroverlast verkleint.

Al in 2008 werd in dit parlement een resolutie aangenomen, waarbij de waterfactuur gekoppeld zou worden aan ontharding of het vasthouden van regenwater.

Minister, vindt u het idee van een dergelijke infiltratiebonus interessant? Is dit al verder onderzocht? Wilt u daar verder mee aan de slag? Hoe zult u dat dan doen?

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

We zijn beland bij de laatste vraag van deze legislatuur, tenzij er nog verrassingen in petto zouden zijn de volgende weken – ‘who knows?’

Dit is een belangrijke vraag over de grondwaterstanden en over de waterproblematiek.

Ik heb mij de voorbije maanden daarin toch wat verdiept en nieuwe zaken bijgeleerd.

Naast energiezuinigheid en gezond eten, is de sensibilisering rond het waterverbruik heel belangrijk, maar van deze drie is de sensibilisering het minst ontwikkeld. Dit probleem komt vooral in de zomer boven water, bij wijze van spreken, maar tijdens de rest van het jaar lijkt iedereen ervan overtuigd te zijn dat hier niet veel rond te doen is. Er is nog wel wat werk aan de winkel als we water zuiniger willen verbruiken. We moeten er iedereen van doordringen dat dit probleem zich niet alleen in juli en augustus stelt, maar het hele jaar door.

We hebben in de Vlaamse Regering het actieplan ‘Droogte en wateroverlast 2019-2021’ goedgekeurd. Dit plan bevat zowel lopende, geplande, als nieuwe initiatieven en de focus ligt op bijkomende richtlijnen en de optimalisatie van de regelgeving, communicatie- en sensibiliseringsinitiatieven, acties die innovatie stimuleren of faciliteren, en acties die bijdragen aan de kennisopbouw, monitoring en modellering.

Om ons deze zomer beter te wapenen tegen mogelijke watertekorten wordt prioritair ingezet op de verdere uitwerking van de crisiscoördinatie en crisiscommunicatie. Daarbij komt dat er structureel moet worden ingegrepen om watertekorten te vermijden door minder water te gebruiken, meer water te hergebruiken – dat sluit aan bij de vraag van de heer Danen – en ook nieuwe voorraden te voorzien. Iets waarmee heel wat drinkwatermaatschappijen bezig zijn.

De crisiscommunicatie gebeurt op drie vlakken. Er is het indicatorenkader dat voor de metingen in allerlei vormen zorgt. De criteria voor de opschaling of neerschaling van een waterschaarste- en droogtecrisis werden verduidelijkt. Ten slotte werden de afspraken voor de samenwerking tussen de droogtecommissie en de provinciale crisisvergaderingen verfijnd. 

Deze zomer wordt ook nog een afsprakenkader met een taakverdeling voor de vaststelling, opvolging, monitoring en rapportering van blauwalgen in waterlopen voorzien. Er komen model-politiebesluiten voor een betere afstemming van waterbeperkingen bij waterschaarste, en er komt ook een verdere uitwerking van de website www.opdehoogtevandroogte.be.

Op 5 april heb ik met de vertegenwoordigers van de VMM, de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) en onze provinciale gouverneurs overlegd om te bekijken waar de afspraken nog verder aangescherpt moeten worden.

Er wordt met voorrang aan een betere juridische omkadering van crisismaatregelen gewerkt. Zo werden op 22 maart 2019 al een aantal wijzigingen aan het drinkwaterbesluit principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Die zorgen voor een duidelijkere rechtsgrond voor gebruiksbeperkingen van het leidingwater. Een ander voorbeeld is een betere juridische regeling van het hergebruik van effluent in de landbouw door de koppeling aan het instrument van de grondstofverklaring.

Er is momenteel geen volledig financieel of budgettair engagement verbonden aan het actieplan, maar er zijn een aantal belangrijke maatregelen voorzien die wel extra budgettaire middelen krijgen. Zo is 4 miljoen euro in de begroting voor 2019 vrijgemaakt voor maatregelen tegen droogte, voorzien voor de projectoproep die de VMM uitgevoerd heeft. Ik heb op 5 april 2019 samen met minister Muyters het project ‘Internet of Water’ door de Vlaamse Regering laten goedkeuren. Daarin wordt 9 miljoen euro vrijgemaakt om met meer dan tweeduizend sensoren de toestand van het water in Vlaanderen beter en direct op te volgen.

Er is ook nog de call van de ontharding van 5 miljoen euro. Het is dus geen vrijblijvend plan. Er zijn natuurlijk een aantal budgettaire consequenties aan initiatieven die erin zijn opgesomd. Ik heb er zonet drie voorbeelden van gegeven.

Hoe komt het dat Vlaams-Brabant, het Hageland en Limburg er wat erger aan toe zijn? Maandelijks wordt een rapport ‘Toestand van het watersysteem’ gepubliceerd op de website. Uit het rapport van april 2019 blijkt dat de freatische grondwaterstanden – dat is het meest ondiepe grondwater – op een derde van de plaatsen in Vlaanderen relatief laag zijn voor de tijd van het jaar. Bovendien bevinden die locaties zich inderdaad vooral in Vlaams-Brabant, het Hageland en Limburg. De diensten hebben de door u geopperde oorzaken bijkomend onderzocht. Ik kan u de gedetailleerde nota daarover schriftelijk bezorgen.

De belangrijkste elementen zijn de volgende. De snelheid waarmee de freatische grondwaterpeilen zich kunnen herstellen tot normale waarden, hangt vooral af van de grondwatervoeding en de diepte van de grondwatertafel. De grootte van de grondwatervoeding is vooral afhankelijk van aspecten als neerslag en verdamping, landgebruik, waarbij de verhardingsgraad een heel belangrijk rol speelt, het bodemtype – leem of zand – en de hellingsgraad. Die aspecten kunnen regionaal variëren en op verschillende locaties een verschillende invloed hebben. De waargenomen regionale verschillen in neerslag en evapotranspiratie zijn niet van dien aard dat ze de situatie kunnen verklaren. De waargenomen maandtotale neerslag voor maart is bovendien op de meeste meetlocaties gelijk aan of iets hoger dan de neerslaghoeveelheid die we gemiddeld voor de eerste drie maanden van het jaar verwachten.

Ook bodemverharding – landgebruik, dus – kan de grondwatertoestand in het Hageland en Limburg niet verklaren ten opzichte van de rest van Vlaanderen. Mijn gevoel is veeleer het tegendeel. Uit de Bodembedekkingskaart Vlaanderen 2015 kan afgeleid worden dat de verhardingsgraad het hoogst is in de gemeenten in de Brusselse en Antwerpse rand en in die twee steden zelf. Met uitzondering van enkele locaties in de rand rond Brussel komen de meeste locaties met de laagste grondwaterstanden veeleer overeen met de locaties met een relatief beperktere verhardingsgraad.

Dan komen we bij het bodemtype en de hellingsgraad. Voor een gedeelte van de locaties met lage grondwaterstanden bevindt het grondwatervoedingsgebied zich in de leemstreek met een relatief hogere hellingsgraad. Dat zijn de twee aspecten die wel een rol van verschil spelen met de rest van Vlaanderen, want in die streken, met leem en een hogere hellingsgraad, wordt een iets lagere grondwatervoeding berekend dan in meer zandige of vlakkere gebieden, zoals in de meeste andere streken van Vlaanderen.

Naast grondwatervoeding speelt ook de diepte van de grondwatertafel een rol. De lage grondwaterstanden worden vaak aangetroffen op locaties met een relatief diepe grondwatertafel. Limburg en Vlaams-Brabant kennen een relatief hoger aandeel locaties met diepe grondwaterstanden, dus meer dan 5 meter onder het maaiveld. Op basis van de historische peilreeksen blijkt dat die locaties trager reageren op meteorologische fenomenen. De infiltratie neemt er meer tijd in beslag, waardoor het dus ook langer duurt vooraleer de peilen zich herstellen.

De belangrijkste redenen voor het tragere herstel op enkele locaties zijn dus een combinatie van diepte van de grondwatertafel, het bodemtype en de hellingsgraad, die in het Hageland en Limburg ietwat hoger is dan in de rest van Vlaanderen.

Als Hagelander heb ik veel bijgeleerd, minister. Gaat u vooral rustig verder.

Collega Danen, ik kom nu bij uw vragen: hoever staat het met de infiltratiebonus en hoe ga ik daarmee aan de slag? Ik deel uw bekommernis ten volle. Ik denk ook dat we absoluut moeten inzetten op water te laten infiltreren op de plaats waar het neervalt, bij manier van spreken. Binnen de administratie wordt dan ook al een tijd onderzocht om meer te doen dan nu het geval is, en ook in het actieplan zitten er een aantal elementen. Er is ook de onthardingscall, die vorig jaar een succes was en die nu opnieuw gelanceerd is. De eerste indicatie is dat er in Vlaanderen opnieuw heel wat projecten opgestart zullen worden.

We hebben ook een aantal normeringen opgelegd. Voor elke nieuwe woning wordt verplicht een regenwateropvang geïnstalleerd, en het lozen van hergebruikt regenwater wordt dus geen saneringsbijdrage. Wanneer het regenwater hergebruikt wordt, wordt dat dus niet meer verschuldigd. Dit geldt ook voor mensen die nu in een bestaande woning een regenwateropvang zetten. In die zin is er natuurlijk al een bonus voor het hergebruik van hemelwater, omdat hierdoor de saneringsbijdrage wegvalt, of toch deels wegvalt.

Anderzijds is het zo dat in enkele omringende landen, zoals Nederland en Duitsland, al een hemelwaterheffing is ingesteld, die berekend wordt op basis van de verharde oppervlakte rond de woning en haar directe omgeving. Maar daar is geen verplichting tot het installeren van een hemelwaterput voor nieuwe en grondig verbouwde panden voorzien.

Op 5 april hebben we het actieplan ‘Droogte en Wateroverlast’ goedgekeurd. Daar hebben we als actie 20 een onderzoek voorgesteld naar het opsplitsen van de heffing/saneringsbijdrage en een nog in te stellen hemelwaterheffing. Deze hemelwaterheffing zou desgevallend alleen op vermijdbare situaties betrekking hebben. Ik wacht dit onderzoek af om gepaste en vooral duurzame maatregelen te kunnen nemen en ik denk dat dit element wellicht op de onderhandelingstafel van de volgende regering zal liggen.

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Elke Wouters (N-VA)

Minister, dank u voor uw antwoord. U gaf het zelf al aan, het is goed om het hele jaar door te sensibiliseren, maar ik denk dat er vanuit het beleid toch nog wat meer moet gebeuren.

U haalde een aantal maatregelen aan waarvoor extra middelen worden voorzien. Dat is niet slecht, maar die gaan vooral naar het bestrijden van droogte. Die pakken de gevolgen aan, maar niet zozeer de oorzaken. Ik denk dat enkel de 5 miljoen euro naar ontharding een concrete maatregel is die droogte voorkomt, en die kan ik dan ook ten volle ondersteunen.

Zijn deze projecten inmiddels van start gegaan, of wanneer wordt de startdatum daarvoor voorzien?

De heer Danen heeft het woord.

Ons pleidooi gaat meer in de richting van een infiltratiebonus, om mensen die het goede voorbeeld geven, te belonen.

Ik heb een aantal van uw acties gezien, minister. Wij kunnen ons zeker vinden in een aantal van die acties, maar sommige zijn behoorlijk duur. Maar wat ik heel erg mis, is de maatregel die ook al eens ‘bronbeleid’ genoemd wordt. U hebt verwezen naar Nederland en Duitsland, waar men dat wel doorvoert. Dat betekent eigenlijk dat er gedacht zou moeten worden aan een manier waarop hemelwater zo dicht mogelijk bij de bron blijft. Dat kan natuurlijk door hergebruik te stimuleren, via een put. Maar het kan ook, waar die regenwaterput dan overstroomt als hij vol is, doordat er een soort afvoer is ter plaatse. Op die manier worden een aantal doelstellingen tegelijkertijd ingewilligd, namelijk minder rioleringskosten, minder overstromingsgevaar, maar vooral ook een betere hervoeding van het grondwater. Dat is toch heel erg belangrijk.

Ik mis dat voor een stuk in het beleid. Want wat er nu eigenlijk gebeurt, is dat het regenwater, zeker als het hard regent en de regenwaterputten vol zitten, gewoon via een buis wegstroomt. Daar waar het uitkomt, zijn er vaak overstromingen. Dat kunnen we eigenlijk wel missen als kiespijn.

Bronbeleid zorgt er dus voor dat hemelwater zo dicht mogelijk bij de bron blijft. Dat kan een dak zijn, een parking, een veld, wat dan ook. Het is erop gericht te vermijden dat relatief zuiver hemelwater via de riolering wegstroomt en dan verder weg voor problemen zorgt. Dat moeten we proberen te vermijden.

Mijn vraag is dus nogmaals: bent u bereid om dat te onderzoeken, bent u bereid om die maatregel te nemen? Ik deel uw mening: hoogstwaarschijnlijk zal dit soort aspecten bij de regeringsonderhandelingen op tafel komen. Ik denk wel – en ik ben daar voor een stukje ook wel debet aan – dat we in deze commissie de voorbije jaren te weinig aandacht hebben gehad voor alles wat met water te maken heeft. En ik hoop dat we daar de komende jaren meer aandacht voor kunnen hebben, want zoals iedereen wel weet: water is leven. We hebben heel veel aandacht gehad voor gezonde voeding, voor klimaat, voor fijn stof… Dat is ook allemaal heel erg belangrijk. Maar water is natuurlijk ook cruciaal. Ik denk dat we dat zeker moeten meepakken de komende maanden en jaren. Ik zal, als men mij daartoe de kans geeft, alleszins mijn verantwoordelijkheid nemen op dat vlak.

Mijn bijkomende vraag is dus: hoe wil u verder werk maken van dat bronbeleid?

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Collega Danen, ik heb het zelf in het begin van mijn antwoord gezegd: ik ben er ook van overtuigd dat we daar de volgende jaren, wellicht ook in deze commissie, meer aandacht aan moeten schenken. Ik heb hier nu drie maanden doorgebracht. Het actieplan ‘Droogte en wateroverlast’ is natuurlijk een hefboom, maar er moet meer gebeuren. Dus daar ben ik van overtuigd. En ik denk ook dat we op dat vlak de volgende jaren straffer uit de hoek moeten komen.

Wat de maatregelen zelf betreft: dat bronbeleid is er al voor een stuk. Is het voldoende? Ik denk het niet. Ik denk dat we daar inderdaad een tandje kunnen bijsteken. Maar we mogen nu ook niet doen alsof er niks gebeurt. Ik heb al het voorbeeld gegeven dat er bij nieuwbouw al een aantal zaken verplicht worden. Het hergebruik van regenwater zit volop in de lift. Dat kan versneld worden. Ik denk dat we moeten onderzoeken in welke mate. Daarom moeten in dat actieplan 20 wellicht ook fiscale of financiële stimuli ingebouwd worden.

Ik ben ervan overtuigd dat we er meer op moeten inzetten, ook de openbare besturen, dat op sommige plaatsen gescheiden stelsels misschien niet meer absoluut nodig zijn. Dus dat daar ter plaatse het hemelwater opgevangen moet kunnen worden door de grachten opnieuw wat te verbreden of een aantal poelen te voorzien. Ik heb vorige week nog wachtbekkens in een ruilverkaveling gezien, waar men dus ook aan buffering doet en dan geleidelijk het water laat wegstromen via het natuurlijke grachtensysteem.

Ik denk dus dat er al heel wat initiatieven zijn, maar dat we op dat vlak inderdaad meer aandacht moeten hebben en wellicht in het beleid wat straffer moeten zijn op het vlak van incentives of van normering.

Collega Wouters, uw laatste opmerking ging over de calls voor de ontharding. De call van vorig jaar is afgelopen. De projecten zijn toegewezen. De eerste projecten zullen nu in uitvoering komen. Ik heb een heel groot project bezocht in Borsbeek. Daar wil men twee hectare beton op het fort Borsbeek ontharden. Die werken starten eind dit jaar, want zoiets heeft natuurlijk een zekere doorlooptijd nodig.

Vanaf half maart tot 15 mei of 30 mei kunnen lokale besturen of verenigingen of andere instanties opnieuw projecten indienen. Daarvoor is dus opnieuw 5 miljoen euro voorzien.

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Elke Wouters (N-VA)

Ik wil tot slot nog afronden. Ik vind het positief dat er een droogteplan is om de problemen aan te pakken en dat u zelf ook zegt, minister, dat er meer moet gebeuren.

Ik kan er enkel op aandringen dat er snel iets gebeurt en dat de actiepunten snel worden geïmplementeerd. Het is echt vijf voor twaalf en ik denk dat we hieromtrent geen tijd meer te verliezen hebben.

De heer Danen heeft het woord.

Minister, we zijn niet verantwoordelijk voor wanneer het regent, maar wel voor wat we met die regen doen. Zoals de meesten hier weten, genereert de klimaatcrisis drie soorten overstromingen.

De lokale overstromingen kwamen vroeger ook al veel voor. Zomeronweders op verharde bodems waarvoor geen bronbeleid wordt gevoerd, zorgen voor lokale overlast. Daarnaast zijn er de winteroverstromingen, die voor langere tijd voor overlast kunnen zorgen. We kunnen er met een bronbeleid voor zorgen dat het debiet gedeeltelijk naar beneden wordt gehaald. Later zijn er nog de meer structurele overstromingen of risico’s op overstromingen ten gevolge van de zeespiegelstijging en zo. Ook hieraan wordt gedeeltelijk tegemoet gekomen, wat begint met het Vlaamse Sigmaplan en dergelijke.

Ik denk oprecht dat we met relatief eenvoudige maatregelen veel kunnen doen. We moeten veel doen, maar we moeten ook die eenvoudige maatregelen nemen. Ik kijk ernaar uit om samen met u, in welke hoedanigheid dan ook, verder werk te maken van een bronbeleid en meer met water bezig te zijn.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.