U bent hier

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Dit is een gekoppelde vraag. Ik weet dat collega Gryffroy misschien nog een sterker pleidooi houdt voor zonnedelen dan ik dat wil doen. Ik meen dat er op dat vlak nog heel wat potentieel aan te boren is. Ik stel die vraag nu omdat ik er eigenlijk wat ontgoocheld over ben dat er op dat vlak nog weinig vooruitgang is geboekt, ondanks de conceptnota van collega Gryffroy, ondanks herhaaldelijke vragen van mezelf en anderen, en ondanks het potentieel dat er is. Ik denk ook dat het draagvlak voor een digitale meter ook alleen maar kan worden vergroot als we dit soort zaken mogelijk kunnen maken. Vandaar ook mijn vraag.

Minister, begin vorig jaar kondigde uw voorganger, onze collega Tommelein, aan dat iedereen, dus ook particulieren, binnenkort zou kunnen zonnedelen, ook bekend als salderen op afstand. Dat was een heel voluntaristisch persbericht van de vorige minister. Hij zei dat dat tegen het einde van 2018 het geval zou moeten zijn. Ik stel vast dat we nu al in april 2019 zijn, de verkiezingen komen eraan, en op dat vlak is er nog weinig vooruitgang geboekt.

Wat is het principe? Wie zelf geen zonnepanelen heeft, zou moeten kunnen meegenieten van andere zonne-installaties, van een buur of een naburige school of een gemeentebestuur met zonnepanelen op het dak. Of een bedrijf, het maakt op zich niet uit, maar alleszins zou het gaan over iemand die te veel stroom heeft of in functie van zonnedelen zonnepanelen wil leggen. Dat zou moeten kunnen. Wie mee investeert in een zonnepark, zou dat verrekend moeten kunnen zien in de eigen individuele energiefactuur. Dat is het model. De zon schijnt voor iedereen, maar niet iedereen heeft een geschikt dak om zelf zonnepanelen te plaatsen. Tegelijkertijd stellen we vast dat er nog heel wat grote bruikbare daken beschikbaar zijn in Vlaanderen. Ik denk dan aan heel wat sportinfrastructuur, maar ook aan infrastructuur van winkels, kmo’s, administraties. Op de meeste daken liggen eigenlijk nog steeds geen zonnepanelen.

Met zonnedelen geven we de productie van hernieuwbare energie een boost en genieten ook zij die zelf geen zonnepanelen hebben, mee van het rendement. Dat vergroot het draagvlak, draagt bij tot meer hernieuwbare energie en vermijdt verspilling. Ik herinner u aan berichten eind 2018 dat mensen die een overschot aan energie hebben, die energie in sommige gevallen eigenlijk verspillen, omdat die energie toch gewoon weg is indien ze die dan niet opgebruiken. Eigenlijk is dat zonde, zeker op momenten dat de energie zelf schaars is.

Toenmalig minister Tommelein kondigde dus aan dat in het najaar van 2018 een en ander operationeel zou zijn. Ik stel vast dat dat nu nog niet het geval is. Vandaar mijn evidente vragen. Hoever staat het met zonnedelen? Kunt u mij een stand van zaken geven? Kunt u aangeven, indien het allemaal nog niet zo is zoals we het zouden willen, wanneer deze nieuwe regelgeving van kracht wordt?

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik zal eerst mijn vraag doorlopen en dan wat inspelen op hetgeen collega Danen heeft gezegd. We weten allemaal dat we proberen prioritair in te zetten op zon, wind en warmte. In juli 2016 heeft de Vlaamse Regering ook de conceptnota ‘Zonneplan’ van toenmalig minister Tommelein goedgekeurd, een plan dat erop is gericht om zonne-energie opnieuw aantrekkelijk te maken. We hebben immers inderdaad eigenlijk nog wel wat potentieel, zoals collega Danen zegt. Minister Tommelein had toen gezegd dat iedere Vlaming minimaal één zonnepaneel moest hebben liggen. In 2020 zou de totale capaciteit aan pv-panelen 3700 megawatt moeten bedragen. Er blijkt dat in 2018 voor 211,54 megawatt pv-installaties werden aangemeld. Maar u hebt toen aangegeven dat dat nog kon oplopen tot 231 megawatt. Dat zou het totaal dan brengen op 2750 megawatt.

We zien ook – dat is een terechte bezorgdheid – dat privépanelen vooral een residentieel fenomeen zijn. In 2018 ging 86 procent van de 211,54 megawatt die geplaatst is, over installaties kleiner dan 10 kilovoltampère.

Om de doelstelling 2020 te halen – 3700 megawatt dus – moet er jaarlijks meer dan 500 megawatt worden geïnstalleerd. Vorig jaar is er 211 megawatt geplaatst. Als die trend zich doorzet, komen we maar uit op ongeveer 3200 megawatt. Dat is 500 megawatt af van de 3700 megawatt vooropgesteld in het zonneplan. Er moet dus worden gezocht of er nog drempels weggewerkt moeten worden, zonder dat we de maatschappelijke kost in gevaar brengen. Ik wil uiteraard niet opnieuw meemaken wat we in 2014-2015 hebben meegemaakt, namelijk dat we de factuur uit het verleden moeten verrekenen in de huidige elektriciteitsfactuur, met alle gevolgen van dien.

Zelf heb ik al meerdere initiatieven genomen om zonnepanelen in Vlaanderen een boost te geven. Ik denk aan mijn eigen conceptnota's over zonnedelen en salderen op afstand, over batterijtechnologie en energie-entiteiten. Die laatste is recent ingediend. Ik heb ook onderzoek gedaan naar monumenten en kerken, waar er wel degelijk mogelijkheden zijn. Ook daken van bedrijven, sporthallen of overheidsgebouwen zijn geschikt voor zonnepanelen. Om te vermijden dat we open ruimte moeten aansnijden – zoals men ziet in Duitsland of Nederland waar men zonnepanelen in velden plaatst –, is het handiger om de panelen op een dak te plaatsen.

Ik las dan het kleine artikeltje van Comeos, de Belgische sectorfederatie van handelsbedrijven, die becijferd heeft dat men door alle grote winkeldaken vol te leggen met zonnepanelen, het huidige zonne-energievermogen zou kunnen verdubbelen. Nog volgens Comeos zou de huidige administratieve rompslomp en de onmogelijkheid om de energie van zonnepanelen op een winkeldak aan de buren te leveren, ertoe leiden dat te weinig winkelketens zonnepanelen plaatsen. Comeos vraagt aan de overheid om maatregelen te nemen om dit te veranderen.

Ongeveer een jaar geleden maakten drie studenten van de toegepaste economische wetenschappen van de UHasselt een eindwerk over het opmaken van een businessplan voor zonnepanelen op grote daken. Ze zijn vertrokken van de drie parameters die belangrijk zijn om een businessplan te kunnen doen slagen. Een eerste parameter is uiteraard de kostprijs. Wat is de totale kost per kilowatt of per 100 kilowattpiek? Een tweede parameter die een belangrijke rol speelt: vroeger was het de gewoonte dat de zonnevereniging die de installatie bouwt, huur betaalt aan de eigenaar van het gebouw. Een derde parameter die een rol speelt: als de zonnevereniging de elektriciteit wil verkopen aan wie onder het dak zit, dan is die vragende partij om niet mee te moeten betalen aan de stroom die komt van zijn dak. Er is ook rekening gehouden met een vierde parameter, namelijk hoeveel kan ik zelf gebruiken? Als ik een contract maak om stroom af te nemen van het dak, kan ik daar veel of niet veel van gebruiken?

De resultaten waren zoals ik verwacht had. De huurprijs moet zo laag mogelijk zijn. Men moet zoveel mogelijk zelf kunnen gebruiken of toch diegene die onder het dak zit. Er zijn retailers die zodanig goed aankopen, dat het – bij wijze van spreken – de businesscase niet rendabel maakt als ze de stroom aankopen die geproduceerd wordt op hun dak. Volgens mij zijn er maar een beperkt aantal oplossingen. Op kleine schaal zijn er ondertussen oplossingen, zoals de coöperatieven. Ook op grotere schaal zijn er bijvoorbeeld in West-Vlaanderen projecten met betrekking tot crowdlending, waardoor men grotere investeringen kan doen. Het blijft echter altijd bij een financiële return. Bij crowdlending of een coöperatieve krijgt men op het einde van het jaar geld.

Het zou natuurlijk wel aantrekkelijker zijn mocht dit ook kunnen gebeuren per kilowattuur. Ik heb daar heel wat rondvraag rond gedaan, en blijkbaar – tenzij de minister mij nu tegenspreekt – is er daar geen decretaal of wettelijk initiatief voor nodig. Men kan dat dus doen, en de leverancier is vrij om dat te doen. Voor een correcte verrekening is het hebben van een digitale meter bij de particulier natuurlijk wel een conditio sine qua non. Met andere woorden: als dit uitgerold is, kan men dat doen.

We moeten natuurlijk wel opletten: wij gaan niet in de plaats treden van de markt. Wij gaan de businesscase dus niet verplichten. Het zijn dan de leveranciers of de zonneverenigingen die afspraken maken met leveranciers. En die beslissen dan om het al dan niet te doen.

We kunnen wel vaststellen dat het om een maatschappelijk draagvlak gaat. Ik zal hier zeker geen namen noemen, maar er lopen ondertussen al gesprekken tussen de eigenaar van het gebouw, de huurder van het gebouw en de zonnevereniging. Want als iedereen zijn graantje wil meepikken van de winst, dan blijft er niet veel over. En dan heb je geen interessante businesscase.

Als iedereen een klein beetje zijn verstand gebruikt en probeert wegwijs te raken in de kosten, dan kun je wel een interessante businesscase hebben, met een normaal rendement: laat ons zeggen een internal rate of return (IRR) van maximaal 5 procent bruto. Dan is dat wel mogelijk, en dan zie je inderdaad dat een van de voorwaarden daarbij is dat men niet te veel huur vraagt voor het dak.

Als je natuurlijk een kleinere retailer bent, dan lijkt de aankoopprijs normaal gezien wat hoger – dat is ook interessant. Er is bovendien een groot verschil tussen een retailer die bijvoorbeeld ook koelkasten en diepvriezers heeft, en een retailer die enkel schoenen opslaat, en die dus enkel verlichting nodig heeft. Dat vormt dan wel een beperking bij het verkrijgen van een goede prijs.

De sectorfederatie geeft aan dat er een enorm potentieel voor zonnepanelen op daken van retailzaken onbenut blijft, en ik denk dat dat klopt. Volgt u dit standpunt? Wat is volgens u de reden daarvoor, en welke bijkomende drempels zijn er volgens u?

Welke maatregelen zult u nemen om deze drempels weg te werken en om winkels te stimuleren en te sensibiliseren om te investeren in zonnepanelen of andere vormen van duurzame-energieproductie? Op welke manier kunnen handelszaken de overtollige stroom aan de buurt leveren? Kunnen lokale energie-entiteiten een antwoord bieden op deze vraag? Wanneer zult u dit realiseren?

De voorzitter

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ik begin met de vraag van collega Danen over de stand van zaken rond zonnedelen. Ik verwijs daarbij naar wat we op 13 februari 2019 al in deze commissie hebben gezegd. Wij zijn bij Fluvius nagegaan wat de stand van zaken is, en dan verwijs ik opnieuw naar het antwoord op uw vraag om uitleg nummer 781.

Uit navraag bij Fluvius kan ik u melden dat de situatie nog steeds overeenkomt met het antwoord op uw vraag om uitleg nummer 781. Ik heb toen op 20 februari het volgende geantwoord gegeven: “Het project rond zonnedelen bij de distributienetbeheerders is op dit ogenblik nog steeds lopende, maar het kent alleszins al vordering of vooruitgang. Er is een leverancier gevonden waarbij een virtueel proefproject is gestart. Op dit moment wachten we de resultaten van dat virtuele project af. Op basis van die resultaten zal dan in de toekomst verder worden bekeken of er effectief een proefproject kan worden opgezet waar gezinnen en bedrijven kunnen aan deelnemen of in participeren.”

Nu, we hebben vanmorgen nog van Fluvius vernomen dat er na het paasreces een formele vergadering plaatsvindt, waarbij dan een en ander wordt teruggekoppeld rond dat proefproject als dusdanig.

Wat uw tweede vraag betreft, over het wijzigend regelgevend verhaal daarrond: ik denk dat zowel het verhaal van de ‘local energy communities’ als het verhaal van de regelluwe zones een enorme bijdrage kunnen leveren. Zo hebben we bijvoorbeeld die proeftuinen.

We kunnen dan bekijken of het nodig is om het regelgevend kader al dan niet aan te passen. Dat is specifiek een antwoord op uw tweede vraag: moet er heel concreet iets worden veranderd? We gaan dit dan verder bekijken in het kader van die proeftuinen.

Mijnheer Gryffroy, u zegt dat er heel veel potentieel is qua zonne-energie, maar dat er te weinig vooruitgang wordt geboekt. Ik heb het vorige keer ook al gezegd. In de cijfers die we tot nu toe hebben meegegeven, werd nog niet alles meegenomen. Er zijn nog een aantal belangrijke elementen, zoals het Kristalpark, dat toch ook goed is voor 100 megawatt, maar ook het verhaal van de drijvende zonnepanelen, die recent werden goedgekeurd en waarbij toch ook heel wat extra megawatt aan zonne-energie wordt geproduceerd. Daarop wilde ik toch even de aandacht vestigen.

Los daarvan, is het dakenpotentieel in Vlaanderen enorm. Er is nog heel wat extra potentieel, dat we maximaal moeten proberen te benutten.

We kunnen bevestigend antwoorden op uw eerste vraag. Er is nog een enorm potentieel op daken van retailzaken. Er is een groot potentieel op de daken van gebouwen in Vlaanderen. De zonnekaart berekende een technisch potentieel van 57 gigawatt op de ideale dakdelen. Dit betekent natuurlijk niet dat er ook een economisch potentieel is voor die 57 gigawatt. Uit de laatste cijfers blijkt dat er in Vlaanderen op dit ogenblik 2,8 gigawatt aan PV-vermogen (photovoltaic) is geïnstalleerd. Hiermee hebben we 5 procent van het technische potentieel ingevuld.

Ik heb begrepen – en u geeft het zelf ook aan – dat winkelketens vaak geen eigen vermogen willen investeren in hernieuwbare energie op hun daken. Wat dat betreft, is het volgens ons belangrijk om waar mogelijk een derdepartijfinanciering meer mogelijkheden te geven. Het zou alleszins een nuttig instrument zijn. We hebben in 2017 al een eerste stap gezet door het ondersteuningssysteem in die richting aan te passen. In de volgende legislatuur zou een systeem zoals tendering hier verder op kunnen enten, zodat de administratieve last voor dergelijke projecten sterk kan dalen. Het systeem van de projectspecifieke bandingfactoren draagt niet bij tot een minder complex ondersteuningssysteem.

Verder werkt het Vlaams Energieagentschap momenteel samen met het agentschap Informatie Vlaanderen om het potentieel van de zonnekaart verder onder te verdelen per sector. Het is belangrijk dat we inzicht krijgen in de verdere onderverdeling van het potentieel, om, zoals u aangeeft, in overleg met de betrokken sectoren dit potentieel verder te ontwikkelen. Hierdoor wordt het mogelijk om specifieke beleidsmaatregelen per sector uit te werken om het potentieel verder in te vullen en de effectiviteit van deze maatregelen in te schatten. De resultaten van deze gedetailleerde analyse worden in het najaar verwacht.

Samen met Comeos zullen we de specifieke drempels en mogelijke oplossingen bespreken in het kader van de mini-EBO (energiebeleidsovereenkomst) die eind 2018 met hen is afgesloten. Op 1 april 2019 is het traject officieel van start gegaan. Binnen het concept van de mini-EBO’s ligt de focus normaal gezien voornamelijk op energie-efficiëntie. Omdat de handelssector een groot potentieel heeft aan beschikbare daken voor PV-installaties, zoals u zelf ook aangeeft, werd binnen de mini-EBO met Comeos ook een belangrijk luik rond PV opgenomen.

Tot eind maart 2022 zal een sectorale energiecoach, gefinancierd door de Vlaamse overheid, ondernemingen in de handelssector verder coachen en begeleiden om hun energieverbruik te verminderen en de energiehuishouding maximaal te verduurzamen.

In de Europese richtlijn zijn de hernieuwbare-energiegemeenschappen voorzien. Afhankelijk van de omzetting van deze richtlijn zie ik inderdaad mogelijkheden voor de retailsector om daar massaal op in te zetten.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Ik zie een gigantische kloof tussen wat voormalig minister Tommelein in het begin van vorig jaar aankondigde en uw antwoord. Minister Tommelein zei dat dit op het einde van 2018 volledig operationeel zou zijn. U zegt dat u iemand hebt gevonden die het wil proberen, dan komen er nog wat proefprojecten en daarna kunnen we het misschien uitrollen. Als ik dat hoor, dan zijn we op dat vlak nog niet aan het einde van de rit. Dat gaat nog zeker een, twee, drie jaar duren.

U bent natuurlijk niet verantwoordelijk voor wat minister Tommelein allemaal heeft gezegd. Dan zou uw kast wel heel vol zitten, vermoed ik. Wanneer verwacht u echter concreet dat mensen en bedrijven echt gebruik kunnen maken van zonnedelen? Dat heeft echt wel potentie. Ik geef een heel eenvoudig voorbeeld. Als mijn buur indertijd te veel zonnepanelen heeft geïnstalleerd of als hij intussen stroom overheeft omdat de kinderen de deur uit zijn, dan zou het toch interessant zijn dat ik virtueel stroom van hem kan kopen? Een ander eenvoudig voorbeeld: een school in mijn buurt plaatst zonnepanelen. Dan is het toch goed dat de school op een heel gemakkelijke manier aan zonnedelen kan doen en de ouders die er mee in investeren, een korting op hun energiefactuur kan bezorgen? Zo eenvoudig zie ik het. In de frontoffice moet het heel erg simpel zijn voor mensen om aan zonnedelen te doen, ook al is het in de backoffice natuurlijk wel wat ingewikkelder.

Wanneer denkt u dat we aan die eenvoudige manieren van zonnedelen kunnen beginnen? Ik hoor graag van u een timing.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik heb geen uitspraak gedaan over hoever we met onze zonne-energie staan. Ik stel enkel vast dat het Zonneplan over 3.700 megawatt in 2020 spreekt. We zaten op het einde van 2018 op 2.750 megawatt, waarvan er in 2018 231 megawatt is geïnstalleerd. Dat is een vaststelling. Er moet dus nog 500 megawatt per jaar bij komen. Als het Kristal Solar Park erbij komt, dan gaat het nog over 300 megawatt. Het Kristal Solar Park wordt trouwens ook maar een keer geplaatst, geen twee keer.

U zult het hoe dan ook zeer moeilijk hebben om deze cijfers te halen. Ik kom terug op het economische potentieel. We zullen altijd dezelfde discussie hebben. In de studie van de Universiteit Hasselt waarvan ik copromotor was, wordt bekeken wat een rendabel project is. Als de huidige kostprijs voor elektriciteit 90 euro per megawattuur is, als men bereid is om maximaal 90 euro min 5 procent te betalen voor de stroom die van het dak komt, als de zelfafname 80 procent is én als de investeringskost minder dan 1 euro per wattpiek is, dan kom je aan een ingrijpende energetische renovatie (IER) uit van netto 2,55 procent. Dat zijn de voorwaarden. Ik kan proberen om de IER op te trekken. Ik moet natuurlijk rekening houden met de huidige waarde van de ondersteuning via de groenstroomcertificaten. U kunt zeggen dat u die ondersteuning optrekt en zo de IER doet stijgen, maar dan hebben we weer een discussie over wat het economische potentieel is. Zit die in de energiefactuur of is er een echt economisch potentieel? Daarvoor wil ik wel waarschuwen. Het is maar al te makkelijk om het economische potentieel te verbeteren door ervoor te zorgen dat de ondersteuning bijvoorbeeld hoger is. Dan zie je inderdaad dat alle daken vol zullen liggen met zonnepanelen, maar die worden dan wel betaald door iedereen die energie verbruikt.

Ik had wel verwacht dat minister Tommelein dit niet in orde zou krijgen tegen het einde van 2018. Ik heb ook contacten in de sector. Daardoor wist ik ook dat de distributienetbeheerders en de leveranciers met proefprojecten bezig waren. De bepaling over de regelluwe zones bestond nog niet toen minister Tommelein zijn plannen had aangekondigd. Pas nu zijn de regelluwe zones van kracht en wordt de bepaling ervan uitgewerkt.

Het moet dus inderdaad wat worden uitgewerkt en beproefd vooraleer men ook de problemen ziet. Mijnheer Danen, ik verwijs naar uw voorbeeld. U wilt dat aan uw buur kunnen leveren. Dat wordt eigenlijk opgelost als je ‘local energy communities’ hebt. Dan doe je dat op straatniveau of op wijkniveau, of voor een appartementsblok, zoals ik zelf heb voorgesteld in mijn conceptnota, of zelfs voor een retailpark. Dan ga je niet noodzakelijk alle daken gigantisch volleggen omdat je zoveel megawatt geïnstalleerd wilt hebben. Neen, dan bekijk je voor je local energy community hoeveel kilowatt of megawatt je op al die daken samen gaat plaatsen waarvan je weet dat dat minimaal binnen die lokale energie-entiteit zelf ook kan worden geconsumeerd. Dat is immers nog altijd het beste qua economische rendabiliteit: kan ik wat ik produceer ook verbruiken? Als men wil plaatsen om te plaatsen, dan moeten we een hogere ondersteuning geven, en die komt in onze factuur, wat ik ook niet wil. Ik wil gewoon hebben dat men juridisch kan werken met lokale energie-entiteiten, waardoor je inderdaad meer potentieel hebt, bijvoorbeeld in een shoppingcenter, in appartementsgebouwen, retailparken, woonwijken enzovoort.

Ik wist dat dat eind 2018 niet klaar zou zijn, maar wanneer zal men dan wel het initiatief nemen met die local energy communities? Dat is volgens mij immers een van de bottlenecks, inclusief de uitvoering van de digitale meter.

De voorzitter

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Collega’s, dank u voor uw bijkomende vragen.

Collega Danen, we moeten ook eerlijk zijn: het is ook een heel complexe kwestie. U zegt zelf dat het voor de gebruiker, voor de mensen in de straat heel simpel moet zijn om aan zonnedelen te kunnen doen, maar het is natuurlijk complexer dan dat. Het is niet gewoon ergens wat zonnepanelen leggen, waarop iedereen dan gezamenlijk kan interen. Net omdat het een complexe kwestie is, denk ik dat we heel veel kunnen leren uit de praktijktesten, uit de proeftuinen die nu volop worden uitgerold. Opnieuw, ik heb van Fluvius gehoord dat ik na het paasreces een uitgebreide toelichting kan krijgen over het proefproject waarmee de eerste leverancier nu van start is gegaan. Ik heb er alleszins een goed oog in dat we daarmee voort kunnen doen.

Mijnheer Gryffroy, u zegt dat het businessmodel tout court moet kloppen, dat iedereen massaal veel zonne-energie wil, maar dat men uiteraard niet zal investeren als het businessmodel niet klopt. Ik denk dat ter zake alles samenhangt. Een eerste belangrijke, noodzakelijke vereiste – en ik denk dat mijn voorganger, collega Tommelein, dat ook altijd heeft gezegd – is natuurlijk die digitale meter, zodat we heel duidelijk en exact de opgewekte en afgenomen energie, alsook wat we hebben geïnjecteerd, in rekening kunnen brengen. Ik denk dat dat een heel belangrijk gegeven is, maar opnieuw: ik hecht ook heel veel geloof aan onze regelluwe zones en aan de richtlijn inzake de local energy communities. We moeten inderdaad volledig naar het decentrale systeem, waarbij men op wijk- en zelfs op straatniveau, of op winkel-, op retailniveau daadwerkelijk de energie kan opwekken en verspreiden, eventueel tijdelijk nog kan opslaan. Ik geloof echt wel dat dat eraan komt en dat dat met de doorbraak van de digitale meter en de doorbraak van de batterijen inderdaad wel allemaal kan kloppen. Ik ben niet voor een verdere ondersteuning. Een ondersteuning is louter een herverdeling, en daar gaan weer andere mensen nadeel van ondervinden. Opnieuw, het businessmodel moet kloppen. Ik denk, met alle gegevens die we nu voorhanden hebben, dat we er wel degelijk zullen komen. Ik wil niet aan doemdenken doen. Men heeft het over 500 megawatt per jaar waarop mee moet worden geïnvesteerd. Ik verwijs naar alle mogelijke projecten die er zijn. Ik denk ook nog aan Volvo Gent. Dat is ook nog niet mee in de cijfers opgenomen. Ik ben ervan overtuigd dat we het dan wel zullen halen, zeker ook met de nieuwe projecten die nog allemaal op til zijn. Ik hecht veel geloof aan het gedecentraliseerd systeem, op wijkniveau, op buurtniveau, aan het zonnedelen. Ik denk dat iedereen klaarstaat om daar massaal gebruik van te maken.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Dat het allemaal ingewikkeld is, dat weet ik zelf ook wel. Vooral in de zogenaamde backoffice is het heel erg ingewikkeld en moet alles goed op elkaar afgestemd zijn. Daartoe kunnen de systemen die u net hebt opgenoemd helpen. In de frontoffice, wat de burgers en bedrijven te zien krijgen, moet het echter heel simpel zijn.

Ik herhaal nogmaals dat mensen mee moeten kunnen investeren in zonnepanelen en daarvoor korting moeten krijgen op de energiefactuur. Zo simpel moet het eigenlijk zijn. Mensen die geïnvesteerd hebben in zonnepanelen en van wie nu blijkt dat ze te veel geïnvesteerd hebben, moeten de overtollige energie kunnen delen of verkopen. Zo simpel moet het zijn. Ik hoop dat we daar snel vooruitgang in kunnen boeken, want volgens mij kunnen we met zonnedeelsystemen het draagvlak en ons potentieel de komende maanden en jaren vergroten. Zoals collega Gryffroy zegt, hebben we onszelf inderdaad heel hoge doelstellingen opgelegd. Als we die willen halen, dan moeten we alle zeilen bijzetten. Zonnedelen kan zo’n zeil zijn.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik denk niet dat ik een doemdenker ben omdat ik een realist ben. Ik weet dat er veel meer voluntaristische mensen of partijen zijn, maar ik ben een realist. 500 megawattuur per jaar de komende twee jaar lijkt me geen ‘makkie’, vooral omdat ik niet zou aanvaarden dat de overheid, om de doelstelling mordicus te halen, dat gewoon doet door de ondersteuning te verhogen. Daardoor zouden er misschien wel meer projecten komen, maar andere energieverbruikers zouden het uiteindelijk via hun factuur moeten betalen. We moeten hier heel eerlijk in zijn: er komt mij nooit iemand vragen of een zonnepaneel goed is voor het milieu, maar wel of er nog een rendement mee te halen is.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.