U bent hier

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, het is beloofd: het is mijn allerlaatste vraag deze legislatuur over everzwijnen. (Opmerkingen)

Maar als ik de kans heb, zal ik dat volgende legislatuur opnieuw doen. Over die everzwijnenproblematiek heb ik begin vorige legislatuur een vraag gesteld. Toen werd dat nog erg geminimaliseerd, maar ondertussen weten we allemaal dat die populatie dermate explosief is toegenomen dat ze problematisch is geworden, problematisch op het vlak van verkeersveiligheid, problematisch op het vlak van schade aan landbouwgewassen, problematisch ook voor onze natuur.

Minister, uw voorganger, Joke Schauvliege, heeft de gouverneurs van Limburg en Antwerpen de opdracht gegeven om de bestrijding daarvan te coördineren, wat ze dan ook hebben gedaan, door een overleg met alle mogelijke verschillende partners: de gemeentebesturen, maar ook het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), de landbouwers, de natuurorganisaties, de wildbeheerseenheden (WBE’s) en de Hubertus Vereniging. Die laatste pleit trouwens al een hele tijd voor minder beperkingen, om intensiever te kunnen gaan jagen.

Het laatste jaar werden er in Vlaanderen toch al 1614 everzwijnen doodgeschoten, waarvan ruim driekwart in Limburg, een serieuze stijging ten opzichte van 2017. Voor dat afschot van everzwijnen zijn er ondertussen ook al een aantal tegemoetkomingen gedaan in de jachtwetgeving. Ik denk bijvoorbeeld aan de aankorrelplaatsen. Per schijf van 50 of 100 hectare mag er één aankorrelplaats aanwezig zijn, waarop er 1 liter voer per dag mag worden gelegd om everzwijnen te lokken. Dat lijkt zo een van die knelpunten. Jagers vragen of dat niet wat meer mag zijn.

Minister, wat is nu de status van het overleg dat de gouverneurs van Antwerpen en Limburg organiseerden? Is hun opdracht afgelopen? Zo neen, wat wordt er verder van hen nog verwacht? Is er een mogelijkheid om de regelgeving inzake het aankorrelen te herbekijken, door bijvoorbeeld de hoeveelheid lokvoer per dag op een aankorrelplaats te verhogen? Indien ja, wat mogen we hieromtrent verwachten? Zijn er vernieuwende pistes die men momenteel onderzoekt om de everzwijnenpopulatie in te perken? Ik denk bijvoorbeeld aan de piste van de anticonceptie die ik onlangs gelanceerd zag.

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Collega Ceyssens, dank u wel voor uw vraag over de everzwijnenproblematiek. Wat het inzetten van onze gouverneurs, vooral die van Limburg en Antwerpen, betreft: zoals u weet, is er in november 2018 een overleg geweest. De diverse partijen, geïnteresseerden hebben daar gewezen op de actuele situaties, in het bijzonder ook met betrekking tot de Afrikaanse varkenspest (AVP), en de noden en de verwachtingen die de diverse partijen hebben van de gouverneurs. Deze boodschap heeft ertoe geleid dat alle partijen de gezamenlijke inspanningen waar mogelijk nog hebben verhoogd. In navolging van een oproep van de gouverneurs werd in de betrokken faunabeheerzones eind december nog een tussentijds overleg samengeroepen waarop concrete acties met alle betrokkenen nader werden besproken en waarbij ook een grondige kennisuitwisseling plaatsvond met het oog op eventuele bijkomende terreinacties. Die hebben ertoe geleid dat gerichter preventief werd gehandeld, dat de populatie collectiever werd aangepakt en dat de afschotcijfers werden verhoogd. De gouverneurs hebben ook verder ingezet op het capteren van informatie over die lokale acties. Er was immers geweten dat er veel acties werden opgezet. Het blijkt evenwel moeilijk om daarvan het overzicht te verkrijgen en te behouden. Vele gemeenten en WBE’s hebben die informatie aangeleverd. We merken op dat de regio’s waar het aantal everzwijnen nog beperkt is of waar ze nog afwezig zijn, vaak achterwege blijven in hun respons, en dus mogelijk ook in hun preventieve acties. Dit zijn ook de cruciale schakels om de gebiedsuitbreiding onder controle te krijgen. Dat is een belangrijk aandachtspunt.

Recent werd nog verder overleg gepleegd met de gouverneurs over het vervolgtraject. Alle partijen zijn het erover eens dat de aanmoedigingsinitiatieven die de gouverneurs hebben genomen, de goede aanpak van de problematiek bevorderen. Het ANB is de wettelijk verplichte jaarlijkse overlegmomenten in de faunabeheerzones gestart en probeert daarbij alle partijen zo goed mogelijk te motiveren tot zinvolle lokale initiatieven waar iedereen zich achter kan scharen. De sfeer daarbij is constructief. In opvolging van die overlegmomenten hebben de gouverneurs aangegeven rond eind april, dus eind deze maand, een gelijkaardige responsabiliseringsactie op te zetten als vorig najaar. De focus zal daarbij liggen op de bewustwording en de betrokkenheid van de lokale besturen en het aanmoedigen van de wildbeheereenheden om het lokale overleg zoveel mogelijk slaagkansen te geven.

Dan uw tweede vraag. Zoals aangegeven in het advies van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) bestaat het risico bij het niet limiteren van de hoeveelheid lokvoer die per dag gebruikt mag worden, dat men de everzwijnen aan het ‘bijvoederen’ is. Nu volgt een kleine les biologie. Ik heb iets bijgeleerd. Het bereiken van een bepaald lichaamsgewicht eerder dan een bepaalde leeftijd is bij everzwijnen doorslaggevend om deel te nemen aan de voortplanting. Dat wisten jullie niet, he? (Opmerkingen)

Ah, toch wel. Dus, mijnheer Vandaele, als we u een paar kilo’s zien bijwinnen, weten we wat het probleem was. Aangezien het gewicht dus belangrijker is dan de jaren, bestaat het risico dat door ongelimiteerd aanbieden van voedsel de reproductiecapaciteit van de everzwijnenpopulatie nog verder verhoogd wordt. Hierdoor wordt het waarschijnlijk dat de verhoging van het afschot die gerealiseerd zou kunnen worden door het aankorrelen, teniet gedaan wordt. We moeten dus proberen daar de evenwichten te bewaren.

Ook in het buitenland, zoals in Duitsland en het Groothertogdom Luxemburg, bestaan er daarom bepalingen betreffende de hoeveelheden lokvoer en het aantal aankorrelplaatsen die gebruikt kunnen worden om het everzwijnenafschot efficiënter te kunnen uitvoeren. De bepalingen zoals die in de Vlaamse wetgeving zijn ingebouwd, zijn zeer gelijkaardig aan die in de buurlanden. Ook hier moeten we het warm water niet uitvinden.

Tot slot moet worden opgemerkt dat een grote aanwezigheid van eikels en beukennootjes, zoals in het najaar van 2018, een negatief effect heeft op de effectiviteit van het aankorrelen als instrument om het afschot van everzwijn te verhogen. De aantrekkingskracht van bijkomend niet-natuurlijk voedsel is dan immers kleiner.

Het INBO volgt de ontwikkelingen omtrent het gebruik van anticonceptie of immunocontraceptie voor het beperken van everzwijnenpopulaties op de voet. Zoals aangegeven in het overzichtsrapport over mogelijke methoden voor populatieregulatie bij everzwijnen, ligt het belangrijkste knelpunt voor het toepassen van dergelijke methoden op dit ogenblik bij de toediening ervan aan everzwijnen, zonder dat dit negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor andere soorten. Dat is dus het knelpunt. Ook in het Verenigd Koninkrijk, in het Department for Environment, Food & Rural Affairs, wordt al jaren onderzoek uitgevoerd op dit vlak. Het INBO heeft goede contacten met deze onderzoekers en volgt de resultaten die in het VK omtrent deze problematiek worden behaald, op de voet op.

Het gebruik van anticonceptie bij wild is om verschillende redenen niet evident en effectief in de Vlaamse natuur. Ik wil daarvoor graag nog enkele elementen toelichten.

Anticonceptie werkt zeer goed bij dieren die in gecontroleerde omstandigheden gehouden worden. Everzwijnen komen evenwel voor in niet-gecontroleerde omstandigheden. Dit heeft tot gevolg dat je geen zekerheid hebt dat de dieren voldoende anticonceptie opnemen of je loopt het risico dat ze te veel toegediend krijgen.

Bij een te lage dosis per dier werkt een systeem van anticonceptie niet. Bovendien moet anticonceptie over zeer lange tijd toegediend worden, en bij overdosering kunnen ernstige bijwerkingen optreden.

Een andere bekommernis is dat wilde dieren niet geneigd zijn om vreemde stoffen zoals anticonceptiva op te nemen. Het is daardoor niet gemakkelijk om alle dieren continu te bereiken.

Tot slot moet de anticonceptie in de natuur ruim verspreid worden om ze bij everzwijnen te krijgen. Dat betekent dat ook andere dieren ze kunnen innemen. Bovendien scheiden everzwijnen die de anticonceptie innemen, een deel van die anticonceptie terug af in de natuur, wat ernstige risico’s met zich mee kan brengen. Om die reden is het in de natuur brengen van geneesmiddelen zoals anticonceptiva wettelijk verboden.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, dank u wel voor de lessen biologie die we vandaag gekregen hebben, en ook voor uw duidelijk antwoord. Ik begrijp dus dat de opdracht van de gouverneurs voortgaat. Ik denk dat we inderdaad niet mogen rusten zolang er nog ontbrekende schakels zijn. Tot op heden is nog niet iedereen voluit meegegaan in deze everzwijnenbestrijding, maar aan de andere kant zien we ook wel stappen vooruit.

Ik blijf de stap vooruit zien rond defensie. Waar men in het verleden nog de handen in de lucht stak en zei ‘het is niet ons probleem, wij hebben geen schade’, werkt men nu mee.

Er blijven voor mij nog twee dingen over. Ten eerste zijn er de natuurgebieden. Als men daar halsstarrig blijft zeggen dat het daar niet kan, vind ik dat er in de toekomst ook nagedacht moet worden over wie de verantwoordelijkheid draagt voor de schade die wordt aangebracht in de rondom gelegen gebieden.

Ten slotte blijf ik vinden – maar dat moet ik waarschijnlijk in een andere commissie gaan vertellen, als ik deze legislatuur de tijd nog krijg – dat wij blijven falen in het investeren in de beveiliging van onze wegen. U bent het wilddetectiesysteem in Hechtel-Eksel gaan openen met uw collega. Ik denk dat dat een goede proefopstelling is. Gisteren is er in Limburg een oproep tot vrijwilligers geweest om dieren te helpen over te steken, maar die is uiteraard vandaag al opnieuw ingetrokken. Maar alle gekheid op een stokje: ik vind dat we ver in gebreke blijven – of alleszins toch uw collega – in het beveiligen van onze wegen. Wij vragen aan onze landbouwers om hun akkers te beveiligen tegen everzwijnen, maar onze eigen gewestwegen beveiligen we niet. Er lopen nog kilometers en kilometers gewestwegen door Limburg en door de Antwerpse Kempen, waar bossen tot op de rand van de gewestweg komen, waar een autobestuurder onmogelijk op voorhand everzwijnen kan zien afkomen. Vroeg of laat gaan daar ongevallen gebeuren, met een fatale afloop. Maar nogmaals, dat is een bemerking die ik hier waarschijnlijk niet moet maken. Ik neem alleszins akte van het feit dat de opdracht van de gouverneurs voortgaat, en ik ga dat ook verder opvolgen.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Het is de laatste keer dat collega Ceyssens deze legislatuur een vraag stelt, voor mij is het definitief de laatste keer dat ik tussenkom, denk ik.

Collega’s, mijn standpunt is gekend. Ik vind doden altijd de allerlaatste optie, en dat geldt dus ook voor everzwijnen, wat niet betekent dat ik het mogelijke risico zou ontkennen. Ik deel wel de analyse van collega Ceyssens dat wat afrastering en dergelijke betreft, het echt nog een methode is die zwaar onderbenut is.

Maar zolang we aanvaarden dat er everzwijnen mogen leven in onze regio’s, zolang er één everzwijn leeft in onze regio, zal er een risico bestaan. Het afschieten van dieren zal het probleem niet oplossen, maar wel het beveiligen van wegen, daar ben ik erg van overtuigd.

Minister, collega Ceyssens, we moeten toch ook vaststellen dat de afgelopen jaren afschot een beetje de mantra was wat de everzwijnen betreft. Elke keer worden vragen gesteld hoe het nu zit, en wordt er overlegd of het in de faunabeheerzones loopt zoals we hadden gehoopt. Om eerlijk te zijn heb ik nog nooit een voor collega Ceyssens geruststellend antwoord gehoord. Het is altijd: ‘we doen ons best op het terrein, maar er is nog verdere actie nodig’. Hieruit begrijp ik dat al die inspanningen om afschot te maximaliseren, eigenlijk onvoldoende werken.

Minister, dat is een vaststelling. Misschien moeten we het geweer van schouder veranderen en eens meer naar de diervriendelijke methodes kijken. Ik neem akte van de analyse dat anticonceptie niet de meest geschikte methode is. Dat kan zeker zo zijn, maar misschien zijn er ook andere methodes. Ik hoop dat uw diensten ook nagaan of er diervriendelijke methodes zijn om de everzwijnenpopulatie in te dijken.

Ik heb nog een bijkomende vraag. Een week geleden konden we lezen dat Luxemburg het leger zou inzetten om op de grens tussen België en Luxemburg een hek te plaatsen om te vermijden dat de everzwijnen vanuit België de grens zouden oversteken. In Luxemburg is nog geen Afrikaanse varkenspest bij evers vastgesteld, maar in Wallonië is dat wel het geval. Wat is de stand van zaken in Vlaanderen? Hoeveel mogelijke besmettingen zijn bij afgeschoten evers vastgesteld? (Minister Koen Van den Heuvel schudt het hoofd)

Ik neem daar akte van.

De heer Danen heeft het woord.

Voorzitter, everzwijnen horen thuis in de Limburgse natuur. Ze hebben daar eeuwenlang gewoond, maar de laatste generaties hebben er wat minder kennis mee gemaakt. Ze zijn nu vreemd voor ons, want de maatschappij is zeer sterk geëvolueerd.

Mijnheer Sanctorum, mijnheer Ceyssens, ik deel jullie analyse. Er zijn veel meer everzwijnen en ze komen op plekken waar ze beter niet zouden komen. Het probleem is natuurlijk dat ze niet ergens wegblijven omdat wij dat willen. Die analyse deel ik. De vraag is wat de oplossing is.

Minister, wij zijn meer voor preventieve maatregelen. Ik denk dat alle innovatieve aspecten nog niet helemaal zijn uitgeput. Ik roep u op om naar het buitenland te kijken. In het Verenigd Koninkrijk kennen ze heel wat goede praktijken. Ook Duitsland heeft gedeeltelijk dezelfde problematiek. Voor ons is afschot de allerlaatste oplossing. Ik zeg niet dat nooit een everzwijn mag worden neergeschoten, maar dit moet het ultieme middel zijn.

Ik deel de bezorgdheid in verband met de verkeerssituatie. Er lopen heel wat wegen door de natuurgebieden in Limburg en ik houd mijn hart vast voor het eerste zware ongeval met een everzwijn. Dan zal de roep om afschot massaal zijn en zullen we het hoofd koel moeten houden. Ik denk dat we nog heel wat maatregelen kunnen nemen om de verkeersveiligheid te bevorderen. Ik ben bereid hieraan mee te werken en hierover na te denken.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Minister, ik ben heel blij met uw antwoord, want u stelt terecht een groot vertrouwen in de wetenschappelijke bevindingen die naar voren komen. Wat de jacht betreft, vormen emoties vaak een sterke aandrijver van het debat. Dat is zelden een goede zaak om een sereen debat te kunnen voeren.

Ook met betrekking tot de vraag of voor het aankorrelen al dan niet een beperking moet worden opgelegd, komt er een duidelijke wetenschappelijke analyse. Het beleid zal zich bij de bevindingen van die wetenschappelijke analyse aansluiten. Ik denk dat dit de juiste weg is om te bewandelen.

Mijnheer Ceyssens, u hebt terecht uw ongenoegen geuit over het feit dat een aantal gewestwegen nog niet voldoende zijn beveiligd. Ik weet dat minister Weyts het hiermee eens is. Het gaat er natuurlijk om prioriteiten te stellen en dat is altijd een moeilijke oefening. De voorbije legislatuur is zeer zwaar in de verkeersveiligheid geïnvesteerd, maar we hebben ons in eerste instantie op de drukke en gevaarlijke kruispunten gericht. Ik sluit me echter graag aan bij uw pleidooi om de komende legislatuur bijkomende inspanningen te leveren in Limburg en overal waar het noodzakelijk is het risico op een confrontatie tussen een everzwijn en doorstromend verkeer zo veel mogelijk te beperken.

Minister, ik wil me kort aansluiten bij het onderstrepen van deze uitdaging. Zelfs als we stellen dat everzwijnen deel uitmaken van het leven in Vlaanderen, moeten we vaststellen dat goede preventieve maatregelen belangrijk zijn, maar dat het een pakket is. Met preventie alleen zullen we er niet komen. Naast de preventieve maatregelen, zijn ook de bestrijdings- of beheersingsmaatregelen belangrijk.

Ik kan enkel de oproep van collega Ceyssens mee ondersteunen. Ik hoop dat alle partners die op een of andere manier eigendommen of terreinen hebben waar deze dieren zich vestigen, effectief willen samenwerken om op een goede manier te beheren waar en hoeveel dieren er worden toegelaten en waar we een harde grens durven stellen. Het is belangrijk dat we in regio's harde grenzen durven stellen, waar iedereen zich achter zet, enerzijds ten aanzien van wegen en terreinen om schade te beperken en anderzijds omdat we geen ongebreidelde uitbreiding willen.

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Dank u wel voor alle tussenkomsten. Samengevat denk ik dat de lijn die de voorbije maanden is uitgezet, draagvlak heeft, ook in deze commissie, met de inzet van de gouverneurs die een coördinerende rol opnemen, met een goede vertakking naar lokale acties en naar de faunabeheerzones, met daarin alle partijen, van eigenaars tot organisaties en lokale besturen die daar ook hun rol in moeten spelen. Het is heel belangrijk, zoals door sommigen terecht is aangehaald, dat de regio's waar het aantal everzwijnen nog relatief beperkt is, niet moeten zeggen dat ze het probleem niet kennen, maar dat ze in de rand rond de everzwijnenzones, om het zo te zeggen, duidelijk mee hun bewakings- en preventieve acties moeten uitvoeren.

Wat betreft de problematiek van de wildafrastering is er in deze commissie wellicht een heel breed draagvlak om het tempo van investeringen daarvoor op te drijven. Het is een kwestie van prioriteiten. We hebben vorige maand de eerste operationeel gemaakt in Limburg. Laat ons hopen dat dit de volgende legislatuur verder wordt uitgebouwd.

De wetenschappelijke onderbouwing blijkt duidelijk uit het antwoord. Zowel het ANB als het INBO zijn in contact met buitenlandse instellingen, zoals het onderzoekscentrum uit het VK, om anticonceptiva op punt te stellen en te zien of dat eventueel een middel kan zijn. Ook wat betreft het aankorrelen en bijvoederen worden een aantal bepalingen afgetoetst met het buitenland. Ik denk dat we ook op dat vlak een goede koers varen. Gezond verstand is hier aan de orde: de gouverneurs, de lokale besturen, eigenaars, organisaties om het ook preventief in het oog te houden en om acties te ondernemen, ook in de zones waar er nog geen probleem is, om de zaak beperkt te houden. Wetenschappelijke onderbouwing is geen enkel probleem.

Wat betreft het hek in Luxemburg: mijn collega uit Wallonië, minister Collin, heeft geoordeeld dat men opnieuw in de besmette zones mag gaan wandelen. We hebben daartegen geprotesteerd. Ik heb donderdagochtend een onderhoud met de ministers Ducarme en Collin om onze grote bezorgdheid daarover uit te spreken. Voor mij mag iedereen wandelen waar hij wil, maar het is een relatief klein gebied. De Ardennen zijn groot genoeg om nog van veel andere natuur te kunnen genieten. Zeker omdat je ziet dat er in Luxemburg net een hek werd gebouwd om de everzwijnen weg te houden, moeten wij toch niet het risico nemen van besmette deeltjes aan de laarzen. Het is toegestaan op voorwaarde dat de mountainbikers en voetgangers na de wandeling door besmet gebied hun fiets en hun laarzen kuisen, maar we kennen allemaal de motivatie om dit te doen. Dat is toch een risico waar we ons voor moeten hoeden. Donderdagvoormiddag gaan we daar vanuit Vlaanderen duidelijk protest tegen uiten.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Dank u wel, minister. Mijnheer Sanctorum, als het zo ongeveer de laatste keer is dat we nog eens kunnen discussiëren, dan wil ik daar graag gebruik van maken. U zegt dat ik op mijn honger blijf zitten. Neen, ik wil blijven aankaarten dat het probleem nog niet onder controle is. Ik wil wel duidelijk een signaal geven. Het aanstellen van de gouverneur was een goede zaak, het installeren van de faunabeheerzones misschien nog meer.

Ik heb minister Schauvliege er in het verleden op aangesproken dat die faunabeheerzones niet snel genoeg opstartten. Dat is ondertussen wel gebeurd, en ik denk dat dat een goed instrument is. Anderzijds hoor ik collega De Bruyn zeggen dat het goed is dat de minister inderdaad ook wetenschappelijke analyses volgt, en dat moeten we dan ook consequent doortrekken.

Collega Sanctorum, ik ken u als een tegenstander van de jacht. U hebt hier destijds, toen de middelen voor de bejaging uitgebreid werden, gezegd dat u de oplossing niet zag door de loop van een geweer. Alleen is er vandaag heel duidelijk geen alternatief voorhanden. Ik heb u ooit gevraagd of we ze met een suikerklontje moeten vangen. Maar wat de anticonceptie betreft, zou het natuurlijk bijzonder nefast zijn om iets in onze natuur te brengen dat consequenties heeft voor andere soorten. Dat mag op geen enkel moment de bedoeling zijn.

Ik ben er zeker voorstander van dat er ondertussen naar het buitenland wordt gekeken, en dat we verder inzetten op wetenschappelijk onderzoek. Maar dat ontslaat ons niet van onze plicht om die populatie met de best beschikbare techniek te verkleinen. Want vandaag is die simpelweg te groot. Als je gaat kijken naar het verwoestende effect dat dat dier vandaag heeft op de landbouw en de natuur in Limburg of de Antwerpse Kempen – ik wil u trouwens graag uitnodigen om daar de natuur in te trekken – dan moeten we ingrijpen. En op dit moment is de jacht daarvoor de enige oplossing, of we dat nu graag hebben of niet.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.