U bent hier

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

In het kader van de verkiezingen zien we natuurlijk heel veel mensen. Zo is ook vzw Cachet haar memorandum komen voorstellen voor een volgende Vlaamse Regering. We hadden daar toch een tiental jongeren rond de tafel. En voor hen was het interessant dat de problematiek rond de sluitingsdagen in de jeugdhulpvoorzieningen nog eens naar boven kwam.

Dat is een weerkerend fenomeen. Het gaat dan om sluitingen in de vakanties of weekends, wanneer de voorziening hun vertelt dat ze naar huis moeten gaan. Maar sommigen hebben geen thuis. Er wordt hun dan gevraagd om een oplossing te vinden – wat die ook is – want de voorziening sluit sowieso. Jongeren moeten dan terug naar hun ouders of hun thuiscontext, en ze geven aan dat dat soms moeilijk tot onleefbaar is voor hen. Anderen wordt inderdaad aangeraden om bij vrienden te gaan logeren. Maar dat is niet altijd het geval, en die vrienden zijn ook niet altijd voorhanden.

Wij hebben bijvoorbeeld gesproken met een meisje dat zegt dat ze een heel weekend op straat heeft geslapen, omdat ze echt geen andere optie had. En ze kon ook echt niet terecht in haar jeugdhulpvoorziening. Die jongeren zeggen dat ze zich op zo’n moment aan hun lot overgelaten voelen. Na zo’n sluitingsperiode komen ze meer ontwricht terug dan wanneer ze vertrokken zijn.

Minister, bent u op de hoogte van het bestaan en het toepassen van die sluitingsmomenten, en weet u hoe vaak die worden toegepast in de verschillende sectoren? Wat zijn de redenen voor zo’n collectieve sluiting? Kunt u actie ondernemen om ervoor te zorgen dat die jongeren niet het gevoel hebben dat ze aan hun lot worden overgelaten bij zo’n sluitingsdag? Zij ervaren dit echt als een breuk in hun hulpverleningstraject, ook al is die van korte duur.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, Cachet signaleerde de administratie eerder al het probleem van sluitingsweekends in voorzieningen. Het is voor de jongerenvertegenwoordiging een van de items die ze in overleg brachten met het agentschap en de sector. Dit is een belangrijke verdienste en toont het belang aan van Cachet.

Het thema werd vervolgens op het overleg van Jongerenwelzijn met de drie koepelverenigingen, in aanwezigheid van Cachet, uitvoerig besproken. Op basis hiervan heeft elke koepel het initiatief genomen voor een ledenbevraging. Uit deze bevraging is gebleken dat een zeer beperkt aantal organisaties van Jongerenwelzijn leefgroepen af en toe sluiten. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen ‘systematisch sluiten’ of ‘sluiten wanneer het zich kan voordoen’. Iedereen is het over eens dat dit maar kan wanneer dit in alle transparantie en met instemming van de jongeren gebeurt en wanneer ze in een gepaste context kunnen verblijven.

De redenen voor het sluiten van leefgroepen, aldus de informatie vanuit het bovenvermelde overleg, is de soms heel lage bezetting in de weekends, wanneer er in een leefgroep bijvoorbeeld slechts één jongere verblijft in de organisatie. Om de jongere op dat moment aansluiting te laten vinden met andere minderjarigen, en om de personeelsinzet beheersbaar te houden, verhuist die voor het weekend naar een andere leefgroep binnen dezelfde voorziening. Dit wordt inderdaad niet altijd als positief ervaren door de jongere, ook al blijft de jongere binnen de voorziening. Op momenten in de zomervakantie waarop alle jongeren op kamp of naar huis zijn, wordt ook systematisch gesloten.

De reden voor het niet-systematisch sluiten in het weekend is wanneer er geen jongeren aanwezig zijn in de leefgroepen. Maar dit komt zeer zelden voor. Als een kind of een jongere voortijdig terugkeert naar de voorziening, dan wordt de leefgroep opnieuw geopend.

Het standpunt van de koepels en van het agentschap Jongerenwelzijn is het volgende. Pedagogische redenen – het belang van de minderjarige – moeten primeren op efficiëntie- en organisatorische redenen. De leefgroep systematisch sluiten is een praktijk waar de sector niet achter staat. Sluitingsweekends zijn een thema dat binnen het kwaliteitsbeleid van de voorziening moet worden opgenomen.

De koepels dragen dit standpunt uit bij hun leden. Al in 2015 werd dit thema uitvoerig voorgesteld en aangegeven op welke manier voorzieningen dit moeten inpassen in hun kwaliteitsbeleid. Daarnaast werd hierover ook met de verwijzende instanties en de toegangspoort in gesprek gegaan. We stelden in elke regio de vraag om het probleem in de regio in kaart te brengen. Dit werd in regionale afstemmingsmomenten besproken en bij de voorzieningen waarbij dit een probleem is, werd dit aangekaart. Voorzieningen zoeken ook naar infrastructurele oplossingen om bij dergelijke situaties de personeelsinzet in het weekend beperkt te kunnen houden en de jongere toch op de eigen kamer te kunnen laten verblijven.

In elke regio zijn er systematische vergaderingen ontwikkeld, het regionaal afstemmingsoverleg, waarop de verschillende afdelingen van Jongerenwelzijn vertegenwoordigd zijn, om regionale noden en uitdagingen te bespreken. Op dit forum worden ook mogelijke problemen inzake verblijf, waar systematische sluitingsweekends een van kan zijn, aangekaart. Daarnaast visiteert Jongerenwelzijn systematisch elke voorziening. Deze bilaterale gesprekken worden ook steeds voorbereid met de verwijzende instanties en de toegangspoort uit de regio van de voorziening. Wanneer sluitingsweekends nog een probleem vormen, wordt dit tijdens een dergelijke visitatie besproken en wordt dit in het kwaliteitsverslag van de voorziening opgevolgd. Bij dringende problemen wordt uiteraard al sneller in overleg gegaan met de voorziening.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw heel concreet antwoord.

Ik ben blij dat het thema ook actief wordt opgenomen door de administratie en dat errond wordt gewerkt. Ik vind het ook goed dat de koepels een standpunt hebben waarin ze zeggen dat het belang van het kind de drijvende factor is en niet de efficiëntie van de organisatie, hoewel ik natuurlijk begrijp dat het niet makkelijk is om een organisatie draaiende te houden op de bezetting van één jongere. Goed dus dat dat het standpunt is.

Wat ik uit uw antwoord nog niet heb kunnen distilleren, is hoe groot het probleem was en vandaag is. U zegt dat er een bevraging is gebeurd en dat u bent nagegaan in welke regio's het voorkomt. Het interesseert mij absoluut, maar ik heb nu nog geen idee of het gaat over vijf instellingen of over tien, verspreid over Vlaanderen, die al dan niet systematisch sluiten. Als u daar nog wat kleur aan zou kunnen geven, zou het wel interessant zijn om de omvang van het probleem in kaart te kunnen brengen.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik beschik niet over die gegevens. Ik zal vragen of het agentschap over de ‘kleur’ beschikt, zodat ik die dan kan overmaken.

Minister, ik dank u.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.