U bent hier

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, in de commissievergadering van dinsdag 18 december 2018 zei u dat de kwestie van cumulatie politiek verlof voor gemeente- en OCMW-raadsleden en ook voor niet-verkozen mensen binnen het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) geregeld zou zijn voor personeel van de lokale en provinciale besturen, voor personeel van de instellingen die afhankelijk zijn van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap en voor de Vlaamse onderwijsinstellingen.

Op 19 december is er een aanpassing gebeurd met een voorstel van decreet. Voor de privésector verwees u naar een wet die op 14 december 2018 aangenomen is in het federaal parlement. Een koninklijk besluit ter uitwerking hiervan ligt nu bij de Raad van State. Ik weet niet of dat al geregeld is.

Wat politiek verlof betreft is op Vlaams niveau alles geregeld. Op federaal niveau is een regeling hangende wat personeel uit de privésector betreft, maar voor personeel van de federale overheid en van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest niet, liet u toen verstaan. Op vraag van collega Doomst hebt u toen beloofd om aan de federale collega’s en die van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een herinnering te sturen. Minister, hebt u die herinnering gestuurd om de wetgeving inzake politiek verlof voor niet-verkozen mensen van het BCSD aan te passen? Kunt u ons die herinnering tonen?

Een voorstel van decreet van de Vlaamse meerderheidspartijen dat werd goedgekeurd op 19 december 2018, sluit een cumul van politiek verlof tussen gemeente- en OCMW-raadslid uit, terwijl federaal minister Peeters op 13 februari 2019 in het federaal parlement liet verstaan dat hij niet van plan was die cumul te verbieden. Dat zou dus betekenen dat mensen die gemeenteraadslid of OCMW-raadslid in een Vlaamse stad of gemeente zijn en werken in de privésector, dubbel zoveel politiek verlof hebben als mensen die gemeenteraadslid of OCMW-raadslid in een Vlaamse stad of gemeente zijn en werken voor lokale en provinciale besturen, Vlaamse overheid of Vlaamse onderwijsinstellingen. Hoe gaat u hier als coördinerend minister van lokale besturen mee om? Is dat daadwerkelijk een probleem of niet?

Nog in de commissie van 18 december 2018 zei u dat een gelijkaardig verlof als vervat in het voorstel van decreet van 19 december 2018 zou worden opgenomen in het Vlaams personeelsstatuut (VPS). Is dat intussen gebeurd?

Minister Homans heeft het woord.

Collega's, dit is al enkele keren aan bod gebracht in deze commissie, onder andere door collega Doomst. Ik heb toen een belofte gedaan en uiteraard ben ik die ook nagekomen. De bevoegdheden zitten op de verschillende niveaus, zowel op het federale – federaal minister Peeters is bevoegd voor de privésector, federaal minister van Ambtenarenzaken Wilmès is bevoegd voor de ambtenaren van de federale overheid –, als op het Vlaamse niveau – ik ben bevoegd voor de lokale besturen en de Vlaamse ambtenaren, terwijl minister Crevits bevoegd is voor het onderwijs. Hiermee wil ik toch even de complexiteit van het probleem duiden.

Op 10 april 2018 heb ik voor de eerste keer contact gehad met alle beleidsactoren. Nadien zijn er meerdere keren contacten geweest met de betrokken instanties, zowel door mijn administratie als mijn eigen kabinet. Die betrokken instanties, dat waren de verschillende kabinetten, maar soms is er ook rechtstreeks contact geweest door de administratie met de tegenpooladministratie in Brussel.

Wat is nu de stand van zaken? Op 20 februari heb ik een brief ontvangen van bevoegd minister Laanan van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Daarin deelt ze mij mee dat er twee voorontwerpen tot wijziging van de relevante besluiten zijn voorbereid. Die ging ze ook voorleggen aan de regering. We hebben vandaag gehoord dat dat nog niet is gebeurd. Dat moet dus nog gebeuren. Sinds 21 december 2018 heeft het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de instructie gegeven aan de leidend ambtenaren van de gewestelijke besturen om vanaf 1 januari 2019 alvast een recht op politiek verlof toe te kennen aan de ambtenaren die lid zijn van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

Zolang de aangekondigde regelgeving niet definitief is, kan ik daarover geen bijkomende informatie verstrekken. Mijn collega in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest heeft ook initiatieven genomen wat de ambtenaren betreft, zowel de ambtenaren van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest als de ambtenaren van de lokale besturen van de negentien Brusselse gemeenten. Ze heeft gezegd dat de ordonnantie nog niet is gestemd. Ze heeft wel instructies gegeven om het gewoon toe te passen en dus het politiek verlof toe te kennen.

– Mercedes Van Volcem treedt als voorzitter op.

Wat de federale overheid, de federale ambtenaren betreft, dus niet de mensen die in de private sector werken, is er vorige week, op 25 maart, een wetsvoorstel goedgekeurd in de commissie. Aanstaande donderdag wordt daarover gestemd in de plenaire vergadering. Ik denk dus dat ik redelijk up-to-date informatie meegeef.

Collega, dan was er uw tweede vraag: wat met afwijkende regelgeving, zoals de federale cumulmogelijkheid? Dan hebt u het over de private sector. Ik ben van oordeel, maar dat is mijn persoonlijk oordeel, dat alle stelsels eigenlijk gewoon gelijk moeten zijn. Ik denk dat het absoluut niet correct is dat iemand die in de private sector werkt, een cumul mag hebben, dat hij twee keer politiek verlof zou nemen omdat hij raadslid is en tegelijkertijd in het BCSD zit, als men dat al zou doen, want dat lijkt me redelijk vreemd. Voor ambtenaren, van welk niveau dan ook, zou dat dan beperkt zijn, en terecht, in mijn ogen, tot gewoon het kunnen, mogen opnemen van dat politiek verlof, ook al zijn ze geen raadslid, maar alleen lid van dat bijzonder comité. Dat was eigenlijk de problematiek. Als men raadslid was en tegelijkertijd lid was van het bijzonder comité, was er geen probleem, maar er was wel een probleem omdat het eigenlijk niet was geregeld voor die mensen die enkel en alleen lid waren of zijn van het bijzonder comité. Brussel heeft er dus voor gezorgd dat het al geregeld is, of men is in ieder geval de instructies braaf aan het volgen. Voor de federale overheid is dat ook in orde wat de ambtenaren betreft. Wat de privésector betreft, hebben we uiteraard ook onze bezorgdheid meegedeeld aan collega Peeters, maar ja, ik ben niet bevoegd, ik kan daar ook niks aan doen. Ik weet wel dat het in orde is voor de federale ambtenaren, en voor de Brusselse ambtenaren in de brede zin van het woord, dus zowel voor de ambtenaren van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest als voor die van de negentien Brusselse gemeenten, maar in de privésector is het nu eenmaal geregeld zoals het is.

Dan was er uw derde vraag, over de stand van zaken met betrekking tot het VPS. Het recht op politiek verlof voor de externe leden van het bijzonder comité werkzaam bij de Vlaamse overheid, dus voor diegenen die geen raadslid zijn, is opgenomen in het ontwerp tot wijziging van het VPS wat betreft de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden. Dit ontwerp werd op 1 maart van dit jaar door de Vlaamse Regering voor een tweede maal principieel goedgekeurd en ligt momenteel bij de Raad van State voor advies. Ondertussen heb ik echter, net zoals in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is gebeurd, ook al instructies gegeven aan de leidend ambtenaren over wat de richtlijnen zijn, dus dat er wel degelijk ook politiek verlof kan worden genomen als men enkel en alleen lid is van het bijzonder comité en bijvoorbeeld geen raadslid is. Daarnaast ligt er ook nog een ander ontwerpbesluit voor, tot wijziging van het VPS wat mobiliteitsmaatregelen en andere bepalingen betreft. Daar zitten nog andere wijzigingen aan het politiek verlof in vervat, zoals het verbod op cumul van politiek verlof. Dat zit dus vervat in onze Vlaamse regelgeving. Dit ontwerpbesluit werd ook op 1 maart 2019, weliswaar voor de eerste maal, principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De wijzigingen uit deze beide ontwerpbesluiten zijn wel reeds van toepassing, zoals ik daarnet heb gezegd. Ik heb naar Brussel verwezen en gezegd dat mijn administratie dat ook heeft gedaan. Ze zijn al sinds 1 januari 2019 van toepassing voor personeelsleden van de Vlaamse overheid.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, dank u voor deze stand van zaken. Het is een heel complexe materie. Ik heb ze gisteravond ook nog eens in mijn hoofd gestoken. Ik heb echter de indruk dat u het, bijvoorbeeld inzake het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, telkens maar hebt over de situatie waarbij iemand die geen raadslid is en toch deel uitmaakt van het BCSD … (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Sorry dat ik onderbreek. De essentie van de vraag van collega Doomst destijds, en ook van uw vraag, dacht ik, was dit. Voor wie raadslid was of is, was dat politiek verlof al lang geregeld. Het was gewoon een probleem als men geen raadslid was, maar wel lid van het bijzonder comité. Dat moest worden geregeld, en dat hebben we geregeld.

Ingrid Pira (Groen)

Ik begrijp het. We zitten op dezelfde golflengte. We hebben dat in Vlaanderen voor de jaarwisseling geregeld, en het geldt ook op federaal niveau, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, enzovoort.

Maar ik heb altijd het gevoel dat u het over die ene situatie hebt die moest worden geregeld, terwijl er ook nog een tweede situatie is: de cumul van het politiek verlof als OCMW-raadslid en als gemeenteraadslid. Als ik verwijs naar wat minister Peeters in het federaal parlement heeft gezegd over de private sector, dan heb ik het over die tweede situatie.

Als ik naar uw brief kijk die u op 10 april 2018 naar het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het federaal niveau hebt verstuurd, dan hebt u het enkel over de situatie waarbij iemand geen raadslid is en toch tot het bijzonder comité voor de sociale dienst behoort. Maar u hebt het in die brief niet over de cumul als OCMW-raadslid en als gemeenteraadslid. En dat hebben wij op Vlaams niveau wel geregeld.

Daarvan zegt minister Peeters nu dat men dat op Vlaams niveau niet mag cumuleren, maar dat het in de private sector wel kan. Ik heb het gevoel dat u het telkens maar over die ene situatie hebt, en nooit over de tweede situatie: de cumul van politieke mandaten. Uw brief van 10 april 2018, waar u meermaals naar verwijst, toont dit ook aan, want daarin hebt u het ook enkel over die eerste situatie. Begrijpt u wat ik bedoel?

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

De bekommernis bij ons was nogal groot, omdat nogal wat mensen van bij ons in Vlaams-Brabant gemakkelijk in Brussel tewerkgesteld zijn, en vaak ook in federale instellingen.

Minister, u lijkt me er toch wel sterk op aan te dringen, en ik heb het gevoel dat ook het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest op de juiste piste zit. Ik denk dat u bij minister Peeters succes zult hebben. Dat moet kunnen, ik denk dat dat gaat lukken. Ik heb daar een goed gevoel bij.

Alleen minister van Ambtenarenzaken Sophie Wilmès wil niet mee, denk ik. Moet we daar bij haar ook niet op aandringen? (Opmerkingen)

Dat is al in orde? Oké.

Minister Homans heeft het woord.

Het is inderdaad wel complex.

Collega Doomst, ik heb het in mijn initiële antwoord al gehad over de federale ambtenaren, en over het toestaan van politiek verlof voor iemand die lid is van het bijzonder comité, maar geen raadslid is. Er werd daar vorige week in de commissie van 25 maart 2019 over gestemd, en dat voorstel werd goedgekeurd. Ik neem aan dat men daar aanstaande donderdag ook over zal stemmen in de plenaire vergadering van de federale Kamer. Dat is dus ook afgedekt. Zowel Brussel, Vlaanderen als het federaal niveau – wat de federale ambtenaren betreft – zijn volledig afgedekt.

Wat die decumul betreft, mevrouw Pira: ik heb inderdaad verwezen naar één brief, maar ik heb u ook gezegd dat er verschillende contacten zijn geweest: zowel mondeling, telefonisch als via e-mail, en zowel tussen mijn kabinet en andere kabinetten als tussen mijn administratie en andere administraties. Maar ik heb natuurlijk niets te zeggen over de private sector. Ik kan dat vriendelijk vragen aan minister Peeters, maar als die beslist dat er toch een cumul mogelijk is, dan is dat een beslissing van de federale overheid.

En dat is dan een beslissing die ik betreur. Ik wil minister Peeters nog wel eens vriendelijk in de ogen kijken, en misschien kunt u zelf ook nog een telefoontje plegen. Dan zouden we dat misschien nog kunnen regelen. Ik vind het inderdaad wel een heel bizarre situatie dat iemand vanuit de private sector twee keer politiek verlof zou kunnen opnemen voor hetzelfde mandaat, en iemand vanuit de publieke sector niet.

We zijn het daarover eens, mevrouw Pira. Maar ik heb gedaan wat ik moest doen: ik heb het geregeld voor Vlaanderen en voor de lokale besturen. Ik heb mijn federale collega van Ambtenarenzaken gevraagd om hetzelfde te doen voor de federale ambtenaren, en ik heb mijn collega van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gevraagd om hetzelfde te doen voor de ambtenaren in het Brusselse hoofdstedelijke Gewest en de negentien Brusselse gemeenten.

Wat de private sector betreft, kan ik daar gerust nog even op aandringen. Maar verder kan ik daar weinig aan doen. Misschien kunnen uw collega’s van het federaal parlement die vraag ook eens aan minister Peeters voorleggen, want het is inderdaad niet fair. Maar ik heb alles gedaan wat er van mij wordt verwacht – en zelfs meer, als ik eerlijk mag zijn.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Ik heb geen slotbemerking meer. Uiteindelijk zal het allemaal wel in orde komen.

Er is slechts één ding dat ik mij afvraag. Minister Kris Peeters zegt letterlijk: “Het ligt niet in mijn bedoeling om de huidige mogelijkheden af te bouwen.” Dat heeft hij gezegd in antwoord op een vraag van Stefaan Van Hecke, op 13 februari, in verband met de cumul van gemeenteraadslid en OCMW-raadslid. Er zijn inderdaad gemeente- en OCMW-raadsleden in ons land die onder een verschillend regime … (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Ah, ja. Ik geef het maar aan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.