U bent hier

Commissievergadering

donderdag 4 april 2019, 10.00u

Voorzitter
van An Christiaens aan minister Philippe Muyters
958 (2018-2019)

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister, ondernemers die hinder ondervinden bij openbare werken, kennen steeds beter hun weg naar de hinderpremie. Ik heb u daarover onlangs een schriftelijke vraag gesteld. Uit die cijfers blijkt dat we tevreden kunnen zijn over de resultaten.

Vorig jaar werden een aantal wijzigingen doorgevoerd, zoals de herinneringsbrief en een betere communicatie van de deadline voor aanvragen, want er bleek op dat vlak een probleem te zijn. En het heeft geholpen, want aan meer dan 4000 Vlaamse ondernemers werd de hinderpremie toegekend, goed voor meer dan 8 miljoen euro.

Ondanks de wijzigingen die vrij recent werden aangebracht, blijven er toch vernieuwende ideeën en ook wat knelpunten opborrelen. Dat horen we ook vanuit de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), die UNIZO daarover recent een aantal voorstellen deed.

Een van de mogelijke verbeterpunten heeft betrekking op de verdere automatisering. Tot op heden krijgen ondernemers die in aanmerking komen voor de premie, nog een brief. Daarna moeten ze zelf het initiatief nemen om de premie te vorderen vóór de vervaldatum. Er wordt wel een herinnering gestuurd in verband met de deadline, maar toch blijkt dat een probleem te zijn.

De afgelopen maanden kregen we enkele vragen over de doelgroepen. Wie komt er daarvoor aan bod? Want ook foodtrucks met vaste standplaats of marktkramers ervaren die problemen, maar zij komen niet in aanmerking voor die compensatie. Soms mag men van lokale overheden meer initiatief verwachten om andere standplaatsen te voorzien. Maar in andere gevallen zijn er vaak grote extra kosten wanneer de straten van de thuisbasis van de kramer onder handen worden genomen. Zo kan het gebeuren dat het groentekraam van de marktkramer die al decennia op dezelfde plaats staat, moet verhuizen omdat er aan de straat wordt gewerkt. Ook de nood aan andere opslagplaatsen/magazijn, extra kilometers die moeten worden gemaakt, worden aangekaart als grote extra kosten. 

De lokale betrokkenheid blijft een prioriteit. Gemeentebesturen ontvangen tot op heden blijkbaar – tenzij de informatie waarover ik beschik, fout is – geen lijst met een overzicht van de ondernemers die in aanmerking komen voor een premie. UNIZO vraagt dat deze lijst met de gemeenten wordt gedeeld. Zo kan er vanuit de gemeente, vanuit het lokaal bestuur, gericht worden gewerkt en gecommuniceerd.

Minister, is het technisch en juridisch mogelijk om de premie – indien aan de voorwaarden is voldaan – automatisch over te maken op het rekeningnummer van de onderneming in de hinderzone, die al is vastgesteld? Op die manier moet er geen initiatief komen vanuit de ondernemer zelf.

Bent u op de hoogte van de problemen van de marktkramers of foodtrucks in die situaties? Acht u wijzigingen op dat vlak in de toekomst zinvol?

Hoe loopt de samenwerking tussen het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO), het Generiek Informatieplatform Openbaar Domein (GIPOD), de lokale overheden en de ondernemingen in de hinderzones? Ziet u daar nog verbeterpunten?

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Christiaens, ongeweten en ongewild bent u diegene die mij de laatste vraag zult stellen in deze commissie. Ik heb daarnet al met bloemen gestrooid, nu volgt de bloempot: het enige dat mij altijd heeft gestoord, is dat ik ongelooflijk veel vragen heb voorbereid, die ik nooit heb moeten beantwoorden.

Mevrouw Christiaens, we hebben de aanvraagprocedure echt heel laagdrempelig gehouden. De uitbetaling kan op de meest eenvoudige en digitale manier worden aangevraagd. De hinderpremie maakt maximaal gebruik van de beschikbare gegevens van de Verrijkte Kruispuntbank voor Ondernemingen (VKBO) en het GIPOD en is maximaal geautomatiseerd. Een verdere automatisering kan gewoonweg niet, wegens een aantal redenen.

De eerste reden is dat een aantal gegevens moeten worden bevestigd, namelijk over de contactpersoon, het rekeningnummer en de openingstijden. Die informatie is niet centraal beschikbaar en vaak onderhevig aan wijzigingen. Ik zou niet graag hebben dat we centen op een verkeerde rekening storten, doordat die rekening ondertussen niet meer in gebruik is. Die gegevens checken, voorkomt fouten, rechtzettingen en problemen achteraf. En dat is nu toch echt wel een kleine moeite.

Elke onderneming moet ten slotte ook verklaren – en dat is ook nodig – dat de automatisch opgehaalde ondernemingsgegevens uit die Kruispuntbank correct zijn en dat het de-minimisplafond niet wordt overschreden. Zij moeten dat zelf verklaren. Dat is de regelgeving.

Dat is van belang om fraude tegen te gaan en te kunnen terugvorderen in andere gevallen. Ik denk dus dat men alles bij elkaar zeer tevreden is over de eenvoud die het systeem heeft. Dat blijkt ook uit alles wat ik hoor.

In het verleden is de problematiek van de marktkramers ook aangekaart, maar ik denk dat we allemaal even moeten terugkijken: waarvoor was die hinderpremie bedoeld? Die is bedoeld voor ondernemingen die beschikken over een vaste vestigingseenheid waar ze hun goederen en diensten verkopen. Zij kunnen niet zomaar uitwijken. Marktkramers zijn per definitie mobiel. Daardoor is hun situatie anders. Zij kunnen flexibeler omgaan met situaties van minder goede bereikbaarheid, en, laten we eerlijk zijn, heel vaak gebeurt het ook dat, als er problemen zijn rond de marktplaats, de gemeente een alternatief zoekt. In heb dat recent nog gezien in mijn buurgemeente. Die wijken tijdelijk uit naar een andere plaats, maar heel de gemeente weet dat dan ook. Dat wordt ook verspreid, met flyers of dergelijke meer. De minder goede bereikbaarheid is meestal ook partiëler dan bij een individu dat daar dag in dag uit zijn winkel heeft waar men moeilijk naartoe kan. Die marktkramers hebben elke dag of zelfs halve dag een andere standplaats.

We mogen toch ook niet vergeten dat de bedoeling van de hinderpremie altijd is geweest dat er minder hindermaatregelen moeten worden genomen. Het is geen compensatie voor gederfde inkomsten. Jullie hebben dat zo gewenst. Laten we duidelijk zijn: klanten blijven weg bij die vaste handelsplaats, maar als die andere verschuiven, is daar minder leed. Het ergste leed wat openbare hinder betreft, zit bij die vaste, klassieke detailhandel. Voor een marktkramer is het moeilijker om die middelen ook zinvol aan te wenden: het mobiele karakter maakt net dat zij wel nog op een plaats kunnen komen die gemakkelijk bereikbaar is. Ik denk dus niet dat er daar maatregelen kunnen zijn. Dat komt niet overeen met de bedoeling die het Vlaams Parlement met de hinderpremie had. Ik denk dat de marktkramers daar echt niet onder vallen.

Dan is er uw derde vraag. Ik denk dat ik naar aanleiding van uw en andere schriftelijke vragen de samenwerking tussen VLAIO en de VVSG al als vlot en constructief heb bestempeld. De suggesties die zij hebben gedaan, hebben wij maximaal meegenomen. U hebt dat ook al gezegd, en ik heb al geantwoord op vragen daarover hier in de commissie. Ik zal die niet opnieuw opsommen. Ook de samenwerking met het agentschap Informatie Vlaanderen (AIV) en het GIPOD loopt vlot. De hinderpremie is een maatregel die tot stand is gekomen na samenwerking tussen VLAIO en AIV. Het goede resultaat daarvan is nog eens onderstreept toen heel recent, op 19 maart 2019, de hinderpremie bij de GeoSpatial Awards 2019 van BeGeo, hét event inzake geo-informatie, de publieksprijs heeft ontvangen. Ik denk dat dat nog eens bewijst dat we daadwerkelijk een maatregel hebben die aanslaat.

Collega Ronse, ik denk ook dat dat parlementsleden die dat oorspronkelijk hebben ingediend, van het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) daarvoor de prijs voor ondernemingsvriendelijkheid hebben gekregen. Ik denk dus dat dat echt wel een positieve maatregel is.

Ik kan nog bijkomend het volgende zeggen. Recent werd ook een samenwerkingsovereenkomst getekend in het kader van de ontwikkeling van een vernieuwde GIPOD-databank, GIPOD 2.0. Zo zal het in de toekomst mogelijk zijn om tot een verfijndere hinderzone te komen. Dat was nog een punt dat naar voren kwam. Daardoor kunnen de hinderzone en de hinderpremie worden geoptimaliseerd. De belangrijkste partners daarbij zijn de Vlaamse overheid, met VLAIO en AIV, maar ook de VVSG en 27 netbeheerders uit de Vlaamse nutssector. Er wordt dus, zoals u kunt zien, zeer vlot samengewerkt. Ik denk dat we allemaal samen fier mogen zijn op die maatregel, op de manier waarop we dat hebben hervormd, na de twee premies die bestonden, eentje federaal, eentje Vlaams. Wat we in dezen hebben gedaan, bewijst dat een goede staatshervorming tot betere resultaten kan leiden.

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister, dank u wel. Ik kan datgene waarmee u net afsloot, zeker beamen. Het is een zeer succesvol initiatief. Het heeft zeker heel veel meerwaarde. In het begin waren er kinderziektes. Er zijn nog altijd wel wat knelpunten. Men zal dat natuurlijk ook nooit voor honderd procent kunnen wegwerken.

Wat die volledige automatisering betreft, ik begrijp wat u zegt. De gegevens moeten worden gecontroleerd. We halen ons nog meer administratieve last op de hals als we moeten rechtzetten of terugstorten, als de brieven bij de foute personen terechtkomen, maar net daar kunnen de lokale besturen misschien wel nog een rol spelen. Zij zouden die controle kunnen doen. Dan moet de ondernemer natuurlijk ook nog altijd bevestigen aan het lokaal bestuur, maar we zien toch vaak dat de lokale handelaars, de lokale ondernemers meer over de vloer komen bij de dienst lokale economie, bij de stadsdiensten. Dat is voor hen veel laagdrempeliger dan een brief die ze krijgen en moeten terugsturen, terwijl ze bij het loket lokale economie sowieso wel wekelijks passeren. Minister, ik verwacht van u daar ook niet dadelijk een pasklaar antwoord op, maar misschien is dat wel een verder uit te werken mogelijkheid. Dat is daarom niet een algemene administratieve vereenvoudiging, want iemand zal dat moeten bevestigen, zijnde dan de dienst lokale autonomie, maar voor de handelaar-ondernemer is het toch iets laagdrempeliger, toegankelijker als dat kan via het loket lokale economie in plaats van via de briefwisseling met de Vlaamse administratie. Het is een idee, waarop ik later nog wel eens wil terugkomen, om dit misschien verder uit te spitten.

Idem wat de marktkramers betreft. Volgens het huidige decreet voldoen zij inderdaad niet aan de voorwaarden. Ze hebben geen vaste standplaats. Ze zijn mobiel en kunnen van locatie veranderen. Moeten zij op volledig dezelfde manier worden behandeld? Misschien ook niet, maar misschien kan de hinderpremie voor een soort subcategorie worden onderzocht. Als er werken zijn op de plaatsen waar de marktkramers staan, voorziet de gemeente inderdaad vaak ook wel in een algemene verhuis, maar het gaat voor de marktkramers toch altijd wel gepaard met hinder, met verlies aan inkomsten. Ik heb dat ook zelf in de gemeente meegemaakt. Dat ging toch altijd gepaard met heel wat discussies, een hele hoop vragen, en achteraf waren er dan ook wel klachten dat het toch allemaal veel minder was dan hoe het vroeger was. In de huidige vorm vallen ze er niet onder. Kan misschien worden bekeken om in een subcategorie te voorzien, in een hinderpremie 2.0? Dat zou ik graag wel nog verder bekijken.

Mevrouw Christiaens, ik zal dat maar overbrengen aan de gemeente Tongeren.

De heer Ronse heeft het woord.

Ik vind het wel leuk om hier de laatste tussenkomst te doen. Ik weet nog dat ik, voor ik was verkozen, toen ik net wist dat ik zou meedoen aan de verkiezingen, een klein blaadje had gemaakt met een aantal dingen waarvan ik droomde ze te kunnen veranderen, en dat stond op één. Ik vond het zo onrechtvaardig dat handelaars moesten sluiten en ik vond het zo absurd dat dat moest worden aangevraagd. Ik ben heel blij dat we, met het kabinet, maar ook met de collega-parlementsleden, over partijgrenzen heen, met het decreet inzake de hinderpremie toch wel een zeer mooie oplossing hebben uitgewerkt. Dat was ook moedig, want het federale budget dat overkwam, was vrij beperkt. We hebben toch een aantal bewuste keuzes gemaakt om met een beperkt budget diegenen te helpen die het meest zijn geraakt. Bij dat budget hebben we ook een leverage gedaan via de rentetoelage, die we eigenlijk hebben geschrapt en geïntegreerd in het budget voor de hinderpremie. Dat is een zeer goede zaak, en opnieuw een voorbeeld dat Vlaanderen met zijn bevoegdheden echt het maximale doet.

Wat ik als uitsmijter voor de volgende legislatuur zou willen brengen, is het pleidooi van Bart Lodewyckx van UNIZO Limburg, die zegt dat er een soort statuut ‘ondernemer in openbare werken’ zou moeten komen, waarbij er dan een aantal federale maatregelen, zoals een uitstel van btw-betaling en noem maar op, in één pakket aan dat statuut worden toegekend. Nu moet een ondernemer immers eigenlijk door een labyrint gaan van die federale maatregelen, vrijstellingen en noem maar op. Als we zo een eenvoudig statuut zouden kunnen creëren, dan is dat opnieuw een stap vooruit in het helpen van ondernemers in moeilijkheden door wegenwerken. Elke stap vooruit die we ter zake kunnen zetten, is een goede stap.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik sluit me graag aan bij de bloemetjes over het initiatief voor de hinderpremie en de werking daarvan, zowel de totstandkoming van het decreet als hoe het er op dit moment aan toegaat. Ik wil gewoon nog eens een extra pleidooi houden om de lokale besturen nog beter te betrekken bij dit verhaal. Ik ben schepen van Openbare Werken en werd gisteren nog opgebeld door een ondernemer die zei dat hij zijn hinderpremie niet kreeg, maar wel een brief had ontvangen. Ondernemers kijken in eerste instantie naar het lokale bestuur, dicht bij hen, om vragen te stellen, opmerkingen te maken, suggesties te doen. Als we als lokaal bestuur volledig betrokken worden, al is het maar dat we de databank kunnen raadplegen die het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) daar ongetwijfeld voor gebruikt, dan kunnen we op die manier korter op de bal spelen, de juiste informatie doorgeven en eventuele problemen helpen te voorkomen.

Minister Muyters heeft het woord.

Ik ga daar niets meer aan toevoegen. Ik heb alle pleidooien gehoord. Zoals ik zei, ben ik tevreden met de maatregel en sta ik altijd open voor verdere discussie over verbetering.

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Ik kan me daar alleen maar bij aansluiten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.