U bent hier

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, ik heb een vraag ingediend over het actieplan hardfruit, dat tot stand kwam in juli 2017 maar een moeilijke opstart kende. In november 2018 heb ik een actuele vraag gesteld aan de toenmalige minister, die toegaf dat dit inderdaad een doorstart moest maken. 

Begin januari werd er blijkbaar opnieuw samengezeten met alle afgevaardigden uit de sector. Uit dat overleg is dan toch een consensus gekomen: diegenen die blijkbaar niet alle nodige inspanningen leverden, werden op het matje geroepen en hebben zich geëngageerd om dat actieplan hardfruit serieus te nemen.

De toenmalige minister heeft ook aangekondigd dat er nog een overleg zou zijn op Europees niveau met de Europese commissaris bevoegd voor Landbouw. Een belangrijk aspect daarbij is de nationale strategie die het kader vormt waarbinnen de Europese gemeenschappelijke marktordening voor groenten en fruit toegepast wordt in Vlaanderen. Deze strategie is aangepast, zodat de veilingen vanaf dit jaar verplicht worden om meer in te zetten op producentgerichte acties. Daarbij kondigde de minister ook meer controle op de veilingen aan.

Ik heb in het verleden al vragen gesteld over dat verhaal van gmo en de macht of de onmacht van veilingen enerzijds en de individuele teler anderzijds. Daarom interesseert het me bijzonder te weten wat er eigenlijk uit dat overleg gekomen is, als dat al heeft plaatsgevonden. Wat kunt u daarover zeggen?

Is er een ommezwaai in het vooruitzicht naar producentgerichte acties van de veilingen? Wat houden die producentgerichte acties precies in? Betreft dat een lijst van acties waaruit veilingen kunnen kiezen, of moeten alle veilingen dezelfde acties uitvoeren? Kunt u me wat meer inlichtingen geven over wat er precies bedoeld wordt met die producentgerichte acties?

Is er ook gesproken over de Ruslandboycot? Wat is op dat vlak de actuele stand van zaken? Hebt u daar nog meer informatie over?

Wat het actieplan hardfruit zelf betreft: wat is daar de actuele stand van zaken? Hoe wordt dat verder gemonitord?

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik sluit me graag aan bij wat collega Engelbosch al gezegd heeft.

We hebben het in deze commissie al meermaals gehad over de enorme problemen waarmee de Vlaamse fruitsector te maken heeft. De afgelopen vier jaren werden de fruittelers geconfronteerd met de ene tegenslag of ramp na de andere. Denk maar aan de Ruslandboycot, de windhoos in Zuid-Limburg, de nachtvorst en vorig jaar de droogte.

Bovendien, zoals collega Engelbosch al aanhaalde, zijn er ook wel wat tegenstrijdige belangen of staan de neuzen niet allemaal in dezelfde richting binnen de sector. Dat antwoordde uw voorganger al op een actuele vraag van een collega. Voor de veilingen primeert vooral de omzet wat de GMO-middelen (gemeenschappelijke marktordening) betreft, terwijl voor de telers vooral de prijs primeert. Die belangen liggen niet altijd in dezelfde lijn.

Er werd al verwezen naar het actieplan. Dat is een goed actieplan. Het bevat verschillende concrete punten rond drie pijlers: kwaliteit, rendabiliteit en onderzoek. Op termijn zal dit zijn vruchten afwerpen, als iedereen opnieuw de krachten bundelt.

Minister, de realiteit vandaag is echter dat  de nood ontzettend hoog is. Heel wat bedrijven en fruittelers voeren vandaag een strijd op leven en dood. Zij hebben echt geen tijd meer om te wachten op resultaten van het actieplan, hoe goedbedoeld die acties ook zijn. 

Ik heb hier allerlei cijfers. De realiteit is dat je vandaag voor een lading peren op de veiling aan de klok ongeveer 13 eurocent per kilo krijgt, terwijl de netto kost – dus nog niet geplukt, niet gesorteerd – 35 eurocent per kilo bedraagt. Bovendien kwam er afgelopen vrijdag een brief van de veiling aan de telers dat de kleine peren zelfs niet meer verpakt moeten worden, men zal proberen ze in palox te verkopen aan de industrie voor 0,02 euro per kilo. 0, 02 euro per kilo, terwijl die telers wel degelijk, afgerond, 50 cent per kilo geïnvesteerd hebben. Ik ga er niet verder over uitweiden, maar er worden dus vandaag gigantische verliezen gedraaid. Er is veel tegenslag. Men moet opnieuw investeren, namelijk 5000 euro per hectare. Men heeft die middelen niet. Wat zien we gebeuren? Al die familiale bedrijven worden systematisch overgenomen door grote consortiums. En die kleine familiale landbouwers wordt een soort van loonwerker. Maar ik en de sector maken ons daar grote zorgen over, wat de toekomst van de fruitteelt betreft en ook wat de eigenheid van onze streek betreft, want die consortiums hebben natuurlijk niet dezelfde voeling als de familiale landbouwer.

Het probleem oplossen is niet evident, dat zal ik zeker niet beweren. Er ligt een heel grote uitdaging om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen zodat er op lange termijn werk kan worden gemaakt van de uitvoering van het actieplan. Ook zijn er wel wat uitdagingen weggelegd voor de nieuwe GMO-regeling. Misschien kan op korte termijn – dat is de concrete aanleiding van mijn vraag – een erkenning van de sector door Europa als sector in crisis enig soelaas bieden. Dat is natuurlijk geen structurele oplossing maar het zou wel wat ademruimte voor de banken kunnen geven. Daarnaast is er de droogte, die erkend is als ramp. Een versnelde uitbetaling zal daar misschien ook iets meer ruimte kunnen bieden.

Minister, bent u op de hoogte van de gigantische problemen waarmee de fruitsector momenteel te maken heeft? Wat is volgens u daarvan de oorzaak? Is er een verandering van de markt of van de kwaliteit van onze producten? Is er een gebrek aan afzetmarkten? Wat is de stand van zaken in het actieplan? Hoe ziet u in de toekomst de rol van de producentenorganisaties? In principe moeten die marktversterkend werken. Is dat vandaag nog zo of werken ze misschien marktverstorend? Hoeveel procent van onze export gaat vandaag naar de nieuwe verre markten? Daar is toch veel op ingezet. Kan er een versnelde uitbetaling komen van de droogteschade? Gaat u een initiatief nemen om bij uw federale collega van Landbouw aan te dringen om de fruitsector door Europa te laten erkennen als sector in nood?

De voorzitter

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Dank u wel, beste collega's uit onze mooiste gouw in Vlaanderen. Ik begrijp jullie vraag. We zijn ons er allemaal goed van bewust dat het moeilijke tijden zijn in de sector van het hardfruit. Dit is al een tijdje bezig. Daar heb ik absoluut veel begrip voor. We moeten proberen om daar met man en macht aan te werken. Ik ben heel blij dat jullie beiden zeggen dat er spijtig genoeg geen wonderoplossingen zijn. Dat moet ons echter niet weerhouden om over alle partijgrenzen heen de nodige inspanningen en incentives te geven om hiermee om te gaan.

Collega Robeyns heeft al een aantal cijfers genoemd van prijzen per kilo peren. Algemeen ligt de gemiddelde prijs voor appels dit jaar ongeveer 23 procent lager dan het gemiddelde van de afgelopen jaren. Voor peren is dat zelfs opgelopen tot 30 procent onder de gemiddelde prijs van de voorbije jaren. Dat is dus heel wat. Maar zoals we allemaal weten, geeft de prijs de verhouding weer tussen vraag en aanbod. 2018 was op Europees niveau een jaar met een grotere opbrengst dan normaal voor appels. De vraag naar onze traditionele rassen staat onder druk door verdringing door variëteiten die worden ingevoerd omdat ze in onze contreien minder geteeld kunnen worden, bijvoorbeeld de appelsoort Pink Lady.

Kortom, de problemen zijn er en blijven duren. Ik zal dit morgenvroeg aankaarten bij Europees commissaris Hogan. Wij hebben die vergadering voorbereid en zullen dat nog verder doen met de federale minister Ducarme, om naast de varkenspest ook de fruitsector te bespreken met commissaris Hogan. We bereiden die vergadering ook voor met mijn Waalse collega, minister Collin.

Mevrouw Robeyns, wij gaan absoluut de erkenning tot sector in crisis bepleiten. Dat is een beslissing die minister Ducarme zelf kan nemen, daar hoeft Europa geen go voor te geven. Het is een beslissing van de federale minister van Landbouw. We gaan dat absoluut vragen. We leven op goede hoop dat dat zal gebeuren, zodat er op die manier toch al een aantal versoepelingen kunnen komen.

Dat is de voorbije maanden ook gebeurd met betrekking tot de varkenssector. Ik ben hoopvol gestemd, maar het is niet mijn beslissing. De federale minister Ducarme kan de fruitsector als een sector in crisis erkennen. Daardoor kunnen dan een aantal versoepelingen worden aangebracht, onder meer met betrekking tot de betaling van de socialezekerheidsbijdragen. We zullen dat morgen absoluut bepleiten. Ik hoop dat de federale minister hierover een beslissing kan nemen.

Ik zal straks nog iets vertellen over het actieplan voor hard fruit en over Europees commissaris Hogan, maar ik wil eerst ingaan op een aantal opmerkingen over het gedrag en de houding van de producentenorganisaties.

Dat is natuurlijk een punt dat we in het oog houden, maar de veilingen zijn geen bedrijven die de oogst van fruittelers of landbouwers kopen. Het zijn coöperaties die door de landbouwers en de fruittelers zelf worden opgericht en aangestuurd. De vertegenwoordigers van de landbouwers en de fruittelers in de raden van de bestuur van deze telerscoöperaties beslissen mee over de strategie en over de acties die worden opgezet.

Zoals ook in de beste verenigingen het geval is, kan er een spanningsveld zijn tussen de belangen van de telersvereniging als rechtspersoon en de belangen van de individuele leden van de vereniging. Het is, zoals overal, natuurlijk een afweging. Het is de taak van de rad van bestuur om het juiste evenwicht te vinden tussen de diverse belangen van de vereniging en van de individuele leden. Als de leden vinden dat bepaalde acties moeten worden opgezet die hen rechtstreeks ten goede komen, komt het erop aan de raad van bestuur dat voorstel te laten behandelen en goedkeuren.

Wat de besteding van de Europese steun betreft, kan elke veiling autonoom kiezen uit een vastgestelde lijst van maatregelen die in onze nationale strategie zijn opgenomen. Het is niet zo dat iedereen dezelfde maatregelen moet nemen. Het Departement Landbouw en Visserij zal vanaf dit jaar meer controles uitvoeren op de besluitvorming in de raden van bestuur. De veilingen zullen moeten kunnen aantonen dat ze hun leden, de landbouwers en de fruittelers, voldoende informeren over de besteding van de Europese steun. We drijven die controles een beetje op.

Ik denk dat we sterk moeten geloven in de coöperatieve samenwerking door middel van producentenorganisaties. Bij de aanvang kan een ondernemer solo misschien sneller en pragmatischer handelen, maar samen geraken ze finaal verder. Op termijn gezien, is dit beter. Indien ze niet zouden bestaan, zouden de individuele telers gegarandeerd door de afnemers uit elkaar worden gespeeld. De producentenorganisaties zijn een instrument om de machtsverhoudingen in de keten evenwichtiger te houden.

In de groenten- en fruitsector bestaan ze al jaren. In andere sectoren, zoals de sector van het varkens- en rundsvlees, hebben we ze de voorbije maanden en jaren ook zien ontstaan, net omdat de meerwaarde ervan wordt ingezien. Er is overleg met de varkenssector geweest. De taskforce heeft uitgewezen dat we de producentenorganisaties in heel de keten moeten versterken. Bovendien staat het iedere landbouwer natuurlijk vrij zich al dan niet bij een producentenorganisatie aan te sluiten.

De export naar Rusland is natuurlijk een probleem dat voor de fruitsector een heel grote impact had. Tot nader order houdt Rusland nog steeds vast aan het importembargo. Uiteraard betreuren wij deze patstelling. Het gaat om een beslissing waar alleen de Russische autoriteiten zelf op kunnen terugkomen. De eerste jaren na de afkondiging van dat embargo werden er vanuit de Europese Unie uitzonderlijke crisismiddelen ter beschikking gesteld, onder meer voor marktinterventie, maar die regeling is ondertussen afgelopen.

Voor de export van appels is er intussen een succesvolle poging geweest tot export naar India, in de jaren 2016 en 2017. In 2017 ging bijna 9 procent van onze export naar derde landen. Naast India werd ook Vietnam bereikt. Maar door een tegenvallende oogst in het vorige seizoen waren er tijdelijk geen appels beschikbaar voor export, en is ons exportaandeel naar India opnieuw afgenomen, waardoor in 2018 slechts 3,7 procent van onze export naar derde landen ging. Dit is dus niet te wijten aan een gebrek aan inspanningen, maar aan een tijdelijk te beperkt aanbod.

Inzake export gaan de peren voornamelijk naar de buurlanden en naar de lidstaten in Oost-Europa. Wat het actieplan hardfruit betreft, verwijs ik graag naar een stand van zaken die op 23 januari in deze commissie gegeven werd.

De sector heeft intussen ook samengezeten rond kwaliteitsnormering, en er zijn een aantal pistes waarover men zich beraadt. Alle actoren uit de sector waren hierbij aanwezig. In de loop van april is er ook nog verder overleg gepland tussen de sector en mijn administratie.

Het actieplan hardfruit is dus, zoals collega Engelbosch gezegd heeft, gestart in 2017. Zoals jullie weten, werkt het rond rendabiliteit, kwaliteit en onderzoek. Naast de jaarlijkse subsidies, is er door Vlaanderen ook extra geïnvesteerd met de GMO-steun van 50 à 60 miljoen euro. 58 procent van die steun gaat naar productkwaliteit en afzetbevordering.

Op 23 januari is er dus die stand van zaken geweest, de voorbij weken zijn er nog verschillende overlegvergaderingen geweest, en binnen enkele weken plannen we een verder overleg met de sector. Ik zal binnen drie weken ook een bezoek brengen aan Proefcentrum Fruitteelt vzw (pcfruit) en aan de fruitstreek in Zuid-Limburg. Ik hoop dan ook de resultaten van verschillende lopende onderzoeksprojecten in de praktijk te kunnen bekijken.

Tot slot, in verband met de schadevergoedingen rond de droogteramp van vorig jaar, zijn alle aanvragen eind februari ingediend, en is de dossierbehandeling inmiddels opgestart. De eerste dossiers zullen in de loop van juni betaald kunnen worden, wat dus in vergelijking met andere dossiers een relatief snelle doorlooptijd is. Nadien volgt er maandelijks een nieuwe serie betalingen, in functie van de afgewerkte dossiers. Daar dringen we dus ook aan om de doorlooptijd zo kort mogelijk te houden en die schadevergoedingen op een snelle manier uit te betalen.

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, dank u voor uw uitgebreid antwoord. Er zijn een aantal zaken waar ik toch wel verheugd over ben. Toevallig vindt het Europese overleg morgenvroeg plaats, dus is het wel nuttig dat wij vandaag deze vraag stellen, om u toch nog eens mee te geven hoe dringend het probleem is, dat u weet dat de sector echt wel in crisis is. Collega Robeyns heeft de cijfers aangehaald. Ik denk dat het duidelijk is dat er echt een pleidooi voor de fruitsector gehouden moet worden. Ik hoop dus dat u dat zeker meeneemt in de gesprekken.

Ik wil u toch nog even updaten over het verhaal van vandaag. Het verontrust mij een beetje, wat ik u hoor zeggen. Ik heb vorig jaar met uw voorganger, minister Schauvliege, een discussie gehad over de producentenorganisaties.

Eigenlijk brengt u een beetje hetzelfde verhaal als uw voorganger. Ik vind het jammer dat u zegt dat de producentenorganisaties – in theorie klopt dat wel – de telers zelf zijn. De raad van bestuur is samengesteld door landbouwers, maar als u naar Haspengouw komt, nodig ik u toch eens uit om met individuele telers te spreken. Dan is het verhaal toch wat genuanceerder. Dan mag u dat niet zo zwart-wit zien alsof de producentenorganisaties en de veilingen de telers zijn en daarmee is de kous af. Als nieuwe minister moet er toch veel genuanceerd worden, zodat u op de hoogte bent van hoe het vandaag eigenlijk zit.

U weet dat voor de prijzen van de appelen en peren vandaag het kloksysteem nog steeds wordt gebruikt. Om het oneerbiedig te zeggen, het is de overschot van het fruit dat op de klok komt in de veiling. De goede producten worden op voorhand verkocht. Vaak is dat al geregeld. Dus wat komt er nog op de klok? Dat zijn de minderwaardige producten. Maar het is wel de prijs van die klok, die voor de retailers de norm is voor de prijs van hun product. De goede producten zijn dus ook aan die prijs. Er zit dus een enorme fout in dat systeem en dat moeten dringend worden herbekeken. Dus ja, heel het systeem van de veilingen moet worden herbekeken, en zeker ook de middelen vanuit de gemeenschappelijke marktordening die eigenlijk naar de landbouwers zouden moeten gaan.

Ik ben blij dat hier van elke partij iemand aanwezig is. Wie er ook deel uitmaakt van de volgende regering, wat ons betreft moet in het volgende regeerakkoord zeker een hoofdstuk staan over de middelen voor de landbouwers, voor de fruitteelt. Ik zie dat in Haspengouw heel wat telers met hart en ziel hun fruit produceren, maar vandaag zien ze hun bedrijven opgekocht worden door de investeringsgroepen die geen voeling of affiniteit hebben met fruit.

Het zijn eigenlijk de landbouwbanken die blijkbaar investeringsgroepen briefen over landbouwers die het momenteel moeilijk hebben en de landbouworganisaties laten dat zomaar begaan. Dan ben ik heel verontrust over hoe het met onze fruitsector eigenlijk verder moet. Dat klopt niet. Er moeten aanpassingen gebeuren en daar hebben ook de landbouworganisaties hun verantwoordelijkheid in te nemen om te zorgen dat die zaken stoppen. Het zijn de banken en de notarissen die vandaag blijkbaar ook een rol spelen, en de individuele landbouwer staat erbij en kijkt ernaar.

Minister, ik ben blij dat het hardfruit wordt gemonitord. Het is nuttig dat dat blijvend wordt opgevolgd. Ik weet niet of dit alles zal oplossen. U zegt dat u geen wonderoplossingen hebt, en dat is ook zo, er zijn geen wonderoplossingen, maar het is wel heel belangrijk dat iedereen weet dat het niet vijf voor twaalf, maar vijf na twaalf is voor de fruitsector. Het is zeer belangrijk dat alle partijen in de volgende legislatuur allemaal een tandje bij steken.

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord. Ik heb de indruk dat u toch wel overtuigd bent van de ernst van de problemen in de fruitsector. Zelf heb ik ook gezegd dat het niet eenvoudig op te lossen is. Het is alleszins positief dat u morgen bij de Europese commissaris en bij de federale minister zult aandringen om de sector te laten erkennen als sector in crisis. Wat op dit moment voor de varkenssector nodig is, is dat zeker ook voor de fruitsector. Er is natuurlijk geen structurele oplossing, maar misschien kan dit wel wat ademruimte bieden.

Minister, de uitbetalingen door de droogte moeten zo snel mogelijk gebeuren. Ik heb begrepen dat u die boodschap ook steunt. Het is positief dat dat zal gebeuren. Ik hoor u zeggen dat de prijs van de appels met 23 procent is gedaald, en van de peren met 30 procent ten opzichte van de voorbije jaren. Ik vraag u: hoe komt dat? Wat is er volgens u als minister van Landbouw de oorzaak van waarom die prijzen ineens zoveel lager liggen? Is het de kwaliteit, is het het systeem van prijsvorming? U zegt dat het de marktwerking is, vraag en aanbod. Mijn aanvoelen is dat er iets mis is met de marktwerking, dat er iets fundamenteel scheefgetrokken is.

Ik ben heel erg voorstander van coöperaties, maar het is wel erg dat op dit moment de machtsverhouding niet meer in evenwicht is, waardoor de coöperatie – het spijt me heel erg dat ik het zo moet zeggen – marktverstorend werkt. Dat heeft te maken met de prijsvorming, dat heeft te maken met de klok. Het fruit van goede kwaliteit komt niet aan de klok. Het minderwaardige fruit bepaalt de prijs en de norm voor het fruit in heel Europa, ook dat van goede kwaliteit.

Als we dat laten gebeuren en dat monopolie laten blijven bestaan, dan houden wij met Europese subsidies in stand dat een hele familiale sector kapotgemaakt wordt. Ik kan het niet duidelijker benadrukken. Ik ben heel blij dat u naar Zuid-Limburg komt. Ik hoop dat u daar ook met de fruittelers zelf gaat spreken en niet alleen met de mensen van pcfruit. Zij gaan het u zeker heel goed kunnen uitleggen. Ze hebben het mij alleszins heel duidelijk gemaakt. Er is echt iets mis.

Wat betreft de GMO-middelen voor 2020, moeten we ook ophouden om het monopolie in stand te houden. Europa zegt dat coöperaties kunnen vanaf vijf telers. In Vlaanderen moeten er veertig telers zijn en 5 miljoen euro omzet. Dan maken we het gewoon onmogelijk voor kleinere telers om zich te groeperen. Dat maakt dat we een monopolie versterken, terwijl we eigenlijk concurrentie nodig hebben. Als er concurrentie is, dan wordt de individuele fruitteler en landbouwer er beter van en wordt uiteindelijk iedereen er beter van.

Ik wil positief eindigen, maar ik wil u toch deze bezorgdheid meegeven: zorg ervoor dat morgen die sector door uw federale collega wordt erkend als sector in crisis, maar ik ben ervan overtuigd dat u dat zult doen.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Voorzitter, dit debat toont aan hoe nuttig het is geweest om deze commissie zelfstandig op te richten nadat ze gedurende jaren en jaren ingelijfd was in een andere structuur van het Vlaams Parlement. Het is een goed debat geweest dat ook de diepe elementen van wat er gebeurt en wat er zou moeten gebeuren aangesneden heeft. Ik profiteer van deze laatste mogelijkheid in deze commissie om te zeggen dat ik heel veel waardering heb voor onze voorzitter, voor het geheel van de debatten die we hebben gehad, ook voor de twee opeenvolgende collega's van het departement en voor de verplaatsingen die wij deden. Ik heb mij hier goed gevoeld in deze commissie, ofschoon, minister, deze vijf jaar hier maar 10 procent van mijn parlementair werk waren. Vorige zondag was ik 51 jaar parlementslid.

Terugkomende tot het debat: het is juist dat er een verschuiving gebeurt in de manier waarop wij tuinbouw en landbouw beoefenen. Het is evident dat die sectoren belangstelling opwekken bij andere investeerders en niet voor de klassieke investeringen die velen onder ons hebben gedaan. Ikzelf heb geaarzeld om nog een vernieuwingsaanplant te doen van perelaars. Ik heb het deze winter dan toch gedaan omdat men moet doorbijten. Men breekt zijn schuur niet af omdat er een oogst mislukt. De structurele aangelegenheden zijn van belang.

Ik steun u wat betreft uw demarche bij uw federale collega van Landbouw en uw collega van het Waalse Gewest om de situatie die we kennen aan te snijden. Een week of drie geleden was ik in Bakoe in Azerbeidzjan, voor iets helemaal anders. Ik heb daar ook kunnen praten met mensen uit Armenië en Georgië, leveranciers van fruit en groenten aan de belangrijke metropolen Moskou en Sint-Petersburg. Zelfs indien wij van tijd tot tijd accommodaties hebben gevonden om nog – als ik het zo mag zeggen, niet luidop – fruit naar Rusland te laten afvloeien, is er toch een structurele belangrijkheid, namelijk dat de sector te klein of politiek-economisch te zwak is om een soort kiezelsteen te vormen om beslissingen die genomen zijn om andere redenen, in verandering te brengen.

Wat betreft de veiling, beaam ik de twee standpunten van onze collega's Engelbosch en Robeyns. Als men dat van dichtbij bekijkt, moet men opletten dat men in dezen geen tegenstrijdige belangen teweegbrengt, die theoretisch dezelfde zijn maar de facto niet. Ik denk dat u daar voldoende informatie over hebt verzameld en nog zult verzamelen om misschien in voorkomend geval arbitrerend tussen te komen, onder meer door de toelating of de verbodsbepalingen van de korte keten die door de veilingen wordt tegengehouden, wanneer de producent zelf met een kans op een betere prijs zijn producten rechtstreeks aan de man of aan de vrouw kan brengen. Ik denk dat we dat moeten steunen en ontwikkelen, al was het maar om een klein begin van tegengewicht uit te bouwen.

Minister, de fytosanitaire begeleiding van de nieuwe uitvoermarkten die we opzoeken, ligt bij de federale minister. Die moet de aanmoediging tot het vinden van nieuwe markten coördineren en dat moet goed worden omringd door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) dat onder zijn bevoegdheid valt.

Minister, ik steun uw benadering om de sector als een sector in crisis te beschouwen. Ik ken de daling van de prijzen. Als aan deze situatie niet wordt verholpen, kan het een kantelmoment worden. Zoals alles wat als een vliegwiel begint te draaien, is dat niet meer te stoppen. Met de steun van de hele commissie wil ik u aanmoedigen om daarop aan te dringen.

In de land- en tuinbouw zijn we altijd gebonden aan omstandigheden waarover we geen zeggenschap hebben. Alles wat we kunnen doen om te begeleiden, helpen, aanmoedigen en waar het kan, verzachten, moeten we doen met de hoop op een toekomst voor de fruittelers.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Ik dank de twee vraagstellers voor hun opvolgingsvragen over deze toch wel belangrijke aangelegenheid. Ik begrijp de fruittelers die op het financiële vlak het water tot aan de lippen hebben maar al te goed. Ze horen dat er wel wordt gewerkt aan oplossingen, maar er zijn vandaag geen oplossingen en dat is natuurlijk bijzonder frustrerend. Er is vandaag geen antwoord op het probleem, namelijk de rendabiliteit van de bedrijven die in het slop zit. Die mensen kunnen dat niet blijven volhouden, maar, minister, u doet uw best. Met een kamerbrede steun proberen we hier tot oplossingen te komen op een wat langere termijn, maar dat brengt natuurlijk geen soelaas voor de mensen die vandaag in de problemen zitten.

Daarom wil ik heel uitdrukkelijk de vraag van collega Robeyns ondersteunen voor de erkenning van de fruitsector als sector in crisis. Minister, wilt u daar expliciet op aandringen? Ik kan me niet voorstellen dat minister Ducarme, met de steun van collega De Croo, niet zou ingaan op deze vraag. Het is heel belangrijk dat u dit meeneemt en uitdrukkelijk naar voren brengt.

Ik vind het nog altijd hemeltergend dat de sector en de individuele landbouwers dermate getroffen zijn door geopolitieke aangelegenheden. Dat hebben we hier ook in andere dossiers gehad, de Ruslandboycot. Het is toch onverantwoord dat Europa daar zijn verantwoordelijkheid niet in neemt. Mensen worden individueel getroffen door geopolitieke keuzes. Zelfs Europa is misschien een te kleine schaal in de kwestie Rusland versus de Verenigde Staten.

Dat leidt dus tot onheuse, onwerkelijke situaties voor onze bedrijven en dat is toch niet te verantwoorden. Minister, wilt u de commissaris die duidelijke boodschap overbrengen, dat Europa wordt verwacht zijn verantwoordelijkheid te nemen?

De coöperaties dan, beste collega's. Indertijd hebben we een buitenlandse reis gemaakt naar Nederland en daar waren we op bezoek bij een bestuurder van FrieslandCampina. Toen collega Caron een kritische vraag stelde over de coöperatie FrieslandCampina, antwoordde hij: de coöperatie, dat ben ik. Ik herhaal dat hier omdat het de mentaliteit onderstreept. Dat is eigenlijk de goede ingesteldheid. De landbouwer moet zich thuis voelen in de coöperatie. Dus moet de coöperatie de landbouwer zijn, en de landbouwer moet de coöperatie zijn. Wanneer dat niet zo is, dan is er een probleem.

Minister, u bent natuurlijk niet bij machte om daar zomaar op in te grijpen, maar u moet toch de boodschap brengen dat er meer samenwerking moet zijn tussen de landbouwers.

Als we hier reglementeringen maken over brancheorganisaties en over allerlei samenwerkingen tussen landbouwers binnen de keten, dan zal dat enkel succesvol zijn in de mate dat iedereen samenwerkt en dat er vertrouwen is tussen de partners. Als dat vertrouwen er niet is, moet er een middel worden gevonden om dat te herstellen. Dat kunnen we misschien niet doen vanuit het parlement, maar wel in het veld. Minister, ook u kunt daar een belangrijke rol in spelen door de mensen en de partners samen te brengen.

Wanneer ik hoor, ook van de telers hier op de laatste rij, dat er op een bepaald moment wordt vastgesteld dat enkel de producten van mindere kwaliteit op de veiling komen en via de klok worden verkocht, dan kan ik daar twee zaken over zeggen. Eén: de klok is misschien niet meer het goede middel om te verkopen. Twee: waar is de rest van de producten naartoe? Waarom brengen de landbouwers niet alle producten naar de veiling en de klok?

Dat zal een reden hebben. Het zal een proces zijn dat is gegroeid, en vermoedelijk is er een gebrek aan vertrouwen. Het is gigantisch belangrijk dat het vertrouwen kan worden hersteld in functie van het promoten van samenwerking in coöperaties, die belangrijk zijn om de marktpositie als individuele landbouwer mee te helpen verdedigen.

Collega Robeyns, er kan inderdaad worden gediscussieerd over de hoegrootheid die je nodig hebt om Europese steun te krijgen, maar in de filosofie van het product samen te brengen, is het logisch dat je een zeker volume moet hebben om te kunnen wegen op de markt. Dat betekent niet dat iemand die een andere weg kiest, ook een andere ondersteuning kan krijgen, maar dat is dan niet via dat mechanisme.

Het is cruciaal om in de toekomst tot oplossingen te komen. Het vertrouwen tussen de fruitteler en de coöperatie moet dringend worden hersteld. Dat is een opdracht voor de fruittelers, het is een opdracht voor de coöperatie zelf en het is misschien ook een opdracht voor de minister om als intermediair op te treden en eens aan de boom te schudden zodat men tot een betere samenwerking en tot vertrouwen kan komen.

Minister, in maart is in het Europees Parlement een Europese richtlijn voor oneerlijke handelspraktijken goedgekeurd. Er wordt verwacht dat de federale overheid dat implementeert naar Belgische regelgeving. Hoever staat het daarmee? Kunt u contact nemen met de verantwoordelijke minister Peeters om daar heel snel werk van te maken? De implementatie van die richtlijn kan ook in deze problematiek een belangrijke rol spelen.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, ik wil u en de vraagstellers graag ondersteunen en bijtreden in deze problematiek. Het is een merkwaardige situatie dat er hier grenzen aan de marktwerking worden ontdekt. Het gaat misschien over manipulatie van de markt. Als we een marktwerking willen hebben in een sector en als we daarin geloven – in deze zaak geloof ik daarin –, dan moet die ook eerlijk en correct gebeuren. Er moeten faire regels kunnen spelen in de markt. Ik heb de indruk dat sommige coöperaties – om niet diegenen te noemen waar het over gaat – de markt zelf manipuleren. Misschien is dat fout, misschien is het juist.

Mijnheer Dochy, u hebt helemaal gelijk als u het hebt over de coöperatieven. Een coöperatieve moet een echte coöperatieve zijn. Dat is een samenwerkingsverband van ons. Wij moeten ons daarmee identificeren, en het moet van ons zijn, zowel in mentaal als in zakelijk-financieel opzicht.

Daar zijn lijnen doorgeknipt en verdwenen, en dat is onaanvaardbaar. Misschien moeten we daar eens over nadenken, vooral nu met de hervorming van de vennootschapswetgeving op het federale vlak. Misschien is dat ook een gelegenheid om even te onderzoeken of daarop kan worden ingegrepen. Minister, deze hint wil ik u toch meegeven.

Het is eigenlijk ook een principieel debat aan het worden over wat we noemen ‘het familiaal landbouwbedrijf’ – neen, ik corrigeer: het onafhankelijk landbouwbedrijf. Van welke rechtsvorm het ook is, dat maakt op zich niet uit. De fruittelers die financieel onder druk komen te staan, dreigen te verdwijnen als onafhankelijk bedrijf. Dat zien we ook in andere delen van de landbouw gebeuren. Dit stelt het debat op scherp over wat een onafhankelijk landbouwbedrijf is.

Ik wil hardop zeggen dat ik daar een pleitbezorger van ben.

Tot slot is het cru te moeten vaststellen dat de Vlaamse landbouwers, de varkenshouders en de fruittelers, moeten helpen om de Krim terug aan Oekraïne te geven. Wie daarover doordenkt, moet wel cynisch worden over de politiek. Daar gaat het om. Alsof we dat op die manier zullen realiseren. Indien de Europese Commissie dergelijke beslissingen neemt, moet ze daar ook binnen de EU de prijs voor betalen. Daarenboven weten we dat we dit oorlogje ook op internationaal vlak niet zullen winnen. Jammer genoeg gaan ondertussen veel bedrijven eraan.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik wil me kort bij deze zeer interessante gedachtewisseling aansluiten. Zoals daarnet is gezegd, is het voor sommige bedrijven in de hardfruitsector geen vijf voor, maar vijf over twaalf.

Minister, het valt me op dat u zich op korte bijzonder goed hebt ingewerkt in de hele problematiek van de land- en tuinbouwsector. Uw interventies ten aanzien van de Europese Commissie en van de Federale Regering zijn van uitzonderlijk belang. Het resultaat van die beslissingen is uiteraard essentieel voor de sector. Ik zeg dat niet enkel vandaag, want ik heb dat de voorbije jaren meermaals gezegd. Voor de sector verandert dit niets op korte termijn, maar op lange termijn moeten we durven nadenken over de wijze waarop de fruitsector structureel moet evolueren om crisisbestendiger te worden. Dat wordt een opdracht voor na de vorming van de nieuwe Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering moet hier, met steun van de commissie Landbouw en in overleg met de sector, verder over nadenken.

Het is bijzonder goed dat u tijd maakt om naar Zuid-Limburg te gaan, want dat is voor de fruitsector de belangrijkste streek. Indien u nog tijd zou hebben, wil ik ook graag uitnodigen in het Waasland, waar er ook een belangrijke fruitsector is.

Mijnheer De Croo, ik dank u voor uw charmante en vriendelijke woorden, maar het heeft me een beetje verrast dat u eraan denkt te stoppen. Ik heb altijd gedacht dat u politiek onsterfelijk bent.

De voorzitter

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Dit is een interessante gedachtewisseling over de fruitsector. Het is goed dat dit in deze commissie wordt besproken en ik denk dat over alle partijgrenzen heen dezelfde boodschap sterk weerklinkt. Er moet actie worden ondernomen, maar we weten, spijtig genoeg, dat we dit niet met een vingerknip kunnen oplossen. Ik zal nog even een paar zaken overlopen.

We zullen proberen de schadevergoedingen op zeer korte termijn in orde te brengen, zodat de doorlooptijd heel kort wordt. In vergelijking met het verleden spreken we nu over een heel korte doorlooptijd. Dat is een goede zaak.

Wat de sector in crisis betreft, heb ik al verklaard dat ik morgen zal proberen federaal minister Ducarme te overtuigen. Dat zou op korte termijn leiden tot versoepelingen met betrekking tot de betaling van de socialezekerheidsbijdragen. Dit is natuurlijk geen structurele oplossing, maar het kan op tijdelijk enige soelaas bieden.

Wat de Europese steun betreft, is het heel duidelijk. Ik zie morgen Europees commissaris Hogan. Ik heb mijn voorbereiding bij me. We zullen, samen met de Federale Regering en de Waalse Regering, een aantal elementen voorstellen die we bij de Europese Commissie willen aankaarten. Dat gaat van een dashboard voor peren tot de ondersteuning van export en de exportpromotie om de verzameling van informatie en kennis door een marktobservatorium te stimuleren.

Ook dat zijn geen wonderoplossingen, maar het vormt een fundament om een goed beleid ten aanzien van de fruitsector te versterken. Natuurlijk is er ook de uitdaging om de GMO-steun verder op te volgen.

Wat het eigen actieplan hardfruit betreft, denk ik dat het belangrijk is de vinger aan de pols te houden en kort op de bal te spelen.

Ik heb de elementen opgesomd. We hebben de voorbije weken nauw overlegd. Eind april 2019 zal ik Zuid-Limburg bezoeken. Ik zal vragen om, naast de producentenorganisatie pcfruit, ook individuele telers te zien. Ik heb de boodschap gehoord in verband met het evenwicht en de coöperaties, waarover daarnet verschillende personen hebben gesproken. Ik ben absoluut bereid te proberen dat juiste evenwicht te zoeken. Ik denk dat coöperaties een krachtig instrument vormen indien dit op de juiste manier wordt toegepast en door alle spelers op de juiste manier wordt benaderd. Ik wil me hiervoor engageren. Ik probeer te bemiddelen, maar op dat vlak zijn de acties van een regering of van een minister relatief beperkt. We kunnen pleiten en mediëren, maar uiteindelijk moeten de producentenorganisaties zelf actie ondernemen. Zoals ik al heb gezegd, zullen er meer controles op de marktwerking komen. We zullen proberen een zeer proactief beleid te voeren en mensen samen te brengen om na te gaan waar er moet worden geremedieerd, zodat iedereen zich goed in zijn vel voelt. 

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Ik ben eigenlijk heel blij met deze gedachtewisseling in de commissie. Ik heb enkele maanden geleden een pittige discussie met de toenmalige minister gehad over het systeem van de veilingen. Toen was het nog een zwart-witverhaal en zou ik hebben overdreven. Nu merk ik dat de geesten zijn gerijpt en dat iedereen hier van mening is dat dit eens opnieuw moet worden bekeken. De telers moeten zich kunnen vereenzelvigen met hun producentenorganisatie. Ik ben zeer blij dat we op dat vlak op korte termijn een evolutie hebben doorgemaakt.

Minister, ik wil nog een laatste voorbeeld aanhalen dat u misschien kunt aanhalen tijdens uw gesprek met minister Ducarme en misschien zelfs met de Europese commissaris. Het gaat om de spuitproducten. Waarom moet een Vlaamse teler zijn spuitproducten significant duurder aankopen dan in Oost-Europese landen? Het gaat om exact dezelfde producten, maar blijkbaar wordt hier en daar voor een aanpassing met een milligram gezorgd. Hierdoor is een andere normering van toepassing en moet daar de ‘B’ van België opstaan. Pas dan mag het product hier worden gebruikt, waardoor het enorm veel duurder is. Dat is je reinste concurrentievervalsing binnen de EU. Hierdoor moeten onze telers duurder produceren en zijn de productiekosten voor fruit duurder dan in Oost-Europa.

Dat zijn essentiële punten. Wat we hier doen en wat hier is gezegd, is allemaal nodig en nuttig, maar die essentiële zaken moeten veranderen om onze fruitsector in de EU concurrentieel te maken. Ik hoop dat u hiermee rekening zult houden tijdens uw verdere gesprekken.

Tot slot ben ik heel blij dat u naar Haspengouw zult afzakken. Ik nodig u graag uit om tijdens uw tocht zeker de Bloesembar in Sint-Truiden, heel dicht bij pcfruit gelegen, te bezoeken.

Ik ben daar vorig jaar al geweest. Ik ben toen naar Velm gereden.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, dan nodig ik u graag uit om een fietstocht door ons dorp te maken. Ik hoop u daar te zien en ik hoop u ook bij de individuele telers te zien. (Opmerkingen van minister Koen Van den Heuvel)

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, ik vind het fantastisch tijdens de laatste commissievergadering een dergelijke unanimiteit te horen. Ik ben uiteraard blij dat u naar Zuid-Limburg komt. U moet mij daar niet zien, want u moet vooral de fruittelers zien. Ik ben zeer blij dat u die boodschap hebt begrepen. Ik ben positief en ik hoop dat de lijn zal worden doorgetrokken. Het is natuurlijk een goede zaak dat we hier allemaal plots het licht zien. Het is vijf na twaalf en iedereen zit nu plots unaniem op dezelfde lijn.

De erkenning als sector in crisis is geen enkel probleem. Elke partij is voor en dat komt, normaal gezien, morgen sowieso in orde.

Ik stel me nog wat vragen bij die exportmarkten. U hebt net verklaard dat de export vanwege het aanbod slechts 3,7 procent bedraagt. Ik ben daar niet helemaal van overtuigd. Ik denk dat er nog wat werk aan de winkel is.

Ik weet dat u niet alles kunt doen, maar u kunt wel bemiddelen om iedereen terug op dezelfde lijn te krijgen. Dat is vooral de boodschap.

Die controles over de besteding van de GMO-middelen vind ik ook heel positief, want ik denk dat die nodig zijn. Het is scheefgetrokken. Dat is gewoon de realiteit. We moeten allemaal samen, de sector, de coöperaties en de politiek, de krachten bundelen zodat er weer een evenwicht is en zodat niet alleen de coöperaties, maar ook de fruittelers zelf iets overhouden van de Europese middelen, dat in se belastinggeld is.

Wat dat systeem met die prijsvorming betreft, leg uw oor daarover te luister bij de fruitteler en probeer met wat gezond boerenverstand tot een oplossing te komen. We zijn altijd bezig over fair trade, maar dat moet ook voor onze fruittelers gelden.

Wij staan driehonderd procent achter u en wij kijken uit naar de verdere stappen die u zult nemen.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.