U bent hier

Commissievergadering

woensdag 3 april 2019, 10.00u

Voorzitter
van Bart Caron aan minister Koen Van den Heuvel
835 (2018-2019)
De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Voorzitter, minister, collega's, bomen leveren heel wat diensten aan de maatschappij, dat weten we: biodiversiteit, koolstofopslag – niet onbelangrijk in deze tijd, klimaatmildering, luchtzuivering enzovoort. Onder landbouwers, beleidsmakers en middenveldorganisaties groeide daardoor de jongste tien jaar een nieuwe interesse voor boslandbouwsystemen of agroforestry: landbouwgewassen of veehouderij doelbewust gecombineerd met de teelt van bomen op hetzelfde perceel. Er is dus innovatie in onderzoek in diverse vormen. Ik verwijs naar de vraag van daarnet van collega Vanderjeugd. Het is van een andere orde, maar ook met een innovatieve benadering.

Uit eerder onderzoek weten we reeds dat er, mits de juiste boomkeuze en mits een correct onderhoud van de boomstrook, financieel of bedrijfstechnisch voordeel gehaald kan worden uit het systeem door de boer: bescherming tegen erosie, risicospreiding door inkomsten te diversifiëren, creatie van een gunstig microklimaat met functionele biodiversiteit enzovoort.

Toch verloopt de uitrol van de agroforestry in de Vlaamse landbouw bijzonder traag. Tussen 2011, toen met de ondersteunende systemen werd gestart, en 2018 is er slechts 130 hectare boslandbouw bij gekomen. Ongeveer veertig bedrijven zijn erin actief. Ondanks het potentieel en de subsidies blijft het voor de brede landbouwsector blijkbaar een niet zo geloofwaardig verhaal. Men wacht af en kijkt de kat uit de boom.

In een recent afgeronde doctoraatsstudie brengt Lieve Borremans de verschillende barrières in beeld. Ze ziet er vijf: gebrek aan kennis en bruikbare instrumenten; onzekerheid over rendabiliteit; gebrek aan een juridisch kader; kennis en expertise sijpelt onvoldoende door; gebrek aan draagvlak. Daar wordt in de doctoraatsstudie telkens een constructief ontwikkelingstraject aan gekoppeld: investeren in onderzoek; creëren van andere verdien- en financieringsmodellen; subsidieprogramma en juridisch kader aanpassen; inzetten op communicatie en educatie; dialoog tussen de verschillende betrokkenen.

De intentie om met agroforestry aan de slag te gaan, kan volgens Borremans alleen verhoogd worden wanneer elk van de bovengenoemde ontwikkelingstrajecten geïmplementeerd wordt. Ze zegt: “De barrières kunnen effectief omgezet worden in stimuli. Maar daarvoor moeten onderzoeksinstituten, overheden, middenveldorganisaties, (landbouw)bedrijven en consumenten samen het engagement aangaan om te werken aan meer onderzoek en ontwikkeling, andere verdien- en financieringsmodellen (…).”

Minister, erkent u de meerwaarde die de agroforestry kan leveren, zowel in functie van klimaatmildering en klimaatadaptatie als in het versterken van een duurzaam en leefbaar landbouwmodel? Acht u een opschaling nuttig, wenselijk of nodig? Welke rol wilt u opnemen in het versneld wegwerken van alle barrières die een uitrol van de agroforestry in Vlaanderen bemoeilijken? Ziet u hierbij nog andere ontwikkelingstrajecten dan deze die in de doctoraatsstudie werden beschreven?

Ik ben overigens een believer van een verwevenheid van natuur en landbouw waar het kan. Daarom deze vragen.

De voorzitter

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Mijnheer Caron, dank u wel voor deze vraag. Het is duidelijk dat agroforestry als teeltsysteem over heel wat troeven beschikt. De Vlaamse Regering heeft ook al bewezen dat ze daar al jaren van overtuigd is. In 2011 is voormalig minister Kris Peeters ermee gestart, en mijn voorgangster minister Schauvliege heeft dat verdergezet.

In 2011 is een subsidieregeling gestart voor landbouwers die op hun percelen bomen planten in combinatie met een landbouwgewas. Die steunmaatregel is een financiële incentive om dit te doen en loopt nog tot en met 2020. Het zal dus een uitdaging zijn voor de volgende Vlaamse Regering, die erover zal moeten oordelen dit al dan niet voort te zetten. Mijn standpunt is dat ik absoluut overtuigd ben dat deze subsidieregeling na 2020 moet worden voortgezet. Dit is echter een punt voor de volgende Vlaamse Regering.

De meerwaarde van agroforestry als teeltsysteem situeert zich op verschillende vlakken. Het levert een bijdrage aan het uit de lucht halen van CO2 en aan de koolstoffixatie in de bodem. Bomen hebben een landschappelijke meerwaarde. De functionele agrobiodiversiteit neemt toe. Bomen zijn nuttig om wind- en watererosie te bestrijden. De productie van noten, fruit of hout is voor de landbouwers ook een vorm van inkomensdiversificatie.

Er waren aanvankelijk een aantal juridische obstakels voor landbouwers die overwogen bomen op hun percelen te planten. Zo hadden ze schrik dat ze die aangeplante bomen na verloop van tijd niet meer zouden kunnen kappen, bijvoorbeeld bij de verkoop van een perceel aan derden. Die vrees is ondertussen weggewerkt. Bomen die in verband met agroforestry worden aangeplant, zijn nu expliciet uitgesloten van het toepassingsgebied van het Bosdecreet. Dat juridisch obstakel is weggewerkt.

Mijnheer Caron, we zien dat het aantal aanplantingen van boslandbouwsystemen in Vlaanderen gestaag toeneemt. Ik leid uit uw vraagstelling af dat u vindt dat het een beetje te traag gaat en dat we een tandje moeten bij steken. We moeten deze evolutie echter met de nodige realiteitszin bekijken. Met de uitsluiting uit het toepassingsgebied van het Bosdecreet heeft de Vlaamse overheid een aantal juridische obstakels weggewerkt en we subsidiëren landbouwers die het systeem willen toepassen. Landbouwers zijn echter ondernemers die zelf beslissen wat ze waar in welke hoeveelheid produceren.

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) speelt een belangrijke rol met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling, maar ook met betrekking tot communicatie en educatie. Ik heb ILVO trouwens vorige week bezocht. Ik vind dat een heel sterke organisatie, die zeer professioneel werkt en die de innovatie in de brede landbouwsector in Vlaanderen op een goede manier aanpakt.

Met het project ‘Agroforestry in Vlaanderen’ wordt ingezet op het in kaart brengen van de mogelijkheden van deze sector in onze contreien. Potentieel geïnteresseerde landbouwers worden gestimuleerd en geïnformeerd. Nieuwe projecten worden begeleid. Daarnaast worden dit jaar meerdere masterclasses georganiseerd. Tijdens die masterclasses worden aan landbouwers en andere experts tools, opleidingen en informatie aangereikt om agroforestry in Vlaanderen te promoten.

Ik vat het nog even kort samen. We geloven in deze sector. We vinden dat deze sector moet worden gepromoot en gestimuleerd. De juridische obstakels zijn weggewerkt en de financiële incentives zijn er. Voor mijn part kan dit in 2020 minstens worden verlengd of zelfs worden versterkt. Als kennis- en onderzoeksinstelling moet ILVO natuurlijk voldoende tools aanreiken om de landbouwers die ervoor kiezen in deze sector te starten op een goede manier te begeleiden.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, het gebeurt niet vaak dat we helemaal dezelfde mening delen, maar ditmaal is het echt zo. (Opmerkingen)

Zoals u weet, is dat in de politiek allemaal tijdelijk. Ik ben blij u hierover zo positief te horen praten. Ik wil nog een kanttekening maken. Een ondernemer heeft de vrijheid te ondernemen zoals hij dat wil, maar u weet ook dat het ondersteuningsinstrument, de subsidiesystemen waarover de overheid beschikt, een sector in deze of gene richting duwt.

In die zin stel ik voor dat we daarvan in 2020 – dat is ook het moment waarop de nieuwe regering echt op tempo zal komen – een aandachtspunt maken om mee te nemen. Misschien moet daarover ook een woordje in het regeerakkoord staan. Ik vind de combinatie van landbouw en natuurversterking, die ook de landbouwsector economisch ten goede kan komen – we hebben alle factoren genoemd, ik ga ze niet herhalen – een positieve zaak. Misschien moeten we de stimuli daar wat versterken om dat te kunnen doen – dat denk ik persoonlijk ook. De argumenten zijn allemaal vermeld, en ik zou vooral de leefbaarheid voor de landbouw en de landschappelijke waarde hier nog eens extra willen ondersteunen.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

We hebben het ook gezien tijdens onze commissiereis in Italië, waar heel wat dergelijke projecten aanwezig waren. De opmars van agroforestry gaat inderdaad tamelijk gestaag, maar desalniettemin denk ik dat we hier absoluut verder op moeten inzetten, zoals collega Caron stelt, ook in de volgende legislatuur. Het kan ook alleen maar het imago van onze landbouwers ten goede komen dat klimaat en natuur toch wel partners zijn. Ik heb vorige week de cijfers ontvangen: we zien dat sinds 2015 het aantal wel verdubbeld is, maar dat de subsidies en dergelijke meer toch wel een stukje gedaald zijn, omdat er ook minder aanvragen zijn.

Minister, ik denk dat het goed is dat, zoals u het stelt, onze landbouwers ondernemers zijn die zelf moeten kunnen beslissen wat ze doen op de gronden die ze ofwel in eigendom, ofwel in pacht hebben. Het is een positieve zaak dat we er hopelijk ook in de volgende legislatuur de nodige aandacht aan kunnen geven.

Misschien nog een kleine vraag: hoe ziet u het hele verhaal van agroforestry binnen het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid 2020 (GLB)?

Jos De Meyer (CD&V)

Ik wil zelf nog heel kort tussenkomen. Ik denk dat innovatie, vernieuwing, wetenschappelijk onderzoek voor de land- en tuinbouwsector bijzonder belangrijk zijn, en dat onze grondhouding een open houding moet zijn – zoals collega Vanderjeugd bij de eerste vraag reeds formuleerde –, een open houding naar vernieuwingen. De sector moet zelf kijken naar wat implementeerbaar is.

Belangrijk voor mij is ook dat die open houding voor innovatie niet selectief is. Die bemerking wil ik nog meegeven. Ze moet er niet alleen zijn voor de projecten die ons goed uitkomen, maar het moet een grondhouding in het algemeen zijn.

Ik denk dat het leuk is, mijnheer Caron, om in deze commissievergadering een grote consensus en eenstemmigheid te horen. Zoals daarnet gezegd is, moeten we geloven in de ondernemingskracht van onze landbouwers, maar diversificatie is absoluut aan de orde. Zoals ik zei, proberen we die te ondersteunen, obstakels weg te werken, te subsidiëren.

Collega Vanderjeugd, ik denk ook dat we agroforestry absoluut moeten meenemen in het nieuwe GLB. Wij zullen dat vanuit Vlaanderen absoluut meenemen, om te zien in welke mate we via dat instrument die sector kunnen blijven stimuleren en ondersteunen.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Het is interessant voor studenten Politieke en Sociale Wetenschappen, of Landbouwwetenschappen, om de nuance in ons gesprek te analyseren. U merkt het: we zijn het eens met elkaar, maar er zijn nuances, of er zijn verbredingen, we leggen accentjes naar links of naar rechts. Ik ben ook absoluut voor innovatie en onderzoek, en ik erken de grote rol van ILVO. Maar laat ons ten gronde hopen dat we het in het kader van het nieuwe GLB inderdaad een extra duwtje kunnen geven. Collega’s, laat het niet na om het in jullie partijprogramma’s te schrijven voor de volgende verkiezingen. En voor wie straks mee onderhandelt: een half zinnetje in het regeerakkoord kan wonderen doen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.