U bent hier

De heer Ceyssens heeft het woord.

Dit is de eerste vraag om uitleg die ik u stel, minister. Ik ben wel erg verrast dat nadat ik een vraag om uitleg indiende, u gisteren al ter plaatse het antwoord ging geven. Waarvoor dank. Ik zal mijn vragen echter doseren, want als u die elke keer op die manier moet beantwoorden, dan is dat natuurlijk onmogelijk.

Ik herinner me dat toen ik in januari 2017 in de plenaire vergadering een vraag stelde over de wolf, ik wolvengeluiden te horen kreeg. Ik werd ook vergeleken met Roodkapje. Het probleem rond de wolf werd toen nogal geminimaliseerd.

Dat de wolf naar Vlaanderen komt, spreekt tot de verbeelding. Onlangs had ik nog een debat over ‘rewilding’ in Vlaanderen. Over de wolf werd daar gezegd dat dat de meer aaibare soort is, alleszins voor diegenen die hem vanop afstand bekijken. Ik hoef u niet te vertellen dat er op het terrein toch heel wat ongerustheid is ontstaan. Ik denk niet dat er mensen zijn die een probleem hebben met een wolf die in het wild leeft en zich in het wild voedt. Niemand heeft er ook een probleem mee als er daardoor wat ‘collateral damage’ is. Als daardoor bij tijd en stond een schaap sneuvelt, dan is daarvoor een schadeloosstelling voorzien. De mensen van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) erkennen dat het gedrag van de wolf echter problematisch begint te worden nu de wolf om de haverklap schapenweides gaat bezoeken. De mensen van het ANB vertellen mij dat we de wolf dringend moeten leren om zich opnieuw in het wild te voeden. Vanaf het moment dat die wolf zich permanent met schapen gaat voeden, die natuurlijk een gemakkelijke prooi zijn, zorgt dat voor grote problemen. De wolf is ook een intelligent dier. Die gaat zich niet meer doodlopen om een ree te vangen of de confrontatie met een everzwijn aan te gaan.

Ik hoef u niet te vertellen, en dat hebt u gisteren ook ter plaatse ondervonden, dat er heel wat ongerustheid is bij de schapenhouders, maar bij uitbreiding ook bij andere veehouders. Zij vragen zich af of het probleem zich alleen tot schapen zal beperken.

Daarom lanceer ik deze noodkreet. Ik heb enkele vragen voor u. U hebt gisteren natuurlijk al een aantal van die vragen beantwoord, maar ik ga ze voor de volledigheid toch stellen.

Gaat u bijkomende maatregelen nemen in het kader van de opeenvolgende wolvenaanvallen in de genoemde regio – dat was hier heel specifiek het gebied Oudsbergen, langs de grens van de stad Peer? 

Staan de financiële compensaties ook open voor andere diersoorten dan schapen? Ik denk dan niet alleen aan alpaca’s – daarop is het antwoord ‘ja’. U weet dat u zich hier in het epicentrum van Europa bevindt, waar de beste springpaarden ter wereld worden gekweekt. Dat gaat over grote bedragen, met embryo’s die meer dan 6000 euro waard zijn, zonder bijkomende kosten. Die veulens worden daar ook geboren, soms in de weide. Hoe zal de waarde van dat dier worden bepaald bij dergelijke schadegevallen?

Is er volgens de minister nood aan het opstarten van een thematische werkgroep die specifiek gericht is op de locatie waar de wolven geacht worden te verblijven? Is er binnen het INBO expertise aanwezig om te experimenteren met ultrasone halsbanden die de wolf afschrikken, zoals dat vandaag in Duitsland gebeurt? Wordt er ten slotte nog nagedacht over andere bescherming dan omheining? 

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

We hebben gisteren al een deel van de oplossing gegeven – bedankt voor de uitnodiging om de situatie op het veld waar te nemen. Ik heb de wolf – een nachtdier – daar niet opgemerkt, vermits ik overdag in Oudsbergen en Peer vertoefde.

Uw eerste vraag ging over het nemen van bijkomende maatregelen, en die hebben we gisteren kunnen toelichten. Vorige week werden we twee dagen na elkaar met een wolvenaanval geconfronteerd. Ik heb van de herder ter plaatse gehoord dat dit misschien ook te maken heeft met het feit dat de wolf actiever is bij volle maan. Ik weet niet in welke mate het testosterongehalte van de wolf tot meer activiteit leidt.

We zeggen dan wel dat de wolf welkom is in Vlaanderen en in Limburg, maar het is ook belangrijk dat het samenleven met de wolf voldoende draagvlak heeft, en dat iedereen zich daar goed bij voelt – zowel mens als dier. Daarom hebben we met het wolvenplan de voorbije maanden voldoende gesensibiliseerd en geïnformeerd. Dat was ook een van de topics van dat wolvenplan. We richten ons nu verder op preventie en schadevergoedingen.

In overleg met Oudsbergen, de stad Peer en de andere gemeenten zijn er drie infoavonden georganiseerd voor de inwoners en de land- en veehouders binnen het risicogebied. Die overlegmomenten vinden plaats in april. Er komt ook nog een demonstratiedag over wolfwerende omheiningen op het terrein.

Voorts heeft het ANB een filmpje en een infofiche uitgewerkt met de praktische aspecten van wolfwerende omheiningen. Daarin wordt ook de mogelijke plaatsing daarvan geïllustreerd. Hier zal ook heel uitgebreid over worden gecommuniceerd.

Ik wil daarbij onderstrepen dat er voor de organisatie van deze voorlichting nauw wordt samengewerkt: enerzijds tussen de Vlaamse administraties die verantwoordelijk zijn – het departement, INBO en ANB – en anderzijds met de lokale besturen en de lokale middenveldorganisaties. Het is immers van belang dat we de krachten bundelen om samen de vinger aan de pols houden, zodat we eventuele bijkomende maatregelen kunnen nemen. Ik wil dan ook de actieve lokale besturen en hun burgemeesters bedanken voor hun proactieve medewerking.

Naast voorlichting is uiteraard ook het organiseren van concrete preventie nodig. We hebben een vergoedingssysteem uitgewerkt – dat is gisteren voorgesteld – waarmee voor 80 procent kan worden tegemoetgekomen in de additionele kosten zoals bijvoorbeeld wolfwerende omheiningen. Deze regeling zal hopelijk begin april volledig operationeel zijn.

Het Natuurdecreet voorziet in de mogelijkheid om een schadevergoeding uit te betalen voor schade aan ‘vee’ door beschermde soorten. Alpaca’s, paarden, geiten, runderen, struisvogels worden beschouwd als vee en vallen dus binnen het toepassingsgebied van het Soortenschadebesluit. Volgens het Soortenschadebesluit wordt de vergoeding berekend op basis van de gemiddelde marktprijzen die gelden onmiddellijk voor de dag van het optreden van de schade. Deze berekening gebeurt door ambtenaren van het Departement Landbouw en Visserij. Om die gemiddelde marktprijs zo nauwkeurig mogelijk te kunnen berekenen, wordt met verschillende factoren rekening gehouden, waaronder de leeftijd, het geslacht, het ras, het gewicht en het stamboek. Deze aanpak zorgt voor een billijke vergoeding voor de schadelijder.

In het Wolvenplan is een platform op Vlaams niveau georganiseerd waarbinnen de globale voortgang van het Wolvenplan wordt opgevolgd en waarin de eventuele oprichting van thematische of regionale werkgroepen kan worden afgesproken. Door de sterk gelokaliseerde en specifieke noden op vlak van samenwerking, preventie en voorlichting is het evenwel belangrijk dat alle lokaal betrokken partijen gezamenlijk de aanpak en rolverdeling vorm kunnen geven in de huidige wolvenregio. Via de administratie wordt het nodige overleg gehouden tijdens de voorbereiding van de vermelde voorlichtingsacties. Deze krijgen nu prioriteit. Ik heb mijn administratie opgedragen om aansluitend op deze voorlichtingscampagne een regionaal overleg te organiseren waarop een stand van zaken en een evaluatie kunnen worden gemaakt. Zo nodig kunnen verdere initiatieven worden afgesproken en kan de lokale samenwerking ook verder worden gestructureerd en geconsolideerd. Mijn administratie zal daarbij verder instaan voor de integratie van deze lokale aanpak binnen het overleg op Vlaams niveau.

Samen met het INBO zullen we op korte termijn een proefproject ‘halsbanden’ lanceren. Het ANB en het INBO hebben via contacten met buitenlandse organisaties, administraties en onderzoeksinstellingen de ontwikkelingen rond halsbanden op de voet gevolgd, ook inzake schadepreventie. Richtlijnen en technieken die voldoende hun bruikbaarheid en effectiviteit hebben bewezen, worden meegenomen in de uitwerking van preventieve maatregelen in onze Vlaamse context. Ik denk onder meer aan de technische beschrijving van wolfwerende rasters waarbij gebruik wordt gemaakt van de praktijkervaring in het buitenland. Wat betreft de ultrasone afschrikking met halsbanden, heb ik mijn administratie de opdracht gegeven dit verder te onderzoeken en een proefopstelling uit te werken, zoals gisteren ook gemeld.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw kordate aanpak. Het feit dat u snel gevolg hebt gegeven aan een noodkreet, is in dit geval alleen maar toe te juichen. Ik ben persoonlijk ook blij dat er ten minste een project met halsbanden komt. Ik hoor dat er het nodige voorbehoud is, maar ‘the proof of the pudding is in the eating’. We zullen het maar weten als we het geprobeerd hebben, maar ik denk dat we wel verplicht zijn om het te proberen. Het lijkt me ook een maatregel die veel gemakkelijker en eenvoudiger toe te passen is dan het volledig uitrasteren van al die grote weilanden. Vandaag spreken we natuurlijk nog maar over een beperkt gebied waar we de weides zullen beschermen.

Minister, vandaag leeft er op het terrein een vrees voor de toekomst. Voor zover we weten, gaat het nog maar over twee wolven. Er wordt gesproken over eventuele uitbreidingen. Die zijn te verwachten in de maand mei wanneer er welpen zouden kunnen komen. Mensen zien dan al scenario's van wat het zal geven als er jongen zijn en als we naar een grotere populatie wolven evolueren. Binnen het INBO is er expertise aanwezig. Moeten wij gaan naar een verdere monitoring van de wolf waardoor we beter zijn doen en laten in de gaten kunnen houden? Een van de problemen vandaag is dat er heel veel vragen worden gesteld, terechte vragen, waarbij op basis van geruchten uitspraken in alle richtingen gedaan worden, niet alleen over schapen maar ook over andere diersoorten die bedreigd zijn, tot en met de vraag die mensen zich stellen of ze nog wel veilig buiten kunnen lopen. Ik denk dat het nodig is dat er wetenschappelijk werk verricht wordt. Als in de toekomst de wolf zich gaat vermenigvuldigen, moet er dan niet worden nagedacht over hoe we op een heel efficiënte manier die wolf kunnen monitoren?

Hoe onderhouden wij in de toekomst contacten met regio's waar vandaag al veel meer wolven zijn dan hier? We kunnen natuurlijk ook zelf het warm water uitvinden. Nogmaals, ik kreeg daarnet nog mails binnen over een veulen dat zou doodgebeten zijn in Duitsland. Dat zijn natuurlijk bronnen die moeilijk te verifiëren zijn. Meldingen op dat vlak moeten we heel goed opvolgen en verifiëren zodat we ons kunnen beraden op basis van degelijke bronnen.

Ten slotte heb ik nog een bekommernis omtrent de waardebepaling. Dan kom ik terug op de paardenhouderij waarover ik het in deze commissie al een aantal keer heb gehad. Die is heel erg aanwezig in deze regio. Ik heb u daarjuist horen zeggen dat alle vee onder die vergoeding valt, en dat dat bepaald wordt op basis van de marktprijs van de dag voordien. Ik wil u een anekdote vertellen. Toen destijds de stoeterij van wereldkampioen jumping Jos Lansink zich kwam vestigen in onze gemeente, zei de toenmalige ambtenaar van Land: ‘Dat bedrijf is niet leefbaar, want kijk eens wat de waarde van de paarden gisteren in Anderlecht was.’ Hij vergeleek dus even die paarden met de slachtpaarden in Anderlecht. Dat is natuurlijk de marktprijs. Hier gaat het over totaal andere bedragen. Laten we hopen dat er nooit uitkeringen zullen moeten gedaan worden, maar kan in dat geval geen systeem op poten worden gezet waarbij kosten moeten worden bewezen om aan een correcte waardebepaling te komen? Als we daar de marktprijs van de slachtpaarden gaan hanteren, dan zal dat een fractie zijn van het werkelijke bedrag.

De heer Danen heeft het woord.

Het is goed dat er maatregelen worden genomen om het draagvlak voor de wolf in Vlaanderen te verhogen. Zoals een belangrijk filosoof, een van uw voorgangers, ooit zei: ‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.’

Is er structureel overleg met bijvoorbeeld Nederland en Duitsland? U hebt een aantal voorbeelden aangehaald waar we kunnen leren van het buitenland, maar zijn er ook structurele overlegmomenten? De perimeter van de wolf is vrij omvangrijk. Die gaat zich niet beperken tot de dorps-, stads- of landsgrenzen. Is dat overleg er en op welke manier wordt dat opgevat?

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Ik ben heel enthousiast over de terugkeer van grote wilde dieren in Vlaanderen, maar au fond deel ik echt wel de bezorgdheid van collega Ceyssens. Ik ben natuurlijk een grote tegenstander van alles wat te maken heeft met afschot van grote wilde dieren, zelfs everzwijnen. Ik weet dat u niet pleit voor afschot van wolven. Ik erken dat de aanwezigheid van wolven in Vlaanderen problemen met zich kan meebrengen.

Minister, in die zin ondersteun ik de oproep om daar maximaal aandacht aan te schenken. Onlangs, nog niet zo lang geleden, was er een Soortensymposium, georganiseerd door het World Wildlife Fund (WWF) en Natuurpunt. Collega Ceyssens was daar toen ook. De beroemde Zwitserse wolvenexpert Jean-Marc Landry kwam daar toen langs. Hij doet al jaren onderzoek naar hoe je met de wolf kunt samenleven. Tijdens dat symposium had hij het vooral over de situatie in Frankrijk. Maar die is natuurlijk helemaal anders dan in Vlaanderen.

Minister, als we leren uit het buitenland, is dat natuurlijk positief. Maar Vlaanderen heeft ook een eigenheid, namelijk dat er heel veel versnippering is. Grote, uitgestrekte gebieden vinden we hier nauwelijks. In welke mate kunnen die voorbeelden uit het buitenland zomaar worden overgenomen in Vlaanderen? Is het niet noodzakelijk om een aantal oplossingen te ontwikkelen die heel eigen zijn aan ons type landschap?

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Collega’s, ik dank jullie voor de bijkomende vragen.

Ik start met de laatste twee. Ik zei het al in mijn antwoord. Er zijn internationale contacten, zowel vanuit het departement, als vanuit het ANB en het INBO, zowel met Nederland, als met Duitsland en Frankrijk. Er gebeuren verschillende plaatsbezoeken. Die mensen weten natuurlijk ook dat er geen copy-paste kan worden gedaan, dat iedere context zijn eigen kenmerken en eigen verhaal heeft. Het is geen blindelingse kopie van, maar een vertaling naar de Vlaamse situatie. Op sommige vlakken, zoals het proefproject rond de halsbanden, moet het warm water niet alleen hier worden uitgevonden, maar lijkt het mij nuttig om ook even over de grens te kijken. En dat gebeurt zowel door de administratie, als door het INBO, onze onderzoeksinstellingen. Zij gaan op een wijze manier om met die ervaringen en wijsheden.

Collega Ceyssens, wat zullen we doen indien de wolvenfamilie uitbreidt? De kans op zo’n uitbreiding is eerder groot dan klein. In het wolvenplan is er een duidelijke opvolging. Zoals ik daarnet zei, wordt er een platform opgericht om de zaak op een continue manier te monitoren, op de voet te volgen en te evalueren. In het wolvenplan werd voorzien dat de vinger aan de pols wordt gehouden en dat de zaak scherp in het oog wordt gehouden, met gepaste monitoring.

U vroeg ook naar de marktprijs. Ik kom uw bekommernis graag tegemoet, zoals ik daarnet al heb aangegeven. Wat de paarden betreft, wordt niet alleen gekeken naar de marktprijs in Anderlecht de dag voordien. Misschien hebt u daarnet niet goed opgelet, collega Ceyssens, maar wij hebben, naast leeftijd, geslacht, ras en gewicht, ook stamboek vermeld. Het is heel belangrijk dat de stamboeksportpaarden een speciale categorie vormen, voor het geval dat...  Laten we hopen dat het nooit gebeurt. De ambtenaren van ons departement zullen er rekening mee houden dat er ook stamboeksportpaarden zijn die qua prijsvorming wellicht in een andere categorie thuishoren dan het doorsneepaard op de markt in Anderlecht. 

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, ik had het woord stamboek wel gehoord. Maar er is nog een verschil tussen stamboek en commerciële waarde. Dat zou ons vandaag te ver leiden, maar ik wil daarover op een ander moment gerust nog een boompje opzetten.

Het is goed dat er snel werd gereageerd. Maar daarmee zijn we nog niet zeker dat het probleem opgelost is. Ik ben dus ook blij dat er inderdaad een heel grote bereidheid is om het probleem verder op te volgen en te monitoren.

Als de problemen blijven aanhouden, zullen we dat monitoren heel erg letterlijk moeten nemen.

In Zuid-Duitsland is het gelukt een aantal wolven een zender te laten dragen om ze te monitoren. Ik ben geen wetenschapper en ik spreek me hier niet over uit, maar misschien moeten we dit probleem van zeer nabij opvolgen, want anders zal het draagvlak voor de wolf verdwijnen. Ik ken weinig mensen die een probleem hebben met een wolf in de natuur die zich ook in de natuur voedt. Als die wolf een keer vervelt tot een ordinaire rover die langs de hoeves trekt, is dat niet meteen het beeld van een wolf die we graag in onze omgeving zien.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.