U bent hier

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, er is de voorbije jaren een soort taskforce opgestart onder voorzitterschap van vicevoorzitter Frans Timmermans, in overleg met de lidstaten en met de Europese Commissie, maar ook het Comité van de Regio’s. In die Subsidiarity Task Force werd er geadviseerd en werden heel wat aanbevelingen gedaan.

Het Comité van de Regio’s, dat zoals u weet een adviesorgaan is bestaande uit leden van lokale en regionale overheden in de EU-28, lanceerde onlangs het zogenaamde RegHub-proefproject, een netwerk van regionale hubs ter beoordeling van de uitvoering van het EU-beleid.

Het is alleszins een voordeel dat Vlaanderen deelneemt aan dit project, dat ervoor probeert te zorgen dat ervaringen van lokale en regionale overheden met betrekking tot het EU-beleid meer ingang zouden vinden in de Europese besluitvorming. We kennen natuurlijk ook de subsidiariteit. Minister-president, ik weet dat die u na aan het hart ligt, net zoals dat bij mezelf het geval is. We kunnen echter niet ontkennen dat de hele procedure met betrekking tot subsidiariteit zoals voorzien in artikel 5 van het Verdrag van Lissabon, met het ‘early warning’-systeem, het vroegwaarschuwingssysteem, toch wel bijzonder omslachtig is. Men moet dat beoordelen wanneer er een voorstel komt. Men moet dat beoordelen in de parlementen, in de nationale parlementen of in de deelstaatparlementen. Men moet dan ook in andere deelstaten naar een soort meerderheid gaan om een bepaald voorstel van de Europese Commissie te overrulen. Ik heb hier al meermaals aangekaart dat ik het goed zou vinden dat we meer aandacht zouden besteden aan de subsidiariteit. Maar anderzijds is de regeling op zich bijzonder omslachtig waardoor het moeilijk is om een subsidiariteitsadvies uit te brengen of die politieke dialoog op te starten.

Maar om terug te keren naar de vraag: er zijn aanbevelingen van de ‘subsidiarity task force’. Vlaanderen doet mee aan de uitvoering van een van die aanbevelingen, met name het zogenaamde RegHub-proefproject. Minister-president, kunt u toelichting geven over dit project? Als ik het goed voor heb, is een ambtenaar van het Departement Buitenlandse Zaken bevoegd om die RegHub op te volgen. Hoe ziet de rol eruit die Vlaanderen zal spelen in dit project? Welke verwezenlijkingen verwacht u van dit RegHub-netwerk? Ik kijk uit naar uw antwoord.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, collega Vanlouwe, onder voorzitterschap van de eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie, Frans Timmermans, werd de ‘taskforce inzake subsidiariteit, evenredigheid en minder en efficiënter optreden’ op 14 november 2017 opgericht.

De taak van de taskforce bestond erin aanbevelingen te doen over hoe de algemene principes van subsidiariteit en proportionaliteit beter kunnen worden toegepast en binnen welke beleidsdomeinen taken opnieuw kunnen worden overgedragen aan de lidstaten.

Na de publicatie van het rapport op 10 juli 2018 implementeerde het Comité van de Regio’s één concrete opvolgingsmaatregel uit de aanbevelingen van de ‘subsidiarity task force’, met name de oprichting van een netwerk van regionale hubs, RegHub. Dat is Aanbeveling 8: “(…) In het algemeen dient bij het toezicht op en de evaluatie van EU-wetgeving ten volle rekening te worden gehouden met de ervaringen van lokale en regionale overheden en hun netwerken. Het Comité van de Regio’s dient een nieuw proefnetwerk van regionale centra op te zetten ter ondersteuning van de evaluatie van de beleidsuitvoering.” Dit proefproject loopt twee jaar.

De Vlaamse overheid diende met succes een aanvraag in en maakt sinds begin dit jaar deel uit van RegHub. Samen met Vlaanderen nemen 36 andere regio’s deel aan RegHub, onder andere Noordrijn-Westfalen en Hauts-de-France. Wij zijn samen met 19 andere regio’s geselecteerd als kernlid van het proefproject. De selectie als kernlid gebeurde op basis van geografisch evenwicht, politiek en administratief engagement, en ervaring met uitvoering van EU-beleid.

Daarnaast zijn ook zeventien geassocieerde leden geselecteerd, waaronder Catalonië, Kreta en Piëmont. Deze geassocieerde leden nemen hier net als de kernleden aan deel, maar kunnen niet op de financiële steun van het Comité van de Regio’s rekenen.

Het netwerk formuleert aanbevelingen voor het beleidsniveau van de EU die zullen worden opgesteld op basis van de gebundelde input van de RegHub-leden (netwerk van regionale hubs). Die input zal door middel van schriftelijke raadpleging worden verzameld en zal vervolgens in de vorm van een zogenaamd technisch rapport via het Comité van de Regio’s aan de betrokken Europese instellingen worden bezorgd. De timing is hierbij cruciaal. Het is de bedoeling dat de rapporten worden bezorgd wanneer de betrokken instelling het bewuste regelgevende kader evalueert. De RegHub-evaluatie zal dus samenlopen met de REFIT-evaluaties (Regulatory Fitness and Performance Programme).

Daarnaast is de Europese Commissie nauw verbonden met de RegHub-werkzaamheden. De Europese Commissie denkt mee na over de structuur, de timing en de inhoud van de consultaties. Het is de bedoeling dat de antwoorden op de consultaties en de aanbevelingen bruikbaar zijn en door de Europese Commissie maximaal in rekening kunnen worden gebracht. Het secretariaat-generaal van de Europese Commissie blijft hier doorheen het proefproject bij betrokken, zodat een nauwe samenwerking en dialoog met de Europese Commissie worden verzekerd. Op die manier wordt ook de link met de ‘Betere Regelgeving’-agenda bewaakt.

Tijdens de openingssessie van 31 januari 2019 heeft de RegHub zijn werkmethode en -programma voor 2019 besproken. Dit jaar zullen de leden worden geraadpleegd over de uitvoering van Europese regelgeving inzake overheidsopdrachten, over patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg en over de luchtkwaliteit. De subsidiariteitstoets maakt hier geen deel van uit. Dit zijn voor Vlaanderen relevante thema’s. De leden krijgen ongeveer zes weken om de raadplegingen te beantwoorden. De eerste raadpleging, met betrekking tot overheidsopdrachten, wordt binnenkort verwacht.

Tijdens de viermaandelijkse vergaderingen van de RegHub wordt de Vlaamse overheid door haar eurocoördinator vertegenwoordigd. Als een van de belangrijkste leden van het proefproject zal de Vlaamse overheid een actieve en constructieve rol opnemen. Ik denk dat we, meer dan de andere RegHub-leden, grondwettelijk uitgebreide bevoegdheden hebben die nauw verweven zijn met de bevoegdheden van de EU. De Vlaamse overheid heeft ook uitgebreide ervaring met de uitvoering en de omzetting van het Europees beleid. We houden toezicht op en zijn betrokken bij de uitvoering van het Europees beleid door gemeentelijke, provinciale en andere gedecentraliseerde overheden. De Vlaamse overheid zal haar ervaring en kennis graag voor dat RegHub-project inzetten, maar onze inzet zal niet onvoorwaardelijk zijn. Mijn diensten zullen erover waken dat de RegHub wel degelijk een positief verschil maakt voor de overheden in Vlaanderen en dat de administratieve last van onze deelname tot een minimum beperkt blijft. De Vlaamse deelname aan het proefproject zal op tijd en stond worden geëvalueerd.

Ik verwacht en hoop dat het proefproject zijn vooropgestelde doelen zal waarmaken. De RegHub moet de afstand tussen de EU en het Vlaams beleidsniveau verkleinen. Het is voor mij cruciaal dat de RegHub een impact heeft op de REFIT-evaluaties en bijgevolg uiteindelijk bijdraagt tot een betere toepassing van de subsidiariteits- en proportionaliteitsprincipes. Dit kan neerkomen op de herziening, de wijziging en in ultieme gevallen de intrekking van bestaande Europese regelgeving.

Het is onze verwachting dat dit een slagkrachtig en efficiënt forum wordt. We willen er werk van maken dat de ervaringen van de regionale overheden met de uitvoering van de Europese regels op een heldere manier in kaart worden gebracht en dat op basis van die bevindingen duidelijke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd waarmee de EU aan de slag kan. Deze aanbevelingen moeten een toegevoegde waarde hebben voor de Europese beleidmakers. Ze moeten er, met andere woorden, op termijn voor zorgen dat de Europese regels beter uitvoerbaar worden en beter worden afgestemd op de noden van de regionale en eventuele lokale overheden die in het Comité van de Regio’s actief zijn.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Ik denk dat het inderdaad interessant kan zijn dat Vlaanderen in dit proefproject een bepaalde rol kan spelen. De omzetting van het EU-beleid in onze regelgeving is niet altijd gemakkelijk, maar het is ook goed dat wij dat op een efficiënte manier doen. Het is ook de bedoeling om de afstand tussen Vlaanderen en de Europese Unie te verkleinen.

Ik hoop alleen, minister-president, dat we ook rekening houden met Verklaring 51 bij het Verdrag van Lissabon. U hebt daar persoonlijk de nodige inspanningen voor gedaan. Ik weet dat het een eenzijdige verklaring is die Vlaanderen heeft toegevoegd, maar er staat ook letterlijk in dat de parlementen van de deelstaten aangezien worden als een component van de parlementen van de lidstaten. Daardoor zijn we ook iets meer dan een regio. We zweven tussen een regio, een deelstaat en een lidstaat. Ik hoop dat we in de toekomst alvast een volwaardige lidstaat zullen worden van de Europese Unie.

Ik vind de regionale hub een goed proefproject, maar anderzijds hoop ik dat we onze ambitie om voor de uitvoering van Verklaring 51 te zorgen niet opnieuw zullen tenietdoen, zodat we effectief als een component van een nationale lidstaat worden aangezien. We hebben hier dan ook verschillende Europese commissarissen ontvangen en we doen al het nodige om die Europese wetgeving en Europese verordeningen om te zetten in onze eigen decreetgeving.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik deel natuurlijk uw zorg, mijnheer Vanlouwe, maar ik denk niet dat er enig gevaar is dat via RegHub Verklaring 51 van het Verdrag van Lissabon zou gewijzigd worden. Om die te wijzigen, heb je trouwens ook een akkoord nodig van alle lidstaten. Ik heb daar tot op het laatste moment zeer zwaar voor gevochten. Toen ik minister was, heb ik gezegd dat ik niet akkoord zou gaan met dat verdrag zolang dit er niet in was opgenomen. Dat is toen ook gelukt.

De subsidiariteitstoets is een volle bevoegdheid van dit Vlaams Parlement. Daarnaast is er ook de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling in dit land die inhoudt dat Vlaanderen en het Vlaams Parlement hun akkoord moeten geven aan alle gemengde verdragen, waaronder ook de EU-verdragen. Ik denk niet dat er enig risico bestaat dat er via RegHub op eender welke manier een erosie komt van de bevoegdheden die dit parlement heeft. Het Vlaams Parlement heeft bevoegdheden die zowel binnen de Belgische constitutie zijn opgenomen als in het Verdrag van Lissabon. Verklaring 51 is opgenomen als een eenzijdige maar toch geldige verklaring, zoals er zoveel verklaringen zijn toegevoegd. In Verklaring 51 staat dat men voor België ook de parlementen van de deelstaten als nationale parlementen moet beschouwen. Dit is aanvaard als toegevoegde verklaring. Ik zal het letterlijk voorlezen als u dat wilt. “Het Koninkrijk België verduidelijkt dat, overeenkomstig zijn grondwettelijk recht, zowel de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat van het federaal parlement als de parlementaire vergaderingen van de Gemeenschappen en Gewesten in functie van de bevoegdheden die de Unie uitoefent, optreden als componenten van het nationaal parlementair stelsel of als kamers van het nationaal parlement.”

Dat is een van de redenen waarom wij van mening verschillen over een ander dossier, mijnheer Vanlouwe. (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

Mijn partij zal mij op het einde van de rit wel volgen. U zult het zien. Het is niet de eerste keer dat dat het geval is trouwens. (Opmerking van minister-president Bourgeois)

Ja, ik jaag met de fanfare op kop. Het is niet de blauwe banier, maar het hoog banier. Er zijn er nog een paar andere, maar die zijn een beetje ‘shaky’.

De vraag om uitleg is afgehandeld. 

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.