U bent hier

Mevrouw Soens heeft het woord.

Vorig jaar hielden we in juni in deze commissievergadering een gedachtewisseling over een nieuw format voor het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (JKP), omdat het huidige JKP dit jaar natuurlijk afloopt en om een goede opvolging vraagt.

Het JKP heeft volgens ons heel wat potentieel, niet het minst als instrument voor de uitwerking van een effectief geïntegreerd jeugdbeleid over alle beleidsdomeinen heen. Het lijkt me dan ook van het grootste belang dat, om die verwachtingen in te vullen, alle partners al in de vroege fases van het traject betrokken worden.

Daarom heb ik de volgende vragen. Hoe verloopt het proces van de totstandkoming van het JKP? Wie wordt daarbij specifiek betrokken? Welke timing stelt u voorop?

Op welke manier plant u een breed draagvlak te creëren voor het nieuwe JKP? Hoe zal ervoor worden gezorgd dat de andere ministers, kabinetten en departementen op de hoogte zijn én meewerken aan de inhoud en de uitvoering van het JKP? Daarmee staat of valt het ‘geïntegreerd jeugdbeleid’ uiteraard.

Wat is uw visie op het gebruik van het JKP als instrument om samenwerking te stimuleren over de beleidsdomeinen heen? Hoe plant u die visie te weerspiegelen in de totstandkoming van een nieuw JKP?

En tot slot, hoe plant u het nieuwe JKP slagkrachtig en duurzaam te maken? Worden daarvoor bijkomende middelen voorzien?

Ik besef natuurlijk dat we aan het einde van een legislatuur zitten, maar het is goed dat we ons met de commissie Jeugd en u als minister van Jeugd uitspreken over onze verwachtingen inzake het nieuwe JKP in de volgende legislatuur.

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Vorig jaar, op 18 mei, keurde de Vlaamse Regering een besluit goed betreffende het jeugd- en kinderrechtenbeleid. Meer bepaald ging het om de hervorming van het Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan dat per legislatuur de lijnen uitzet voor het beleid van kinderen en jongeren.

Met het besluit stipuleerde de Vlaamse Regering enkele wijzigingen. Zo moet de nieuwe Vlaamse Regering binnen een half jaar na het begin van de volgende regeerperiode maximaal vijf prioritaire doelstellingen bepalen voor kinderen en jongeren op basis van een omgevingsanalyse van het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Daarnaast wordt voor elk van de gekozen prioritaire doelstellingen, onder coördinatie van de Vlaamse minister bevoegd voor de jeugd vervolgens een projectplan worden opgemaakt.

De reflectiegroep jeugd- en kinderrechtenbeleid bereidt het JKP mee voor, volgt het op, schat de effecten op kinderen en jongeren in en organiseert daarover horizontaal overleg. Iedere Vlaamse minister organiseert naast de medewerking aan de prioritaire doelstellingen van het plan jaarlijks voor zijn eigen bevoegdheden een verticaal overleg jeugd- en kinderrechtenbeleid. Dit overleg toetst de specifieke beleidsinitiatieven op hun effecten voor kinderen en jongeren en hun rechten en levert input voor de beleidsbrief.

Bij de hervorming leverden heel wat organisaties zoals de Vlaamse Jeugdraad en het Kinderrechtencommissariaat uitgebreide input om het nieuwe plan te laten slagen. In juli 2018 vond over de wijzigingen van het plan eveneens een gedachtewisseling plaats in deze commissie. Daarbij was de algemene teneur dat het huidige JKP zijn verdiensten had maar dat het te veel een opsomming was en te weinig gefocust op concrete prioriteiten en zonder bijhorende budgetten. Daarom is het een goede zaak dat het nieuwe plan kiest voor concrete prioriteiten met meetbare indicatoren.

Op een Groteprioriteitendebat in april 2019 zal een selectie worden gemaakt van prioritaire complexe thema’s die het brede jeugd- en kinderrechtenveld wil opgenomen zien in het volgende JKP.

Minister, hoe verloopt de voorbereiding op het nieuwe JKP momenteel? Welke stappen zijn er reeds gezet? Op welke wijze coördineert het departement hierin en betrekt men de verschillende jeugdactoren?

Hoe zal men aan de slag gaan met de bevindingen van het Groteprioriteitendebat? Wat zijn de volgende stappen in dit proces?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Eerst beantwoord ik de meer algemene vragen over de voorbereiding en het draagvlak. Gedragenheid is inderdaad een belangrijk aandachtspunt in de voorbereiding van een goed plan – elk goed plan zou ik zeggen – om tot een goede uitvoering te komen. Die gedragenheid moet op verschillende vlakken bereikt worden. In eerste instantie gebeurt dat binnen het departement dat de opmaak coördineert. Via het sectoraal netwerk Jeugd wordt erop toegezien dat iedereen op dezelfde lijn zit en dat iedereen die nodig is een steentje kan bijdragen.

Ook de andere beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid moeten mee zijn in het verhaal. Het zijn de andere administraties die er uiteindelijk mee zullen moeten voor zorgen dat het JKP succesvol uitgevoerd wordt. Bij voorkeur is er dan ook een link met de bijdrage van de Vlaamse administratie aan het regeerprogramma, die dient als onderbouw voor de politieke beleidskeuzes in het regeerakkoord. Op die manier heeft het plan ook impact op het regeerakkoord en de verschillende beleidsnota’s.

Verder is er ook draagvlak nodig bij de uiteindelijke doelgroep, de kinderen en jongeren in Vlaanderen en in Brussel. Hiervoor zorgen hun vertegenwoordigers, bijvoorbeeld in de Vlaamse Jeugdraad, en het ‘jeugdig middenveld’ of de brede jeugdsector.

De jeugd- en kinderrechtensector wordt als bevoorrechte partner vaak bij de uitvoering betrokken. Er is ook nood aan draagvlak bij de lokale en provinciale besturen. Ook zij moeten een rol spelen in het voeren van een kwaliteitsvol Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid. Ze moeten hier, uiteraard met respect voor de subsidiariteit, bij worden betrokken. Ten slotte moet het traject dat we voor de verkiezingen lopen voldoende vertrouwen schenken, zodat de nieuwe Vlaamse Regering hier verder aan kan werken.

We werken systematisch aan dit draagvlak door middel van bevragingen en terugkoppelingen. Dit gebeurt in de omgevingsanalyse, bij de selectie van de prioritaire thema’s, in de werkgroepen en bij de uitwerking van de projectplannen. Ik zal even een overzicht geven van de stappen die tot nu toe in dit traject zijn gezet.

In oktober 2018 heeft ter voorbereiding van het nieuw JKP een reflectiegroep XL voor het eerst vergaderd. Bij deze reflectiegroep voor het jeugd- en kinderrechtenbeleid zijn alle beleidsdomeinen en vertegenwoordigers van de jeugd- en kinderrechtenbovenbouw van in het begin betrokken. De reflectiegroep komt samen op cruciale momenten in het proces. Tijdens die momenten worden op basis van de omgevingsanalyse verschillende brede thema’s geselecteerd die door de aanwezige aanspreekpunten en andere partners als prioritair worden beschouwd.

De administratie is met deze brede thema’s aan de slag gegaan. Tussen oktober 2018 en januari 2019 is met verschillende experts overleg gepleegd. In januari 2019 heeft de stuurgroep een eerste keer vergaderd. De Ambrassade, De Vlaamse Jeugdraad, het Minderhedenforum, Bataljong, het departement en andere beleidsdomeinen zijn hierin vertegenwoordigd. Het is de taak van de stuurgroep het proces te bewaken en het draagvlak binnen de eigen achterban te vergroten en te bestendigen. Er is vanuit de verschillende expertises gekeken naar de prioritaire thema’s die toen op tafel lagen.

Bij wijze van terugkoppeling, maar ook van reflectie, is de reflectiegroep XL op 5 februari 2019 een tweede maal bijeengeroepen. Toen is advies gevraagd over de tot dan toe verzamelde bevindingen en prioriteiten. Ondertussen is alle input die tijdens het hele traject is verzameld in een brochure samengevoegd. Hier werd meteen een gespreksmethodologie aan gekoppeld. Deze methodologie laat alle jeugdwerkers, leerkrachten en jeugddiensten toe om, indien ze dat wensen, zelf aan de slag te gaan met die grote prioritaire thema’s, om input te verzamelen bij de jongeren waarmee zij werken en om deze input mee te nemen naar het Groteprioriteitendebat, waarover later meer volgt. De brochure wordt langs verschillende kanalen verspreid. Na de vergadering van de reflectiegroep is de verzamelde feedback door de stuurgroep besproken en door de administratie verder verwerkt.

Op basis van het tot nu toe doorlopen proces liggen vandaag vijftien voorlopige transversale ingewikkelde problemen (TRIP’s) op tafel voor het Groteprioriteitendebat. Het zou de jeugdsector niet zijn indien het niet op deze manier zou kunnen worden benoemd. Ter voorbereiding van het Groteprioriteitendebat zal de administratie met deze vijftien TRIP’s de boer op gaan en het gesprek aangaan met de verschillende stakeholders.

Zo is de administratie op 20 maart 2019 langsgegaan bij de commissie jeugdwerk. Hoewel de leden van die commissie tijdens elke vergadering op de hoogte worden gehouden van het proces en van de stand van zaken, hebben ze op 20 maart 2019 een directer inzicht gekregen in de prioriteiten en de doelstellingen die nu op tafel liggen. Er is een oefening gemaakt waarbij is gepeild naar de toepasbaarheid van de doelstellingen in de eigen werking en naar de mate waarin het JKP een kapstok kan zijn om binnen de eigen organisatie aandacht voor bepaalde zaken te hebben. Tot slot was er toen ook ruimte om feedback te geven op wat tot nu toe op tafel ligt.

Nog recenter, op 23 maart 2019, heeft de administratie het vrijwilligersweekend van de Vlaamse Jeugdraad bezocht, waar een gelijkaardige oefening is gemaakt. De vrijwilligers hebben kennisgemaakt met het JKP en met het belang van dit plan. Ze konden vragen stellen en gingen nadien, aan de hand van de oefening, dieper in op een aantal thema’s en doelstellingen waarover ze vanuit hun eigen invalshoek konden reflecteren.

De administratie gaat verder aan de slag met de reflecties van de commissie jeugdwerk en van de vrijwilligers van de Vlaamse Jeugdraad, met als doel een aantal zaken scherper te stellen in de aanloop naar het Groteprioriteitendebat. Het is de bedoeling dat de TRIP’s tijdens het Groteprioriteitendebat op 26 april 2019 worden uitgediept en geprioriteerd. Politieke vertegenwoordigers zijn natuurlijk ook van harte welkom.

Het is in deze fase de bedoeling aan de strategische doelstellingen te werken. Er zit nog ruimte in de uitwerking van de projectplannen. De volgende Vlaamse Regering zal in het begin van de nieuwe legislatuur duidelijke keuzes moeten maken. De doelstellingen moeten strak worden afgelijnd, zodat ze een echte ambitie uitstralen. Tijdens een volgende fase zal elke prioriteit grondig worden uitgewerkt en zullen ook middelen aan elke prioriteit worden gekoppeld.

Na de keuze van de Vlaamse Regering van de vijf prioritaire transversale doelstellingen of TRIP’s zal er in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 per prioriteit een stuurgroep worden opgericht waarin de betrokken ministers en administraties zijn vertegenwoordigd. De stuurgroepen zijn verantwoordelijk voor de opmaak en de opvolging van de projectplannen. Hierdoor kunnen de verschillende betrokken beleidsdomeinen vanuit hun eigen expertise en het instrumentarium dat zij daar reeds opgebouwd hebben, invulling geven aan de projectplannen. Het zal ook cruciaal zijn dat er tijdig wordt gekeken naar de budgetten voor de uitvoering. Deze stuurgroepen zullen minstens zesmaandelijks bijeenkomen waardoor een structureel overleg bestendigd wordt.  De coördinatie zal gebeuren door de Vlaamse minister, bevoegd voor de jeugd.

Deze projectplannen vormen binnen een algehele visie op de jeugd en het jeugd- en kinderrechtenbeleid het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan voor de volgende beleidsperiode. Rekening houdend met het regeerakkoord en de verschillende beleidsnota’s, is het plan dus inderdaad een instrument om werk te maken van een transversaal jeugd- en kinderrechtenbeleid in Vlaanderen.

Om de transversaliteit van het JKP uit te dragen, moet het dan ook samen worden gelezen met de andere instrumenten voor het jeugd- en kinderrechtenbeleid. Het eerste is het verticale overleg jeugd- en kinderrechtenbeleid dat werd ingesteld met het BVR van 7 september 2018. Naast de medewerking aan de prioritaire, transversale doelstellingen heeft iedere Vlaamse minister binnen zijn bevoegdheden ook zijn eigen verantwoordelijkheid in het kader van het Vlaamse jeugd- en kinderrechtenbeleid. In het ontwerp van besluit wordt gesteld dat iedere Vlaamse minister jaarlijks voor zijn eigen bevoegdheden, ter voorbereiding van de beleidsbrief, een verticaal overleg jeugd- en kinderrechtenbeleid organiseert. Hij vraagt daarbij minstens het Kinderrechtencommissariaat, de Vlaamse Jeugdraad en de bevoegde aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid om er deel van uit te maken. Het verticale overleg toetst de specifieke beleidsinitiatieven op hun effecten voor kinderen en jongeren en hun rechten en levert input voor de beleidsbrief. De uitvoering van het JKP moet jaarlijks worden geconcretiseerd en opgevolgd via de beleidsbrieven die ook gekoppeld zijn aan de begroting, en elke minister wordt verondersteld systematisch uitvoering te geven aan het Kinderrechtenverdrag. Hierover wordt periodiek gerapporteerd aan het VN-Comité in Genève.

Het tweede instrument zijn de aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid en de reflectiegroep jeugd- en kinderrechtenbeleid. De opdrachten van dit horizontale overleg worden omschreven in het BVR van 7 september 2018.

Het derde instrument is het jongeren- en kindeffectrapport (JoKER).

Het vierde instrument is het lokaal beleid: het is belangrijk dat er nagegaan wordt hoe het JKP een instrument kan zijn waarmee de Vlaamse overheid lokale besturen kan inspireren en/of ondersteunen om aan de slag te gaan met de nieuwe thema's van het JKP.

Het is dan ook van groot belang dat het engagement dat gevraagd wordt binnen de verschillende projectplannen, effectief opgenomen wordt.

Hoe gaan we dit slagkrachtig maken? De algemene teneur in de evaluatie van het huidige jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan was inderdaad dat het JKP zijn verdiensten heeft – dat is ook zo in de commissie aan bod gekomen –, maar dat het te veel een opsomming is, dat er te weinig gefocust wordt op concrete prioriteiten en dan nog zonder bijhorende budgetten. Ook dat debat hebben we in de commissie regelmatig gehoord en gevoerd. In het nieuwe concept moet dit anders. In het besluit werd bepaald dat er per prioriteit ook budgetten zullen worden vrijgemaakt en dat gewerkt zal worden met concrete plannen van aanpak met acties, mijlpalen en resultaatsindicatoren. Het feit dat de projectplannen voor de vijf prioriteiten in stuurgroepen op hoog niveau worden uitgewerkt en opgevolgd, zal zorgen voor duurzaamheid. Bedoeling is dat de stuurgroepen worden samengesteld met vertegenwoordigers van de betrokken ministers, administraties en andere betrokkenen bij het project. Ik ben er sterk voorstander van dat er ook jeugdwerkers en vertegenwoordigers van kinderen en jongeren zelf deel van uitmaken, om goed de vinger aan de pols te houden. De stuurgroepen komen minstens zesmaandelijks bijeen. Bedoeling is dat de coördinerend minister voor Jeugd hierop toeziet.

Op een Groteprioriteitendebat van 26 april zal een selectie worden gemaakt van de prioritaire complexe thema’s die het brede jeugd- en kinderrechtenveld opgenomen wil zien in het volgende JKP. Als we gaan kijken naar wat er na het Groteprioriteitendebat zal gebeuren, kan ik u vertellen dat de administratie nog voor de verkiezingen de prioritering in de voorliggende doelen zo breed mogelijk bekend zal maken, contact zal opnemen met de studiebureaus van de politieke partijen, en fiches zal maken in de regeerbijdrage.

Naar ik verneem, zullen de Vlaamse Jeugdraad en de jeugdsector ook nog hun eigen kanalen inzetten om nog voor de verkiezingen een zo breed mogelijk draagvlak te creëren voor de gekozen prioriteiten.

Ideaal zou zijn dat de prioritaire doelstellingen voor het jeugd- en kinderrechtenbeleid terug te vinden zijn in het Regeerakkoord. In het licht daarvan wordt zo nauw mogelijk aansluiting gezocht met het werk in de verschillende ambtelijke schrijfgroepen die de bijdrage van de Vlaamse administratie aan het regeerprogramma voorbereiden.

Een tweede spoor zijn de beleidsnota’s per inhoudelijke bevoegdheid van de verschillende ministers. Het zou heel sterk zijn, mochten de vakministers in hun beleidsnota’s de beleidsopties voor het jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan erkennen en overnemen. In functie hiervan spelen de aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid van de betrokken beleidsdomeinen uiteraard een cruciale rol.

Het derde spoor is de bepaling van de vijf beleidsdomeinoverschrijdende – transversale – doelstellingen. De nieuwe minister van Jeugd zal snel in actie moeten komen om ervoor te zorgen dat de Vlaamse Regering een weloverwogen beslissing kan nemen binnen de zes maanden na de aanstelling van de regering. Wanneer de nieuwe Vlaamse Regering is aangesteld, zal zo snel mogelijk een briefing gepland worden aan de nieuwe ministers. De coördinerende administratie organiseert in overleg met de aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid in de betrokken beleidsdomeinen een informatiemoment in september. Die planning is dus al concreet gemaakt. We moeten ervan uitgaan dat het traject dat gelopen wordt voor de verkiezingen voldoende vertrouwen geniet bij de nieuwe Vlaamse Regering om op verder te werken.

De keuze van maximum vijf prioritaire, transversale doelstellingen zal reeds in november principieel gebeuren door de Vlaamse Regering. De keuze moet immers voor advies voorgelegd worden aan de Vlaamse Jeugdraad en aan het Kinderrechtencommissariaat. De bedoeling is dat de definitieve keuze begin januari 2020 duidelijk is.

In januari worden dan de stuurgroepen samengesteld en de projectplannen voor de geselecteerde doelstellingen opgemaakt. De bevoegde ministers zullen hierin, op basis van de voorzet in het administratieve luik en in overleg met kinderen, jongeren, jeugdwerk en vertegenwoordigers van andere beleidsdomeinen, zelf de acties formuleren die zullen bijdragen tot het behalen van de doelstellingen, en ze zullen het budget hiervoor vastleggen.

De eindredactie van het JKP moet rond zijn tegen 30 april 2020. Eén jaar na het begin van de regeerperiode moet het goedgekeurde JKP overhandigd worden aan het Vlaams Parlement.

U ziet: er is toch wel veel dat al heel concreet op de planning staat.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Dank u voor uw uitgebreide antwoord, minister. Ik denk dat het van belang is om, net voor het einde van de legislatuur, nog eens een stand van zaken te krijgen over het verloop van het proces. Ik heb het gevoel dat dat participatief traject wel goed aan het verlopen is. Maar ik wil wel waarschuwen: vorige keer verliep het ook goed, terwijl het JKP uiteindelijk bijna een copy-paste geworden is van de beleidsnota’s. Het zou toch jammer zijn, mocht dat opnieuw het geval zijn.

Ik wil toch ook van de gelegenheid gebruik maken om nog een aantal aandachtspunten mee te geven vanuit mijn fractie. Een aantal dingen hebt u zelf al aangehaald.

Ten eerste: de middelen. We hopen uiteraard dat er voor het JKP in aparte middelen wordt voorzien want een plan zonder middelen is natuurlijk ook maar gewoon een plan.

Ten tweede hopen we dat er specifieke indicatoren worden opgesteld – maar u hebt daar al naar verwezen – zodat we op het einde van het nieuwe JKP ook kunnen nagaan of het hebben van zo’n instrument wel degelijk het verschil heeft gemaakt om de rechten van kinderen en jongeren en het jeugdbeleid in het algemeen te verbeteren.

Ten derde hoop ik natuurlijk ook dat kinderrechten en de aanbevelingen van het VN-kinderrechtencomité heel sterk in dat JKP zitten en dat er ook een link wordt gemaakt tussen de acties die in het JKP staan en de opmerkingen van het VN-kinderrechtencomité, die uiteraard zeer terecht zijn. Ik denk dan bijvoorbeeld aan armoedebestrijding maar ook aan jongeren met een handicap.

Ten vierde: de samenwerking met andere overheden. U hebt zelf al verwezen naar het lokale niveau, en hoe gemeenten en steden met het JKP aan de slag kunnen gaan. Maar ik denk bijvoorbeeld ook aan het federale niveau want, uiteraard, als we kijken naar de aanbevelingen van het VN-kinderrechtencomité, bevinden heel wat zaken zich op het federale niveau. Ik heb in dit JKP wel vaak de link gemist tussen het federale en het Vlaamse niveau als het over jeugdbeleid en kinderrechten gaat.

Tot slot, aansluitend bij het vierde punt over die samenwerking met andere overheden, had ik in het volgende JKP ook graag een link gezien met de Europese jeugdstrategie. Ik weet niet of het de bedoeling is dat dat wordt meegenomen in het nieuwe JKP.

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Minister, ik wil u bedanken voor het feit dat u hier, op het einde van de legislatuur, nog een stand van zaken geeft van het JKP. Voor ons was het heel belangrijk dat de sector en het werkveld hier sterk bij betrokken werden. Op basis van uw antwoorden heb ik de indruk dat dat nu ook wel gebeurt, en dat er wel degelijk participatie en inspraak is van de jongeren en van het werkveld.

Gelet op de projectplannen en de bijhorende budgetten die voorzien zijn, en de samenwerking met de minister, moet er in de toekomst zeker sprake zijn van een veerkrachtig JKP. Het zal natuurlijk aan de volgende regering zijn – en dus vooral aan de minister van Jeugd – om een breed draagvlak te creëren.

Ook de betrokkenheid van alle bevoegde ministers in het regeerakkoord lijkt mij cruciaal voor de toekomst van het JKP. Ik denk dat er veel voorbereidend werk is gebeurd rond die vijftien transversale thema’s. Dat is een goede basis om op verder te gaan.

Het is jammer dat ik het misschien niet meer zal meemaken, maar dan is het voor mijn opvolger. Maar het is goed dat alles loopt, dat we weten hoe de stand van zaken nu is, en dat het werkveld zelf toch voldoende betrokken is.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het heel uitgebreide antwoord op de goede vragen van collega’s Soens en Van Eetvelde. Ik wil namens mijn fractie ook even het belang van het JKP benadrukken, en dan vooral die heel ambitieus geformuleerde doelstellingen.

Wij steunen de keuze om rond vijf prioritaire thema’s te werken. Maar we willen toch ook benadrukken dat het heel belangrijk is dat die thema’s heel ambitieus geformuleerd zijn want we mogen niet blijven steken in vijf projectplannen. Maar op basis van het antwoord van de minister hebben we daar wel vertrouwen in.

Die ambities moeten zich niet alleen vertalen in de plannen zelf, maar ook in de budgetten. De collega’s hebben dat ook aangehaald. We moeten niet alleen ambitieuze budgetten hebben om die plannen te kunnen realiseren; we moeten ook de ambitie hebben om tijdig met die budgetten te starten.

Minister, u hebt al een uitgebreid overzicht gegeven van de lopende procedure en de werkgroepen die zullen worden opgericht per prioriteit. Wat die eerste budgetten voor de uitvoering betreft, moeten we ook zien dat we de eerste begrotingsgespreksronde niet missen en dat we al zicht hebben op wat daar allemaal nodig zal zijn.

Wat het grote prioriteitendebat betreft, wil ik toch even gehoor geven aan een onduidelijkheid die ik heb opgevangen vanuit de Vlaamse Jeugdraad, over de doelstelling van die dag. We willen zoveel mogelijk mensen bij elkaar brengen, louter om de rangorde van die prioriteiten te bepalen. Maar ik denk niet dat dat de echte doelstelling moet zijn. Het voornaamste doel is dat we de expertise binnen het jeugdnetwerk bijeenbrengen, om te bekijken hoe we die ambities kunnen aanpakken en realiseren. Met de benaming alleen al – die TRIP’s – toont de jeugdsector aan dat zij heel vindingrijk zijn.

Minister, het verheugde mij dat u zelf ook verwees naar de lokale besturen, en dat u de lokale besturen mee wilt inspireren via het JKP. Nu, ik denk dat we daar verder in moeten gaan, door acties te formuleren waarop de lokale besturen kunnen intekenen. Zo kunnen ze zelf ook ondersteuning ontvangen. Dat kan natuurlijk alleen maar effectief zijn als de lokale besturen ook een plaats krijgen binnen dat JKP.

Ik was heel blij met uw gedetailleerde antwoord. We hebben heel veel vertrouwen in de methodiek die momenteel is voorgesteld, en die binnen de regering zal lopen. De CD&V-fractie gaat dat natuurlijk verder opvolgen – zowel het proces als de verdere uitwerking, en de verdere opvolging vanuit het JKP.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik dank de verschillende parlementsleden voor hun steun aan het proces. Ik ben er zeker van dat ze dat nu – en mogelijk ook in de toekomst – van zeer dichtbij zullen opvolgen, en terecht. In die zin is iedereen ook van harte uitgenodigd op het grote prioriteitendebat zelf.

Er was ook de concrete vraag over hoe we dat aan de Europese strategieën koppelen. Ik zal de administratie vragen om dat mee te nemen. Dat lijkt me niet alleen nuttig, maar ook wel nodig.

Wat is de moraal van het verhaal? De budgetten zullen natuurlijk vrij cruciaal zijn, maar na lange en af en toe wat saaie debatten over wat nu een goed JKP is en wat niet, zullen we met dit goede parlementaire werk, waarvoor dank, hopelijk die volgende stap kunnen zetten om het beleid inzake jeugdwerk en kinderrechten nog beter te maken dan het al is. Daarvoor is alles in gereedheid gebracht. Daar ben ik wel zeker van.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.