U bent hier

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Voorzitter, sinds 2001 is een perforerende neusring bij runderen verboden in Vlaanderen. Het doorboren van het tussenschot van de neus is pijnlijk en stressvol voor runderen. Ook kunnen er achteraf ontstekingen ontstaan. Een neusring geeft verder blijvende hinder. Voor stieren kan een uitzondering worden toegestaan met het oog op de veiligheid van mensen die met het dier moeten omgaan. Een neusring wordt dan ingezet als een middel om het dier te controleren en te corrigeren.

Recent berichtte de Vlaamse dienst Dierenwelzijn dat niet alle veehouders en dierenartsen blijkbaar op de hoogte zijn van de bestaande regelgeving, en bracht de dienst het neusringverbod opnieuw onder de aandacht.

Minister, op basis van welke signalen en vaststellingen concludeerde de dienst Dierenwelzijn dat de regels onvoldoende bekend zijn bij veehouders en dierenartsen? Via welke kanalen werden de veehouders en de dierenartsen opnieuw geïnformeerd? Op welke wijze worden de uitzonderingen voor stieren toegekend, en is die uitzonderingsmaatregel nog te rechtvaardigen?

Minister Weyts heeft het woord.

Het is inderdaad zo dat sinds 2001 het plaatsen van zo’n perforerende neusring enkel nog is toegestaan bij stieren, niet meer bij koeien. Het is niet zo dat er heel vaak overtredingen worden vastgesteld, en wanneer die worden vastgesteld, blijken die meestal te berusten op onwetendheid in hoofde van een veehouder. Dat is de praktijk, de empirie bij de dienst Dierenwelzijn.

Anderzijds, en dat was toch problematischer, bleek tijdens een opleiding over de dierenwelzijnsregelgeving voor dierenartsen dat ook niet alle dierenartsen zich bewust waren van een geldend verbod daarop. Daarom heeft de dienst Dierenwelzijn ook een artikel gepubliceerd daarover in de landbouwpers en in de vakbladen van dierenartsenverenigingen, om dat toch nog eens in herinnering te brengen.

Die regelgeving voorziet enkel in een verbod voor koeien. Dat is natuurlijk gebaseerd op een afweging die moet worden gemaakt. Als we dat kunnen, dan verbieden we dat gebruik van die perforerende neusringen, zoals voor koeien. Er is geen twijfel mogelijk dat dat ongemakken met zich meebrengt voor het dier. Daarentegen is er de vaststelling dat stieren echt wel heel gevaarlijk kunnen zijn, dat daar ook dodelijke ongevallen mee kunnen voorkomen. Een neusring biedt de veehouder dan een extra middel om die stier in de hand te houden en te corrigeren, en zo in functie van zijn eigen veiligheid te kunnen optreden. We moeten dus de afweging maken tussen dierenwelzijn en de veiligheid van de veehouder. In het geval van die neusring weegt het nadeel voor het dierenwelzijn niet op, denk ik, tegen het veiligheidsrisico voor de veehouder. Daar denk ik dat we dat node nog wel moeten toelaten.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw toelichting. Die recente berichten over die neusring vielen echt op, en ik ben dan ook tevreden dat uit uw antwoord blijkt dat dat niet komt omdat er veel overtredingen zijn vastgesteld, dat dat daarom opnieuw werd gecommuniceerd. Natuurlijk is elke overtreding er eentje te veel. Het op regelmatige basis toch eens herhalen van dergelijke communicatie lijkt me dus altijd nuttig en relevant.

Die perforerende neusring bij stieren moet dus niet individueel met een uitzondering worden toegekend. Acht u dat een goede werkwijze, of ziet u toch argumenten om in de toekomst te evolueren naar zo’n individuele toelating? Of veeleer argumenten contra?

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Minister, de voorbije jaren zijn heel wat ingrepen bij dieren ofwel verboden ofwel ernstig ter discussie gesteld. Het verbieden ervan is vaak nog een kwestie van het forceren van een politieke doorbraak. Denk bijvoorbeeld aan de biggencastratie. Wat die neusring betreft, ik vermoed dat dat op iets kleinere schaal gebeurt, maar ik vraag me toch nog altijd af wat nu eigenlijk anno 2019 de noodzaak van die neusring is. Ik ben het eens met collega Joosen dat men alvast al een verstrenging kan invoeren, via het moeten geven van een individuele toelating, maar is dat echt nog altijd zo noodzakelijk? Bestaan er echt geen alternatieven om stieren op een degelijke manier te behandelen?

Ik wil mij ook kort aansluiten bij de vraag en ik dank u hartelijk voor het antwoord.

Ik denk dat sensibiliseren en communicatie altijd belangrijk zijn, maar u haalde ook zeer terecht de uitzonderingsmaatregel aan die in het kader van de afweging tussen veiligheid en dierenwelzijn toch wel een belangrijk onderdeel is van de regelgeving. Diegenen die op dagelijkse basis met deze dieren werken, weten dat ze er zorgzaam mee moeten omgaan, maar weten ook dat deze dieren hun karakter hebben. Dat noopt om soms andere instrumenten in te zetten om die dieren op een zo goed mogelijke manier te begeleiden. Ik denk dat die techniek een instrument is om die dieren op een handelbare manier te begeleiden.

In die zin, minister, wil ik u bedanken om ook die afweging heel duidelijk mee te nemen en ik hoop dat er geen administratieve molen wordt opgezet en dat er geen aparte aanvraagprocedure komt. Op het moment dat maatregelen nodig zijn, moet er immers zo snel mogelijk gehandeld worden. Weliswaar is sensibilisering belangrijk en zijn dierenartsen in dezen zeer belangrijke tussenpersonen om de afweging te maken.

Minister Weyts heeft het woord.

Ik wil voor alle duidelijkheid stellen dat veehouders geen neusringen aanbrengen voor hun plezier. Er is ook geen enkel economisch nut aan verbonden; het is zelfs een extra kost. Men doet het vooral preventief en vanuit veiligheidsoverwegingen.

Als veehouders een individuele toelating zouden moeten krijgen, op welke grond gebeurt dat dan? Dat zou dan enkel kunnen op basis van vaststellingen van onhandelbaarheid of agressiviteit. Los van de procedure, gebeurt dat dan na de feiten en is het misschien al te laat. Ik ben er dus toch wel wat realistisch in. Het is niet leuk, maar wel noodzakelijk in sommige gevallen. Vanuit veiligheidsoverwegingen is het niet preventief aanbrengen van de neusring problematischer dan het overmatig gebruik ervan. Ik zie echter niet in waarom een veehouder overmatig gebruik zou maken van de mogelijkheid, als daar geen reden voor is, want het heeft geen economisch nut.

Ik zie het niet echt zitten om een procedure op te zetten omdat het niet duidelijk is op basis waarvan de toekenning zou gebeuren. Ik hoop dat we blijvend zullen kunnen inzetten op sensibilisering – we moeten duidelijk maken welke regelgeving van kracht is – en op het beperken van het nodeloze gebruik van die neusring.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, ik kan mij vinden in uw antwoord. We moeten inderdaad steeds een afweging maken tussen dierenwelzijn en de veiligheid van de veehouder. Indien er in de toekomst toch signalen komen over overmatig gebruik, dan kunnen we op dat moment nog steeds nagaan of een bijkomende individuele toelating toch nodig of wenselijk zou zijn, maar ik sluit mij wel aan bij de overwegingen die u maakt, ook die van de administratieve lasten, want die zijn voor onze land- en tuinbouwers nu al heel erg. Dat is toch ook een aspect dat de Vlaamse overheid nooit uit het oog mag verliezen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.