U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, het zal u niet verwonderen dat ik met een dergelijke vraag om uitleg kom. Al van bij het begin van deze legislatuur is dit mijn dada. Ik kijk nu op de website van het Vlaams Energie Agentschap (VEA), om vast te stellen dat de hoeveelheid groene energie in gigawattuur momenteel op 6,7 procent zit. Dat is gevalideerd op 31 december 2017. Ik vind dat niet kunnen. Het is nu maart 2019 en we hebben hier een gevalideerd cijfer van december 2017.

Minister, op basis daarvan heb ik al heel wat schriftelijke vragen gesteld om te proberen achterhalen waar bijvoorbeeld de windmolens staan. Dan krijg ik daar een antwoord op dat gaat over vermogens, maar ik krijg nooit een antwoord over wat ze hebben geproduceerd. Ik zie u nu al kijken: tja. Maar u begrijpt dat dit niet kan.

Ondertussen hebben we de stroomvoorspeller. Vanaf de indienstname van de stroomvoorspeller is dat probleem opgelost want dan kun je wel online zien wat we aan het produceren zijn. Vandaag zijn we 7,2 procent zonne- en windenergie van de totale vraag in Vlaanderen aan het produceren. Vandaag zal het waarschijnlijk vooral windenergie zijn. Ik heb al verschillende keren aangekaart dat www.energieopwek.nl dit wel kan. Waarom kunnen wij dat niet?

Ik zit nog steeds met een gebrek aan historische data. Blijkbaar is die stroomvoorspeller maar een voorspeller, en is wat men bijhoudt zogenaamd niet gevalideerd. Moeten we dan weer wachten tot de validatie van de cijfers om de exacte cijfers te krijgen? Op deze manier is het moeilijk om een beleid te vormen, want zo zit je altijd tussen twee stoelen: werk ik op basis van de stroomvoorspeller en welke gegevens daarop staan, of werk ik op basis van de cijfers die gevalideerd zijn door het VEA en de regulator, om dan te moeten concluderen dat ik veertien maanden na datum nog altijd geen gevalideerd cijfer heb? Ofwel is dat omdat dat maar één keer per jaar gebeurt, waardoor het een tijd duurt en ik lang moet wachten. Ja, dan moeten we dat systeem veranderen. Voor mij is het onbegrijpelijk dat ik daar zo lang moet op wachten.

Dat gaat niet alleen over PV-panelen, waarvan we ook weer de vermogens kennen maar niet weten over hoeveel megawattuur het gaat, tenzij zoveel maanden later. Het gaat ook over de REG-premies (rationeel energieverbruik) en andere maatregelen.

Minister, u hebt een aantal initiatieven kunnen nemen met die stroomvoorspeller.

Maar ik zit nog altijd met de discussie over de historische data waarbij ik enkel megawatt en geen megawattuur heb. Ik heb daarover verschillende vragen gesteld en daarop globale cijfers gekregen voor 2017 maar niet voor eerder. Ik kreeg globale cijfers per provincie maar niet per windproject. Ik kan dan ook niet evalueren of het aantal winduren in Limburg zoveel hoger ligt dan aan de kust of omgekeerd. We moeten veel te lang wachten op de validatie.

Minister, hoe kunnen de cijfers over de effectief geproduceerde megawattuur ter beschikking worden gesteld? Moet het altijd zo lang duren of moeten we een andere methodiek vinden waardoor we dit veel sneller kunnen valideren?

Hoe kunnen deze gegevens beter en vooral sneller verzameld en gemonitord worden? Welke stappen zult u daarvoor ondernemen?

Op welke manier kan de huidige procedure voor het verzamelen, controleren en ter beschikking stellen van cijfers performanter en sneller worden gemaakt? Welke drempels detecteert u om de informatie-uitwisseling tussen de distributienetbeheerders en het Vlaams Energieagentschap te verbeteren en te vereenvoudigen?

Naar aanleiding van deze vraag hebben we in de maand december telkens de klassieke discussie waarbij de windorganisatie zegt dat er zoveel windmolens zullen worden geplaatst in megawatt, terwijl het er volgens de communicatie van het kabinet waarschijnlijk iets meer of iets minder zullen zijn. Wanneer ik dan de cijfers op de website van het VEA bekijk, dan gaat het over gevalideerde cijfers die beduidend lager liggen. Er wordt dus maar gegoocheld met cijfers over megawatt, maar megawatt interesseert me niet, megawattuur interesseert me.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Gryffroy, het is inderdaad interessant om zeer snel de juiste cijfers te krijgen maar u zult begrijpen dat dat allemaal niet zo evident is.

Op dit ogenblik worden de officiële cijfers inzake hernieuwbare energieproductie jaarlijks gepubliceerd rond eind september. Die cijfers zijn opgebouwd uit verschillende gegevensbronnen zoals de toekenning van de groenestroomcertificaten, de jaarlijkse bevraging van de groenewarmteproducenten en andere bronnen zoals de jaarlijkse integrale milieujaarverslagen. Die cijfers en bronnen worden geanalyseerd, met elkaar vergeleken en samengevoegd door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) of Energyville in het kader van een referentietaak.

Dat dit een hele opdracht is, blijkt ook uit het feit dat Eurostat (statistical office of the European Union) de lidstaten tot eind november van het jaar de tijd geeft om deze gegevens aan te leveren. Indien het voor de lidstaten mogelijk zou zijn om deze cijfers veel vroeger aan te leveren, zou een instantie zoals Eurostat zeker dergelijke late deadline niet vastleggen. Dat is toch wel een teken aan de wand.

U had het zelf ook over de stroomvoorspeller. We publiceren voor Vlaanderen maandelijkse cijfers via de stroomvoorspeller. Die houdt rekening met de maandelijks geïnstalleerde vermogens van zonnepanelen en windturbines. Daarbij is een opsplitsing mogelijk per provincie en gemeente. De stroomvoorspeller laat toe om op elk moment de productie van de afgelopen maanden of het afgelopen jaar te ramen op basis van weermetingen zoals de zonne-instraling en de windmetingen voor de betreffende periode. De stroomvoorspeller bereikt daarmee een grote nauwkeurigheid maar kent in tegenstelling tot de cijfers in de jaarlijkse energiebalans geen gevalideerde gegevens.

De nieuwe rapporteringstermijnen voor Fluvius en het VEA over de energiepremies werden vastgelegd in het verzamelbesluit dat door de Vlaamse Regering op 30 november 2018 werd goedgekeurd. Ik zal nu op het einde van het eerste trimester kunnen beschikken over de gevalideerde cijfers voor 2018, voordien was dat pas het geval na het derde trimester.

Een verdere aanscherping van de in het Energiebesluit vastgelegde termijnen lijkt mij niet aangewezen. Dit zou de datakwaliteit te veel in het gedrang brengen.

Zoals eerder al meerdere malen gezegd in deze commissie, is de productie van hernieuwbare energie geen maatstaf voor het succes van het gevoerde energiebeleid.

Het klopt dat onze doelstelling altijd uitgedrukt wordt in gigawattuur, maar dit is natuurlijk enkel maar het product van het geïnstalleerde vermogen aan productie-installaties vermenigvuldigd met het aantal uren dat deze installaties effectief draaien. Het is hier al een paar keer gezegd dat het beleid geen impact heeft op wanneer het waait en wanneer de zon schijnt. Zoals eerder aangegeven, zijn voor de berekening van de jaarlijkse productie aan hernieuwbare energie ingewikkelde berekeningen noodzakelijk. Op dit moment lijkt het mij onmogelijk om sneller tot gevalideerde gegevens te komen. We hebben al een aantal stappen gezet om sneller tot tussentijdse inzichten te komen. De stroomvoorspeller is daar een mooi voorbeeld van.

Opnieuw: het zou allemaal zeer interessant zijn om zeer snel en zeer accuraat alle mogelijke cijfers te hebben, maar ze moeten ook heel correct zijn en ze moeten gevalideerd zijn. Het verhaal van Eurostat is een duidelijk teken aan de wand.

Mijnheer Gryffroy heeft het woord.

U spreekt over officieel 1 september. Is het dan 1 september het jaar daarna? Als het 1 september het jaar daarna is, dan is dat 1 september 2018. Dan zou ik de gegevens van 2017 moeten hebben. Als je kijkt naar groene energie in gigawattuur is het cijfer op 31 december 2017 momenteel beschikbaar. Op 30 november 2018 zouden ze moeten klaar zijn voor Eurostat.

Minister Lydia Peeters

Bij het VEA ziet u op dit moment de cijfers tot en met december 2017. U kunt ze daar nu traceren. Ze moeten uiterlijk eind november aan Eurostat ter beschikking worden gesteld.

In november van welk jaar?

Minister Lydia Peeters

2018.

Met andere woorden: ik moet nu wachten voor 2018 tot…

Minister Lydia Peeters

Zodra ze gevalideerd zijn door VITO, kunnen ze worden gepubliceerd op de website van het VEA. Ze moeten uiterlijk in november 2019 aangeleverd worden aan Eurostat.

Dan konden deze cijfers hier eigenlijk eind vorig jaar al aangepast zijn?

Minister Lydia Peeters

Neen, ze moeten eerst gevalideerd worden.

Ze zijn gevalideerd, want u moet ze op 30 november 2018 doorgeven aan Eurostat. We zijn vandaag 2019. Als u ze hebt doorgegeven aan Eurostat, dan zijn ze gevalideerd.

Minister Lydia Peeters

Die van 2017 zijn gevalideerd en doorgegeven aan Eurostat en staan op de website. Die van 2018 zijn op dit ogenblik in onderzoek wat betreft de validering.

Je zou inderdaad kunnen discussiëren over het valideren en dergelijke meer. Mijn vraag is: hoe groot is het procentuele verschil tussen gevalideerde cijfers en voorlopige cijfers? Waarom vraag ik dat? Het is cruciaal als het gaat over het kunnen voeren van een beleid. U zegt dat u maar een beleid kunt voeren op basis van gevalideerde cijfers. Dan lopen we een jaar achter. Als u zegt dat we ook een beleid kunnen voeren op basis van voorlopige cijfers, en die wijken gemiddeld een paar procent af van gevalideerde cijfers, dan kan dat wel belangrijk zijn. Ik geef een voorbeeld. Er stond in het regeerakkoord met betrekking tot windenergie dat we zouden kijken naar een gedifferentieerde aanpak. De vraag is: is het niet interessant om bijvoorbeeld windenergie aan de kust minder te ondersteunen dan in Limburg? Je kunt dat niet doen zolang je geen evolutie ziet wat betreft megawattuur of gigawattuur. Het beleid hangt af van de snelheid van het hebben van de cijfers. Die heb ik niet. De vraag is of de discrepantie zo groot is dat je geen beleid durft te voeren op basis van voorlopige cijfers.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ik kan niet specifiek aangeven wat op dit ogenblik het verschil is tussen gevalideerde cijfers en voorlopige cijfers. Ik zal dat navragen. Ik geef het voorbeeld van de REG-premies (rationeel energiegebruik). U zegt dat je geen beleid kunt voeren als je altijd gebruik maakt van cijfers die meer dan een jaar oud zijn.

Over het verhaal van Eurostat zeg ik opnieuw: we moeten ze pas in november van het daaropvolgend jaar hebben, ze moeten ook gevalideerd worden. Voor de REG-premies (rationeel energiegebruik) vragen we bijvoorbeeld wel een maandelijkse rapportage. Ook dat is niet gevalideerd, maar we denken toch dat het zeer nauw aansluit op het verhaal van de effectieve cijfers.

Met de stroomvoorspellers hebben we toch al een aantal voorlopige cijfers en zien we ook waar eventueel bijgestuurd moet worden. Maar heel specifiek, de gevalideerde cijfers, dat gebeurt één keer per jaar. Ze worden ook één keer per jaar expliciet doorgegeven door de exploitant. We kunnen daar niet sneller schakelen. We zijn daar ook gebonden, en dat geldt voor elke lidstaat, als ik opnieuw zie dat Eurostat daar toch niet aangeeft dat de deadline veel vroeger zou moeten zijn. Opnieuw, cijfers zijn heel belangrijk, en de stroomvoorspeller geeft alleszins toch al een zeer belangrijke indicatie.  

De heer Gryffroy heeft het woord.

Dat zou inderdaad een interessante studie zijn, om te zien hoe de voorlopige cijfers afwijken van de gevalideerde cijfers, zodat we meer kunnen werken rond voorlopige cijfers, en dat we ook duidelijk zeggen dat het voorlopige cijfers zijn.

Aan de andere kant zien we halfweg december wel altijd een debat over bijkomende capaciteit van zonne- en windenergie, en wordt daar volop over gecommuniceerd. Maar eigenlijk is het dan ook maar een voorlopig cijfer, waarover dan nog eens gediscussieerd wordt door de associatie en door ons. Dan kan er wel een debat zijn over het halen van onze doelstelling, omdat we waarschijnlijk zoveel megawatt geplaatst zullen hebben. Maar als het gaat over megawattuur en gigawattuur wordt er altijd geschermd met het feit dat ze nog niet gevalideerd zijn. Ik vind dat je daar dan consequent in moet zijn, en, als de discrepantie tussen gevalideerde en voorlopige cijfers niet groot zou zijn, meer met maandelijkse updates van voorlopige cijfers moet werken, zodat we die discussie niet altijd moeten voeren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.