U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

We hebben hier vandaag al een aantal decreten besproken. Vaste standaard bij al die decreten is dat we een advies krijgen van de strategische adviesraad. Vaak zijn dat heel evenwichtige en waardevolle adviezen die een correct beeld schetsten en veel informatie leveren. De raad is een orgaan met een absolute meerwaarde voor ons parlementair werk.

Met de hervorming van die raad tot de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin krijgt deze nog meer taken en wordt het echt een advies- en akkoordenorgaan.

Die nieuwe raad zou bestaan uit vier kamers: een overkoepelende intersectorale kamer en drie sectorale kamers, namelijk Vlaamse Sociale Bescherming (VSB) en Personen met een Handicap, Gezondheid en Gezin en Jongerenwelzijn.

De functie van de nieuwe raad is tweeledig, enerzijds als adviesorgaan, anderzijds als akkoordenorgaan. Het gaat dan over akkoorden tussen de Vlaamse Regering en stakeholders. De raad zal dus een belangrijke rol spelen in het uittekenen van het verdere welzijnsbeleid. Het is voorlopig nog onduidelijk hoe ze die rol zullen invullen en welke rol de verschillende sectorale kamers zullen spelen in de beslissingsprocessen. We hebben het daar al over gehad maar dit moet nog vorm en uitvoering krijgen.

Gezien de rol van de raad is het belangrijk dat die raad evenwichtig wordt samengesteld. Via een besluit van de Vlaamse Regering is de samenstelling van die verschillende kamers vastgelegd.

De mandaten binnen de raad werden verdeeld over vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers, voorzieningen of zorgverstrekkers, zorgkassen en ziekenfondsen en onafhankelijke experten. Bij de bespreking van het ontwerp van decreet heeft Groen ook gesteld dat het gebruikersperspectief meer ruimte mocht krijgen. Ik zeg niet dat er geen ruimte is, maar het mocht van ons meer ruimte krijgen in vergelijking met het gewicht van de sector. Zeker in het licht van de persoonlijke financiering, waarbij men toch steeds meer naar eigen regie gaat, leek ons dat een belangrijk aspect. Dat is echter een debat dat we hebben gehad. Waarover ik het vandaag eigenlijk vooral wil hebben, is de vraag hoe de finaliteit van die raad en de rol van de diverse kamers in die raad vorm zullen krijgen. Is daar al meer praktisch zicht op? Welke rol zullen ze concreet spelen in de besluitvorming qua welzijnsbeleid? Hoe zullen ze al dan niet akkoorden kunnen invullen? Hoe zijn de diverse kamers samengesteld? Vooral, welke criteria zijn gebruikt om die vertegenwoordigers aan te duiden? Hoe werd de representativiteit daarbij bewaakt, zodat wie daarin zit namens de werkgevers, de zorgkassen of de ziekenfondsen, representatief is voor dat onderdeel van de sector? Ledenaantallen kunnen een element zijn, of er kunnen andere elementen zijn, maar er moet worden bekeken hoe dat kan worden vastgesteld.

Minister, ik stel u deze vragen omdat het me opvalt, nog los van de raad, dat er qua samenstelling van diverse bestaande adviesorganen verschuivingen zijn en voor mij zijn die niet altijd logisch. We hebben het gehad over het adviescomité bij Kind en Gezin. Daar werd het mandaat van een aantal in mijn ogen onafhankelijke experten niet meer verlengd, werden mensen toegevoegd die zeker expertise hebben, maar wel heel sterk gelinkt zijn aan een deel van de sector, zodat men zich kan afvragen of ze niet veeleer thuishoren bij de organisatoren in de sector dan bij de onafhankelijken. Ik heb dus het gevoel dat bij de samenstelling van diverse raden de representativiteit onder druk komt. Voor mij is het belangrijk dat de onafhankelijken onafhankelijken zijn en dat de vertegenwoordigers van de sector vertegenwoordigers van de sector zijn. Er wordt uiteraard een politieke afweging gemaakt, omdat de diverse organen van die raad worden samengesteld door de regering en door u. Dat is evident, maar dat mag niet betekenen dat er echt politieke keuzes worden gemaakt en dat, zoals we in sommige organen te zien krijgen, mensen die bij een studiedienst van een partij werken, plots opduiken als voorzitters van een kamer of een raad. Dat lijkt me geen gezonde situatie. In dat licht stel ik u deze vraag, omdat ik meen dat van alle organen deze raad een van de meest belangrijke is. Ik wil dus horen wat de concrete achterliggende gedachte is geweest voor de samenstelling daarvan.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

De contouren van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, kortweg Vlaamse Raad WVG, zijn vastgelegd in het regeerakkoord. De Vlaamse Raad WVG is zowel een advies- als een akkoordenorgaan. De Vlaamse Raad WVG incorporeert de opdrachten van de Strategische Adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin (SAR WGG), wat een vereenvoudiging impliceert van het bestuurlijk landschap. De Vlaamse Raad WVG krijgt in dit kader onder andere de opdracht om adviezen te geven over voorontwerpen van decreet, voorstellen van decreet en ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Raad WVG is daarnaast ook een orgaan dat akkoorden kan sluiten. Het Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité (VESOC) diende hierbij als voorbeeld.

De Vlaamse Raad WVG is opgedeeld in drie sectorale kamers en een intersectorale kamer. Elke kamer zal een deel van het welzijns- en zorgbeleid behandelen, omschreven op basis van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen. Het gaat om de sectorale kamer Beleid Vlaamse Sociale Bescherming en Personen met een Handicap, de sectorale kamer Gezin en Jongerenwelzijn, de sectorale kamer Gezondheid en de intersectorale kamer. Die laatste sluit de akkoorden en levert de adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen die betrekking hebben op het beleid van twee of drie sectorale kamers en het beleid inzake welzijn en justitiehuizen, en beslecht bevoegdheidsconflicten tussen de sectorale kamers. De kamers zullen worden ondersteund door het secretariaat van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). Dit secretariaat wordt samengesteld door personeelsleden aangewezen door de leidend ambtenaar van de SERV. Het secretariaat is verantwoordelijk voor de administratieve en inhoudelijke ondersteuning.

De Vlaamse Raad WVG zal adviezen kunnen geven of akkoorden kunnen sluiten over het volledige WVG-beleid, met twee uitzonderingen: het beleid inzake gegevensdeling, aangezien dat wordt opgenomen door het Vlaams Agentschap voor de Samenwerking rond Gegevensdeling tussen de Actoren in de Zorg (VASGAZ) en het overleg over de loons- en arbeidsvoorwaarden met het oog op het sluiten van een Vlaams intersectoraal akkoord (VIA).

De stakeholders die vertegenwoordigd zijn in de Vlaamse raad kunnen dus op twee manieren een rol spelen in de besluitvorming in het welzijns- en zorgbeleid. Ten eerste door het leveren van adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen. Dit is een rol die de stakeholders nu al traditioneel opnemen in de diverse adviesorganen binnen WVG, namelijk in de raadgevende comités, die blijven bestaan, en tot eind december 2018 in de SAR WGG. Ten tweede kunnen de stakeholders ook een rol opnemen in de besluitvorming in het welzijns- en zorgbeleid door hun deelname aan het overleg om een akkoord te sluiten. De rol als akkoordorgaan is nieuw in het WVG-beleid; in het begin zal het ongetwijfeld voor alle partners aan de tafel wat zoeken zijn. De werking van het VESOC, waarin de Vlaamse Regering en de sociale partners rond de tafel zitten voor het sluiten van akkoorden rond sociaal-economische dossiers, kan hierbij inspirerend zijn.

De samenstelling van de verschillende kamers van de Vlaamse raad ligt, zoals u weet, grotendeels vast in het decreet. De Vlaamse Raad telt in totaal 97 leden, de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering niet meegeteld. Bij de samenstelling is gestreefd naar een evenwicht op verschillende vlakken. Er was een evenwicht in het geding tussen de vertegenwoordiging van de Vlaamse Regering, de werkgevers, de werknemers, de voorzieningen en de zelfstandige zorgverstrekkers, ziekenfondsen, zorgkassen, private uitbetalingsactoren en gebruikers. Ledenaantallen waren daarbij één element van afweging. Daarnaast speelde onder andere ook een evenwicht tussen de verschillende welzijns- en zorgsectoren.  Ook de pariteit tussen werkgevers en werknemers was een belangrijk punt. Tegenover de vier vertegenwoordigers van intersectorale werkgevers besliste de Vlaamse Regering dan ook om vier vertegenwoordigers van werknemers te plaatsen, waarvan drie vertegenwoordigers van een intersectorale vakbond en één vertegenwoordiger van een sectorale vakbond.

Ik ben het in dit verband niet eens met uw stelling dat het gebruikersperspectief weinig ruimte krijgt in de Vlaamse raad. De gebruikers zijn in elke kamer vertegenwoordigd en we hebben mechanismen voorzien, verankerd in het decreet, die ervoor zorgen dat geen enkele groep van vertegenwoordigers én geen enkele vertegenwoordiger buitenspel gezet kan worden. Het loutere aantal vertegenwoordigers waarmee een groep in een kamer aanwezig is, is overigens niet doorslaggevend voor de zeggenschap in de debatten die gevoerd zullen worden.

Ten eerste worden adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen geformuleerd in consensus. Indien er geen consensus is, wordt er gestemd en wordt de stemverhouding vermeld én kan er een minderheidsnota aan het dossier worden toegevoegd. Door die minderheidsnota kan dus ook de minderheid haar stem laten horen.

Ten tweede kan elk lid van een kamer een gemotiveerd voorstel doen om een punt op de agenda van die kamer te plaatsen

Ten derde worden ook de akkoorden gesloten in consensus. Elk lid krijgt hiermee de facto een vetorecht; niemand kan dus aan de kant worden gezet.

Ten vierde is de Vlaamse raad een erg transparant orgaan. De agenda van elke kamer alsook de ontvankelijk verklaarde agendapunten, de motivering voor een onontvankelijkheidsverklaring én de adviezen, reflecties, beleidsvoorstellen en akkoorden worden bekendgemaakt op de website van de raad.

Ten vijfde brengt de Vlaamse raad elk jaar verslag uit van haar werkzaamheden. Dit jaarverslag wordt voor 15 mei van het volgende jaar verzonden aan het Vlaams Parlement.

Tot slot wordt dit decreet drie jaar na de inwerkingtreding ervan geëvalueerd, wat een momentum creëert om de werking van de Vlaamse raad indien nodig bij te sturen.

De Vlaamse raad is ondertussen geïnstalleerd en werkt nu aan het huishoudelijk reglement, waarin haar werking en de verdeling van de dossiers over de verschillende kamers worden geconcretiseerd. Dat reglement moet dan aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Bedankt voor uw antwoord, minister. U hebt geantwoord op de meeste van mijn vragen.

Ik wil nog op een punt verder ingaan, betreffende de samenstelling. U zegt: ‘we hebben een evenwicht gehaald’. Het ledenaantal is daar een element in en er zijn nog andere elementen, zoals de pariteit tussen werkgevers en werknemers en het evenwicht tussen sectoren. Maar dat zijn zaken die in het decreet verankerd waren. In het decreet was bepaald hoeveel werkgevers en werknemers er voorzien waren. Mijn vraag ging vooral over hoe je binnen die verschillende zaken nagenoeg representativiteit kan hebben.

Bijvoorbeeld bij de werkgevers: hoe ga je bepalen welke werkgevers rond de tafel komen? Hoe ga je bij de ziekenfondsen of bij de zorgkassen bepalen welke rond de tafel komen? Hoe kan je dat zo objectief mogelijk en zo representatief mogelijk doen? Ik kan daarbij denken aan ledenaantallen, maar ik weet niet welke andere criteria zouden kunnen gelden om dat te bepalen.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Er is gekeken naar representativiteit en het aantal leden, maar er is ook gekeken dat de verschillende organisaties ook wel ergens in het geheel aan bod kunnen komen. Er is geprobeerd een zodanig beeld te maken dat degenen die vanuit de verschillende perspectieven representatief zijn voor het terrein, ergens ook wel hun plaats kunnen krijgen in die kamers.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik ga eindigen zoals ik begonnen ben. Ik vind het een heel belangrijk orgaan, aan de strategische adviesraad hebben we tot nu toe heel veel gehad, en de raad zal een heel belangrijke rol spelen. We hopen dat die goed wordt samengesteld, dat die ook slagkracht krijgt en goed werk zal kunnen leveren.

Ik denk dat we de rest met schriftelijke vragen verder kunnen opvragen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.