U bent hier

De voorzitter

Het antwoord wordt gegeven door minister Muyters.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, het is een ingewikkelde materie. U zult horen dat ik mijn vraag op een andere manier zal stellen dan ik ze neergepend heb. Er bestaat zoiets als voortschrijdend inzicht. Elke dag leert een mens iets bij.

Een aantal weken geleden hebben we gelezen in de pers dat sinds 1 januari van dit jaar inwoners van Brussel geen aanspraak meer zouden kunnen maken op de Vlaamse ondersteuningspremie (VOP), wat eigenlijk een incentive is voor werkgevers om mensen met een arbeidshandicap aan te nemen en een deel van het te verwachten productiviteitsverlies compenseert.

Het probleem daarbij was volgens de pers dat opeens 976 Brusselaars geen VOP meer zouden krijgen. Dat blijkt niet te kloppen. Het is een uitdovende maatregel. Het gaat over het niet meer kunnen vragen van een verlenging of een verhoging van die premie. Dat is dus wel een geruststelling. Maar toch heb ik nog een aantal vragen over de timing ervan.

Waarom is het op 1 januari vastgelegd? Sinds de zesde staatshervorming is het duidelijk dat de VOP een gewestmaterie is en de Vlaamse Regering moet dat dus niet geven aan Brusselaars. Dat is meteen al een stuk van het antwoord dat ik voor mijn rekening neem.

Maar door het afschaffen ervan vallen de Brusselaars enkel terug op de activa.brussels-premie, die minder voordelig is voor de Brusselaars dan de VOP omdat ze een kortere tijdsduur heeft en niet verlengbaar is. Maar erger is dat aan Franstalige zijde vanuit de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) wel nog iets bestaat, namelijk ‘le prime d’intégration’ en ‘le prime de compensation’, waardoor een Nederlandstalige Brusselaar minder ondersteuning krijgt dan een Vlaming of zelfs een Franstalige die in Vlaanderen woont en in Brussel werkt en in aanmerking komt voor een ondersteuning, en minder krijgt dan zijn Franstalige stadsgenoot en dus achteraan het rijtje komt te staan van de mogelijk aantrekkelijke werknemers.

Is die premie van de COCOF wettelijk? Ik heb vastgesteld dat dit een gewestmaterie is geworden. Is er op die manier een onwettelijke concurrentievervalsing voor Nederlandstalige Brusselaars die een arbeidshandicap hebben? Die premie schaadt volgens mij de gelijkheid tussen Nederlandstalige en Franstalige Brusselaars inzake de premie voor een arbeidshandicap.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Poschet, ik zal een beetje improviseren omdat uw vraag een beetje anders is dan uw ingediende vraag maar ik zal toch beginnen met het antwoord dat ik heb voorbereid.

Het is niet zo dat de problematiek waarmee we vandaag geconfronteerd worden haar oorsprong vindt in de huidige legislatuur. De VOP werd al in 2008 van het beleidsdomein Welzijn overgeheveld naar het beleidsdomein Werk.

In het besluit van de Vlaamse Regering over de versterking van het doelgroepenbeleid, dat op 26 oktober 2018 definitief werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering, hebben we het toepassingsgebied van de VOP geëxpliciteerd. Ik geef dit antwoord in overleg met minister Gatz. Minister Gatz en ikzelf hebben toen gemeend dat het nodig was om, gezien de opmerkingen die de Raad van State had gemaakt, te expliciteren dat de VOP een gewestbevoegdheid is.

De bevoegdheden van de gewesten en gemeenschappen worden opgesomd in de Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen, waarin staat dat persoonsgebonden materies behoren tot de gemeenschapsbevoegdheid.

De VOP, die een loonpremie is aan werkgevers voor de tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap en aan zelfstandigen, is geen persoonsgebonden materie en is bijgevolg een gewestbevoegdheid en geen gemeenschapsbevoegdheid. De Raad van State stelt dit ook in zijn advies bij voornoemd besluit van de Vlaamse Regering. Vandaar dat we toen die wijziging hebben doorgevoerd.

Volgens de Raad van State moet wel nog een territoriaal aanknopingspunt worden bepaald op basis van woonplaats of werkplaats. De Raad van State heeft daarover zelf geen inhoudelijke uitspraak gedaan. Wij hebben ervoor geopteerd om voor de VOP de woonplaats als aanknopingspunt te hanteren. Het gevolg daarvan is effectief dat Nederlandstalige Brusselaars niet meer in aanmerking komen. De band met Brussel is echter niet doorgeknipt omdat Brusselse bedrijven waarvan de werknemers wonen in het Vlaamse Gewest wel in aanmerking komen voor een VOP.

Ik weet nu niet hoe het bij de COCOF zit. Als zij voor de werkplaats zouden hebben gekozen, dan zou het kunnen… (Opmerkingen van Joris Poschet)

Dat doen wij. Wij kiezen voor de woonplaats, en dan kun je het in Brussel niet doen. Als je kiest voor de werkplaats, dan is de situatie anders. Daar kan ik dus niets over zeggen, want dat weet ik niet. Maar daardoor zou het wel verschillend kunnen zijn. Ik weet niet of het wel of niet grondwettelijk is. Daar kan ik u niet op antwoorden. Maar dat het een gewestbevoegdheid is, is wel een zekerheid.

Voor de Nederlandstalige Brusselaars bestaat wel het doelgroepenbeleid van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Zoals u zegt, werken zij met activa. Maar het is de verantwoordelijkheid van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om zelf te bepalen op welke manier zij de arbeidsgehandicapten, wonende te Brussel, ondersteunen. Ik wil er ook geen commentaar op geven. Is dat gunstiger of minder gunstig? En waarom is dat gedaan? Wij voeren daar ons beleid vanuit onze arbeidsmarktfilosofie. Zij kunnen dat doen voor hun arbeidsmarktfilosofie.

Ik heb dan ook geen contact opgenomen met mijn collega Didier Gosuin, omdat ik ervan uitga dat hij de wetgeving even goed kent als ik en weet wat er aan de gang was, ook wat betreft het doelgroepenbeleid. Wat ik wel voorzie, is een rechtstreekse communicatie aan de 817 Brusselaars met rechten op de VOP.

Voor diegenen die nu gebruik maken van de VOP – ik ben heel blij dat u dat zelf naar voren hebt gebracht – voorzien we een uitdoofscenario. Dat gaat over maximum 96 mensen. Er zijn 80 lopende dossiers en er zijn er nog 16 in onderzoek voor toekenning van een VOP. De betrokken werkgevers zullen persoonlijk geïnformeerd worden over de uiterlijke einddatum van de lopende VOP. Daarnaast heeft zowel VDAB als mijn departement informatie opgenomen op de eigen website.

Ik vat nog eens kort samen. We zijn, vooral naar aanleiding van de versterking van het doelgroepenbeleid, ingegaan op de opmerkingen van de Raad van State, waardoor we de VOP niet langer kunnen toekennen aan de personen die gehuisvest zijn in Brussel. Maar een Vlaming die in Brussel komt werken, krijgt de premie wel. Het is toch wel belangrijk om dat mee te nemen. De mensen die in Brussel wonen, moeten een beroep doen op de premie die in Brussel bestaat. Ik denk dat we op die manier tegemoetkomen aan de wetgeving. Maar we veranderen niet plots van systeem voor iedereen die vandaag in het systeem zit. Je bent immers een soort contract aangegaan met die werkgevers. En die zetten we daardoor in een uitdoofscenario.

Joris Poschet (CD&V)

Bedankt voor uw antwoord, minister. Het is positief dat er gecommuniceerd zal worden met die groep. Ik ben wel een beetje verward over de aantallen die u hebt genoemd. U zegt dat u aan 817 mensen rechtstreeks zult communiceren, maar dan zegt u dat er 96 mensen in het uitdoofscenario zitten. Wie zijn dan die andere mensen? Misschien kunt u daar nog iets over zeggen.

Wat de COCOF betreft, heb ik intussen het ontwerpadvies van de Banspa gelezen. En de Banspa, dat is de Brusselse Adviesraad van de Nederlandstalige Sociale Partners. Vroeger had dat een andere naam, maar nu is het dus Banspa. In dat advies zeggen zij dat activa.brussels nog steeds gecombineerd kan worden met de ‘prime d'intégration’ en de ‘prime de compensation’ van de Franse Gemeenschap, omdat de Franstaligen een premie voor een arbeidshandicap nog steeds beschouwen als een bijstand aan personen, en dus als een gemeenschapsmaterie. Met andere woorden, zij maken niet de reflectie dat er moet worden gekozen tussen de woonplaats en de werkplaats. Zij blijven gewoon in een gemeenschapslogica zitten.

Wat kunnen we hieraan doen, minister? Ik wil die mensen hun extra premie niet afnemen, maar het is wel een concurrentienadeel voor de Nederlandstalige personen met een arbeidshandicap in Brussel, als de Vlaamse Regering de bevoegdheden stricto sensu navolgt en als er aan Franstalige zijde, willens en wetens de uitspraken van de Raad van State, toch nog wordt vastgehouden aan het gemeenschapsaspect.

Mijn laatste vraag gaat over de arbeidsmatige activiteiten (AMA) die duidelijk wel gemeenschapsbevoegdheden zijn. Het probleem is dat er bepaald werd dat Actiris bepaalt of mensen nog toeleidbaar zijn of niet. Voor een Nederlandstalige in Brussel is het daardoor moeilijk om die AMA-stempel te krijgen. Nederlandstalige instellingen moeten bovendien met de adviezen van VDAB werken, en niet met die van Actiris.

Ik heb begrepen dat u daarover momenteel overleg pleegt. VDAB is in Brussel dus niet bevoegd om een advies ‘niet-toeleidbaar’ te geven. Dat moet Actiris doen. De Vlaamse instanties aanvaarden dan weer alleen het advies van VDAB. Er zouden onderhandelingen tussen het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest lopen om het euvel te verhelpen. Hebt u daarover een stand van zaken of kunt u zeggen hoe die gesprekken momenteel lopen? Als dat niet zo is, kan ik daar later nog op terugkomen.

Het is niet omdat je recht hebt op een VOP, dat je gaat werken. Je bent een persoon met een arbeidshandicap, maar niet elke persoon met een arbeidshandicap is aan het werk. Als je een arbeidshandicap hebt, ben je misschien ook nog niet klaar om te gaan werken en vraag je geen VOP aan.

De VOP is een premie die niet aan het individu, maar aan de werkgever wordt betaald. Het is dus een loonpremie. Daarom is het een gewestbevoegdheid en geen gemeenschapsbevoegdheid, want de premie is niet gebonden aan de persoon maar wordt aan de werkgever gegeven. De Raad van State heeft daar een duidelijke uitspraak over gedaan. Ze hebben alleen gezegd dat je het moet koppelen aan de woon- of de werkplaats. Wij hebben voor de woonplaats gekozen. Het is zowel mijn visie als die van de Vlaamse Regering en zeker ook die van minister Gatz om daarin de Raad van State te volgen. We hebben het heel menselijk gehouden met de uitdoofpremie en dergelijke meer.

In uw laatste vraag brengt u iets heel nieuws naar voren. Dat is een aspect van Werk en Welzijn samen. Omdat het een welzijnsaspect is, gaat het over een gemeenschapsbevoegdheid. Ik stel voor dat u daarover een schriftelijke vraag aan zowel minister Vandeurzen als aan mijzelf indient. Dan zullen we samen voor een antwoord zorgen.

Joris Poschet (CD&V)

Als dat antwoord nog voor het begin van het reces komt, ga ik ervoor. Dank u wel.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.