U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid werd een paar jaar geleden goedgekeurd en trad de voorbije jaren gefaseerd in werking. Tot op heden zijn er nog bepalingen die uitvoering dienen te krijgen. Een van de voornaamste doelstellingen van het decreet was om nieuwe duidelijke krijtlijnen vast te leggen om de detailhandel in Vlaanderen te organiseren. Een duidelijke visie en strategie was en is en blijft nodig. Dat is dan voornamelijk op het lokale niveau, dat nog steeds erg gedifferentieerd is.

De tendens van e-commerce valt niet te stoppen, en dat hoeft ook niet. We dienen als overheid mee op de kar te springen en waar mogelijk de gelegenheid te bieden om deze economie mee mogelijk te maken. E-commerce treft natuurlijk wel de lokale handelaar.

Wat deze detailhandel ook treft, is de spreiding van grote winkelcomplexen. Onder meer met het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid kunnen we die spreiding wat meer sturen. De rand van de steden en gemeenten lijkt nog steeds een grote aantrekkingskracht te hebben op dergelijke projecten. Meer leegstand en minder gezelligheid in de dorpskernen lijken hiervan de grootste gevolgen te zijn.

Wij ontvangen verschillende signalen met betrekking tot het voornaamste instrument om de handelskernen te beschermen. De regelgeving omtrent de geïntegreerde omgevings- en socio-economische vergunning wordt als complex omschreven en geeft ook aanleiding tot juridische betwistingen. Er is de beperkte houding van steden en gemeenten ten opzichte van het instrument van de convenant omdat de mogelijkheden relatief beperkt zijn. Gemeenten pleiten bij een concreet dossier voor kernversterking, maar worden niet concreet en zetten geen stappen om hun beleid op papier te zetten. Het integraal handelsvestigingsbeleid geeft veel bevoegdheden aan lokale besturen, maar hoe moeten zij deze op zich nemen? We krijgen signalen dat dit nog altijd aanleiding geeft tot vele vragen.

Hoe zit het met het digitale loket?

Een meer algemene opmerking die wij opvangen, is dat er bij de vergunningen zeer veel gebruik wordt gemaakt van de vierde categorie, namelijk de categorie ‘overige’. Die is zeer ruim interpreteerbaar. De andere drie zijn heel duidelijk, maar net door het beperkt aantal categorieën voelen velen zich tot de vierde geroepen. Dit is in de praktijk niet altijd evident.

Minister, hoe evalueert u het integraal handelsvestigingsbeleid tot nu toe? Welke voornaamste knelpunten ziet u?

Ziet u beterschap in het te bereiken doel, namelijk een goede lokale visie op de detailhandel, met minder leegstand? Kunt u een beeld geven van het gebruik van de instrumenten die in het decreet naar voren worden geschoven?

Hoe zou u de lokale besturen nog meer kunnen aansporen om een concreet kernversterkend beleid op papier te zetten en daarover dossiers in te dienen?

Vindt u dat er in de toepassing van de vier categorieën wijzigingen noodzakelijk zijn om tot meer duidelijkheid te komen?

De regelgeving wordt ondanks de vele inspanningen die er al gebeurd zijn nog steeds als complex ervaren. Zijn er vereenvoudigingen door te voeren? Kan digitalisering helpen bij het eenvoudiger doorlopen van de procedures?

De handhaving is door de complexiteit ook niet evident. Wat zult u nog ondernemen om dit aan te pakken?

Zal er nog werk worden gemaakt van een Vlaamse detailhandelsvisie?

In de handelskernen is het opvullen van panden niet evident en zou de opkoop vanuit het lokale bestuur voor een nieuwe dynamiek kunnen zorgen. Er zijn premies waarbij lokale besturen financieel worden gesteund bij dergelijke aankopen. Wordt dit nog verdergezet in de strijd tegen leegstand?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid (IHB) is inderdaad stapsgewijs in werking getreden en daarbij zijn ook telkens flankerende maatregelen genomen zoals het ter beschikking stellen van een handleiding. We merken dat de doelstellingen van het decreet wel aan het doordringen zijn bij de provinciale en lokale besturen. Zo hebben de vijf provincies een interprovinciale visie opgesteld, steunend op de krachtlijnen van het decreet. Ook bij de lokale besturen, en dat zien we via het Platform Centrummanagement en de thematische en regionale overlegtafels, vindt het decreet ingang in de denk- en handelswijze. Een volledige doorvertaling van wat er in het decreet staat in concrete maatregelen bij driehonderd gemeenten vraagt wel wat tijd, maar ik vind het zelf wel heel belangrijk om de autonomie van de lokale besturen te respecteren. Het is beter dat zij en niet wij dat handelsvestigingsbeleid vertalen in hun concrete situatie.

Volgens de cijfers van Locatus vermindert de toename van de leegstand, onder andere door het omzetten van handelspanden naar woonpanden. Op zich is dat logisch omdat niet elk handelspand voldoet aan de noodwendigheden van een handelspand vandaag. Vaak is het te klein, verouderd, slecht gelegen. In dat geval wordt het pand door de eigenaar, verhuurder of het lokaal bestuur omgezet in een woonpand. Steeds meer steden en gemeenten maken bovendien een detailhandelsvisie op waarin met de krimp van die handelspanden rekening wordt gehouden. Dat is een goede zaak hoewel dat bij sommige gemeenten wellicht nog beter kan.

Bij ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) als planningsinstrument merken we op dat lokale besturen meer werk maken van het aanbod aan specifieke detailhandelslocaties. Dat merken we via de adviesfunctie van het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO). Op de gelijkaardige verordeningen hebben we momenteel geen zicht, aangezien we daarbij geen adviesfunctie hebben.

In 2018 kwam het Comité voor Kleinhandel vijfmaal samen om subadvies te geven in het kader van de omgevingsvergunningen met betrekking tot handelsactiviteiten van meer dan 1000 vierkante meter voor tien aanvragen. Dat lager aantal is te verklaren door de vereenvoudigde regelgeving waardoor er minder aanvragen voor louter assortimentswijzigingen zijn.

U stelt dat het handelsconvenant als instrument weinig wordt gebruikt. Dat is ook logisch omdat dat convenant niet bedoeld was om allerlei beperkingen op te leggen op een andere manier dan de eigenlijke instrumenten van planning en vergunningen. Het convenant is nooit ontwikkeld als dagdagelijks instrument maar wel om het verschil te maken door middel van duidelijke afspraken bij nieuwe, grotere projecten die kernbedreigend zouden kunnen zijn, bijvoorbeeld op het vlak van een rationeel aanbod- en locatiebeleid, gezamenlijke initiatieven en de bekostiging daarvan, de participatie in het kernversterkend beleid, inspanningsverbintenissen van de gemeenten op het vlak van de consolidatie van het lokale handelsvestigingsbeleid.

Dat is overigens geen nieuw instrument, dat bestond vroeger al. Het is iets dat we nu juridisch meer hebben ingeburgerd. Alle bovenstaande instrumenten zijn niet nieuw, ze bestonden al langer, maar ze specifiek aanwenden voor detailhandel is wel nieuw. Het is mijn gevoel dat het gebruik ervan nog ruimer ingang moet vinden. Men moet er nog meer vertrouwd mee geraken. Er is een lange totstandkomingstijd van planningsinstrumenten. Om een RUP te veranderen mag je rekenen op twee jaar. Ik weet niet of dat de juiste norm is, maar dat is de grootteorde. Als je dat meeneemt en dan nog een delicate evenwichtsoefening hebt met de Europese Dienstenrichtlijn, dan verwacht ik toch dat de instrumenten in het handelsvestigingsbeleid ook tijd nodig hebben om echt gebruikt te worden. Ik zou durven zeggen dat we vandaag nog in een aanloopfase zitten. Het is voor vele steden en gemeenten nog wennen aan deze instrumenten en hun mogelijkheden en om ze volledig op te nemen. Vlaanderen reikt de tools aan, maar ik ben zeker dat we het erover eens zijn dat het aan de lokale besturen is om ze efficiënt te gebruiken.

Er zijn maatregelen genomen die een hefboom geven om gemeenten aan te zetten een visie uit te werken, zoals de premiestelsels gekoppeld aan een kernwinkelgebied en de fiscaliteit rond leegstaande handelspanden. Mijn administratie organiseert nu de monitoring van die visievorming om daar een beter zicht op te krijgen.

Er gaan inderdaad stemmen op dat de vierde categorie, ‘andere’, te ruim zou zijn, waardoor gemeenten minder kunnen sturen bij assortimentswijzigingen. In het decreet werd echter doelbewust gekozen voor een zo eenvoudig mogelijke indeling, waarin enkel deze categorieën werden onderscheiden die een verschillende impact hebben op de leefbaarheid van kernwinkelgebieden, duurzame mobiliteit, bereikbaarheid en handelslinten. We moeten ook vermijden om te verregaand op te delen en het geheel te detaillistisch te maken, want dan komen we tot een soort van overregulering. De indeling moet immers werkbaar blijven. Een ideale indeling zal het zeker nooit te zijn. De detailhandel evolueert steeds sneller en is een dynamisch gegeven. Daarom moet erover worden nagedacht om te werken met andere parameters binnen de vierde categorie, zoals oppervlaktenormen en mobiliteitseffecten. We wensen dit echter niet hals over kop te doen, maar willen de problematiek eerst voldoende grondig analyseren, onder andere door het oplijsten van de ervaringen van de gemeenten. Als uit de ervaring van de gemeenten blijkt door er met een open vizier naar te kijken, dat het nuttig en zinvol is en als we daardoor geen te groot detailisme en geen overregulering krijgen, dan zijn we graag bereid om te kijken wat er aan die vierde categorie wel of niet kan veranderen.

Sinds 15 januari kunnen alle dossiers, ook de niet-gemengde aanvragen, digitaal worden ingegeven in het omgevingsloket. Het leuke van de zaak is dat sinds 15 januari nog maar één dossier op papier is ingediend. Het was nodig om het zo te doen. Ik verwacht dat we daarnaast nog een aantal verbeteringen kunnen doen die de dossierbehandeling eenvoudiger zal maken, zoals het beter structureren van de beslissingsinformatie. Dit is typisch een ‘work in progress’.

Ik kom tot het uitvoeringsbesluit inzake de handhaving. U hebt daarjuist zelf gezegd dat de verschillende uitvoeringsbesluiten geleidelijk zijn getroffen. Het uitvoeringsbesluit van de handhaving is nog maar van kracht sinds 9 januari 2019.

De gewestelijke toezichthouders en de beboetingsambtenaren zijn pas aangeduid. Het is nu aan hen om hun werk te doen en ervaring op te bouwen. Het is dus te vroeg om te zeggen dat het te complex is. We geven de nodige opleidingen. Die mensen zijn goed geïnstrueerd. Ik hoop dat de uitvoering van het handhavingsbeleid nu ook echt in gang wordt gestoken.

In het Vlaamse beleidskader hebben we bewust prioriteit gegeven aan de leidraad voor gemeenten, aangezien zij het lokaal moeten waarmaken en de lokale situatie het best kennen. De Vlaamse visie zit eigenlijk al vervat in het decreet zelf. We willen in de eerste plaats dan ook nagaan hoe het lokale beleid evolueert naar aanleiding van het decreet. Als er dan verbeteringen mogelijk zijn en als we weten waar de gemeenten nog nood aan hebben, dan willen we eventueel nog iets vanuit Vlaanderen doen. Dat is de beste manier om te bepalen in hoeverre zo’n beleidskader op Vlaams niveau nodig is.

Als het over de leegstand gaat, dan kan ik u zeggen dat er nog 1,5 miljoen euro ter beschikking is. Het oorspronkelijke budget was 4 miljoen euro, en er is nog 1,5 miljoen ter beschikking voor de doorlopende oproep ‘Aankoop handelspanden’. Gemeenten kunnen – en dat is toch niet niks – voor 30 procent gesubsidieerd worden voor de aankoop van panden in het kernwinkelgebied, de renovatie ervan en het beschikbaar stellen van de panden op de privémarkt. De oproep loopt tot de middelen zijn opgebruikt. Alles bij elkaar zie ik dat daar relatief weinig gemeenten gebruik van hebben gemaakt, maar we hebben nog altijd een budget en de oproep blijft lopen tot de middelen op zijn. Ik denk dat het vandaag te vroeg is om te evalueren of we dit daarna wel of niet moeten verderzetten omdat er van de 4 miljoen euro nog 1,5 miljoen euro over is.

An Christiaens (CD&V)

Dank u voor uw heel uitgebreide antwoord. Het is nuttig om een korte evaluatie te maken van het decreet, die wel to the point is. U vermeldde heel wat data die begin dit jaar nog niet bekend waren en die ik zelf ook nog niet kende. Ik vind het heel interessant dat de recente digitalisering goed loopt en werkt.

Over de handhaving zal het moeilijk zijn om nu al iets te zeggen omdat de mensen nu pas opgeleid en geïnstrueerd worden.

Het klopt dat we dat z’n tijd moeten geven. Ook voor de steden en gemeenten is dit een misschien wat lange aanloopfase. De nieuwe legislatuur vormt langs de ene kant een scharniermoment, maar kan er langs de andere kant ook voor zorgen dat het beleid op sommige plaatsen nu even stilligt omdat de nieuwe besturen zich nog aan het herorganiseren zijn.

Ik ben het zeker met u eens dat we niet mogen raken aan de lokale autonomie van steden en gemeenten. We moeten de visie en de tools aanreiken, uiteraard op maat.

Wat is de timing van de monitoring die er loopt? Wat wordt er dan gemonitord? Wat is daarvan het doel?

Ik vroeg me ook af of het interessant kan zijn om naar een coachingstraject te gaan. Als steden en gemeenten een dossier opmaken en indienen, zouden zij een coachingstraject kunnen volgen als een vorm van ondersteuning. Dat kan interessant zijn om steden en gemeenten, los van de vele initiatieven die er al worden genomen, vertrouwd te maken met alle tools. Ze kunnen dan op maat een coachingstraject aanvragen en volgen voor die specifieke handelskern of die specifieke gemeente.

Ik dacht bovendien dat de aankoop van handelspanden succesvoller was, misschien omdat mijn eigen stad daarvoor al een aantal aanvragen heeft ingediend.

Ik zal het morgen meenemen in de bespreking van onze begroting: dat het tijd is om nog wat dossiers in te dienen omdat er nog budgetten zijn. Dat zijn flankerende maatregelen die op relatief korte termijn effect kunnen hebben in een handelskern. Wij hebben in Tongeren twee dossiers. Dat is een relatief kleine stad. Als ik zie welke dynamiek dat op relatief korte termijn in die handelskern geeft en hoe er op die manier een zwakke plek is uitgehaald, dan denk ik dat dat meer in de verf moet worden gezet. Minister, denkt u dat de voorwaarden te streng zijn? Wat is de reden dat er weinig op wordt ingegaan? Moet daar meer op worden ingezet? Hebt u naast deze flankerende maatregelen, nog andere concrete ideeën of suggesties?

De bedoeling van de monitoring is om een beter zicht te krijgen of er in de driehonderd gemeenten al een visie werd ontwikkeld, welke instrumenten daarbij worden gebruikt en wat er nog ontbreekt. Dat is meteen een antwoord op uw laatste vraag aan welke instrumenten ik nog denk. Laten we er eerst vanuit die monitoring een beter zicht op krijgen. De concrete timing ken ik niet van buiten. Ik zal het even nakijken en aan de commissiesecretaris overmaken.

Het element van de coaching vind ik zeker geen slecht idee. Mocht uit de monitoring naar voren komen dat er nog te weinig kennis van de instrumenten is, is een coaching misschien wel een goed element. Ik neem dat mee bij de beoordeling van de monitoring.

Wat betreft de aankoop van handelspanden, zijn er echt weinig gemeenten die daar een beroep op doen. De gemeenten die er een beroep op doen, vinden het een prachtig instrument. Een van die gemeenten – ondertussen is uw collega mijn collega geworden – heeft gevraagd om het maximumbudget per gemeente omhoog te trekken. Ik heb dat gedaan. Het budget waarop per gemeente een beroep kan worden gedaan, is opgetrokken. Dat is effectief een succes. Die gemeenten die er gebruik van maken, vinden het blijkbaar wel een goed instrument, maar er zijn er relatief weinig die er gebruik van maken. Opnieuw, ook dat wil ik graag meenemen in de monitoring en evaluatie.

An Christiaens (CD&V)

Minister, dank u wel om dat allemaal mee te nemen. Ik hoop dat ook ik dit volgend jaar zal evalueren.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.