U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Voorzitter, collega's, in 2016 was het nog mogelijk de theorie-examens met behulp van een tolk in meer dan dertig verschillende talen af te leggen. Vanaf 1 maart 2017 kunnen kandidaten in het Vlaamse Gewest enkel nog hun theorie-examen afleggen in het Nederlands of met bijstand van een beëdigd tolk Frans, Duits of Engels.

Mensen in het Antwerpse spraken me hierover aan. Ik ben gaan opzoeken in welk decreet dit staat, want ik dacht dat ik per vergissing iets had goedgekeurd. Gelukkig niet, want het is met een uitvoeringsbesluit gebeurd. U kondigt op uw website zeer trots aan dat u zult snoeien in het tolkensysteem bij het rijexamen. U zegt: “Engels, Frans en Duits zijn de mogelijkheden die nog worden aangeboden. We stoppen met Urdu, Farsi en een twintigtal andere talen. We verlichten zo de organisatielast voor rijexamencentra.” Ik neem aan dat dus de organisatielast voor rijexamencentra intussen verlicht is. Ik weet niet of u een evaluatie hebt gemaakt van deze beslissing.

In Brussel is het echter wel nog mogelijk het theoretisch rijexamen af te leggen in andere talen, dankzij de invoering van een nieuw vertaalsysteem. Het gaat om een geïnformatiseerde vertaling met vooraf opgenomen audio-opnames van verschillende vragen van het examen. Het lijkt me een beetje ingewikkeld – ik heb het niet uitgeprobeerd –, maar het is toch wel een mogelijkheid voor mensen die de taal niet goed machtig zijn om een rijexamen af te leggen in een andere taal. In Brussel kan het nog in het Engels, Duits, Spaans, Pools, Turks, Arabisch en Italiaans.

In Vlaanderen bestaat het niet. De enige mogelijkheid voor een anderstalige is in een centrum voor volwassenenonderwijs een module te volgen om zich voor te bereiden op het theoretisch gedeelte van het rijexamen, waar voornamelijk naar de woordenschat wordt gekeken die in verkeerssituaties gebruikt wordt. En men oefent op lees- en luistervaardigheid. Ik herinner me zelf dat die oefeningen op lees- en luistervaardigheid niet zo evident zijn, zeker niet voor volwassen mensen die uit andere landen komen, het systeem niet kennen en de taal niet machtig zijn.

De Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken (BBVT) heeft aan de alarmbel getrokken. Minister, ik moet eerlijk toegeven dat ik niet op basis van hun communicatie maar op basis van ervaringen van mensen mijn vraag stel. De mensen zeggen me dat ze wel Nederlands spreken, maar niet voldoende om die moeilijke vragen en valkuilen te begrijpen. Men heeft werk gevonden en men heeft het rijbewijs nodig om te gaan werken.

Peilen naar uw taalbeheersing of peilen naar uw rijvaardigheid – dat zijn toch twee verschillende zaken. Ik wil graag horen wat uw beweegredenen waren om dit heel uitgebreide systeem aan banden te leggen. Ik vraag mij af of u intussen een evaluatie hebt laten doorvoeren, om te kijken wat we kunnen doen. Want we willen iedereen natuurlijk zo snel mogelijk activeren. De mensen uit de sector zeggen dat het behalen van een rijbewijs een grondigere talenkennis vereist dan het verkrijgen van de Belgische nationaliteit. Ik geef dit maar mee.

Ik heb dan ook enkele vragen, want dit systeem is nu toch al een tijdje in voege: sinds maart 2017. Bent u van mening dat het verbieden van het gebruik van tolken voor het rijexamen de integratie van anderstaligen bevordert?

Bent u van plan om alternatieven uit te werken voor de afschaffing van de tolken, om zo de drempel te verlagen voor het behalen van een rijbewijs? Want daar gaat het tenslotte om: de kwaliteit van de rijvaardigheid moet behouden blijven, en de kennis van de verkeersregels moet uiteraard worden getoetst en getest. Maar er moeten toch alternatieven mogelijk zijn om mensen te activeren die de taal niet zo machtig zijn.

De tolken zijn afgeschaft, en ik hoop dat de organisatielast bij de rijexamencentra wat verbeterd is. Misschien moet de organisatie op een andere manier gebeuren, en moeten we opnieuw opteren voor de invoering van een aantal andere talen die bij ons ook zeer frequent voorkomen.

Dit doet uiteraard geen enkele afbreuk aan de noodzaak om de Nederlandse taal te leren en machtig te zijn, om hier in Vlaanderen te kunnen leven en actief te kunnen deelnemen. Maar we moeten die taalvereisten niet als een uitsluitingsvoorwaarde invoeren. Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik vind een taal, het Nederlands, geen uitsluitingsvoorwaarde. Ik vind dat eerder een insluitingsvoorwaarde. Bij het afleggen van het theoretisch rijexamen kon je voorheen kiezen uit twintig à dertig beschikbare talen. Waarom heb ik dat nu beperkt tot het Nederlands, het Frans, het Engels en het Duits? Dat had te maken met organisatorische aspecten, en ook met fraudegevoeligheid. Want sommige tolken beperkten de dienstverlening niet tot het vertalen alleen; zij verklapten soms ook de antwoorden.

Naast de organisatorische aspecten was er natuurlijk ook de hoge kost. Daarom hebben we dat beperkt. Daarnaast vinden wij het Nederlands natuurlijk ook belangrijk, maar daar kom ik straks nog even op terug.

Los daarvan begrijp ik wel dat het theoretisch rijexamen geen gemakkelijke opgave is voor mensen die het Nederlands nog niet goed kennen. Maar anderzijds doen er zich soms ook problemen voor bij mensen die het Nederlands als moedertaal hebben. Daarom hebben we geprobeerd om het examen aan te passen. We hebben de vragen gescreend, en we hebben de formulering aangepast, met het oog op de begrijpbaarheid. We willen de drempel zo laag mogelijk houden. En dat komt zowel de anderstalige als de Nederlandstalige die minder taalvaardig is ten goede. We merken dat die aanpassing een verbetering is.

Een formele evaluatie hebben we niet gedaan, maar ik zie enkel voordelen, bovenop de voordelen die ik al heb geschetst: op organisatorisch vlak, op vlak van kosten, en op vlak van fraudegevoeligheid.

U haalt ook terecht aan dat de beheersing van het Nederlands veel voordelen biedt aan nieuwkomers. Denk aan hun kansen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs, en hun inburgering in de Vlaamse samenleving. Dat hoeft geen betoog. Ik denk dat we met het organiseren van examens in twintig of dertig talen het tegenovergestelde signaal geven. Het Nederlands is geen gevaarlijke ziekte. Je wordt daar niet slecht van; je wordt er net beter van. En het is ook een goede zaak voor de verkeersveiligheid. Als men zich veilig in het verkeer wil begeven, dan is het toch geen overbodige luxe dat men over een basiskennis Nederlands beschikt.

Dat geldt zowel voor de chauffeurs als voor de andere weggebruikers. Indien er een noodsituatie is en ze met de politie of met andere hulpverleners in contact komen, worden de directieven ten minste begrepen. Ik streef dan ook naar een maximaal gelijke behandeling.

Wat de professionele rijbewijzen betreft, hebben we naar aanleiding van de invoering van de kilometerheffing voor vrachtwagens in samenspraak met de transportsector een aantal bijkomende maatregelen genomen. Die maatregelen moeten ervoor zorgen dat de instroom naar het beroep wordt vergemakkelijkt. Het gaat dan om de rijbewijzen C en CE.

We hebben een aantal opleidings- en arbeidsmarktmaatregelen genomen. We hebben het aantal trajecten voor individuele beroepsopleidingen (IBO’s), de opleidingen op de werkvloer, verhoogd. We hebben de instroom verhoogd door te zorgen voor bijkomende capaciteit in de vooropleiding en in het schakelmodel. Dit is specifiek afgestemd op kortgeschoolden en anderstaligen. VDAB heeft specifieke trajecten, in samenwerking met het Agentschap Integratie en Inburgering en met Fedasil. Nieuwkomers worden door middel van een kort geïntegreerd traject zo snel mogelijk aan het werk geholpen. Er wordt zo veel mogelijk van lineaire trajecten afgestapt. De EU vindt dit een good practice en een voorbeeld.

We proberen de taaldrempels om opleidingen te volgen maximaal weg te werken. De opleidingen worden zo veel mogelijk geïntegreerd aangeboden. Talige en technische competenties worden in één pakket samengevoegd en gebundeld.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb mijn vraag uitdrukkelijk afgesloten met de stelling dat het Nederlands voor mij ook een vereiste is om hier in Vlaanderen te leven, te werken of wat dan ook te doen. Onder die reclame voor het Nederlands wil ik zo mijn handtekening zetten.

Er is echter ook de realiteit dat niet iedereen een optimale kennis van het Nederlands heeft. Als redenen om die tolken af te schaffen, hebt u organisatorische aspecten en de kostprijs aangehaald. Er zijn nu eenmaal veel zaken die geld kosten. U moet echter inzien wat meer kost, bepaalde mensen van activering uitsluiten of een rijexamen organiseren dat mensen kan activeren en mobiel maken.

Wie mobiel is in het verkeer, is ook mobiel in het maatschappelijk leven. Er zijn uiteraard alternatieven, zoals het openbaar vervoer, waar we allemaal voorstander van zijn, maar het personenvervoer is iets anders. U bent in uw antwoord zelf ook op de professionele rijbewijzen ingegaan.

Ik heb mijn vraag om uitleg gesteld op basis van een aantal praktijkervaringen van mensen in het Antwerpse, maar ik heb naar aanleiding van deze vraag om uitleg ook mails van de bus- en autocarsector gekregen. De sector werkt samen met de arbeidsbemiddelingsdiensten VDAB, de Service Public Wallon de l’Emploi et de la Formation Professionelle (Forem) en Bruxelles Formation om instructeurs in te schakelen om mensen op te leiden voor de rijbewijzen in de autocarsector. De gemiddelde leeftijd is daar nu 53 jaar en de sector lijdt onder een zwaar tekort. Binnenkort moet twee derde van de huidige chauffeurs op pensioen. Dat zijn 11.200 chauffeurs. Er wordt heel hard gezocht en er worden mensen opgeleid. In Vlaanderen zijn een 40-tal chauffeurs opgeleid in het Iuvenis-programma voor risicojongeren. Die programma’s leren dat het ontbreken van tolkenhulp in de realisatie van de eerste fundamentele stap naar het beroep, namelijk het theoretisch rijbewijs D, een serieuze hinderpaal vormt voor de integratie van die doelgroepen door middel van een duurzame tewerkstelling in deze sector.

Minister, indien u de realiteit uit de weg gaat, ziet u niet in dat er noden zijn om de integratie van die mensen en hun mobiliteit te verbeteren. De kwaliteit en de kennis voor het rijexamen vallen niet met taalvaardigheid te meten. Kortom, ik volg uw stelling dat Nederlands een vereiste en geen ziekte is. Het is iets dat we allemaal moeten leren. We moeten echter gelijke kansen bieden en iedereen mogelijkheden geven. De mensen die thuis in het Nederlands zijn opgevoed, kunnen sommigen met een aangepaste vraagstelling helpen en zo hindernissen wegnemen. Voor anderen vereist dit andere vaardigheden.

Minister, u zegt dat de fraudegevoeligheid hoog lag. Het zou er nog aan ontbreken. Diegene die fraude pleegt, die moet u oppakken. Wie misbruik pleegt, moet u uitschakelen. De mensen die behoeftig zijn, moeten we juist helpen en bevorderen. Het is niet omdat tolk 1, 2 of 3 in taal x, y of z fraude pleegt of dat de fraudegevoeligheid er hoger ligt, dat andere mensen daarvan het slachtoffer moeten worden. Goed bestuur, gelijke kansen creëren vereist dat u nu uw maatregel evalueert, want er zijn ook mogelijkheden die organisatorisch en fraudegevoelig beter kunnen.

Kijk maar naar uw collega in Brussel. Ik zeg niet dat het systeem daar perfect werkt, want ik ken het niet, maar ik nodig u uit om het te evalueren en niet blind en doof te zijn voor de signalen van individuele mensen en van de sector. Dan moeten we straks niet schrikken dat verschillende autocarbedrijven meer aan sociale dumping doen in bepaalde bedrijven in andere landen … (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Ja, maar u bevordert dat.

De voorzitter

Mevrouw Turan, kunt u stilaan afronden?

Güler Turan (sp·a)

Als er 11.200 professionele chauffeurs binnenkort met pensioen gaan en u kunt geen mensen vinden om toe te leiden naar die beroepen, dan dwingt u onze Vlaamse bedrijven om gebukt te gaan onder deze onnatuurlijke vereiste.

De voorzitter

De heer Van Eyken heeft het woord.

Christian Van Eyken (UF)

Over taalkennis gaan we nu geen debat voeren. Niet alleen voor het rijexamen moet die taalkennis er zijn, ook bij de begeleiding. Begeleiders moeten sinds anderhalf jaar ook een opleiding volgen om mensen te helpen in hun rijopleiding. Ook die mensen zouden moeilijkheden kunnen ondervinden bij het volgen van die opleiding van enkele uren. Dat kan ook voor problemen zorgen.

Minister, ik wil even aansluiten bij een schriftelijke vraag die ik u een jaar geleden heb gesteld. U antwoordde dat die opleidingen in de faciliteitengemeenten in het Frans mogen gebeuren. Helemaal akkoord, minister, maar op het terrein is dat niet mogelijk. Ik heb enkele rijscholen in de Rand opgebeld. Ze zeggen mij dat ze dat enkel in het Nederlands organiseren.

Natuurlijk kun je altijd naar Brussel gaan, maar daar is dat niet nodig. De opleiding voor begeleiders kunnen ze niet vinden in het Frans omdat Brussel dat niet nodig heeft en omdat de rijscholen in de Rand die niet organiseren.

Minister, hoe staat u daartegenover? Taal is misschien belangrijk, maar het mag geen vorm van uitsluiting zijn.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mevrouw Turan, gelukkig zijn we het nog over enkele fundamentele punten oneens. U zit in een goeie alliantie. (Opmerkingen van mevrouw Turan)

De ambitie voor het halen van een rijbewijs kan een perfecte motivatie en stimulans zijn voor iedereen om Nederlands te leren. Zo kun je het ook bekijken. In plaats van iedereen op zijn wenken te bedienen en er maar van uit te gaan dat wanneer je een andere thuistaal hebt, wij ons wel aanpassen en wij gewoon de zaken zo organiseren dat eenieder met een andere moedertaal in Vlaanderen dan maar op zijn wenken wordt bediend. Ik vind dat een slecht signaal. Ik vind het een beter signaal als je mensen er net toe kunt aanzetten om via het parcours van het halen van een rijbewijs zich meer te bekwamen in het Nederlands.

Taal is de sleutel tot sociale mobiliteit. We moeten ook wel eens durven zeggen aan mensen dat ze in onze samenleving waarschijnlijk bitter weinig toekomst, perspectieven en mogelijkheden hebben als ze niet de basiskennis van het Nederlands hebben. Meer is niet nodig om te participeren aan het examen. Meer is niet nodig, gewoon een basiskennis Nederlands.

Het is niet dat we de lat gigantisch hoog leggen. Dat heb ik u net trachten te duiden. We hebben zelfs werk gemaakt van een vereenvoudiging van de examens, en dus van het vergroten van de toegankelijkheid.

Als u verwijst naar de bus- en autocarsector, bij uitstek daar, bij uitstek daar ben ik absoluut tegenstander van een versoepeling van de normen en de vereisten. Chauffeurs van autocars en bussen moeten toch beschikken over een basiskennis Nederlands. Daar gaan we toch geen concessies op doen met welke argumentatie dan ook.

Mevrouw Turan, ik vind het essentieel dat zij kunnen communiceren met hun passagiers. Bij uitstek daar komen we elkaar tegen. Ik ben blij dat we soms kunnen verschillen van mening, maar in deze zaak is het toch nogal fundamenteel.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Minister, dit is een van de eerste vragen die ik in deze commissie stel. Ik heb u al bezig gehoord in de commissie Toerisme. U bent echt wel wereldvreemd. Ik heb weinig praktijkervaring met examens in de automobielsector, maar als er vanuit de autocars nu een e-mail binnenkomt … Hebt u al gehoord van sociale dumping in de transportsector? Als ik straks naar Antwerpen moet rijden, passeer ik veel meer vrachtwagens met andere dan Belgische nummerplaten, die hier de jobs van de Vlamingen afnemen en zelf in erbarmelijke omstandigheden in de transportsector worden tewerkgesteld. U dwingt als het ware onze Belgische bedrijven in de autocar- en bussector …

Uiteraard moet iedereen een basiskennis Nederlands hebben. Dat spreek ik ook niet tegen. Als de federatie van de autocarsector, mensen met ervaring, mij vertellen: ‘Ik spreek Nederlands, mevrouw Turan, maar ik versta die valstrikvragen over het verkeer in het Nederlands niet – dat wil nog niet zeggen dat ze geen kennis hebben – …

Minister, ik ben het met u eens. Straks gaan we een handtekening zetten: iedereen die niet slaagt voor basiskennis Nederlands, komt niet op de weg in Vlaanderen. Tekent u mee? Kunt u dat garanderen? Dan ga ik dit ook garanderen.

Minister, u bent mensen aan het uitsluiten. U dwingt Belgische bedrijven van de autocar- en de bussector om aan sociale dumping te doen. Die mensen uit de sector zijn zelf vragende partij. U zegt dat u absoluut niet van plan bent om de regels te versoepelen. Minister, waar hebt u mij horen vragen dat regels moeten worden versoepeld? Ik weet heel goed wat ik vraag. Ik zeg: met behoud van kwaliteit, met behoud van uw reglementering, met behoud van vereiste kennis van rijvaardigheid en van de theoretische kennis, maar dat wil nog niet zeggen: geperfectioneerde of gevorderde kennis van het Nederlands.

Uw versoepeling werkt niet. Luister naar de sector, luister naar de mensen die mobiel moeten zijn op de weg en ook op de sociale ladder. Ik ben het met u eens. Door vandaag wereldvreemd te reageren, bent u een hele groep mensen … Een minister van uw ploeg heeft zelf uitgeroepen: geef de mensen een kans om te werken, om een rijbewijs te halen, om te integreren en om actief bij te dragen.

Minister, ik garandeer u één ding: iemand met een rijbewijs B, C of D op zak kost de maatschappij veel minder en kan beter actief bijdragen dan iemand die dat niet heeft. Ik herhaal, basiskennis van het Nederlands: ik onderteken dat onmiddellijk. Maar trek het niet op flessen. Het gaat om mensen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.