U bent hier

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, de Nederlandse pers berichtte over een initiatief van de politie om cybercrime tegen te gaan. Bijna tienduizend jongeren stonden afgelopen week op het punt om een Instagramaccount te hacken, gamegeld te stelen of een ddos-aanval op hun school uit te voeren. De grootschalige actie maakte deel uit van een landelijke campagne tegen cybercrime. Een overigens unieke actie in Nederland want nooit eerder richtte de politie zich zo massaal en zo direct op potentiële daders.

De actie ging als volgt: jongeren kregen op gameplatform IGN, Instagram en de website scholieren.com een verleidelijk linkje te zien waarop ze meer informatie konden krijgen over het hacken van een account op Instagram, het stelen van gamegeld of een DDoS-aanval. Van de benaderde jongeren klikten 9456 uiteindelijk effectief op de link. Tot hun grote verbazing belandden ze toen op een voorlichtingspagina van de politie waar ze werden gewezen op het feit dat ze op het punt stonden een strafbaar feit te plegen en op de gevaren en gevolgen van cybercrime. Opmerkelijk in het artikel was dat 40 procent van de jongeren aangaf niet te weten dat de handelingen die ze zouden verrichten, strafbaar zijn.

Gezien het bereik van de actie heb ik een aantal vragen voor u. Bent u van mening dat een dergelijke actie opgezet door het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid zinvol zou zijn? Heeft het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid weet van deze actie en de resultaten? Indien neen, kan de stuurgroep er eventueel op aandringen de onderzoeksresultaten op te vragen?

Acht u een samenwerking met de politie zinvol om de impact van de actie te vergroten, rekening houdend met het feit dat de politie een federale bevoegdheid is? Aangezien echter de federale minister bevoegd voor de privacy niet noodzakelijk van een vreemde partij is, zou dit een interessant samenspel kunnen zijn tussen privacy, politie en media.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik zal beginnen met de context te situeren in Nederland. Het gaat hier over twee zaken. Er is het onderzoek van het Nederlandse Safer Internet Centre, in samenwerking met hoofdpartner Electronic Commerce Platform Nederland (ECP) en Mediawijzer, de Nederlandse tegenhanger van het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid, naar cyberdelicten bij jongeren. Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van de Safer Internet Days van 6 tot 13 februari 2018 en bevroeg 1135 Nederlandse jongeren tussen 12 en 17 jaar. Ik geef u de link waar u meer informatie vindt: https://saferinternetcentre.nl/1-op-de-6-nederlandse-jongeren-heeft-wel-eens-een-cyberdelict-gepleegd/.

Daarnaast is er de campagne van de Nederlandse politie in februari 2019 onder de naam ‘Je bent slechts één klik verwijderd van cybercrime’, die zich expliciet richt op jonge potentiële daders van illegale online daden. Met de campagne werden bijna tienduizend jongeren verleid om op een link te klikken die hen dichter bij een potentiële hack of aanval zou brengen, maar daarna op een voorlichtingspagina van de politie terechtkwamen. Ik geef u de link mee: https://www.politie.nl/nieuws/2019/februari/13/00-9456-jongeren-een-klik-verwijderd-van-cybercrime.html.

Campagnes om jongeren bewust te maken dat ze online illegale dingen willen doen of om hen te overtuigen om dat net niet te doen, zijn zinvol en kunnen passen binnen de activiteiten van het Kenniscentrum Mediawijsheid.

De programmaverantwoordelijke van het Nederlandse Mediawijzer, Mary Berkhout, is lid van de stuurgroep van het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid. De resultaten van het onderzoek van het Nederlandse Safer Internet Centre, waar Mediawijzer deel van uitmaakt, kunnen dus rechtstreeks aan onze stuurgroep doorgegeven worden. Ik neem aan dat dit in bepaalde mate ook al gebeurt of is gebeurd.

Het Kenniscentrum Mediawijsheid heeft mij aangegeven dat het op de hoogte is van de resultaten en dat het die verder zal bekijken en bestuderen.

Een hogere mate van samenwerking met de politie zou uiteraard zinvol kunnen zijn, maar is niet voor de hand liggend. Maar het is ook niet onmogelijk. Ik licht even toe. Er is natuurlijk het institutionele kader. De politie is in België een federale en lokale materie, terwijl het Kenniscentrum Mediawijsheid onder de Vlaamse bevoegdheden valt. Voor zo’n verticaal en horizontaal transversaal scharnierthema is er natuurlijk coördinatie nodig, en dat blijft een uitdaging.

Het Kenniscentrum heeft evenwel zijn rol daarin opgenomen. Het richtte binnen de middelen van het Belgische Safer Internet Centre mee het Belgian Better Internet Consortium (B-BICO) op. In dat kader probeert men meer afspraken te maken door samen te werken met federale, Vlaamse en Waalse partners. Zie bijvoorbeeld de recente publicatie van het Memorandum voor de Belgische Safer Internet Day 2019. Een van de vragen binnen dat memorandum was juist om meer te investeren in de capaciteit van de politie om te werken aan een veiliger internet, niet alleen voor cyberterroristen en buitenlandse cyberaanvallen, maar ook om jongeren en volwassenen die individueel belaagd en gecyberpest worden of van wie naaktfoto’s bijvoorbeeld illegaal gedeeld worden, beter te kunnen helpen.

Het meldpunt eCops is sinds 2015 niet meer operationeel, maar dat wil niet zeggen dat er binnen politie en justitie niets gebeurt. Lokaal en in politieregio’s werken agenten vaak preventief in de lessen. Child Focus zorgt daar met ondersteuning van Justitie onder meer voor opleiding. Het federale Computer Emergency Response Team (CERT) is de operationele dienst van het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) en houdt elk jaar in oktober een cybersecurity campagne – ook in 2018 is dat gebeurd – samen met de Cyber Security Coalition. Het CERT beheert ook de website www.safeonweb.be. In 2015 en 2016, toen dat onder hun bevoegdheid viel, werd het CERT via het Safer Internet Centre ondersteund om daar ook een jongerencomponent aan vast te haken. Nu dat onder het CCB als onderdeel van de Kanselarij valt, is er nog wel uitwisseling via B-BICO en zijn er dus zeker nog inhoudelijke contacten, maar is het momenteel geen officiële, gefinancierde actie meer, waardoor het jongerenaspect minder aandacht krijgt. Ik weet dat ik met veel afkortingen en subinstellingen spreek, maar dat is waarschijnlijk een deel van het coördinatieprobleem. Goed, tot zover de bestaande coördinerende inspanningen en een aantal zaken die de voorbije jaren wat minder aandacht hebben gekregen.

We moeten ons ervan bewust zijn dat een campagne zoals in Nederland behoorlijk wat middelen vraagt. De Nederlandse politie heeft er duidelijk in geïnvesteerd. Tot nader order lijkt de Belgische politie dat niet van plan. Ik heb daar op dit moment geen signalen rond, maar ik wil wel aan het Kenniscentrum Mediawijsheid vragen om daar met verschillende partners rond samen te zitten.

U weet dat ik vanuit de bevoegdheid Media het Kenniscentrum ondersteun met een jaarlijkse subsidie van 640.000 euro. Daarmee neemt het Kenniscentrum een hele reeks maatregelen. Ik herhaal ze nog eens pro memorie: De Schaal van M, Nieuws in de Klas en MediaNest. Er worden ook campagnes zoals de Digitale Week en de Kop-Op-campagne mee ondersteund, de Prikkelscampagne van het Museum Guislain, het Kinderrechtencommissariaat en co, de Safer Internet Day, de nieuwe Europese Week van de Mediawijsheid enzovoort. Daarnaast leidt het Kenniscentrum ook elk jaar leerkrachten, bibliotheekmedewerkers en jeugdwerkers op tot mediacoach via een intensief traject. Het Kenniscentrum maakt ook nieuwe tools en lesmateriaal voor leerkrachten, e-inclusiewerkers, bibs, begeleiders van mensen met een beperking, schoolbesturen en organisaties, en brengt die ook samen op www.mediawijs.be, een website die ondertussen jaarlijks meer dan 400.000 views haalt. Dat is dus best wel interessant en meer dan verdienstelijk.

Kortom, rekening houdend met de beschikbare middelen voor mediawijsheid, moeten er keuzes worden gemaakt. De kerntaken van het Kenniscentrum liggen ook elders, maar het staat ondertussen wel klaar om mee te helpen als de politie beslist om een campagne zoals in Nederland op te zetten en er de nodige middelen voor vrij te maken.

Ten slotte waarschuwt het Kenniscentrum Mediawijsheid ook dat, hoewel dat in het voorbeeld best lijkt mee te vallen, preventie via een schokeffect ook nadelen kan hebben. Het Kenniscentrum Mediawijsheid werkte daarover ook een standpunt uit, onder de noemer ‘Moeten we shockeren om te leren’? (www.mediawijs.be/nieuws/moeten-we-shockeren-te-leren) en verzamelt op mediawijs.be heel wat tips om dat soort onderwerpen bespreekbaar te maken bij kinderen, zowel voor leerkrachten als ouders.

Concreet wil ik het Kenniscentrum, in zijn coördinerende rol en via zijn contacten met federale, Vlaamse en Waalse partners, vragen of er naar een dergelijke campagne kan worden toegewerkt. Maar het zwaartepunt ligt in dezen niet zozeer bij mijn federale collega, die de digitale agenda mee ondersteunt, maar bij mijn federale collega van Binnenlandse Zaken, en in mindere mate bij Justitie. Daarmee zeg ik helemaal niet dat daar niets zou gebeuren. Maar het zal wel vanuit die samenwerking moeten gebeuren; anders zal het moeilijk van de grond komen.

Het Nederlands voorbeeld – dat was de draagwijdte van uw vraag – kan ons zeker tot voorbeeld strekken, dat spreekt voor zich.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoorden, minister. Als we weten dat de gevechtszone zich tegenwoordig naar de cybercrime verplaatst, en dat Pieter De Crem tegenwoordig Binnenlandse Zaken doet, dan denk ik dat ‘Crembo’ ook op cybervlak in actie kan komen. Ik ben er zeer gerust in dat dat op een goede manier kan verlopen.

Ik waardeer het dat u wilt onderzoeken of we een dergelijke actie kunnen opzetten. Ik ben het met u eens dat een shockeffect ook nadelige gevolgen kan hebben. Langs de andere kant denk ik dat sommige campagnes die jongeren willen bereiken de bal misslaan. Maar ik geloof dat deze campagne de jongeren wel degelijk bewust maakt van hoe zoiets in elkaar zit, en dat dit echt een rechtstreeks aanspreekpunt vormt.

Daarnaast bent u er in de afgelopen legislatuur in geslaagd – in tegenstelling tot sommige anderen – om een cultureel samenwerkingsakkoord te realiseren met uw collega’s van de Franstalige Gemeenschap. Het zou uw ego strelen mocht u er, in de laatste maanden van uw ambtstermijn als minister van Cultuur en Media, vóór de verkiezingen, ook nog in slagen om die verschillende gesprekspartners eens rond te tafel te brengen – op een gecoördineerde manier, vanuit de politiek.

U hebt in uw antwoord heel wat afkortingen gebruikt, en dan weet je echt dat je naar een politicus of een hoge ambtenaar aan het luisteren bent. Dat zorgt voor enige verwarring, en dat is een van de problemen. Politici hebben graag dat er een zekere verwarring heerst.

Alleen al het feit dat we zoveel afkortingen moeten gebruiken, toont aan dat er een enorme versnippering is. Het zou goed zijn mochten we een aanzet kunnen geven tot een gecoördineerd overleg tussen de verschillende niveaus, want die liggen heel dicht tegen elkaar. Bij cybercrime heb je enerzijds dat internationale verhaal, maar anderzijds heb je ook de problematiek van pesten onder jongeren. U haalde het zelf al aan: er worden naaktfoto’s verspreid, en jongeren worden gehackt. Op welke manier moet je daarmee omgaan, wat zijn de gevaren, wat is legaal en wat is niet legaal?

Het zou goed zijn dat de verschillende niveaus in ons land daar op regelmatige basis overleg over plegen. Ik ben nooit een wezenlijk voorstander geweest van het een of het ander. Ik ben altijd voorstander geweest van een aanpak die goed werkt. Ik heb nooit de voordelen ingezien van het opsplitsen van zaken, in een soort zoektocht naar identiteit. Ondanks de zaken die op dat vlak al dan niet juist zijn verlopen, vind ik wel dat we op een gecoördineerde manier moeten kunnen werken, het liefst op een zo zuinig mogelijke manier en met de beste resultaten. Ik hoop dat u daarin een medestander kunt vinden, zodat u op langere termijn op een gecoördineerde manier echt actie kunt ondernemen.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik zal het Kenniscentrum vragen om met een aantal partners – federaal en Waals – rond de tafel te zitten, om te bekijken wat er mogelijk is, en om in elk geval een aanzet te geven.

Verder, mijnheer De Gucht, vroegen wij ons af of u Kurt Cobain of Johnny Rotten bent. We komen er niet uit langs deze kant van de tafel.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Ik ben nooit wezenlijk bezig geweest met de zoektocht om te kopiëren maar probeer vooral mezelf te zijn.

De voorzitter

Hij is alert, gevat, dat moeten we toch toegeven. (Opmerkingen. Gelach)

Ja, wij hebben inderdaad UNESCO-werelderfgoed (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization) in Aalst waar heel veel mensen naartoe komen. Wij hebben daar ook een paard rondlopen, een echt paard. (Opmerkingen van Marius Meremans. Gelach)

Inderdaad, onze organisatie loopt op wieltjes. (Gelach)

Een op wieltjes.

Inderdaad, onze organisatie loopt op wieltjes. (Gelach)

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.