U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ondertussen is het wat beter weer en schijnt de zon opnieuw. Ik stelde deze vraag naar aanleiding van het winterweer en een aantal reacties van bezorgde dierenvrienden. U maakte toen in de media uw voornemen bekend om in de Dierenwelzijnswet op te nemen dat dieren beschutting nodig hebben bij extreme temperaturen en slechte weersomstandigheden. Zaken als koud weer, neerslag, wind en drassige bodems kunnen dierenleed veroorzaken.

Minister, momenteel stelt de wet dat er in beschutting moet worden voorzien voor paarden en paardachtigen. U bepleit een uitbreiding van die regel naar koeien en andere weidedieren. Momenteel maakt de wet er enkel gewag van dat eigenaars in huisvesting moeten voorzien in overeenstemming met aard, fysiologische en ethologische behoeften, gezondheidstoestand en graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie. Alleen voor paarden wordt dat verder uitgediept.

Minister, in het licht van uw voornemen had ik u daarom de volgende vragen willen stellen.

Zijn er naar aanleiding van de winterkou effectief gevallen vastgesteld van dierenverwaarlozing of dierenleed die rechtstreeks te maken hadden met het ontbreken van beschutting?

Op welke manier wordt de huidige verplichting om beschutting te voorzien voor paarden en paardachtigen gehandhaafd?

Worden er dienaangaand veel overtredingen vastgesteld?

Hebt u er zicht op in hoeverre vandaag al in beschutting wordt voorzien voor andere weidedieren dan paarden en paardachtigen?

Welke concrete maatregelen wilt u met betrekking tot de beschutting van weidedieren in de Dierenwelzijnswet inschrijven? Over welke weidedieren gaat het naast runderen concreet?

Zult u ervoor zorgen dat hiervoor nog deze legislatuur een initiatief wordt genomen in het Vlaams Parlement?

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Collega’s, dieren zijn, afhankelijk van soort en ras, in meer of mindere mate gevoelig voor extreme weersomstandigheden, ook op de weide. Onze samenleving is terecht gevoelig voor de omstandigheden waarin dieren leven. Als er bezorgdheid is over dieren op een weide, is de politie, de wijkagent, vaak het eerste aanspreekpunt. Men vraagt zich af of ze wel in goede omstandigheden leven. We moeten wel voor ogen houden dat dieren buiten leven. Dat is belangrijk voor hun gezondheid, vaak zelfs meer aangewezen dan ze permanent op stal te houden. Dat is een afweging. Er zijn hierover vaak vragen en bezorgde reacties. Het leidt soms zelfs tot emotionele reacties.

In de wet staat vandaag dat: “Ieder die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet aangepaste voeding, verzorging en huisvesting voorzien in overeenstemming met aard, fysiologische en ethologische behoeften, gezondheidstoestand en graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie van het dier.” Dat is een hele mond vol. Het zijn wel allemaal belangrijke elementen. Er moeten dus verschillende afwegingen gemaakt worden.

Voor alle paardachtigen geldt dat ze op stal moeten kunnen of moeten beschikken over beschutting die bescherming biedt tegen neerslag en wind. Die beschutting kan bestaan uit natuurlijke beschutting of een schuilhok.

Eind vorig jaar bracht de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn een advies uit over beschutting voor dieren die buiten worden gehouden. In het advies van 28 november 2018 stelt de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn dat er ook voor andere dieren die buiten worden gehouden, regelgeving moet komen over beschutting. Beschutting kan onder de vorm van aanplantingen, inrichtingen, schuilhokken of toegang tot een aangrenzende stal. In het advies staat dat eigenaars een overgangstermijn moeten krijgen van tien jaar om weiden en terreinen daaraan aan te passen. Ondertussen is volgens de raad minstens tijdens langdurige koude en warmteperioden beschutting nodig. Minstens vijf jaar voor het einde van de overgangstermijn moeten er duidelijke richtlijnen over gepaste beschutting beschikbaar zijn. Voor tijdelijk grasland – dit is gras ingezaaid op akkers in teeltrotatie jonger dan een jaar – is tijdens de lente en herfst verplichte beschutting niet nodig.

Minister, u hebt zelf in de media laten weten dat u hieromtrent een aangepaste regelgeving wilt. Ik heb u al een aantal schriftelijke vragen gesteld over het aantal gevallen en de vaststellingen. Daar zal ik nu niet op ingaan. Collega De Vroe heeft hier zonet al enkele vragen over gesteld. Minister, naar aanleiding van uw uitspraken heb ik hierover de volgende vragen voor u.

U hebt laten verstaan dat u voor koeien en andere dieren die buiten gehouden worden, verplichte beschutting wilt laten opnemen in de wetgeving. Wat verstaat u in dezen onder ‘beschutting’?

Niet alle soorten en rassen zijn even bestand tegen extreme weersomstandigheden. Denk maar aan de Schotse hooglandkoe. Wilt u dit integraal invoeren voor bepaalde diersoorten als schapen, runderen of kippen? Of wilt u dit invoeren voor bepaalde rassen van die soorten? Hoe ziet u die opsplitsing of die regelgeving concreet?

In vele natuurgebieden lopen begrazingsprojecten met robuuste rassen zoals de Schotse hooglander, de Galloway of Aberdeen Angus. Wat met kuddes die deel uitmaken van dergelijke begrazingsprojecten?

Vreest u niet dat het gemakkelijker is voor de eigenaars om hun dieren permanent op stal te houden en ze dus van de weide te halen in plaats van beschutting te voorzien? Hoe denkt u daarin een evenwicht te vinden? Want, zoals ik daarstraks al zei, denk ik dat daarmee natuurlijk gedrag of het welzijn en de gezondheid van dieren niet altijd positief gestimuleerd worden. Hoe kijkt u daartegenaan?

Minister, welke stappen zult u concreet zetten in opvolging van het advies en uw uitspraken om in de wetgeving hiervoor ‘de nodige beschutting’ te bepalen? Dienen hiervoor decreten aangepast te worden? Zo ja, welke? Of welke initiatieven zijn volgens u nodig hiervoor?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

In het verleden heeft de Raad voor Dierenwelzijn zich al uitgesproken over deze thematiek, onder andere in 2007 en 2010. In 2010 ging het heel specifiek over de problematiek van paarden.

Ondertussen heeft de wetenschap natuurlijk niet stilgestaan. De laatste jaren is er heel wat onderzoek verricht naar het welzijn van weidedieren en de invloed van temperatuurstress op dieren. Zo blijkt bijvoorbeeld dat hittestress bij runderen ook in ons klimaat een belangrijk risico is en dat dit een heel grote invloed heeft op de productiviteit. Het staat dan ook vast dat dieren ook buiten periodes met extreme weersomstandigheden baat hebben bij een degelijke beschutting. Daarom heeft de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn recent een nieuw advies uitgebracht, onder andere op basis van een onderzoek van het ILVO. In dat advies stelt de raad dat alle dieren die buiten worden gehouden, ook bijvoorbeeld varkens en pluimvee, altijd moet kunnen beschikken over aangepaste schuilmogelijkheden: in de winter moeten de dieren droog en uit de wind kunnen liggen, in de zomer is schaduw vanzelfsprekend noodzakelijk.

Het advies over paarden van de toen nog federale Raad voor Dierenwelzijn heeft geleid tot een aanpassing van de Dierenwelzijnswet. In de Dierenwelzijnswet is een aparte, expliciet passage voorzien voor paarden: zij moeten steeds kunnen beschikken over een beschutting of moeten kunnen worden gestald.

Voor andere diersoorten geldt artikel 4 van de Dierenwelzijnswet. Daaruit vloeit de verplichting voort om in beschutting te voorzien tegen ongunstige weersomstandigheden. Dat artikel zegt dat dieren altijd volgens hun ethologische en fysiologische behoeften gehouden moeten worden. Dat is natuurlijk heel wat minder duidelijk en laat heel wat ruimte voor interpretatie. Er is dus enerzijds een specifieke bepaling voor paarden en anderzijds een vrij ruime ‘chapeau-formulering’ voor alle andere diersoorten. Daarom adviseert de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn om voor alle diersoorten die buiten worden gehouden, expliciet op te nemen dat beschutting verplicht is. Dat impliceert dat de Dierenwelzijnswet aangepast moet worden.

Beschutting kan voorzien worden onder de vorm van een schuilhok of onder de vorm van natuurlijke beschutting. De begroeiing op de Vlaamse weiden is echter zelden van die aard dat ze in de winter een droge en windvrije plek kan garanderen. Dus als dieren buiten gehouden worden in de winter is een schuilhok meestal wel noodzakelijk.

De Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn adviseert om geen onderscheid te maken naargelang het ras. Het klopt dat sommige rassen gemiddeld gesproken robuuster zijn dan andere en beter in barre omstandigheden kunnen overleven, maar het gaat niet enkel om overleven. Het gaat ook om het comfort en welzijn van de dieren. Bovendien is de mate waarin dieren bestand zijn tegen ongunstige weersomstandigheden niet alleen afhankelijk van het ras, maar ook van een hele reeks andere factoren, zoals leeftijd, voedingstoestand, gezondheidstoestand, productiviteit en vachtconditie. Het gaat dan ook niet op om een onderscheid te maken enkel en alleen op basis van het ras.

Het advies maakt ook geen onderscheid op basis van de plaats waar dieren gehouden worden. Dat is niet meer dan logisch. Of ze nu op een landbouwbedrijf, bij een particulier of in een natuurgebied staan: de behoeften van de dieren blijven dezelfde. Als er voldoende dichte begroeiing is, bijvoorbeeld in gebieden met een bosgedeelte en dicht struikgewas, kan natuurlijke beschutting volstaan. Maar in open gebieden moet er in aangepaste beschutting voorzien worden of moeten de dieren er tijdens de winterperiode weggehaald worden. In de zomerperiode moet er steeds voldoende schaduw aanwezig zijn.

Uiteraard is het niet de bedoeling om dieren meer op stal te houden want weidegang biedt ook heel veel voordelen voor het natuurlijk gedrag en het welzijn van de dieren. Daarom adviseert de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn een overgangstermijn van tien jaar, zodat eigenaars voldoende tijd hebben om te voorzien in natuurlijke schuilplaatsen via aanplanting of om ervoor te zorgen dat er op een andere manier in beschutting wordt voorzien.

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U verwijst naar een onderzoek van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). Kunt u dit overmaken aan de commissieleden? Het is interessant om dit te kunnen nalezen. Als uit die studie blijkt dat de productiviteit van dieren vermindert als ze geen beschutting hebben, dan lijkt mij het interessant om dit te bekijken.

Elk dier kan inderdaad baat hebben bij een degelijke beschutting. Ik vind het goed dat er in het advies een overgangsperiode van tien jaar staat. Persoonlijk ben ik er grote voorstander van om in natuurlijke beschutting te voorzien via aanplanting. Dat is een win-winsituatie voor onze natuur en het klimaat. We zullen dit dus zeker opvolgen. Minister, ik ga ervan uit dat u ook het standpunt inneemt om in die overgangsperiode te voorzien?

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik leid er uit af dat u geen onderscheid maakt tussen soorten en rassen. U geeft aan dat een beschutting droog en windvrij moet zijn. In de zomer moet er inderdaad beschutting zijn tegen de zon. We kunnen ervan uitgaan dat het dan wel voldoende droog zal zijn. Uit uw antwoord begrijp ik dat u er voor dieren die in de winter op de weide staan, voor kiest om in een droge en windvrije plek te voorzien. Het gaat dan waarschijnlijk vaak over schuilhokken, aangezien onze natuurlijke beschutting onvoldoende is. Ik heb ook begrepen dat we de Dierenwelzijnswet daarvoor dienen aan te passen. Hebt u er zicht op of daar al voorbereidend werk voor is gebeurd? Wat is de stand van zaken en wat is de timing?

Ik maak ook even een sprong naar de bevoegdheden van uw collega-minister waar u ook rekening dient mee te houden. Ik vraag u om te checken of er op het vlak van ruimtelijke ordening ook conform kan worden gewerkt. Daar mogen geen struikelblokken ontstaan, met de ene bevoegdheid tegenover de andere. Ik vraag dus om met elkaar af te stemmen.

De voorzitter

De heer Sanctorum-Vandevoorde heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Ik sluit mij graag aan bij de vraag. Toen ik het bericht las dat de Raad voor Dierenwelzijn adviseert om de regelgeving aan te passen, was ik eerst een beetje verbaasd omdat artikel 4 van de Dierenwelzijnswet al in brede zin impliciet de boodschap geeft dat beschutting noodzakelijk is, zeker met de interpretatie van de fysiologische behoefte.

Het leek mij eerder dat die passage over paardachtigen wat redundant of overbodig was. Maar als blijkt dat dat onvoldoende is om in de praktijk te garanderen dat die beschutting er effectief is, vind ik het natuurlijk prima dat de Dierenwelzijnswet wordt aangepast en dat die beschutting expliciet wordt opgenomen, ook voor andere dieren dan de paardachtigen.

Hebben we eigenlijk zicht op de omvang van het probleem? Is het algemeen dat er te weinig of geen beschutting wordt voorzien?

Over welke diersoorten gaat het dan voornamelijk? Ik kan me iets voorstellen bij runderen, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat er voor varkens en zeker voor pluimvee geen beschutting wordt voorzien. Over welke diersoorten gaat het dan als we het probleem aankaarten?

Wat is de timing? We zijn toch dicht bij het einde van de legislatuur. Hebben we nog de gelegenheid om dit in het Vlaams Parlement te stemmen? Ik hoop natuurlijk van wel. Is er misschien nood aan een initiatief vanuit het Vlaams Parlement of kan het vanuit de Vlaamse Regering gebeuren?

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Ik denk dat er in dezen ook een belangrijke rol is weggelegd voor de lokale besturen. In de eerste plaats gaat het dan over sensibilisering en communicatie naar de inwoners, en dat niet alleen bij koude, maar ook bij hitte. Voor weidedieren, maar ook voor huisdieren kunnen een paar heel eenvoudige voorzorgsmaatregelen genomen worden om onze dieren beter te beschermen tegen weersomstandigheden.

Lokale besturen hebben in de tweede plaats ook een rol te spelen op het vlak van handhaving. Onze lokale politie is vaak het eerste aanspreekpunt bij bezorgdheden van inwoners. Er zijn in de nieuwe legislaturen heel wat nieuwe schepenen van Dierenwelzijn gestart, hopelijk met veel enthousiasme. Ik denk dat daar nog wel wat mogelijkheden liggen.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Ik zal het ILVO-rapport aan de commissie bezorgen, maar het advies van de Raad voor Dierenwelzijn is recenter, ik denk van eind vorig jaar. Ik zou het graag volgen, maar gelet op de termijn kan ik niet meer met een ontwerp van decreet komen. Dan geraken we er niet meer. Ik wil wel een degelijke regelgeving gestalte geven. Ik zal bekijken of ik, net zoals inzake het vuurwerk, nog een voorstel van decreet kan formuleren. Het is wat complexer qua formulering dan dat over het vuurwerk. Het is iets moeilijker om duidelijk de krijtlijnen te bepalen. Dat vergt mogelijk wel wat meer werk.

Ik denk wel dat het nodig is. Kijk om u heen. Als je in een plattelandsomgeving woont, dan zie je natuurlijk ook wel heel regelmatig dat verschillende dieren in barre temperaturen geen enkele beschutting genieten. Ik hoor ook wel regelmatig het argument dat men door de ruimtelijke ordening niets mag zetten, maar dat mag dus wel. Beschutting is vrij van vergunning, binnen een bepaalde oppervlakte. Ik weet het niet uit mijn hoofd, maar ik denk dat het over 3 vierkante meter of zoiets gaat. Dan geldt de vrijheid van vergunningsplicht. Dat kan geen excuus zijn als het over een schuilplaats gaat. Als je wat beschutting wilt bieden door artificiële constructies, dan kan dat. Daarnaast heb je de natuurlijke aanplanting. Dat kan zeker ook.

Ik bekijk of we nog tijdig zo’n initiatief kunnen nemen. Ik hou een beetje een slag om de arm omdat het in tegenstelling tot de vuurwerkproblematiek toch wel iets technischer is om het een en ander te kunnen aflijnen. 

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik ben net zoals de heer Sanctorum ook wel benieuwd naar de omvang van het probleem. Ik heb een schriftelijke vraag gesteld om specifiek proberen te achterhalen wat de effectieve vaststellingen zijn als er meldingen komen.

Minister, u haalt aan dat we op het platteland regelmatig wel eens dieren in barre of koude omstandigheden zonder beschutting zien staan. Als ik voor mijn omgeving – de provincie Antwerpen – spreek, en ik denk dat dat ook voor andere provincies geldt, wordt er vaak met een beperkte weidegang gewerkt. De dieren worden een aantal uren buitengelaten en vervolgens ook binnengelaten. Ik heb ook navraag gedaan naar de politionele meldingen en ik denk dat die meldingen vaak vanuit bezorgdheid gebeuren. Ik vind het niet erg dat mensen die niet weten op welke manier de dieren worden behandeld, hun bezorgdheid melden. Als men verder onderzoek doet, blijkt dat in principe de zorg voor de dieren toch op een goede manier wordt gerespecteerd. Zolang ik geen concrete cijfers over de omvang van het probleem heb, ben ik daar wel enigszins voorzichtig over. Ik hoop dat we daar toch iets meer zicht op krijgen, omdat ik echt wel denk dat dieren ook wel buiten moeten kunnen komen en dat we dat niet stigmatiseren. Als mensen al hun dieren binnenhouden, zijn we effectief veel verder weg van dierenwelzijn.

In die zin wil ik graag extra bescherming en beschuttingsmogelijkheden, maar toch vooral verduidelijking daarover. Omgekeerd hoop ik dat we door onze communicatie niet ongewild het omgekeerde effect zouden stimuleren en dat de dieren daardoor meer zouden worden binnengehouden.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.