U bent hier

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister-president, wateroverlast bestrijden met behulp van middeleeuwse kaarten: het klinkt in eerste instantie nogal bizar, maar als je erover nadenkt, is het een vrij logisch gegeven. In Nederland passen ze dat al langer toe. Daar zijn specialisten in watererfgoed van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan de slag gegaan met de historische kaarten van Jacob van Deventer. Zeker in verband met onze klimaatproblemen zouden dergelijke kaarten wel eens interessante informatie kunnen bevatten.

Het merendeel van onze steden en watersystemen is in de middeleeuwen ontstaan. Ik kan daarvan getuigen. Sinds kort ben ik schepen van Openbare Werken in Aalst. En inderdaad, een heel groot deel van ons rioleringssysteem is gebaseerd op oude waterwegen en riolen.

Vanzelfsprekend is er sindsdien veel veranderd: wegen zijn verlegd, waterlopen werden gedempt – heel veel waterlopen jammer genoeg – of overbouwd, vestingwerken vernield en de naoorlogse wederopbouw leidde tot grote ruimtelijke veranderingen. Van oudsher speelden de bodem en het water echter een grote rol in de te maken keuzes. Doordat we technisch steeds meer kunnen, lijken we deze verbinding met de ondergrond paradoxaal genoeg steeds meer te verliezen. In verstedelijkte gebieden leidt dat meer en meer tot wateroverlast.

Toch spelen oude systemen nog steeds een rol van betekenis. Kennis over het verleden biedt dan ook zowel inzicht in het watersysteem als aanknopingspunten voor mogelijke oplossingen in de strijd tegen de klimaatopwarming.

Nederlandse gemeenten zijn momenteel volop aan de slag met de klimaatstresstest. Hiermee brengen zij de kwetsbare locaties in beeld als het gaat om wateroverlast, hitte, droogte en overstromingsgevaar. Door historische kaarten op Google Maps te leggen kunnen we immers zien waar die vergeten grachten, greppels, sloten en beken liggen. Onder druk van de verstedelijking werden er immers veel dichtgegooid, zoals reeds aangehaald.

Minister, bent u op de hoogte van deze ontwikkeling? Zo ja, werd er reeds contact gemaakt met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed?

Kan dit volgens u ook zijn nut hebben voor Vlaanderen?

Op welke manier worden historische kaarten of andere cultuurhistorische zaken in Vlaanderen reeds als kennisbron gebruikt?

Ik wil nog even meegeven dat ik in Aalst ook al heb gevraagd in welke mate het mogelijk is om op basis van de oude waterlopen uit te zoeken waar er zich problemen voordoen,  waar we, bij eventuele komende werken, kunnen gebruikmaken van die oude kaarten om wateroverlast te vermijden en waar we de oude waterlopen mogelijk kunnen opengooien. Het is vandaag in Vlaanderen ook al de bedoeling om de grachten op een andere manier te benaderen dan men in het verleden heeft gedaan.

Collega, wat Aalst betreft, stel ik voor dat u zich richt tot de schepen van Erfgoed. (Gelach)

Wat de Vlaamse problematiek betreft, geef ik graag het woord aan de minister-president.

Minister-president Bourgois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

We kunnen anders even wachten totdat er in Aalst een onderonsje heeft kunnen plaatsvinden.

Mijnheer De Gucht, ja, zowel ik als mijn administratie zijn op de hoogte van die ontwikkeling. Er zijn zelfs structurele contacten met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, zowel op beleidsniveau als op individueel niveau. Afgelopen jaar vond er onder andere een uitwisseling plaats tussen de landschapsteams van het agentschap en de Rijksdienst waarbij het thema historische cartografie is besproken.

Er heeft ook een werkconferentie plaatsgevonden: ‘Nederland veranderd/t: erfgoed in de leefomgeving’.  Op 3 december 2018 werden de resultaten van het onderzoek besproken tijdens een sessie waaraan ook een delegatie van het agentschap Onroerend Erfgoed deelnam.

Het gebruik van historische kaarten heeft in Vlaanderen zijn nut al bewezen. Het is een standaardtoepassing in de erfgoedsector, zoals beschreven door het agentschap Onroerend Erfgoed in de inventarismethodologie.

Het agentschap paste deze methode jaren geleden al toe op gebieden uit het Sigmaplan die toen tot overstromingsgebieden zouden worden omgevormd. Daarbij werden 17de-eeuwse en 18de-eeuwse kaartboeken uit archieven gebruikt, aangevuld met historisch-topografische kaarten uit de 19de en 20ste eeuw, om, onder andere, oude dijkdoorbraken te lokaliseren. Die plaatsen worden beschouwd als potentieel zwakke schakels in de op te richten Sigmadijken. Het doel van dit onderzoek is deze kennis in de inrichtingsplannen voor de Sigmagebieden op te nemen.

Ook in de toekomst zal dit type onderzoek zowel voor de Sigmagebieden als voor de ruimtelijke planning worden voortgezet, bijvoorbeeld als voorbereiding op de ‘groen-blauwe dooradering’ van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

Ik geef graag mee dat de overigens schitterende kaarten van Jacob van Deventer – die man heeft trouwens in Leuven gestudeerd, de Nederlanden waren toen nog één – alleen betrekking hebben op de stedelijke gebieden. Hij heeft atlassen gemaakt van de stedelijke gebieden en ze zijn dus minder geschikt voor de traditioneel overstromingsgevoelige gebieden in de Vlaamse riviervalleien.

Het agentschap Onroerend Erfgoed gebruikt historische kaarten, zowel analoog, door ze te vergelijken met de actuele situaties, als digitaal, door ze onder te leggen bij  geografische informatiesystemen.

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

De kaarten van de stedelijke gebieden kunnen interessant zijn om op een juiste manier om te gaan met de hittegebieden in de steden.

Toen we vorig jaar de wijzigingen aan het Onroerenderfgoeddecreet aanbrachten, hield dat eigenlijk ook een betoog in om vaker gebruik te maken van historische kaarten.

U herinnert zich dat wellicht nog. Voor archeologiegemeenten konden er vrijstellingen zijn voor bepaalde gebieden als men er de historische kaarten over legde. Kunt u mij enig idee geven in hoeverre men al aan de vraag van die erfgoedgemeenten is tegemoetgekomen? Zijn er vorderingen gemaakt op gemeentelijk vlak? Hebt u daar een zicht op?

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Het gaat gestaag vooruit, maar ik kan u niet zeggen op welk percentage dit nu ligt of welke gebieden erbij zijn gekomen. Ik heb recent nog een antwoord gegeven op een vraag over het percentage. Ik durf het nu niet van buiten te zeggen, maar er wordt gestaag werk van gemaakt. Ik kan u het antwoord schriftelijk bezorgen zodat ik u het exacte percentage kan geven en eventueel ook de gebieden waar men ermee bezig is.

De heer De Gucht heeft het woord.

Ik zal u de vraag schriftelijk doorsturen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.