U bent hier

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister, naar aanleiding van uw recente bezoek aan Marokko communiceerde u dat u de samenwerking tussen de Vlaamse en de Marokkaanse filmwereld wilt versterken. U verwees daarbij naar de grote aanwezigheid van mensen van Marokkaanse afkomst in ons land. Het klopt dat we een groeiend aantal Belgo-Marokkaanse acteurs, choreografen en regisseurs zien, die een waardevolle bijdrage leveren aan de Vlaamse theater-, dans- en filmsector. U acht, zo begrijp ik, de tijd rijp om bestaande verbanden uit te diepen en nieuwe contacten te leggen. U stuurt met uw Marokkaanse collega aan op een coproductieakkoord voor film, waarbij het voor de Vlaamse en Marokkaanse filmmakers interessanter moet worden om samen te werken. Ik mag daarin een blijk zien van de internationale ambities van onze Vlaamse filmwereld.

Maar ik wil dit initiatief toch kaderen in uw plannen, zoals verwoord in uw beleidsnota Cultuur 2014-2019, waarin u de bestaande coproductieakkoorden zou screenen op hun relevantie en in overleg met het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) zou kijken waar bijkomende coproductieakkoorden wenselijk zouden zijn.

Op 27 oktober 2016 stelde ik in deze commissie al een vraag om uitleg over de coproductieakkoorden voor de filmwereld. Toen zei u dat u in eerste instantie de Europese coproductieakkoorden zou aanpakken, die u in uw antwoord omschreef als ‘prioritair’. Die screening leidde tot de stopzetting van het akkoord met Italië en de stopzetting van de voorlopige toepassing van het akkoord met de Zwitserse confederatie. Aan de andere kant werkten de Vlaamse Regering en Frankrijk in 2016 naar een nieuwe coproductieovereenkomst toe. Tegelijk hield u de deur open voor niet-Europese samenwerkingsverbanden, ‘indien opportuun’. Uit een overleg in de zomer van 2016 tussen het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, het VAF en vertegenwoordigers van de producentenverenigingen bleek niet meteen dat er vraag bestond naar samenwerking met niet-Europese landen. Dat bleek toch uit uw antwoord.

Is de Vlaamse filmsector betrokken bij het voorbereidende werk voor het afsluiten van het coproductieakkoord met Marokko? Zo ja, op welke manier? Weet u of er vanuit de Vlaamse filmwereld nu wel een vraag is naar samenwerking? 

Kwam de stuurgroep waaraan ik refereer in mijn vraag, sinds de zomer van 2016 opnieuw samen voor overleg over het afsluiten van coproductieakkoorden?

Wat verwacht u van deze samenwerking? Is Marokko niet vooral geïnteresseerd in culturele samenwerking met Franstalig België, vanwege de taal natuurlijk?

Zijn er behalve Marokko nog andere landen waarmee u soortgelijke coproductieakkoorden wilt opzetten? Als dat zo is, met welke landen is dat dan? 

Een coproductie tussen België en Nederland geeft toegang tot het EURIMAGES-fonds van de Raad van Europa. Aangezien Marokko geen lid is van de Raad van Europa, valt van die kant geen bijkomende steun voor coproducties te verwachten. Hebt u zicht op eventuele andere financiële hefbomen die een mogelijke Vlaams-Marokkaanse samenwerking zouden kunnen ondersteunen? 

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Wat uw eerste vraag betreft, met name of de Vlaamse filmsector betrokken is bij dit nieuwe verhaal, weet u dat ik vorige week, van 27 tot 29 januari, een werkbezoek gebracht heb aan Casablanca en Rabat. Dat gebeurde op uitnodiging van de Marokkaanse regering en kaderde binnen onze samenwerking rond het Vlaams-Marokkaans culturenhuis Darna.

Ik heb voor de zending aan Darna gevraagd om in samenwerking met Kunstenpunt een brede culturele delegatie samen te stellen. Vertegenwoordigers van de Vlaamse kunst- en cultuurhuizen, steunpunten en individuele makers uit verschillende disciplines als muziek, film en erfgoed hebben mij begeleid en maakten zelfs een iets langere studiereis met ook Marrakesh als derde contactstad op het programma. Dat had ook te maken met de Vlaamse residentie die er daar is bijgekomen voor kunstenaars.

Vooral voor de filmsector heeft dit werkbezoek interessante perspectieven geboden.  In het zog van de bekende regisseurs Adil El Arbi en Bilal Fallah ontluikt er immers heel wat Vlaams-Brussels-Marokkaans filmtalent. Zo ging heel recent nog ‘When Arabs Danced’ van de Belgisch-Marokkaanse regisseur Jawad Rhalib in première.

Heel wat Marokkaans-Belgische filmmakers die hun opleiding in Brussel hebben genoten, trekken daarna trouwens naar Marokko om daar films te maken. Bekende hedendaagse regisseurs als Mourad Boucif, die onder andere ‘Au delà de Gibraltar’ en ‘Les hommes d’argile’ maakte, Brahim Chkiri van ‘Road to Kabul’, Mohamed Bouhari van ‘Place Moscou’ en Mohamed Amin Benamraoui van ‘Adios Carmen’ behaalden hun diploma aan Brusselse filmscholen.

Hoewel ze minder bekend zijn in België, zijn ze heel actief. Brahim Chkiri richtte bijvoorbeeld samen met Nabil Ayouch, die dan weer de regisseur was van ‘Much Loved’ en ‘Razzia’,  het productiehuis ‘Ali n’ Production op, dat uitgroeide tot een van de grootste hedendaagse Marokkaanse productiehuizen. Naast films produceert het productiehuis ook talrijke fictiereeksen op televisiezender 2M.

Op uitnodiging van Darna reisden acteur en scenarioschrijver Mohamed Ouachen en ook Monir Aït Hamou, een acteur uit de ‘De Hel van Tanger’, ‘Les Barons’ en ‘Image’ en broer van Ish Aït Hamou, mee. Monir werkt momenteel aan zijn eerste langspeelfilm en krijgt daarvoor ondersteuning van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF).

Naar aanleiding van de zending werd het VAF uiteraard geconsulteerd. Jammer genoeg kon het VAF zelf niet aanwezig zijn, net zomin als MOOOV, omdat het Festival van Rotterdam gelijktijdig plaatsvond. Deze twee elementen geven aan dat het VAF wel degelijk structureel geïmpliceerd is in het hele verhaal.

In mijn gesprekken met de minister van Cultuur en Communicatie en met het gerespecteerde Centre Cinématographique Marocain (CCM) hebben we bekeken hoe we de vele bestaande contacten verder kunnen stimuleren en een nauwere samenwerking tot stand kunnen brengen tussen productiehuizen, regisseurs en presentatieplekken zoals cinémazalen en filmfestivals. Dat gaf ik vorige week ook al aan. Het CCM heeft een ondersteunigsprogramma voor productie en postproductie, scenario, festivals en distributie. Dat centrum is dus toch wel in grote mate vergelijkbaar met ons VAF.

Onze wederzijdse conclusie is dat we de samenwerkingen het best kunnen aanhalen door de mogelijkheden tot een coproductieakkoord te onderzoeken. We hebben de lat wel degelijk daar gelegd en dat is dus waar we in principe voor gaan.

Daarnaast is er de wederzijdse uitnodiging om elkaars filmfestivals beter te leren kennen. We hebben een aantal uitnodigingen gekregen van onze Marokkaanse vrienden en wij willen hen met Gent en Oostende laten kennismaken.

Wat de stuurgroep betreft waaraan u in uw vraag refereert, heeft het Departement CJSM in de zomer van 2016, naar aanleiding van de actualisering van de bestaande coproductieakkoorden, inderdaad een overleg georganiseerd met het VAF en de Vlaamse producentenverenigingen. Dit overleg vond plaats op ad-hocbasis.

Het departement werd tevens betrokken bij een nieuw overleg van de werkgroep coproductieverdragen van de Vlaamse Onafhankelijke Televisie- en Filmproducenten (VOFTP) op 3 december 2018. Daarmee komen we dus al iets dichterbij. Hierbij werd de stand van zaken besproken van de goedkeuringsprocedures van de verschillende coproductieakkoorden.

Weldra, op 18 februari 2019, vindt een vervolgoverleg plaats tussen mijn departement en VOFTP, waar we de mogelijkheid tot het sluiten van een coproductieakkoord tussen Vlaanderen en Marokko verder zullen bespreken.

Is Marokko dan niet vooral op Franstalig België gericht? Valt er daar voor ons iets te rapen? U hebt het zo niet gesteld natuurlijk, maar ik druk me wat plastischer uit.

Marokko heeft inderdaad een veel uitgebreidere en langere samenwerking met de Franse Gemeenschap, in eerste instantie uiteraard door de gemeenschappelijke taal, maar deels ook door de samenwerking met Frankrijk. De Franse Gemeenschap sloot op 16 februari 2000 reeds een bilateraal coproductieakkoord met Marokko. De Franse Gemeenschap en het Waals Gewest zijn ook met een permanente delegatie aanwezig in dat land.

Gezien de sterke vertegenwoordiging van de Marokkaanse gemeenschap binnen Vlaanderen zijn ook wij en Marokko geïnteresseerd in nauwer samenwerken. Onze intense samenwerking rond Darna is daar de uitdrukking van en vormt de kern van  ons partnerschap. We verbreden die ook bijvoorbeeld via het opstarten van de artiestenresidentie ‘Le 18’ in Marrakesh. Er is ook grote interesse vanuit Kunstenpunt, via hun MENA-programma (Middle East & North Africa), en Erfgoed om vaker over te steken richting Marokko. We voelen dat kunstenaars van Belgisch-Marokkaanse oorsprong – als ik het zo mag zeggen – ons toch wel in die richting dirigeren en dat biedt zeker interessante perspectieven.

Er lopen onderhandelingen voor respectieve coproductieakkoorden met Mexico, Frankrijk en China. Die zijn dus aan de gang en ik hoop dat we die snel kunnen afronden. Tevens ontvingen we zowel vanuit Zuid-Afrika als vanuit Jordanië de vraag om een culturele samenwerking op te starten door middel van het sluiten van een coproductieakkoord. Tijdens het overleg op 18 februari 2019, dus binnenkort, zullen deze mogelijkheden verder besproken worden met de Vlaamse filmsector.

Marokko kan zich eventueel als derde land aansluiten bij de Conventie voor cinematografische coproducties van de Raad van Europa. Hierdoor kunnen Vlaams-Marokkaanse coproducties erkend worden als een Europees werk en kan er gebruik gemaakt worden van de respectieve ondersteuningsmechanismen van de coproducerende landen.

Ook binnen de subsidielijnen van het VAF/Filmfonds wordt steun verleend aan majoritaire en minoritaire coproducties met andere regio’s in binnen- of buitenland.

Los van deze mogelijkheden zal wel onderzocht moeten worden wanneer wij Marokko hier als derde land laten op aansluiten, en of dat voldoende wederkerigheid inhoudt voor onze producenten ten aanzien van hun fonds. Dat is nog niet volledig duidelijk, we hebben daar lang over gepraat met het Centre Cinématographique Marocain, en dat moeten we gewoon uitklaren. Ik denk dat dit al een interessante opstap kan zijn maar wanneer we volledig wederkerig en in een goed partnerschap willen kunnen werken, dan is het sluitstuk toch wel een coproductieakkoord.

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister, ik vind uw antwoord heel positief. Er komen boeiende tijden aan in de cinema, dat is duidelijk. U somt een aantal Vlaams-Marokkaanse filmmakers op die heel veel potentieel hebben.

Uiteraard is internationale samenwerking toe te juichen als dat leidt tot interessante kwaliteitsvolle films. De vraag is natuurlijk welke afspraken worden gemaakt en of het een win-winsituatie is. Zoals u aangeeft, zult u daar ook nog over onderhandelen.

Ik ben heel blij dat u zegt dat het VAF geconsulteerd werd, ook al kon het dan niet deelnemen aan die buitenlandse missie. Ik zou het bijzonder jammer gevonden hebben als het VAF hier niet geconsulteerd zou zijn, het is toch het huis dat de Vlaamse filmsector aanstuurt en een huis dat binnenkort ook komt met een, naar ik hoor, toch wel redelijk ambitieus memorandum. Het is afwachten of dat dan compatibel is.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.