U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Er werden ambitieuze doelstellingen opgelegd aan Vlaanderen voor het produceren van hernieuwbare energie. Daarbij werd logischerwijze rekening gehouden met de mogelijkheden en de opportuniteiten voor diverse lidstaten, zoals het aantal uren wind en zon, de grootte van de kuststrook, de aanwezigheid van watervallen enzovoort. Men noemt dat de technische capaciteit van een land. Die verschilt immers sterk tussen de diverse lidstaten.

Als we willen evolueren naar een meer slagkrachtige Europese energie-unie, dan moeten we ook over het muurtje durven te kijken en moeten we samenwerking aangaan. Waarom zouden we niet investeren in hernieuwbare-energieproductie waar ze het meeste rendement haalt? Investeringen in het buitenland tellen echter niet mee voor de eigen doelstellingen, want daarvoor moet een gezamenlijk project worden opgezet.

– Willem-Frederik Schiltz treedt als voorzitter op.

In deze commissie heb ik die vraag al twee keer aan uw voorganger gesteld, op 18 januari 2017 en op 13 juli 2018. We hebben van gedachten gewisseld over de optie om samen te werken met andere Europese landen die de energiedoelstellingen behalen, of die ze door natuurlijke omstandigheden al overschrijden. Denk aan landen die meer zon, wind en waterkracht ter beschikking hebben.

Toen werd aangehaald dat er drie mogelijke samenwerkingen bestaan: het aankopen van hernieuwbare-energiestatistieken van een andere lidstaat, de ontwikkeling van gezamenlijke projecten met andere lidstaten, of de ontwikkeling van gemeenschappelijke samenwerkingsmechanismen met de andere lidstaten. Toenmalig minister Tommelein omschreef de aankoop van hernieuwbare-energiestatistieken als onwenselijk, en de laatste twee opties waren volgens de minister onhaalbaar tegen 2020.

We zijn dan even over het muurtje gaan kijken, namelijk in Nederland. Zij hebben een doelstelling van 14 procent hernieuwbare energie tegen 2020. Nederland acht het niet evident om die doelstelling te behalen, en daarom onderzoeken ze momenteel het potentieel van investeren in hernieuwbare-energieprojecten in het buitenland.

Dat is ook voor Nederland nieuw, want ook zij waren tot voor kort niet bereid om energiesubsidies te investeren in andere landen. Concreet werkt NERO Renewables aan een windmolenpark in Roemenië. Het systeem bestaat erin dat ze een bepaalde ondersteuning krijgen als de elektriciteitsprijs minder is dan 39,5 euro per megawattuur. Ligt de prijs hoger, dan moeten ze die ondersteuning terugbetalen.

Door de Nederlandse investeringen kan men dit beschouwen als Nederlandse hernieuwbare energie. Voor Roemenië creëert dit extra tewerkstelling. NERO Renewables krijgt geen subsidies, maar een waarborg op de elektriciteitsprijs via een ‘contract for difference’. Nederland werkt dus een systeem uit waarmee ze hun doelstelling van 14 procent kunnen behalen. Er is hier sprake van een gezamenlijk project. 

Minister, we kennen het standpunt van uw voorganger, maar is uw standpunt inzake energiebeleid ondertussen gewijzigd? Wat is uw standpunt over het opzetten van gezamenlijke projecten of samenwerkingen met de andere lidstaten, in functie van een maximaal rendement van de investering in hernieuwbare energie? Wat is de meerwaarde hiervan en wat zijn mogelijke valkuilen? Is deze piste een haalbare optie om de energiedoelstellingen voor Vlaanderen op de korte en de lange termijn te behalen?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

De bindende nationale 2020-doelstellingen voor hernieuwbare energie zijn eerder op de investeringscapaciteit van de lidstaten gebaseerd dan op het kostenefficiëntiepotentieel.

Om de doelstelling op Europees  niveau op kostenefficiëntie wijze te realiseren werd er in samenwerkingsmechanismen tussen lidstaten voorzien. Tot nu toe gaat het enkel om overdrachten van energiestatistieken. Dat is het enige wat tot nu toe heeft plaatsgevonden.

Ik ben ook op de hoogte van het NERO-project waarnaar u verwijst. Mijn kabinet heeft reeds contact gehad met de vertegenwoordigers van dit project. Op dit moment is het Vlaams Energieagentschap (VEA) bezig met een evaluatie waarbij beoordeeld wordt of het opportuun is om in dergelijke projecten in te stappen.

Aangezien er in de EU nog geen concrete ervaring is opgebouwd met dergelijke ‘joint projects’, is de eerste inschatting dat het een risico is om in een dergelijk project in te stappen. Hoewel ik een dergelijk project zeker niet op voorhand wil uitsluiten, lijken het mij alvast ingewikkelde contractonderhandelingen te worden. In elk geval dient voor de overdracht van de energiestatistieken die overeenkomen met de productie van het project, de betrokken lidstaat bereid te zijn om een statistische overdracht uit te voeren binnen het kader van de richtlijn voor hernieuwbare energie.

Wat dit concrete voorbeeld betreft, is het momenteel onduidelijk of de Roemeense overheid daartoe bereid zou zijn. Volgens de informatie waarover wij op dit ogenblik beschikken, zou het project ook niet meer operationeel kunnen zijn om een bijdrage te leveren aan de doelstelling voor 2020. Voordat ik de keuze maak om een voorstel te doen aan de Vlaamse Regering, wens ik de voormelde evaluatie van het VEA dan ook af te wachten.

Investeren in een land of regio waar het rendement van bepaalde hernieuwbare technologieën hoger is dan in België of Vlaanderen, kan leiden tot een hogere energieproductie voor eenzelfde investeringsbedrag. Nadeel van dergelijke investeringen is wel dat de positieve impact op economie en tewerkstelling zich ook vooral in het buitenland situeert en dat er ook geen rechtstreekse bijdrage is tot het voldoen aan onze energievraag.

Voor het overige onderschrijf ik het antwoord dat mijn voorganger begin 2017 heeft gegeven op een soortgelijke vraag die u toen in de commissie stelde.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik ben al blij dat het VEA bereid is om wat NERO Renewables aan het uitwerken is tussen Nederland en Roemenië, ter harte te nemen, te onderzoeken en te evalueren. Het gaat er natuurlijk altijd om de technische capaciteit zoveel mogelijk hier bij ons te benutten. Hebben we voldoende technische capaciteit? Of moeten we inderdaad een combinatie, een soort van hybride systeem, opzetten waarbij we tegelijkertijd de eigen capaciteit benutten en samenwerken met het buitenland? Draai of keer het zoals je wilt, we moeten zoveel mogelijk hier proberen te realiseren. Dat heeft uw voorganger ook gezegd, minister. Hij heeft er toen ook bij gezegd dat hij zijn best doet en dat als we er niet geraken, wij dan toch minstens ons best zullen hebben gedaan. Maar ondertussen weten we allemaal dat we onze doelstelling voor 2020 niet zullen halen. In alle beleidsnota’s staat al dat we 1400 gigawattuur zullen tekortkomen door een aantal omstandigheden rond de biomassa, door wat er in Genk is gebeurd. We weten ook allemaal dat we voor 2017-2018 voor zon en wind de cijfers halen, maar dat we voor 2019 en 2020 nog superambitieus moeten zijn en dubbel zoveel moeten halen als in 2017-2018.

Er zijn dus twee mogelijkheden. Ofwel zeg je dat we zullen zien waar we uitkomen in 2020, maar dan ben je sowieso te laat om eventueel met het buitenland samen te werken. Ofwel bekijk je nu al op een positieve manier of we dergelijke concepten kunnen uitrollen. Je kunt toch nu al vaststellen dat we normaal gezien de doelstelling niet halen. Dan zal het goedkoper zijn om dergelijke samenwerkingen op te zetten.

Minister, ik ben het niet met u eens wanneer u zegt dat de tewerkstelling niet hier maar elders zal komen. Dat klopt, maar als ik straks een boete moet betalen aan Europa, zal die boete misschien nog altijd interessanter zijn, of zal die boete bij manier van spreken zwaarder wegen dan dat stukje tewerkstelling dat naar het buitenland gaat. Het is tegelijkertijd een export van onze eigen kennis naar het buitenland. Ik zie daar niet echt een probleem in.

Minister, ik voel dat u op de lijn blijft van uw voorganger, terwijl het VEA dit aan het onderzoeken is. Maar mijn vraag blijft: als u ziet dat die doelstelling niet haalbaar is, is het dan niet beter om nu al onmiddellijk met een dergelijk samenwerkingsproject te starten?

De heer Danen heeft het woord.

Dit is een interessante vraag. Maar ik heb hier ook iets heel interessants gehoord. De heer Gryffroy stelt dat we de doelstellingen sowieso niet zullen halen. Het is de eerste keer dat ik dat hoor zeggen door iemand van een regeringspartij. Tot nu toe werd altijd gezegd dat we de doelstellingen wel zullen halen. ‘Het zal niet gemakkelijk zijn’, ‘tandje bij steken’, …: dat discours hoorden we. Minister, ik zou graag van u willen horen of we de doelstellingen nu al dan niet zullen halen.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Gryffroy, ik wil alleszins positief naar de toekomst kijken. Ik heb al een paar keer gezegd dat ik niet van doemdenken houd. Daar waar u heel expliciet stelt dat we de doelstellingen inzake hernieuwbare energie niet zullen halen, wil ik er toch op blijven hameren dat wij denken dat op dit ogenblik alle indicaties aantonen dat we die doelstellingen wél zullen halen en dat we wat dat betreft ook opnieuw kunnen verwijzen naar het overschot dat we in 2016 en 2017 hebben gerealiseerd op de vooropgezette targets. Dus denk ik dat we wel degelijk de doelstellingen zullen halen. Om nu al aan doemdenken te doen en te zeggen dat we de doelstellingen niet zullen halen en dat we dus onmiddellijk andere zaken moeten onderzoeken, daar passen wij voor. Wij gaan er echt voor: wij zullen de doelstellingen halen.

U zegt dat er nog een andere mogelijkheid is, dat we niet moeten wachten op 2020 en dat we nu al een aantal energiestatistieken moeten opkopen of samenwerkingsprojecten in andere lidstaten finaliseren of opzetten.

Ik herhaal wat ik daarstraks heb gezegd. We willen eerst het onderzoek en de evaluatie van het Vlaams Energieagentschap afwachten om na te gaan wat hun bevindingen zijn over de projecten die voorlagen.

Op dit ogenblik weten we dat men binnen de EU wel de doelstellingen zal halen en dat er een overschot aan energiestatistieken voorhanden zal zijn. Als er toch een ruimer aanbod dan de vraag zal zijn, moeten we afwachten wat de beste prijzen zullen zijn om al dan niet energiestatistieken over te nemen.

Opnieuw, ik blijf er in eerste instantie bij – ik wil het nogmaals benadrukken – dat wij ervan uitgaan en dat alle indicaties dat ook aantonen, dat we de doelstellingen voor hernieuwbare energie 2020 wel zullen halen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, ik moet u toch betrappen op een kleine tegenstrijdigheid met wat uw voorganger zei. De aankoop van hernieuwbare energiestatistieken werd als onwenselijk omschreven. U zegt nu dat we moeten afwachten wat het geeft. Het Nationaal Energie- en Klimaatplan zegt duidelijk dat we de doelstellingen niet zullen halen. Als u het rapport leest, zult u het zien. We stranden op 12 procent, tenzij we aankopen. Ik vind dat we dan nu al moeten onderzoeken of we aankopen en niet wachten tot 2020, want dan is het sowieso te laat.

Inderdaad, de statistieken voor 2016-2017 zeggen dat we boven het ‘target’ zitten, maar u weet even goed dat wat er ingeschreven is voor 2019-2020, beduidend meer is dan wat er de tweede twee laatste jaar is gebeurd. Het was bij manier van spreken de rekentruc om het door te schuiven naar 2019-2020.

We zullen in 2020 zien wie er gelijk had: u en uw voorganger of wij.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ik denk niet dat er een tegenstrijdigheid is tussen wat mijn voorganger zei en wat ik daarstraks zelf zei. Ik ga niet onmiddellijk over tot het aankopen van energiestatistieken. Wij gaan ervan uit dat de doelstellingen 2020 gehaald zullen worden. Als we die doelstellingen halen, zullen we niet moeten overgaan tot de aankoop van energiestatistieken. Alleen maar als we ze niet zouden halen – en dan doen we opnieuw aan doemdenken –, kunnen we later nog altijd overwegen om energiestatistieken aan te kopen.

Wat betreft de haalbaarheid van doelstellingen wil ik toch nog wijzen op heel wat projecten die op til staan. Ik denk aan het Solarpark in Lommel. Ik denk ook aan de drijvende zonnepanelen en aan andere innovatieprojecten die op tafel liggen. Ik ben er dus van overtuigd dat we onze doelstellingen wel zullen halen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Het gaat mij niet over doemdenken maar over de voorzichtigheid waarmee u uw bedrijf, zijnde de overheid, beheert. Het gaat niet over doemdenken maar gewoon over vooruitzien en nagaan hoe je het het best aanpakt. Je kunt niet op 31 december 2019 nog iets gaan beslissen als je nu geen voorbereidingen maakt. Dat is onze visie. U hebt een andere visie.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.