U bent hier

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Voorzitter, ook dit is niet meteen een spannende vraag om uitleg, maar in de huidige context is ze dat toch al iets meer.

Milieuvriendelijke voertuigen worden in Vlaanderen fiscaal aangemoedigd. Daarbij worden een drietal aandrijflijnen onderscheiden, namelijk waterstof, aardgas en elke vorm van elektrificatie. Momenteel genieten de aardgasrijders tot 31 december 2020 van een vrijstelling op de jaarlijkse verkeersbelasting en op de belasting op inverkeerstelling (BIV). Sinds het aanslagjaar 2016 genieten de eigenaars van plug-in hybride elektrische voertuigen tot 31 december 2020 van diezelfde voordelen, mits hun voertuig minder dan 50 gram CO2 per kilometer uitstoot. De gebruikers van zero-emissievoertuigen, zoals wagens op waterstof of met elektrische batterijen zijn onbeperkt in de tijd vrijgesteld van de jaarlijkse verkeersbelasting en van de BIV.

Ik weet dat er mensen in de zaal zitten die ongetwijfeld – en overigens heel terecht – zullen wijzen op het feit dat we kunnen discussiëren over de vraag of plug-invoertuigen eigenlijk wel milieuwinst opleveren, want die winst is afhankelijk van het individuele gebruik door de gebruikers en dat kunnen we niet meten. De vraag is dan gewoon of ze de stekker al dan niet in het stopcontact steken. Daar hangt het van af of ze al dan niet milieuwinst opleveren. Dat is een zeer terechte opmerking, maar het is niet de kern van mijn vraag om uitleg.

Minister, gezien hun lagere CO2-uitstoot hebben gewone hybride voertuigen een gunstiger tarifering op het vlak van de jaarlijkse verkeersbelasting en de BIV. Een beperking in de tijd van de fiscale voordelen voor plug-in hybride elektrische voertuigen en voor voertuigen op compressed natural gas (CNG) is verdedigbaar. We hebben altijd gezegd dat die technieken niet vrij van uitstoot zijn en als overgangstechnieken moeten worden beschouwd. Dat geldt zeker voor CNG – er zijn hierover zelfs nog conceptnota’s ingediend. Ze vormen een overgang naar de volledig emissievrije alternatieven, maar zoals het er nu voorstaat, zou die overgang langer kunnen duren dan werd gedacht. Indien u hierover zou willen uitweiden, zouden we zeker een luisterend oor hebben.

De fiscaliteit is en blijft een belangrijke overweging voor huidige en toekomstige eigenaars. Bovendien draagt een groter wagenpark met milieuvriendelijke voertuigen bij tot onze klimaatdoelstellingen. Een vrijstelling of verlaging van de verkeersbelastingen voor aardgaswagens en plug-in hybride elektrische voertuigen is dan ook een belangrijke drijfveer om dit voertuigtype te behouden of aan te schaffen. Ik ben er heilig van overtuigd dat de fiscaliteit veel meer effect sorteert dan welke premie ook. Ik heb hierover een schriftelijke vraag gesteld en we komen hier binnenkort nog op terug.

Fiscaliteit maakt een verschil in de hoofden van de mensen, terwijl dat met betrekking tot de premie helemaal niet het geval is. Het is dan ook belangrijk ook na volgend jaar duidelijkheid over het fiscale kader te scheppen. We zijn er ons natuurlijk van bewust dat dit in de volgende legislatuur zal moeten worden uitgemaakt, maar het lijkt me niet fout nu al eens te luisteren naar hoe u dit precies ziet.

De vrijstelling van de jaarlijkse verkeersbelasting en de BIV voor plug-in hybride elektrische voertuigen en voor CNG-voertuigen eindigt volgend jaar. Welke fiscale continuïteit zal de huidige en de toekomstige eigenaars van dit type eventueel worden geboden? Welke parameters worden daarbij gehanteerd? Hoe kunnen we de eigenaars die in alternatieven investeren meer fiscale zekerheid op lange termijn bieden? Aangezien het gevaar natuurlijk bestaat dat de verkoop het komende jaar zal uitdoven, is het niet slecht daar nu al eens over na te denken.

Er zijn momenteel geen accijnzen op CNG. Het spreekt voor zich dat de aardgasrijders het ook zo willen houden. Af en toe steekt echter het gerucht de kop op dat de federale overheid dit zou kunnen doorvoeren. De vraag is of u hierover iets meer kunt zeggen. Hebt u hierover al overleg gepleegd? Hoe kunnen we de eigenaars van CNG-voertuigen voldoende zekerheid bieden dat hun voordelen niet plots zullen worden tenietgedaan?

De voorzitter

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Diependaele, ik dank u voor uw vraag om uitleg. U hebt terecht vermeld dat de fiscale voordelen voor milieuvriendelijke voertuigen en de zero-emissiepremie zijn ingevoerd in de begrotingsopmaak voor 2016. In essentie geven deze financiële of fiscale incentives uitvoering aan de Europese ‘clean power for transport’-richtlijn, die de diverse lidstaten de opdracht geeft nationale beleidskaders uit te werken.

Het gaat om beleidskaders voor de marktontwikkeling van milieuvriendelijke energie en/of brandstoffen voor voertuigen, en voor de bijbehorende infrastructuren.

Europa wil op die manier vooral alternatieve brandstoffen groeikansen geven. Elektriciteit en waterstof worden hierbij gezien als definitieve technologieën, gezien de zeer beperkte emissies. Voertuigen die door aardgas worden aangedreven – de cng-voertuigen (compressed natural gas) of lng-voertuigen (liquefied natural gas) – worden als tijdelijke overgangstechnologieën gezien, net zoals de plug-inhybrides. Die leveren op korte termijn betere milieuprestaties, maar ze doen nog altijd deels een beroep of fossiele brandstoffen. Plug-inhybrides vormen wel de opstap naar zuiver elektrische voertuigen, die momenteel nog een beperktere actieradius hebben.

Uw vragen gaan specifiek over deze overgangstechnologieën, met name de plug-inhybrides en de aardgasvoertuigen. U vraagt meer specifiek naar wat we zullen doen met de fiscale incentives. Zoals u terecht aangeeft, zijn deze fiscale voordelen voor de overgangstechnologieën beperkt in de tijd: ze lopen tot 31 december 2020.

31 december 2020 ligt al een eind in de volgende legislatuur. U wilt met uw vraag allicht duidelijkheid en rechtszekerheid bieden aan de kopers van voertuigen, maar u weet ook dat ik daar geen beslissing over kan nemen. Het gaat om keuzes van de volgende Vlaamse Regering, en ik kan daar op dit moment geen voorafnames op doen. December 2020 ligt toch nog een eind voor ons.

Ik wil wel een aantal overwegingen meegeven. Ten eerste haalt geen enkele van de cleanpowertechnologieën momenteel al een marktaandeel van 3 procent bij de nieuwe inschrijvingen. Die 3 procent wordt in de autosector aanzien als de minimale marktpenetratie om een technologie op grote schaal te kunnen laten doordringen. Op grond hiervan kun je dus stellen dat de fiscale voordelen op dit moment zeker niet tot oversubsidiëring leiden, maar dat ze wel degelijk nog nodig zijn.

Gewone hybrides hebben wel een groter marktaandeel, maar ze genieten vandaag niet van de vrijstelling. Ze worden, net als benzine- of dieselvoertuigen, getaxeerd volgens de technologieneutrale formule. Het is evident dat eigenaars van gewone hybrides wel lagere verkeersbelastingen betalen, gezien het lager aandeel CO2.

Zelfs als er na 2020 geen verlenging zou komen van de financiële incentives voor de voertuigen op aardgas en voor de plug-inhybrides, dan nog zullen deze voertuigen lager belast worden dan klassieke fossiele verbrandingsmotoren. Want ook voor deze wagens geldt dat ze lager scoren qua CO2-uitstoot.

Ten derde is het ook belangrijk om te kijken hoe het regionale met het federale beleid spoort. Indien de verschillende beleidsniveaus tegengestelde maatregelen treffen, dan is het moeilijk om het draagvlak voor milieuvriendelijke voertuigen te vergroten.

Wat de plug-ins betreft, is het federaal beleid onlangs duidelijk strenger geworden. Met de hervorming van de vennootschapsbelasting vanaf 2020 is de aftrek in functie van de CO2-uitstoot verstrengd, en voor plug-ins geldt de bijkomende voorwaarde dat zij 0,5 kilowattuur batterijcapaciteit per 100 kilogram voertuiggewicht moeten halen.

Mijnheer Diependaele, ik wil ook graag naar de klimaatresolutie verwijzen. Daarin werd vastgelegd dat vanaf 2030 nog slechts de helft van de inschrijvingen of de nieuwverkoop van personenwagens fossiel mag zijn. Vanaf 2050 moeten zelfs alle personenwagens volledig zero emissie zijn. Als er ons nog maar elf jaar rest om het aandeel van de verbrandingsmotor te halveren, dan is het niet logisch om de overgangstechnologieën tot 2029 te stimuleren. Dat is althans onze mening.

We moeten alles ook bekijken in de context van de normen die aan de autofabrikanten worden opgelegd. Vanaf 2020 moeten zij namelijk een gemiddelde halen van maximum 95 gram CO2 op de nieuwverkoop van hun vloot, 80 gram vanaf 2025 en 62 gram vanaf 2030. Deze doelstelling kunnen ze enkel halen als er voldoende modellen met low emissie of zero emissie worden verkocht.

De constructeurs staan onder grote druk om groene modellen tegen een aantrekkelijke prijs aan te bieden, op straffe van stevige Europese boetes. Daardoor verwachten we in het volgende decennium ook een versnelling in de verkoop van zero-emissievoertuigen.

Als minister van Energie streef ik er vooral naar om nog meer mensen ervan te overtuigen om een zero-emissievoertuig te kopen. Dat hebben we onlangs in de plenaire vergadering nog onderstreept. Het succes van de groepsaankoop op het laatste Autosalon bewijst dat we nog veel kunnen doen om het draagvlak te vergroten. Ik betreur dan ook dat sommigen de laatste weken systematisch geïnvesteerd hebben in negatieve berichtgeving over elektrische voertuigen. We moeten net met zijn allen proberen om steeds meer mensen te overtuigen om een elektrisch voertuig te kopen.

Uw tweede vraag ging over de vrijstelling van accijnzen op cng-voertuigen, maar dat is een federale bevoegdheid, binnen de grenzen die Europa trekt. Richtlijn 2003/96 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit laat de lidstaten toe om belastingvrijstellingen of -verlagingen toe te passen voor aardgas dat voor voortbeweging wordt gebruikt. Zoals u weet, maakt België gebruik van deze mogelijkheid. Federaal minister Alexander De Croo bevestigt dat er Europees geen concrete plannen zijn om deze richtlijn op dit ogenblik te wijzigen.

Ik kan uiteraard geen uitspraken doen over de federale bevoegdheid, laat staan dat ik iets kan zeggen over de toekomst van de federale intenties.

Zoals u weet, maakt België gebruik van deze mogelijkheid. Uit navraag bij minister De Croo blijkt dat er op Europees niveau geen concrete plannen zijn om deze richtlijn te wijzigen.

Ik kan geen uitspraken doen over een federale bevoegdheid, dat begrijpt u, laat staan over die voor de toekomst. Zoals u weet, heeft de Federale Regering de studie over de koolstofbeprijzing gepubliceerd. Indien de volgende Federale Regering overgaat tot een CO2-accijns naar Scandinavisch model, impliceert dit ook een technologieneutrale taxatie van CO2. Het is aan de kiezer om de kaarten te schudden.

Wel kan ik met zekerheid zeggen dat bij een technologieneutrale taxatie – zowel op Vlaams als op federaal niveau – CNG door zijn lagere CO2 altijd gunstiger zal uitkomen.

Ik kan dus geen voorafnames doen op het beleid van toekomstige Vlaamse of federale regeringen. Wel kan ik met zekerheid zeggen dat CNG fiscaal gunstiger zal blijven dan benzine en diesel.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Dank u voor de toelichting, minister. Ik heb alle begrip voor het feit dat u niet kunt zeggen wat de volgende regeringen gaan doen. Voor de Vlaamse Regering zou u dat nog een beetje kunnen doen, maar voor de federale zou dat helemaal doodsverachting vergen.

Het is natuurlijk jammer maar heel begrijpelijk dat we geen zekerheid kunnen geven aan die mensen. Dat is misschien een constructiefoutje dat er van bij het begin inzat. Maar het is ook begrijpelijk, het is duidelijk gecommuniceerd. Iedereen wist het. Heel wat mensen zijn daar ondertussen believer van en dat gaat nog blijven duren.

Die data zijn natuurlijk ook ingebouwd met de idee dat we op dit ogenblik al veel verder zouden staan met andere doelstellingen, namelijk met het bereiken van de zero-emissie of met het aantal zero-emissievoertuigen. Daar staan we nog zeer ver van. Ik herinner me dat we in de eerste jaarhelft van 2010 op 0,51 procent zaten en het zou de bedoeling zijn om tegen eind volgend jaar 7,5 procent te halen. ‘Bonne chance’ voor wie denkt dat we dat nog halen. Ik vind die doelstelling heel goed, ik heb daar op zich geen probleem mee. Ik vrees dat we gaan moeten beginnen te leven met de idee dat CNG en aanverwante technologieën wel eens langer overgangstechnologieën zullen blijven dan we zelf willen. Dat is natuurlijk te betreuren omdat we er maar matig in slagen om mensen te overtuigen die zero-emissievoertuigen te kopen.

Nogmaals, die fiscaliteit doen we al volledig, dus daar ligt het niet aan. En die premie zal zeker ook niet helpen.

Nog een kleine opmerking, minister. We kunnen die negatieve berichtgeving niet negeren. Het spijt me verschrikkelijk, minister, maar de waarheid mag worden gezegd. Als ze negatief is omdat we de doelstellingen niet halen, moet dat worden gezegd. We moeten dat durven uit te spreken. Niet alleen dat, we moeten ook durven na te denken over wat we eraan gaan doen. In het voluntaristische ‘wolkenwereldje’ waar we doen alsof de slechte cijfers niet bestaan, boeken we ook geen vooruitgang. In die zin moeten we niet te rap met de vinger wijzen naar de negatieve berichtgeving. We moeten veeleer kijken naar de oorzaak van de slechte cijfers.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Dank u voor de vraagstelling en de antwoorden. Collega Diependaele, u hebt blijkbaar een klein trauma overgehouden aan de federale regeringsdeelname van uw partij. (Opmerkingen van Matthias Diependaele)

U spreekt over doodsverachting en dergelijke.

Matthias Diependaele (N-VA)

Het bestaan van die regering op zich is al voldoende, zonder eraan deel te nemen. (Opmerkingen. Gelach)

Goed, dat is genoteerd. U weet dat dit allemaal wordt opgenomen en later tegen u kan worden gebruikt, collega Diependaele. (Opmerkingen. Gelach)

Minister, ik ben blij met uw antwoord omdat u duidelijk de ambities handhaaft, in weerwil van wat collega Diependaele zegt, om effectief te gaan voor de elektrificatie van ons transport. Ik heb meteen een bijkomende vraag. Die doelstelling van 7,5 procent in 2020 die u vandaag nog in de krant belijdt, acht u die nog haalbaar? Zult u bijkomende initiatieven nemen?

Wij hebben voor onszelf als partij al een duidelijke keuze gemaakt: de elektrificatie van ons transport zal bijzonder belangrijk zijn in het kader van de klimaatdoelstellingen, maar ook in het kader van ons economisch en renovatiebeleid. Als overheid moeten we daarover heel duidelijk communiceren. Vlaanderen heeft er alle baat bij om dat ook te doen. We hebben de eerste fabriek in ons land, in Brussel, die niets anders bouwt dan elektrische auto’s. Het zou dwaas zijn om dan niet in te zetten op diezelfde technologie in onze regelgeving en ons fiscaal beleid.

Tegen 2020-2030 moeten we komen tot een zero-emissie van nieuwe auto’s die worden ingeschreven in het Vlaamse wagenpark. Om daar te geraken zijn er enkele tussenstappen nodig, onder andere de elektrificatie van de vloot van de Vlaamse overheid, en van de leasing- of taxivloot in Vlaanderen en België. Plant u dergelijke tussenstappen? Die mensen uit de leasing- en taxisector zijn heus bereid om die stappen te zetten als er inderdaad een stabiel fiscaal kader is dat hun garandeert dat hun investeringen effectief rendabel kunnen zijn. Wat is uw mening daarover? Plant u ter zake nog initiatieven in de komende maanden?

Jan Bertels (sp·a)

De doelstellingen, daar staan we, denk ik, allemaal achter. We moeten bepaalde tussenstappen zetten om de doelstellingen te halen en dat zal niet gemakkelijk zijn, daar moet ik collega Diependaele in bijtreden. In die geest is een stabiel fiscaal kader wel een pluspunt, maar ik heb begrepen dat dat voor de volgende regering is.

Ik heb wel een vraagje met betrekking tot de plug-inhybrides, ook een tussenstap. Wordt de beperkte uitrol van de laadpalen niet als een beperking ervaren wordt voor de potentiële kopers van zo’n plug-inhybride? Ik hoor in mijn omgeving mensen namelijk zeggen dat ze nog niet genoeg weten hoe ze hun auto zullen opladen. Moet er geen verdere versterking komen voor de uitrol van de laadpalen?

De voorzitter

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Bedankt voor uw bijkomende vragen.

Ik ben alleszins blij dat iedereen toch vasthoudt aan de vooropgestelde doelstelling van 7,5 procent nieuwe zero-emissievoertuigen tegen 2020. Ik denk dat we daarvoor al alle mogelijke maatregelen genomen hebben en dat we ook al het mogelijke blijven doen om die doelstelling te halen.

Mijnheer Diependaele, u kunt tegen de premie zijn, maar het gaat hier om een en-enverhaal. Enerzijds hebben we de fiscale stimuli om de mensen ertoe aan te zetten een zero-emissievoertuig te kopen. Daarnaast hebben we de premies om de mensen over de streep te trekken. We hebben tegelijkertijd begin januari onze campagne ‘Van Euh naar Aha’ opgezet, die duidelijk aangeeft of het vandaag aangewezen is een zero-emissievoertuig aan te kopen. Op die website staat heel duidelijke informatie over de actieradius, het probleem van de laadpalen en wat men ook maar wil weten. De ‘Aha’ komt in die campagne heel sterk naar voren want achteraf heeft men de aha-erlebnis dat het misschien toch wel zeer interessant kan zijn om een elektrisch voertuig te kopen.

Tegelijkertijd wil ik toch ook wel even het verhaal van de groepsaankoop situeren, zoals ik recent ook nog in de plenaire vergadering heb gedaan. We kunnen uiteraard aan doemdenken doen en stellen dat die doelstelling van 7,5 procent niet haalbaar zal zijn, maar ik wil dat absoluut niet doen. Ik denk dat we moeten blijven investeren en mensen moeten blijven enthousiasmeren om toch een zero-emissievoertuig aan te kopen. De groepsaankoop van de firma Bobex kan daarin een bijkomende tool zijn. Ik zie dat er bij Bobex toch heel wat mensen interesse hebben getoond voor de aankoop van een voertuig.

Daarmee kom ik ook bij uw vraag, voorzitter. Er is niet alleen interesse om zo’n voertuig aan te kopen, binnen het aanbod van de groepsaankoop zijn ook de laadpalen meegenomen. Men kan dus ook een laadpaal aankopen. Dat alles samen is toch wel een mooie incentive om een zero-emissievoertuig te kopen.

Ik wil ook even terugkomen op de negatieve berichtgeving. U hebt ook het persartikel gelezen van onder andere de Ombudsdienst, die zegt niet te weten of het vooropgestelde budget voor premies zal volstaan. Welnu, ik zou, zoals ik al vaker gezegd heb, eigenlijk moeten hopen dat het budget niet volstaat want dat zou betekenen dat we heel veel elektrische wagens hebben kunnen verkopen en dus veel premies hebben kunnen uitkeren.

Ik herhaal: de doelstelling is vooropgesteld. Ik ben blij dat ze kamerbreed gedragen wordt. We hebben natuurlijk geen glazen bol. We kunnen nu niet weten of we die doelstelling van 7,5 procent zullen halen, maar we moeten alles op alles zetten.

Collega Bothuyne, wat de e-tron betreft, deel ik zeker uw bekommernissen. We moeten er zeker rekening mee houden. Wat dat en ook de leasingsector betreft, ga ik binnenkort samenzitten met mijn collega-ministers om na te gaan hoe we daarin zo snel mogelijk tot een consensus kunnen komen. We hebben er alle belang bij dat de leasingvoertuigen, die binnen twee of drie jaar op de markt komen, straks allemaal zero-emissievoertuigen zijn.

Wat de laadpalen betreft, wil ik even zeggen dat de eigenaars van een zero-emissievoertuig hun wagen voor 70 procent thuis opladen en voor 20 procent op het werk. Dat blijkt uit een enquête. De publieke laadpalen zijn dus wat dat betreft geen ‘dealbreaker’. (Opmerkingen van Jos Lantmeeters)

We hebben met betrekking tot laadpunten ook doelstellingen. Op dit moment hebben we 2600 publieke laadpunten in Vlaanderen. Heel wat lokale besturen zijn op dit ogenblik bezig met de uitrol ervan, waardoor er jaarlijks alleszins 1000 zouden moeten bijkomen. Op die manier zouden we onze doelstelling moeten kunnen halen.

Ik denk dat ik hiermee alle vragen beantwoord heb. Zo niet, dan hoor ik het wel.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Eerst en vooral blijf ik erbij dat de premie geen aanvullende incentive is om effectief zo’n wagen te kopen. Ik vind het trouwens al helemaal vreemd dat u moet verwijzen naar een opmerking van de Ombudsdienst om uit te maken of het budget ervoor al dan niet zal volstaan. (Opmerkingen van minister Lydia Peeters)

Ik neem aan dat u er als minister toch wel beter zicht op hebt of het budget al dan niet zal volstaan om de premies te betalen. Die verwijzing begrijp ik dus al helemaal niet.

Die groepsaankoop, op zich heeft niemand daar iets tegen. Al heb ik gezien dat er voor sommige modellen van 36.000 euro maar een voordeel van 300 euro zou zijn. Maar dat maakt op zich niet zoveel uit. De kritiek op de groepsaankoop is of de overheid zich te moeien heeft met een dergelijk systeem. Ik vind alleszins van niet. Een privéfirma mag een groepsaankoop organiseren. Dat is vrij ondernemerschap en daar heb ik geen probleem mee. De vraag en kritiek vanuit mijn fractie is echter of wij ons daar als overheid mee moeten inlaten. Volgens mij is het meer voor de show geweest dan voor iets anders.

De opmerking van de voorzitter is in die zin juist. Wij hebben als overheid de taak om ervoor te zorgen dat de omgevingsfactoren voor de aankoop van een elektrische wagen goed zijn. Ik denk niet dat dit zaligmakend is. Je mag voor mijn part elke honderd meter een laadpaal zetten, dat betekent nog niet dat we daardoor plotseling onze doelstellingen qua elektrische voertuigen zullen halen. Maar een van de factoren waarin wij in elk geval gigantisch achterlopen op de rest van de Europese landen zijn die laadpalen. Dan is het een beetje vreemd dat u cijfers geeft over het opladen, die evengoed zouden kunnen aantonen dat er net meer nood is aan publieke laadpalen.

U geeft nu cijfers over hoe er opgeladen wordt, maar u antwoordt niet of er nu niet meer nood is aan publieke laadpalen. Ik spreek u, voor alle duidelijkheid, dus niet helemaal tegen. Ik stel alleen maar vast dat dat niet het juiste antwoord op die vraag is. We moeten nagaan of de Vlaming al dan niet nood heeft aan meer publieke laadpalen. Er ligt nog zeer veel werk op de plank om dat iets te vergemakkelijken.

Ik heb trouwens altijd heel uitdrukkelijk gezegd dat de overheid maar een beperkt aantal zaken kan doen om de mensen te overtuigen om een elektrische wagen te kopen. Uiteindelijk zal het nog altijd van de mensen zelf moeten komen, van de fabrikanten, van het consumentengedrag: allemaal zaken waarop de overheid geen rechtstreekse invloed heeft. Wij moeten ons concentreren – en dat is wel een beetje een verwijt – op die zaken waarop wij rechtstreeks impact hebben: de infrastructuur, de laadpalen en dergelijke meer. Wij moeten ons voor de rest niet blindstaren op leuke ideetjes en gadgets en cadeautjes. Wij moeten ons beperken tot het echte werk.

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ik heb voor wat betreft de laadpalen eventjes het gedrag van de mensen geschetst. Ik heb zeker niet gezegd dat er geen nood is aan bijkomende laadpalen, dat wil ik duidelijk stellen. We hebben op dit ogenblik een aantal laadpalen, maar u weet ook dat we de doelstelling hebben vooropgesteld om tot minstens 5700 laadpalen te komen. Er moeten er alleszins elk jaar 1000 bijkomen. Ik denk opnieuw dat we wat betreft de lokale besturen heel wat initiatieven nemen.

U zegt dat het meer moet zijn dan alleen wat leuke gadgets. Ik denk opnieuw dat wij als overheid al het mogelijke willen doen om mensen ervan te overtuigen om een elektrisch voertuig te kopen. Een groepsaankoop organiseren – die wij als overheid niet zelf organiseren maar waarvoor we net als andere instanties zoals bijvoorbeeld de provincie Antwerpen een aanbesteding hebben uitgeschreven – is niet het doel an sich, maar we willen daarmee uiteraard nog meer mensen overtuigen om over te stappen naar een elektrisch voertuig. Dat is de doelstelling die we allemaal voor ogen hebben.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Ik blijf erbij dat die groepsaankoop geen overheidsopdracht is, maar goed, daarover verschillen we van mening. Ik ga het daarbij laten.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vraag om uitleg van Koen Van den Heuvel aan Lydia Peeters, Vlaams minister van Begroting, Financiën en Energie, over het uitvoeren van uitgaventoetsingen

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.