U bent hier

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Minister, het gaat hier over een studie die u hebt laten opmaken door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) na een debat in deze commissie in juni of juli van vorig jaar. Ik wil u daar oprecht voor bedanken want die studie was snel opgeleverd en het is een goed werkstuk. Het is een goede basis om ook de volgende jaren de evolutie vanuit de VMM te volgen.

U hebt zelf geen reactie gegeven, of ik heb ze toch niet gezien, op deze studie. U hebt de studie opgeleverd en doorgestuurd naar het parlement. U hebt op een heel correcte manier gevolg gegeven aan de gestelde vraag en ik apprecieer dat, want dat maakt het parlementair werk alleen maar gemakkelijker voor ons.

In de studie staat dat de kosten die we kunnen berekenen op het vlak van waterliezen, worden geraamd op 23 miljoen euro. Deze kosten zijn nog laag geschat aangezien geen rekening is gehouden met een heel aantal andere zaken die moeilijk kunnen worden berekend. Ik denk dan aan de milieukosten. Het is ook niet duidelijk waar de lekken zich precies bevinden, waardoor niet alle kosten kunnen worden berekend. Men heeft zich gebaseerd op het absolute minimum ervan uitgaand dat 23 miljoen euro waarschijnlijk de kost is voor de jaarlijkse lekverliezen.

Het geeft ook een duidelijk beeld van de situatie sinds de afgelopen jaren, ook in Europa. Dit is dan ook een heel goed werkstuk om verder mee aan de slag te gaan.

In het verleden heb ik al gevraagd om hoorzittingen te organiseren, en u hebt dat zelfs gesteund, omdat de politiek wel initiatieven kan nemen maar op een bepaald moment neemt het technische verhaal het over. Na dit werkstuk zitten we in die fase: de politiek heeft alles gedaan wat mogelijk is om het verhaal in kaart te brengen, ik denk dat nu een volgende stap moet worden gezet. Er moeten vooral technische oplossingen worden gezocht en er moet worden nagegaan in hoeverre bepaalde investeringen verantwoord zijn om die kosten door waterverlies te verminderen. Vraag is ook wat we kunnen doen om antwoorden te geven in periodes van droogte. We willen niet terechtkomen in een debat waarin het moeilijk uit te leggen is dat mensen in de zomer geen zwembadje mogen vullen, gaan auto mogen wassen en de akkers niet mogen besproeien terwijl er tegelijkertijd zoveel kubieke meter water wegsijpelt.

Ik zal straks opnieuw de vraag stellen om hoorzittingen te organiseren. Het parlementair jaar loopt op zijn einde: dit zou een mooi eindstuk zijn voor dit dossier.

Minister, ik heb een aantal concrete vragen over deze studie. Wat is uw analyse van deze studie en welke conclusies verbindt u daaraan? Welke stappen zult u nog zetten na het analyseren van deze studie? Op welke manier zult u deze studie integreren in het droogteplan dat u momenteel aan het opmaken bent? Wordt deze studie vanaf nu jaarlijks herhaald door de regulator of was het een eenmalig initiatief?

De heer Danen heeft het woord.

Begin januari publiceerde de Vlaamse Milieumaatschappij het rapport over het waterverlies bij Vlaamse watermaatschappijen. Daaruit bleek onder andere dat de kostprijs van de miljoenen liters drinkwater die in Vlaanderen verloren gaan door lekken, ongeveer 23,5 miljoen euro per jaar bedraagt.

Om het cijfer in zijn context te plaatsen: alle Vlaamse watermaatschappijen samen leverden vorig jaar bijna 420 miljoen kubieke meter drinkwater aan het net. Daarvan lekte naar schatting bijna 15 procent weg. Dat vertegenwoordigt meer dan 61 miljoen kubieke meter. Per dag gaat het om 168 miljoen liter.

De gerapporteerde verliezen hebben enkel betrekking op waterverlies door lekken, zowel in de toevoer- als in de distributieleidingen, in de waterreservoirs of in de aftakking tot aan de watermeter. Er wordt abstractie gemaakt van water dat gebruikt wordt voor bluswerken of bij het spoelen van de leidingen. Weet u hoeveel kubieke meter water die laatste twee categorieën vertegenwoordigen?

Het werkelijk waterverlies schommelt tussen 2013 en 2017 met een licht stijgende trend op het niveau van de sector. In 2016 lag het werkelijk waterverlies lichtjes hoger ten opzichte van 2013. Tussen 2016 en 2017 steeg het werkelijk waterverlies met 8 procent. Hoe verklaart u de relatief forse schommelingen? Neemt u genoegen met deze cijfers?

Er zijn grote verschillen tussen de verschillende watermaatschappijen. Vooral water-link komt in het rapport in het vizier. De WaterRegulator vraagt in het bijzonder aan water-link een oplossing te zoeken voor het relatief hoge waterverlies. Het werkelijke waterverlies van water-link ligt in 2017, uitgedrukt per aftakking per dag, 94 procent boven het gewogen gemiddelde van de sector, en met een ILI (Infrastructure Leakage Index) van 3,09 zitten ze duidelijk boven de internationaal gehanteerde grenswaarde van 2.

Water-link breekt in 2017 ook met de dalende trend van de voorbije jaren. De WaterRegulator besluit dan ook: “Water-link dient op zoek te gaan naar verklaringen voor de sterke toename in 2017 en het nodige te ondernemen in de optimalisatie van het proces Non-Revenue Water (NRW).”

Welke stappen heeft water-link al ondernomen? Zijn er verklaringen voor dit hoge waterverlies? Zullen er boven op hun actieplan bijkomende maatregelen genomen worden om het waterverlies in lijn te brengen met dat van de andere watermaatschappijen?

Elke maatschappij heeft een actieplan opgesteld om waterverlies te vermijden. In het rapport waarvan hierboven sprake lezen we dat de actieplannen nog niet in een duidelijke stabilisatie of daling van het waterverlies resulteren. Welke conclusie trekt u hieruit? Vindt u dat de watermaatschappijen zich moeten inschrijven in een resultaatsverbintenis wat betreft lekverliezen?

Eerder in de commissie wist u te vertellen dat er een kosten-batenanalyse nodig is om te beoordelen of verdere acties gerechtvaardigd en wenselijk zijn. Kunt u mij laten weten wat de stand van zaken ter zake is? Wordt bij het onderzoek naar kosten en baten ook rekening gehouden met de ecologische kosten en baten? In het rapport staat immers te lezen: “Met de toenemende druk op de waterbeschikbaarheid is het evenwel aan te bevelen te onderzoeken hoe andere kosten meegenomen kunnen worden in de schatting van de kost van het verlies en deze mee te nemen in kosten-batenanalyses zodat deze analyses niet enkel én economisch én vanuit de eigen werking benaderd worden.”

Uit het rapport blijkt dat watermaatschappijen het beheer van hun leidingnet ook met wetenschappelijk onderzoek onderbouwen, en dat hiervoor budget vrijgemaakt wordt. Kunt u mij een overzicht geven van de belangrijkste bevindingen van dat onderzoek? Hoeveel budget werd hier sinds 2010 voor vrijgemaakt?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega's, het feit dat dit rapport er is en dat we het ook onmiddellijk hebben overgemaakt aan het parlement, zoals was afgesproken, toont aan dat op een heel duidelijke en transparante manier met deze problematiek wordt omgegaan, zowel door ons als door de drinkwatermaatschappijen. Op die manier hebben we ook een zicht op de kosten.

De eenduidige cijfermatige opvolging van de verliezen is gestoeld op internationale standaarden en methodes. De actieplannen die elk van de watermaatschappijen opgezet hebben na afloop van een procesbenchmark rond niet-geregistreerd verbruik, blijken nog geen positief effect te hebben op deze evolutie. Ik vind een blijvende en effectievere opvolging dan ook noodzakelijk. Er zullen dus bijkomende inspanningen nodig zijn.

Naar aanleiding van het advies van de WaterRegulator heb ik bij elk van de watermaatschappijen per brief aangedrongen op meer informatie met betrekking tot de lopende en toekomstige inspanningen om het werkelijke waterverlies te beperken. Ik wil specifieker de rekenmethodes kennen, die daarbij ingezet worden om na te gaan of deze maatregelen economisch verantwoord zijn. Daarnaast wil ik ook weten welke inspanningen elke watermaatschappij de komende jaren zal leveren en op welke wijze de maatschappijen zullen aftoetsen. Ik wil ook weten hoeveel het kost omdat het niet mag resulteren in een hogere waterfactuur. Dat is niemands bedoeling. Het moet dus op een goede manier worden aangepakt zonder de kosten maatschappelijk door te rekenen.

In de nasleep van de droogte van 2017 hebben de drinkwaterbedrijven in het voorjaar van 2018 hun strategische aanpak voor de toekomst voorgesteld. Deze aanpak bevat ook elementen die voortvloeien uit de eerste generatie langetermijnvoorzieningsplannen. Deze plannen worden momenteel grondig geëvalueerd door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Alle beschikbare relevante analyses en onderzoeken, zoals ook deze studie, worden hierbij meegenomen.

De verplichte opvolgingsrapportering bij de tariefplannen maakt dat de gegevens voor het berekenen van de indicatoren jaarlijks beschikbaar zullen zijn. De WaterRegulator zal deze verder opvolgen en hierover rapporteren.

Het water dat gebruikt wordt voor het spoelen van de leidingen om een goede kwaliteit van het drinkwater te verzekeren, en het bluswater wordt geschat op 1,7 miljoen kubieke meter. Het vormt dus slechts enkele procenten van de totale hoeveelheid niet-aangerekend water, die ongeveer 60 miljoen kubieke meter bedraagt.

De stijging tussen 2016 en 2017 is hoofdzakelijk toe te wijzen aan de sterke stijging van het werkelijke waterverlies bij water-link: plus 108 procent. Daarnaast rapporteerden ook De Watergroep, plus 7 procent, en de Intercommunale voor Waterbedeling in Vlaams-Brabant (IWVB), plus 3 procent, een stijging. De vijf andere watermaatschappijen registreerden een daling van het werkelijke waterverlies.

De watersector argumenteert dat de rekenmethode een aantal aannames en onzekerheden bevat die maken dat er op de berekende waarde een foutenmarge zit. Schommelingen in het facturatieritme en facturatieperiodes zouden aanleiding kunnen geven tot fluctuaties in niet-aangerekend water.

Verschillende drinkwaterbedrijven voeren op dit ogenblik proefprojecten uit met digitale watermeters. Dit zou een snellere opvolging van het werkelijke verbruik met zich mee kunnen brengen.

Water-link wil de werkelijke verliezen verder beperken door het inzetten van moderne technieken. Water-link heeft een District Metered Area (DMA) ingericht in de gemeente Ekeren. Voor deze zone is software in gebruik genomen, gebaseerd op eventdetectie, waarbij parameters als nachtverbruik en andere gegevens van de digitale meters alsook drukmetingen permanent geanalyseerd worden. In deze zone is een preventief netonderzoek uitgevoerd waarbij slechts een beperkt aantal lekken gevonden werd. Na het einde van deze proef begin maart 2019 zal de methode worden gevalideerd met het oog op een verdere uitrol.

Water-link geeft aan dat hun hoge waterverlies, uitgedrukt in verlies per aftakking per dag, zijn oorsprong vindt in hun specifieke situatie. Het verzorgingsgebied omvat enerzijds een grootstedelijk gebied met een relatief hoog aantal meergezinswoningen en anderzijds het havengebied met grootindustriële leveringen via een relatief klein aantal aftakkingen. Het relatief kleine aantal aftakkingen vertaalt zich dan ook in een relatief hoog waterverlies per aftakking. Dit blijkt ook uit het volume niet-aangerekend water uitgedrukt in procenten. Dit volume komt voor water-link op ongeveer 8 procent, wat beduidend lager is dan het gemiddelde van de sector.

Het niet-aangerekende water wordt in het rapport gemeten met de ILI-indicator. Dit staat voor Infrastructure Leakage Index en is een internationaal gebruikte maat. Water-link verwijst naar de onzekerheden en de daaruit volgende foutenmarge in de berekening van de ILI.

Water-link geeft zelf aan dat ze in 2016-2017 in een overgangsperiode zaten door de invoering van een nieuw ERP-systeem (enterprise resource planning). Dat systeem wordt gebruikt om het klantenbeheer en de facturatie op een andere manier op te volgen.

De actieplannen van de watermaatschappijen werden eind 2016 opgesteld, na de uitvoering van de procesbenchmark over niet-aangerekend water, zoals ik net zei. Volgens de WaterRegulator is het, gelet op de tijd die nodig is voor het uitvoeren van bepaalde acties, nu nog te vroeg om conclusies te trekken over de impact van die actieplannen. Ze zijn volop met de uitrol bezig.

Een resultaatverbintenis opleggen aan de drinkwatermaatschappijen is niet evident. De watermaatschappijen zijn ook allemaal anders. Zij zelf zijn momenteel nog steeds de beste partij voor het formuleren van acties en eigen doelstellingen voor dit proces.

De waterbedrijven volgen de aanbevelingen en wetenschappelijke onderzoeken van verschillende instanties op, zoals de International Water Association, de internationaal gebruikte website http://www.leakssuite.com/ over lekverliezen en KWR Watercycle Research Institute, het samenwerkingsverband van de Nederlandse watersector. Verder organiseren ze workshops om te zien hoe ze deze bevindingen in de praktijk kunnen omzetten. Op basis van deze informatie en opportuniteiten starten de drinkwaterbedrijven ook proefprojecten en samenwerkingsverbanden op. Hiernaast gebeurt er elk jaar een ervaringsuitwisseling tussen de drinkwatermaatschappijen.

Dat is een antwoord op uw vragen, maar ik denk dat we het erover eens zijn dat de inspanningen meer resultaat zouden moeten opleveren.

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Misschien begrijp ik het verkeerd en kunt u me zo meteen corrigeren, maar in hoeverre houdt die ILI-indicator (Infrastructure Leakage Index) rekening met de regionale toekomstperspectieven op het vlak van water? In Duitsland is bijvoorbeeld het toekomstperspectief inzake water anders dan in Vlaanderen. Hier is de nood veel hoger dan in Duitsland. Zo zegt de ILI-indicator dat je een probleem hebt als je boven de 2 zit, maar die wordt ook in Duitsland gewoon gehanteerd. In hoeverre is die ILI-indicator realistisch als je in een regio als Vlaanderen woont waar we in de toekomst echt een probleem met waternood zullen hebben? Vergelijken we dan geen appelen met peren?

Mocht er gewoon genoeg water zijn, dan maakt het, om heel eerlijk te zijn, weinig uit of er 100.000 of 200.000 liter water per dag wegstroomt. Ik ben wat bang dat we ons altijd achter die ILI-indicator verstoppen en dat de lokale nood per regio sterk verschilt. Misschien moeten we op een andere manier die cijfers interpreteren want als we deze indicator blijven hanteren, kunnen we zeggen dat er geen probleem is omdat we op Europees vlak wel goed scoren.

In de toekomst dreigt hier echt een watertekort en dan is het wel een probleem dat er zoveel liter per dag wegstroomt. Die interpretatie van en verwijzing naar die ILI-indicatoren die altijd wordt gebruikt, wringt bij mij wat. Mocht die wel rekening houden met het toekomstperspectief op het vlak van water in bepaalde regio’s, dan ben ik fout, maar ik kan dát nergens terugvinden.

Er wordt ten tweede inderdaad heel veel bestudeerd, en dat is maar goed ook. Er ligt op dit moment veel meer op tafel dan vijf jaar geleden. Er liggen heel veel cijfers en benchmarks op tafel. Je ziet dan ook dat elke maatschappij op zichzelf initiatieven neemt om oplossingen te zoeken. Dat is allemaal heel goed. Maar als iedere watermaatschappij op zichzelf oplossingen gaat zoeken, dan kost dat natuurlijk heel veel geld. Kan dat niet op een gestructureerde manier, zodat dat op een collegiale manier gebeurt en bepaalde proeftuinen die nu worden opgestart niet in conflict raken met elkaar? Want dan hebben we op termijn nog geen structurele oplossing.

Heel concreet: we kunnen hier nog heel lang over allerlei technische zaken debatteren, maar ik denk dat het goed zou zijn voor het Vlaams Parlement en ook voor de volgende minister om met structurele aanbevelingen te komen zodat we deze problematiek echt kunnen aanpakken. Ik zou echt willen voorstellen om nu met hoorzittingen te beginnen. Er ligt genoeg op tafel, het staat nu hoog op de agenda, laat nu alle technische zaken die we nog moeten weten van de sector komen. Laat ons dan vanuit het beleid aanbevelingen doen om echt resultaat te krijgen in het terugdringen van de waterlekken die nu al jarenlang worden gedetecteerd.

De heer Danen heeft het woord.

U bent begonnen met te zeggen dat er bijkomende inspanningen van de sector worden verwacht. U hebt al een aantal zaken opgesomd die moeten gebeuren, zoals het verder uitbouwen van die actieplannen. Kunt u wat specifieker zijn over wat u van de sector verwacht om deze waterverliezen te beperken?

Een groot deel van uw antwoord is over Water-link gegaan. Ik begrijp daaruit dat de stijging tussen 2016-2017 van het waterverlies met 8 procent vooral op het conto van Water-link te schrijven is. Is het duidelijk vanwaar het komt dat we ineens zo’n gigantische stijging van het waterverlies hebben? Het bedraagt 108 procent. U hebt daarover een aantal zaken gezegd. Ik vind het toch gigantisch dat de stijging van het verlies meer dan verdubbeld is in een jaar tijd. Het lijkt me dan toch iets wat heel goed in de gaten moet worden gehouden.

U hebt gezegd dat resultaatverbintenissen niet zo wenselijk zijn. Waarom niet? Je kunt toch wel tot resultaatverbintenissen komen? We moeten naar een goede praktijk gaan. Bij een goede praktijk hoort maar zoveel procent waterverlies, want anders is het heel moeilijk om tot doelstellingen te komen. Je moet toch weten waar je naartoe gaat om daarop je inspanningen of methodes te enten?

U hebt op twee van mijn vragen nog niet geantwoord. Ze sluiten een beetje aan bij wat de heer Beenders net zei. We verschuilen ons soms achter de ILI-indicator. We bekijken de effectieve kost van het waterverlies vooral in centen. Wordt er ook rekening gehouden met de ecologische kosten-baten? Dat is wel belangrijk. In het rapport staat ook te lezen dat met de toenemende druk op de waterbeschikbaarheid het aan te bevelen is dat ook met andere kosten rekening wordt gehouden. Want als je, zoals de heer Beenders zegt, in een gebied zit waar er meer dan genoeg water is, dan kun je misschien zeggen dat het juiste percentage er weinig toe doet.

Als je echter in een gebied zoals Vlaanderen woont, waar de waterschaarste jaar na jaar toeneemt, is het volgens mij van heel groot belang dat je ook de ecologische kosten en baten meeneemt en daarrond een rekenmethode ontwikkelt. Het gaat immers om meer dan alleen water dat weglekt en dat geld gekost heeft om op te pompen en te zuiveren; je moet ook de watertafels laten dalen. Het lijkt me toch ook wel heel erg belangrijk om ook daar rekening mee te houden. Dat is trouwens niet iets wat alleen de Groenfractie zegt, maar ook de WaterRegulator. Alleen zeggen zij niet hoe. Ik zou graag uw visie ter zake kennen.

In het rapport las ik dan ook dat de watermaatschappijen het beheer van het net met wetenschappelijk onderzoek onderbouwen. Ik zou graag willen weten hoe ze dat doen en wat de belangrijkste bevindingen zijn, want dat lijkt me toch wel fundamenteel. Als dat geschreven wordt, dan moet het toch wel waar zijn, anders moet je dat niet schrijven. Ik zou dus graag van u horen wat de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek zijn en in welke grootteorde van budget we hier spreken. Het is namelijk gemakkelijk om te zeggen dat ze er geld voor vrijmaken, want geld is relatief. Daarmee bedoel ik dat een bedrag in centen veel kan lijken, maar beperkt kan blijven in procenten tegenover een begroting of omzet. Ik had graag geweten hoeveel er hiervoor vrijgemaakt is sinds 2010.

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Elke Wouters (N-VA)

Waterverlies is inderdaad een probleem dat we niet mogen minimaliseren. Minister, u haalt zelf aan dat we op dit vlak meer resultaten moeten boeken en daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.

Het is echter ook de taak van de lokale besturen om hun invloed in de watermaatschappijen om te zetten in investeringen in ons verouderde waternet. Dat te koppelen aan resultaatsverbintenissen lijkt mij gevaarlijk, collega Danen. De vraag die je jezelf moet stellen bij zulke resultaatsverbintenissen is de termijn voor die resultaten. Leidingen vervangen is een tijdrovende en langdurige operatie. Watermaatschappijen beheren duizenden kilometers leidingen. Die vooruitgang zal dus maar traag te merken zijn in de percentages. Bovendien zijn er dan ook nog een aantal omstandigheden die fluctuaties in de jaarlijkse cijfers teweeg zullen brengen.

Het lijkt ons eigenlijk veel zinvoller om de watermaatschappijen blijvend te laten investeren in snelle detectiesystemen, zodat ze zeer snel kunnen ingrijpen bij lekken. Daar heb ik helaas nog niets over gehoord, minister, dus zou het fijn zijn indien u mij daarover meer informatie zou kunnen geven.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Als mij de vraag wordt gesteld wat er precies moet gebeuren, dan denk ik aan twee zaken. Er moet ten eerste, zoals hier daarnet gezegd is, worden geïnvesteerd in een betere opsporing, een snellere detectie. En er moet, ten tweede, gewerkt worden aan oplossingen. Leidingen die zouden kunnen lekken, moeten bijvoorbeeld vervangen worden.

Welnu, voor beide zijn centen en infrastructuur nodig. In hun meerjarenplannen geven drinkwatermaatschappijen aan hoe ze problemen aanpakken, wat verplicht is, maar we moeten telkens voor ogen houden dat dat natuurlijk centen kost aan de drinkwatermaatschappijen en dus ook aan de klanten, aan al wie water verbruikt. Dat wil zeggen dat je stap voor stap moet werken, anders krijg je een situatie waarbij er weliswaar heel snel oplossingen komen, maar waarbij je ook veel kosten moet doorrekenen aan de klanten. Daar moeten we voorzichtig mee zijn. De WaterRegulator ziet er op toe dat die investeringen gespreid en goed gebeuren, zodat de factuur niet hoeft te verhogen. Dat is, denk ik, het streefdoel van het beleid. Dat is ook wat wij aan de WaterRegulator meegeven: hij moet controleren bij de drinkwatermaatschappijen. En dat is ook wat de aandeelhouders, vaak de lokale besturen, opvolgen binnen de drinkwatermaatschappijen.

We moeten absoluut het waterverlies tegengaan. Uiteraard is er ook een ecologische kost aan verbonden. Dat spreekt voor zich en dat is net de reden waarom we dat weterverlies moeten tegengaan.

Die ILI is voor alle landen hetzelfde en houdt rekening met enkele specifieke eigenschappen, maar niet met de staat van de watervoorraad. Ik haal die index niet aan om aan te tonen dat het allemaal in orde is en we niets hoeven te doen, maar om aan te tonen dat wij niet de enige zijn en dat er altijd wel wat waterverlies zal zijn. Er zal altijd wel ergens een probleem zijn of een deel niet bestemd zijn. Zoals ik daarnet gezegd heb, kan dat met facturatie te maken hebben, maar ook bluswater of extra spoelingen zitten daarin. Dat zijn allemaal zaken die een impact hebben.

De drinkwatermaatschappijen zijn bij investeringen verplicht aan te geven hoe zij dat naar beneden halen. Daar wordt op toegezien. Elke drinkwatermaatschappij is echter anders, waardoor er dus geen algemene specifieke doelstelling geformuleerd is. Dat lijkt me ook zeer moeilijk. Het is een verbintenis die zij moeten aangaan, maar op een verantwoorde en redelijke manier. Dat is volgens mij de enige juiste weg.

Ik heb nog een bijkomende vraag gekregen over de detectie en de investeringen daarin. Ik zou moeten navragen bij de WaterRegulator of ze dat specifiek uit de plannen kunnen halen, want dat heb ik hier niet bij mij. Ik zal die opdracht echter geven, collega Danen, en zal dat doorgeven aan het secretariaat. Ik denk dat alle niveaus daarop moeten toezien. Ook de lokale besturen, die in die drinkwatermaatschappijen vertegenwoordigd zijn, hebben een heel belangrijke taak om daar voldoende op toe te zien.

Het zal echter allemaal op een haalbare manier moeten gebeuren, om ervoor te zorgen dat de drinkwatermaatschappijen niet massaal kosten maken, die dan aan de klanten moeten worden aangerekend.

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Minister, we moeten natuurlijk realistisch zijn in dit verhaal. Als ik met de drinkwatermaatschappijen spreek, zeggen ze dikwijls dat ze niet eens weten hoe oud sommige leidingen in bepaalde straten zijn. De inventaris van de leidingen is al een probleem, dus kunnen ze niet met 100 procent zekerheid een investeringsplan voorleggen waarin staat welke leidingen als eerste aangepakt moeten worden. Het lijkt alsof het aantal zinkgaten de laatste jaren exponentieel toeneemt en dat kost natuurlijk ook geld.

Als er een lek ontstaat, moet een watermaatschappij opdraven om dat te herstellen, moet de weg soms hersteld worden en kunnen mensen soms maandenlang niet in hun woning verblijven. Dat gebeurt de laatste tijd precies alsmaar meer en de gevolgen lijken ook alsmaar erger. We krijgen op dit moment de indruk dat de watermaatschappijen achter de feiten aanhollen als het gaat over het herinvesteren in oude waterleidingen. Ik hoop oprecht dat het debat dat we hier voeren en het feit dat we dit hoog op de agenda zetten ook een ‘sense of urgency’ geven aan de watermaatschappijen. Ik hoop dat zij hun raden van bestuur op de juiste manier kunnen informeren over de plaatsen waar het absoluut noodzakelijk is om te investeren.

Om hier nu echter gewoon te stellen dat het ook een taak is van de lokale besturen en van de mensen in de raden van bestuur om geld vrij te maken, dat vind ik nogal gemakkelijk. Laten we ervoor zorgen dat de watermaatschappijen, de mensen op het veld, op een juiste manier de raden van bestuur kunnen informeren over waar de investeringen het hoogstnoodzakelijk zijn. Ik heb alle verslagen opgevolgd. Ik heb nog nooit gezien dat een raad van bestuur beslist heeft om een bepaalde investering niet te doen, als die noodzakelijk is om een lek te vermijden.

Op dit moment valt er nog heel veel in te halen. Het is absoluut zeker dat er geïnvesteerd moet worden, met alles erop en eraan. Maar we hollen achter de feiten aan. Ik hoop zeker dat we deze legislatuur nog hoorzittingen kunnen houden om dit op de agenda te blijven zetten. Ik hoop dat de volgende minister van dit punt ook een prioriteit maakt om het aantal lekken te doen verminderen en ervoor te zorgen dat we, in periodes waarin er alsmaar meer watertekort gaat zijn, tenminste kunnen zeggen dat het water niet meer zomaar wegsijpelt in de grond door toedoen van de verouderde infrastructuur.

De heer Danen heeft het woord.

‘Meten is weten’, zegt een mooi Vlaams spreekwoord. Het is goed dat we nu inderdaad weten hoeveel liters water er weglekken en welke kosten daartegenover staan. Het is voor ons maar een begin om daar verder mee aan de slag te gaan en om hoorzittingen te vragen. Ik ben daar een groot voorstander van, om het beeld wat correcter te krijgen.

Ik blijf ook heel erg geïnteresseerd in het gegeven waarom bepaalde maatschappijen erin slagen een relatief beperkt lekverlies te hebben en andere een veel hoger. Er zullen allicht wel verklaringen voor zijn, die te maken hebben met andere investeringsniveaus of met oudere leidingen. Mogelijk spelen ook andere elementen een rol. Wat dat betreft, denk ik dat het goed zou zijn om te komen tot een soort code van goede praktijken, als die al niet bestaat.

Ik wil u ook nog meegeven dat wij proberen om de Vlaming te laten inzetten op waterbesparing, op zo weinig mogelijk of geen waterverspilling, op verstandig gebruik. Ik ben daar een groot voorstander van. Soms krijg je dat echter heel moeilijk uitgelegd en verdedigd als er daarnaast gigantische hoeveelheden weglekken. Ik besef ook wel dat een nulverlies onmogelijk is. Er zullen altijd calamiteiten zijn. Dat is eigen aan de sector. Als er water door een net vervoerd moet worden, zullen er altijd verliezen zijn. Het lijken me echter toch wel relatief hoge hoeveelheden, zeker als je weet dat we toch een relatief dicht net hebben. Als je waternet uitgebreider is, dan denk ik dat je relatief grotere verliezen hebt. Maar hier lijkt het me toch wel over relatief grote hoeveelheden te gaan.

Ik herhaal waarmee ik mijn afsluitingswoord begonnen ben. We weten nu een aantal zaken, maar dat is nog maar een begin om er verder mee aan de slag te gaan. Ik ben ook vragende partij om hier verder hoorzittingen over te organiseren om van daaruit verdere parlementaire initiatieven te nemen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.