U bent hier

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Met een schriftelijke vraag polste ik in oktober 2018 naar de stand van zaken met betrekking tot interregionale ontwikkelingsprojecten, dus tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel, meer bepaald in de vorm van het BEL-SME- en het IraSME-programma. De aanleiding van mijn schriftelijke vraag was een persbericht van Catalisti van september 2018, waarin deze speerpuntcluster van de chemie- en kunststofsector de hand reikte naar bedrijvenclusters en onderzoekscentra in de Brusselse en de Waalse regio. Bij dezen werd de deur geopend voor grensoverschrijdende innovatieprojecten, een zeer goede zaak, want meer samenwerking leidt uiteraard tot meer innovatie en uiteraard tot meer valorisatie. Catalisti gaf meteen ook de aftrap in de vorm van een ‘matchmaking event’ samen met GreenWin, zijn Waalse nevenknie. Ook GreenWin communiceert hierover via haar website, waarop ook twee projectcalls staan aangekondigd, die respectievelijk eind januari en eind april 2019 zouden worden afgesloten. Op de website van Catalisti vinden we geen gelijkaardige aankondiging voor projectcalls, maar via het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) leren we wel dat de nieuwe BEL-SME-oproep voor 2019 openstaat. Men vindt dat dus terug op de website van VLAIO.

Minister, in verband daarmee hadden we graag een verdere toelichting omtrent het praktische procedureverloop. Zijn er bij uw weten reeds concrete projecten opgestart onder dit BEL-SME-consortium in de chemie- en kunststofsector, of dienen zij hun aanvraag in te dienen binnen de jaarlijkse BEL-SME-oproep? Zijn er in navolging van Catalisti nog andere Vlaamse speerpuntclusters die een ‘memorandum of understanding’ zijn aangegaan met hun Brusselse en/of Waalse tegenhanger? In uw antwoord op mijn schriftelijke vraag 18 lijstte u voor 2017 vier samenwerkingsprojecten op met vier Vlaamse partners. Wil dat dan zeggen dat er in 2018 geen BEL-SME-projecten werden aangevraagd of opgestart?

Op 11 oktober organiseerden VLAIO en NCP Flanders (National Contact Point) een infosessie om kmo’s wegwijs te maken in de SME-instrumenten onder Horizon 2020 – dat is dus Europees –, waaronder het IraSME-programma valt. Op 20 december 2018 volgde er een infosessie ‘Horizon 2020 voor beginners’, waarop het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap (vleva) en NCP Flanders een overzicht gaven van alle Europese subsidiekanalen en inzoomden op het Horizon 2020-subsidieprogramma voor onderzoek en innovatie. In de communicatie lijkt de focus sterk te liggen op internationale consortia en Europese participatie en veel minder op de interregionale ontwikkelingsprojecten tussen de drie Belgische gewesten. Is er volgens u wel voldoende duidelijkheid en sensibilisering met betrekking tot de interregionale ontwikkelingsprojecten en het BEL-SME-programma, naast of tussen de Europese projecten? Of meent men een tandje bij te moeten zetten om voldoende respons te krijgen op de nieuwe projectoproep voor 2019?

Naast de horizontale netwerken zoals BEL-SME en IraSME zijn er ook een aantal thematische netwerken voor internationale samenwerking, zoals het ERA-Net (European Research Area) MarTERA voor ambitieuze, transnationale onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten inzake maritieme en mariene technologieën. De tweede MarTERA-oproep werd op 11 december 2018 opengesteld, met 29 maart 2019 als deadline voor ‘pre-proposals’. Die projectvoorstellen dienen te kaderen binnen de volgende vier topics: ‘Environmentally friendly maritime technologies’, ‘Development of novel materials and structures’, ‘Sensors, automation, monitoring and observations’ en ‘Advanced manufacturing’. Op thematisch vlak zie ik hier een zeer sterke link met onze speerpuntclusters; zoals de Blauwe Cluster en het Strategisch Initiatief Materialen in Vlaanderen (SIM), maar misschien ook met het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL). Worden die clusters hier ook aangewend als sensibiliserings- en toeleidingskanalen naar die Europese projecten? Is er, naar analogie met BEL-SME, enige coördinatie met het Brusselse en het Waalse Gewest?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, eerst de procedure. Er staan inderdaad twee oproepen open, met limietdatum 28 januari en 29 april. De aanvragers dienen in via Catalisti, niet via de BEL-SME-oproep. Het oproepdocument, zoals u zei, staat op de VLAIO-website. Wellicht staat er bij het andere wel een link naar die VLAIO-website, maar dat moeten zij weten. De eerste oproepen staan allebei nog open. Er zijn dus nog geen projecten geselecteerd of opgestart.

Het memorandum of understanding dat in september 2018 is ondertekend, geldt voor alle clusters. Ik verwacht dan ook dat andere clusters hiervoor oproepen zullen starten.

Mijnheer Gryffroy, in mijn antwoord op uw schriftelijke vraag heb ik een antwoord op jaarbasis gegeven. Aangezien 2018 toen niet afgelopen was, heb ik dat toen nog niet weergegeven. Er zijn in 2018 vijf samenwerkingsprojecten gestart, voor een totale steun van 878.354 euro. Ik zal de informatie over die vijf samenwerkingsprojecten als bijlage aan het verslag van deze vergadering laten toevoegen.

Wat uw tweede vraag betreft, is het eigenlijk normaal dat de aandacht van het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap (vleva) en van ons Nationaal Contactpunt (NCP) tijdens die infosessies in de eerste plaats van Europese samenwerking uitgaat. Ik denk dat u wel weet dat de EU de samenwerking tussen Vlaanderen en Wallonië niet als een Europese samenwerking beschouwt. Het vleva en het NCP zoeken dan ook Europese partners om Europese projecten te kunnen indienen. De potentiële aanvragers voor netwerken, zoals BEL-SME, kunnen wel steeds informatie krijgen van het NCP en van de adviseurs voor de interregionale samenwerking. Op basis van het memorandum of understanding van september 2018 is voorzien in een sensibiliseringsactie, die aan de oproepen wordt gekoppeld.

Wat uw laatste vraag betreft, zijn er al veel thematische werkingen. Zoals u terecht hebt opgemerkt, is er de band met de clusters en wordt actief met die clusters samengewerkt. Vanuit het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) wordt de betrokkenheid van die clusters in internationale netwerken actief aangemoedigd, wat ik heel goed vind. De clusters zijn bij heel veel netwerken betrokken en spelen een sensibiliserende en rekruterende rol.

De coördinatie met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest is afhankelijk van specifieke netwerken. In sommigen netwerken zijn het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest partners op dezelfde voet als Vlaanderen. Er wordt dan samengewerkt en er is afstemming tussen Vlaanderen, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest in een ruimere Europese koepel. In andere netwerken is de vertegenwoordiging in de beheersorganen per lidstaat georganiseerd. Dan is er natuurlijk maar één regio die de vertegenwoordiging op zich neemt, maar dat gaat meestal gepaard met een voorafgaande afstemming van de standpunten.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, de reden waarom ik deze vraag om uitleg heb gesteld, is dat het in het geheel der dingen soms moeilijk terug te vinden is wie precies wat doet. Ik vind het belangrijk hierover verduidelijking te krijgen.

Ik sta, voor alle duidelijkheid, voor 200 procent achter het clusterconcept. Dat werkt en dat heeft een impuls gegeven aan de Vlaamse economie. We hebben in Vlaanderen nu vijf speerpuntclusters en twintig innovatieve bedrijfsnetwerken, maar Wallonië doet ook iets. We moeten daar niet flauw over doen. Daar is een marshallplan, wat ook een vorm van samenwerkingsprojecten inhoudt. Ze zijn ermee bezig. De federale overheid heeft het BEL-SME-programma. Hierdoor krijgen we, als ik het zo mag uitdrukken, een cluster der clusters. Dit geeft onze ondernemingen extra groeipotentieel. Voor bepaalde ondernemingen is dit belangrijk omdat ze niet enkel in een regio of in een gewest zijn gevestigd, maar meerdere vestigingen hebben en soms over de taalgrens heen netwerken. We pleiten er dan ook voor dit concept verder en zelfs veel verder uit te bouwen en te promoten.

Daarvoor moeten we zo veel mogelijk drempels wegnemen. Ik kijk altijd vanuit het oogpunt van de kmo en wat voor mij een drempel is, is de toegankelijkheid van de ondersteuning. Als iemand naar de website gaat, bijvoorbeeld, moet hij echt wel doorklikken alvorens die meerdere programma’s te vinden. Misschien is dit wel een bijkomende vraag. Ziet u nog andere drempels die we op korte termijn moeten wegwerken? Het is in mijn ogen een goede zaak dat die clusters een rol spelen in de sensibilisering en de rekrutering, maar misschien ziet u zelf nog een aantal belemmeringen op korte termijn.

Ik heb nog een kleine bijkomende vraag. U hebt over het memorandum of understanding gesproken en u verwacht dat een aantal clusters in dit verband oproepen zullen starten. Zijn ze hier al mee bezig of gaat het enkel om een verwachting? Zijn er, bijvoorbeeld, al oproepen in verband met de Blauwe Cluster? Ik vraag dit omdat de Blauwe Cluster een speerpuntcluster is.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik zal heel kort zijn. De belemmeringen die ik zelf kon aanpakken, zijn natuurlijk al aangepakt. Het gaat dan om maximale administratieve eenvoud en dergelijke. Wat Europese programma’s betreft, bepalen wij niet hoe iets gebeurt. Dat is dan verschillend met de werkwijze die we hier in Vlaanderen kennen.

Ik sta altijd open voor aankondigingen van belemmeringen waar wij iets aan kunnen doen. Ik verkondig dat tijdens elke toespraak ten aanzien van bedrijven. Ze mogen afkomen en we zullen dan zien wat we kunnen doen. Zo hebben we de afgelopen vijf jaar gewerkt.

Mijnheer Gryffroy, wat uw laatste vraag betreft, ben ik niet op de hoogte of dit gebeurt. De Blauwe Cluster is nog maar net begonnen, maar ik ga ervan uit dat de betrokkenen op de hoogte zijn en het memorandum kennen. We moeten hun het initiatief geven. Het is aan hen om dit te doen. Ik vind niet dat de overheid dit moet doen. Zij moeten voor die ondernemingen instaan. Die ondernemingen betalen de helft van de werkingskosten. Indien de cluster hier niet voor zorgt, schiet de cluster in mijn ogen tekort.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.