U bent hier

Ik zou eerst mijn gedichtje willen aanbrengen. Ik had vorig jaar het genoegen met Gerdi Verbeet, de vroegere voorzitter van de Tweede Kamer in Nederland, een lang gesprek te hebben. Zij is voorzitter van het nationaal comité dat de herdenking van 75 jaar bevrijding in Nederland al een aantal jaren aan het voorbereiden is. Tussen haakjes, een klein verschil tussen de werkwijze van dat comité en de werkwijze voor de herdenkingen die wij achter de rug hebben is dat zij vooral met de diepgang bezig zijn, dat ze bezig zijn met wat elementen als ‘vrijheid’ en ‘bevrijding’ betekenen. Ze hebben dus ook op een bepaald moment een opdracht gegeven aan een aantal dichters om daaromtrent iets te creëren, en zo’n gedicht heb ik mee, van Huub Oosterhuis, uit 2003. Dat comité is al een tijdje bezig. Ik zal het niet helemaal brengen, maar toch een aantal strofen, als ik die term mag gebruiken, die ons misschien tot nadenken kunnen blijven stemmen.

Echte wereld

Stel dat een oogopslag bestaat
een handomdraai
die wij door gestage oefening
kunnen leren,
en waarmee wij,
in plaats van ons dood te vechten,
het lot keren en deze wereld
veranderen in de echte -

dan zou Afghanistan
weldra een boomgaard zijn,
en Irak het stromenland weer
waar de mensheid begon
en van Gaza

tot de ceders van de Libanon
zouden vriend en vijand
dansen tot diep in de nacht
bij de bandoneon.

Sinds onheuglijke tijden
staat de hoop geschreven
dat ooit grote woorden als
‘verzoening - leed geleden -
mensenrecht - schoon water - vrede’

tot een nieuwe wereld worden
eindelijk de echte.

In naam van hen
die vóór ons waren
en omwille van wie na ons komen

blijf die grote woorden dromen -
laat de hoop niet varen.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, mijn vraag dateert van 16 januari, maar wordt eigenlijk steeds actueler. Eigenlijk is dat begonnen met scholen in Roeselare, maar ondertussen ook in Gent, Waregem, Tielt, Pelt.

Het is eigenlijk wat over Vlaanderen verspreid, en ik maak me daar ernstig zorgen om. Het gaat immers telkens weer over fusies in alle mogelijke gedaanten en varianten die zich in scholen in Vlaanderen afspelen. Ik kan alleen maar vaststellen dat er een totaal gebrek is aan draagkracht bij het personeel, de ouders en de leerlingen. Het is niet enkel dat gebrek aan draagkracht, we kunnen ons ook vragen stellen bij de manier waarop ons Participatiedecreet wordt geïnterpreteerd.

Ik haal een aantal krantenkoppen aan. ‘800 leerlingen spijbelen tegen schoolhervorming’. Spijbelen is tegenwoordig het nieuwe staken geworden. ‘Hervorming scholen on hold na protest leerlingen’, ‘Scholierenprotest doet directie terugkrabbelen’, ‘Leerkrachten roepen ouders en leerlingen op tot protest tegen superschool’ en ‘Massaschool zonder ziel: nee, bedankt’. Recent stonden in Waregem allemaal leerlingen met afgeplakte mond, en dat op het moment waarop we mondige leerlingen willen. Dit zijn slechts enkele krantenkoppen, want ik kan er nog een tiental vermelden die de afgelopen weken zijn verschenen naar aanleiding van de fusieplannen van scholen. Het gaat dan om schoolbesturen in Roeselare en Gent en ik heb er net nog een aantal andere opgesomd.

Het strafste dat momenteel tot in de buitenwereld is geraakt, is dat de door de schoolbesturen geplande fusies van het Klein Seminarie Barnum, het VISO in Roeselare en het Sint-Lievenscollege in Gent door het protest van leerkrachten, ouders en leerlingen voorlopig worden opgeborgen. Ik ben er niet blij om dat het op die manier gebeurt, want ik maak me zorgen of we daar nog uit geraken. Het is misschien een fout om te zeggen dat alle mogelijke kampen zich ingraven, maar ze zijn ervan overtuigd dat dit een goed idee of geen goed idee is. Dat voorlopige is een raar begrip aan het woorden, want officieel wordt niet voortgegaan, maar officieus heb ik na die publieke mededelingen documenten in handen gekregen waaruit uiteindelijk blijkt dat er niet veel verandert.

Navraag bij een aantal personen en vakbondsafgevaardigden leert ons dat schoolbesturen op informatievergaderingen uitpakken met stellingen die ik hier wil aanhalen: ‘De fusie is opgelegd door de minister en Brussel’, ‘Dit is een gevolg van de toegekende capaciteitsmiddelen’, ‘Als we die niet doen, krijgen we geen middelen van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGION)’ en ‘Onze school gaat niet erkend worden, want we hebben problemen met onze gebouwen’.

Minister, ik heb de problematiek van de gedwongen en opgelegde fusies in de meest ruime betekenis van het woord al aangekaart tijdens de plenaire vergadering van 24 oktober 2018. U hebt toen heel terecht opgemerkt dat u het een goed idee vindt dat scholen samenwerken en dat ze daarin wat voluntaristisch mogen zijn, maar dat u het niet goedvindt dat die samenwerking door de strot wordt geduwd van de mensen die dagelijks in die scholen staan, de leerkrachten en de leerlingen. Ik kan het daar alleen maar volmondig eens mee zijn.

Een paar weken na die plenaire vergadering, op 10 november 2018, hebben we gelezen dat de hervormingsplannen van de scholengroep Sint-Michiel definitief van de baan zijn. In mijn Nederlandse taalkunde is ‘definitief’ definitief. Dat wil zeggen dat er wordt gestopt. Uit recente berichten en verslagen van vergaderingen dienen we echter te concluderen dat ze eigenlijk gewoon doorgaan met de plannen, maar dan op een andere manier, die ik ‘slinks’ zou durven te noemen.

Wat is de kern van onderwijs, iets waar iedereen hier zo hard mee bezig is? Het gaat om de pedagogische vrijheid en het pedagogisch project. Ouders en leerlingen kiezen om allerlei redenen voor een bepaalde school: ‘Ze is dichterbij de oma en de opa, die ze dan kunnen afhalen’, ‘Er is ’s middags warm eten op school en ik kom niet tot koken ’s avonds’, ‘Er is een zeer ruim cultureel aanbod, ze organiseren veel sport en onze zoon of dochter haalt energie uit die sport’, ‘Er zijn bepaalde studierichtingen’, ‘Vrienden of vriendinnen gaan er naartoe’. Het gaat ook om de wijze waarop de kwaliteit wordt gepercipieerd of is vastgesteld: ‘Bepaalde leerkrachten geven er les’, ‘Er is een bepaalde manier van werken’, ‘Ze werken nog met punten en niet met bloemetjes en andere scores’ of ‘Er is expertise aanwezig voor dyslexie en er zijn eigen logopedisten, wat die andere school niet heeft’.

Ouders kiezen om allerlei redenen, voor leerkrachten geldt net hetzelfde. Een school is geen gebouw dat op een toevallige plaats staat, met een toevallige samenkomst van een aantal mensen die daar toevallig over een aantal zaken lesgeven uit een toevallig gekozen boek. Dat is het niet. Het gaat om een vorm van cultuur en om een sfeer die daar heerst. Ik herhaal dat dit de reden is waarom mensen voor school A en niet voor school B kiezen. Ze kiezen niet voor de Campus Zuid of de Campus Noord in een stad. Ze kiezen voor het project en voor de inhoud. Het gaat om gedragenheid.

We hebben een Participatiedecreet met verplichte adviesfuncties en adviezen die op eigen initiatief kunnen worden gegeven. Ik stel echter vast dat u, de overheid in Brussel en wij als Vlaams Parlement in die opmerkelijke citaten als argumenten worden gebruikt. ‘Het moet, want dat is de nieuwe hervorming.’ Het AGIOn wordt gebruikt. De toegekende capaciteitsmiddelen worden gebruikt. Ik heb onze eigen decreten en de besluiten van de Vlaamse Regering nog eens nagelezen. Er staat nergens dat een bepaalde instelling met een andere instelling verplicht moet samengaan of dat een studierichting van die plaats naar een andere plaats moeten gaan. Dat staat nergens, en als dat wel zo zou zijn, verneem ik dat graag.

Minister, ik excuseer me ervoor dat ik mijn vraag om uitleg uitgebreider stel dan ik ze heb ingediend, maar ik kom hier terug op zaken die ik in het verleden al heb gezegd. Ik zou hierover enkele vragen willen stellen.

Hoe verklaart u de fusiedrang van bepaalde schoolbesturen? Met die fusiedrang bedoel ik in dit verband dat ze manifest willen doorgaan, hoewel u en wij al hebben gezegd dat er moet worden samengewerkt, maar dat dit niet door de strot mag worden geduwd. Toch gaan ze door.

De schoolbesturen schermen vaak met het argument dat ‘het moet van x/y/Brussel’. Hoe kunt u deze desinformatie tegengaan, zodat niet nog meer onnodige fusieplannen, die veel energie kosten én onrust veroorzaken, uiteindelijk niet gerealiseerd zullen worden?

Kan AGION opleggen dat er een fusie moet gebeuren voor er bepaalde infrastructuurmiddelen worden toegekend aan de ene of de andere school met een bepaald instellingsnummer en een bepaalde vestigingsplaats?

Is aan de toekenning van infrastructuurmiddelen inderdaad een voorwaarde tot fusie van scholen opgenomen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik zal vandaag bij elke vraag een gedicht voorlezen. Het volgende is een heel mooi en toepasselijk gedicht van Bart Moeyaert.

gelukkig zullen we
de stenen, keien,
kiezels die jij tot
hiertoe hebt
verlegd vandaag
niet tellen en laat ons
hopen dat ook niemand
vraagt al dat gewicht
te tillen, het lijkt mij
aangenaam
als we vandaag
gewoon eens naar de
wereld kijken, hoe jij
die hebt veranderd.

Hebben we te maken met fusiedrang of fusiedwang? Ik wil eerst een algemene bedenking maken. Ons regeerakkoord heeft vrijheid en vertrouwen als leitmotiv gehanteerd. Dat wil ik onderstrepen: voor mij als minister, voor ons als regering, voor u als parlement geldt een duidelijke regelgeving. De vrijheid van onderwijs staat in onze Grondwet ingeschreven. De vrijheid van organisatie en inrichting van onderwijs ligt bij de schoolbesturen. Maar er bestaat helemaal geen fusiedwang.

Met deze regering hebben wij – NVA, Open VLD en CD&V – beslist om het secundair onderwijs de broodnodige facelift te geven. Dat betekent concreet dat er géén brede eerste graad is, maar een getrapte studiekeuze. Er is verder een matrix waarop alle studierichtingen een plaats krijgen, er zijn acht studiedomeinen, alle ‘schoentjes’ zijn mooi gerangschikt volgens finaliteit. Dat alles komt de helderheid en de transparantie alleen maar ten goede. Het komt dus de schoolbesturen toe om organisatorische keuzes te maken. Ik heb dat trouwens ook al toegelicht naar aanleiding van uw actuele vraag van 14 juni 2017.

Maar als ik naar de discussies kijk, dan lijkt het me niet zozeer te gaan over fusies op zich. Er zijn al heel wat besturen gefuseerd zonder dat dit met veel ‘lawaai’ gepaard ging. Ik zie in alle provincies bestuurlijke optimalisaties die goed lopen en die misschien de schaal wel vergroten, maar die geen schoolvergroting betekenen. Ze zorgen ervoor, zoals u terecht aangeeft, mijnheer Daniëls, dat de eigenheid van de school kan blijven bestaan. Het ene hoeft helemaal geen impact te hebben op het andere. Als besturen ingrijpende wijzigingen in de organisatie voorstellen, is het begrijpelijk dat, indien dat niet goed wordt ‘doorgesproken’, de vrees ontstaat dat de eigenheid van de school daardoor in het gedrang zal komen. Dergelijke operaties dienen lokaal zorgvuldig te worden voorbereid, overlegd en gecommuniceerd.

Artikel 21 van het Participatiedecreet stelt dat er over een scholenfusie inspraak moet zijn via verschillende daartoe bestemde kanalen: de scholengemeenschap waartoe de scholen desgevallend behoren, het lokaal comité dat in elke school het personeel vertegenwoordigt en de schoolraad met daarin zowel een afvaardiging van personeel, leerlingen als ouders. Ook over het studie-aanbod moet er overleg zijn. In dialoog werken aan draagvlak is dan ook essentieel…

Ik zou wel drie keer willen herhalen wat ik net heb gezegd, omdat ik voel dat op sommige plaatsen dit net voor grote problemen zorgt. Op basis van zo’n democratisch proces zal uiteindelijk het schoolbestuur beslissen. Dit kan dus niet ‘dictatoriaal’ zonder enige vorm van inspraak worden opgelegd. Er bestaat ook zoiets als de commissie Zorgvuldig bestuur, waar betrokkenen, indien ze van oordeel zijn dat de regels met voeten zijn getreden, naartoe kunnen stappen.

Ik heb begrepen dat gisteren in Waregem, bijvoorbeeld, de 150 personeelsleden van een school klacht hebben ingediend omdat ze vinden dat er te weinig inspraak gegeven wordt. Die klacht wordt nu onderzocht. Er bestaan dus kanalen om het gebrek aan inspraak aan te kaarten. Ik roep dus besturen op om zorgzaam beslissingen te nemen, en in breed overleg te gaan.

Dan kom ik tot het argument ‘Brussel’. Als het goed loopt, merk ik dat dat steeds aan de scholen te danken is, en dat is ook altijd juist. Maar als er iets minder goed loopt, hoor ik vaak dat het is omdat het ‘op bevel van Brussel’ moet gebeuren.

Ook hier, collega Daniëls, kan ik nogmaals herhalen wat ik twee jaar geleden gezegd heb. Brussel legt wat dat betreft niets op. Er is geen verplichting. Scholen die daarmee schermen, zijn niet duidelijk over hun eigen voorstellen. Of voorgestelde herstructureringen nodig of onnodig zijn, ligt niet in mijn handen. Dat ligt niet bij de minister van Onderwijs, maar ook niet bij het parlement. Het is de grondwettelijke bevoegdheid van schoolbesturen. Het inperken van die vrijheid behoort, wat mij betreft, niet tot het takenpakket van ons ministerie.

Op het vlak van informatie is het wel zo dat we helder moeten communiceren. Alle informatie over beleid en regelgeving is maximaal ontsloten. Ik heb tijdens deze legislatuur bijvoorbeeld de onderwijswebsite aangepast. Er is nu één toegangspoort voor de informatie die ouders en leerlingen zoeken over onderwijs, met daarnaast aparte pagina’s voor schooldirecties en administraties en voor onderwijspersoneel. Vroeger was die website heel erg op maat gesneden van directies en schooladministraties. Er is een aparte ruimte voor de modernisering van ons secundair onderwijs, met informatie van het masterplan tot de regelgeving. Wij communiceren ook permanent via kanalen als Schooldirect en Klasse. We geven ook uitleg aan eenieder die vragen heeft.

Ik stel echter samen met u vast dat er desinformatie verspreid wordt, bijvoorbeeld over de modernisering die tot allerhande verplichte modellen zou leiden. Dat is absoluut niet juist. Ik zie ook verhalen dat het toekomstmodel van ons onderwijs het onderwijs helemaal naar de dieperik zou leiden. Dat komt wellicht van mensen die nog niet de nieuwe eindtermen hebben gelezen en de stappen die we daar zetten. Ik blijf ook die stelling over de brede eerste graad lezen, alsof wij gewoon niets veranderen of niets hervormen. Het is allemaal ‘fake news’, en ik vind dat absoluut niet aangenaam. We hebben heldere keuzes gemaakt. Het is aan de scholen om daar op de best mogelijke wijze mee aan de slag te gaan.

Dan kom ik bij de link met AGION of de link met infrastructuur. Ook dat is totaal ‘fake news’. Er bestaat geen fusiedwang. De infrastructuurmiddelen van AGION worden toegekend op het niveau van de vestigingsplaats. Dat staat met andere woorden los van de hoedanigheid van het schoolbestuur. AGION vraagt enkel dat de subsidie wordt aangevraagd voor een erkende onderwijsinstelling en dat het schoolbestuur beschikt over een zakelijk recht van minstens dertig jaar. In het geval van een fusie wordt dat zakelijke recht meestal overgedragen naar de nieuwe vzw. Mogelijk wenst men een zakelijk recht waarvan de duur korter is dan dertig jaar, pas te verlengen als een fusie wordt afgerond, maar een fusie op zich wordt nooit opgelegd door AGION. Subsidieaanvragen op de wachtlijst bij AGION of al goedgekeurde subsidieaanvragen verschuiven trouwens mee van het oude schoolbestuur naar het nieuwe.

Wat ik wel gemerkt heb, collega’s, is dat in het kader van nieuwe DBFM-operaties (Design, Build, Finance, Maintain) of in het kader van huursubsidiedossiers scholen of groepen scholen een groot plan bij ons indienen om huursubsidies te krijgen of om middelen te krijgen in het kader van de DBFM, maar dat ze dat plan helemaal nog niet doorgesproken hebben. Als wij in het kader van DBFM een aanvraag krijgen om een bepaalde school te bouwen, dan ben je natuurlijk afhankelijk van onze goedkeuring om die school effectief te bouwen. Maar als men dat helemaal nog niet doorgesproken heeft met het veld en het veld komt in opstand, en dan zegt men dat men het van de overheid op die manier moet doen, dan verdraait men natuurlijk de waarheid, want het initiële plan wordt altijd ingediend door een schoolbestuur. Het is aan het schoolbestuur om ervoor te zorgen dat ze een draagvlak krijgen voor dat plan. Als dat plan wijzigt in de loop van de tijd of als er plots op een bepaalde grond niet meer kan worden gebouwd omdat er niet over overlegd was, dan is dat ook de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur dat een dossier ingediend heeft om subsidies te krijgen. De bal naar Vlaanderen doorspelen is wat dat betreft dus compleet ongepast en compleet uit de lucht gegrepen.

Ik hoop, collega, dat ik daarmee voldoende duidelijk geweest ben.

Ik heb mij ook al twee keer persoonlijk moeten mengen, één keer toen er een optocht georganiseerd werd en ik banners zag verschijnen met ‘We moeten van Crevits’ erop. In de optocht zijn de banners dan zeer snel veranderd in ‘Crevits wordt hier misbruikt’. Ik was niet echt misbruikt, maar ik heb op dat moment ook moeten ingrijpen in de communicatie. Ik voel immers dat soms met een aantal zaken een loopje wordt genomen.

De vrijheid is nog nooit zo groot geweest. Het vertrouwen is nog nooit zo groot geweest. Ik ga ervan uit dat men op een professionele wijze aan de slag gaat en optimaal gebruikmaakt van het gegeven vertrouwen om, geheel in de geest en de decretale verplichtingen van het Participatiedecreet, op een gedragen wijze goede schoolorganisaties tot stand te brengen.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, ik ben zelf ook al een paar keer op een aantal plaatsen het decreet zelf gaan uitdelen. Ik heb daarbij aangeduid wat er in het decreet stond. En dan zijn er mensen in de zaal die zeggen dat dat niet juist is, dat het anders is. Dan krijg ik presentaties te zien van de koepel van die school. Dat is dus heel opmerkelijk: de school zegt A, het decreet zegt B, het parlement zegt B, de minister zegt B, de minister herhaalt hier ook B. En toch zegt men dat het niet klopt: ‘We hebben een tekst vanuit onze koepel. Het klopt niet wat u zegt.’

En dus krijg je zinnen als: ‘Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) legt de scholen met het nieuwe leerplan heel wat verplichte uren op.’ Iemand die die zin uitspreekt, weet al dat de minister van Onderwijs geen nieuw leerplan oplegt, want de minister maakt geen leerplannen. Maar dat wordt wel aangeduid. ‘En dus start onze school volgend jaar met een brede eerste graad’, staat dan op de dia geprojecteerd.

Ik ben dus blij dat u deelt wat ik al in verschillende scholen gezegd heb en dat u dat hier luid en duidelijk zegt, minister. Want wat wordt er nu wel heel pijnlijk duidelijk? Eén: ‘Wij moeten fusioneren en richtingen veranderen van school omwille van de fusies die Brussel oplegt’: dat is ‘fake news’, argument weg. Twee: ‘De hervorming van het secundair onderwijs legt ons op om richtingen te veranderen en scholen te fusioneren’: ‘fake news’ nummer twee, argument weg. Drie: ‘AGION verplicht ons te fusioneren, want anders krijgen we geen geld.’ U hebt het zelf net gezegd: ‘fake news’, argument drie weg. Vier: ‘Om capaciteitsmiddelen te krijgen, moeten we fusioneren en moeten scholen verdwijnen.’ Net gezegd: ‘fake news’, argument vier weg. Dan is de vraag wat er nog overblijft van argumenten.

Het klopt, collega’s: eigen, vrije keuze. Men kan voorstellen om een aantal dingen te doen. Maar wees dan eerlijk en transparant. Als je een DBFM-dossier indient waarin je zelf zegt dat je fusioneert, dan zeg je het zelf. Dan zeggen wij als overheid dat niet.

Het is niet onbelangrijk, collega’s, want het gaat ook over rust in ons onderwijs. En dus, minister, denk ik dat het goed zou zijn om die vier ‘fake newsen’ die u net heb opgesomd en die ik nog eens kort samenvat – en er is ook pers aanwezig – de wereld in te sturen, om te zeggen dat men moet stoppen met die argumenten. Samenwerken, ja, maar dat is iets anders dan de eigenheid van elke school wegfusioneren. We moeten daarover waken, minister. Inspraak en adviezen geven, is één zaak, gedragenheid is iets anders. Dat is ook het Participatiedecreet. Dat wil ik verder mee bekijken.

Hebt u een timing van de klacht die is ingediend bij de commissie Zorgvuldig bestuur? Wanneer kunnen we daar uitspraken over verwachten?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Daniëls, u hebt geen extra vragen gesteld, wel opmerkingen gemaakt. Ik ben het daar eigenlijk mee eens. Ik ben vooral blij, collega, dat u ook voluit steun geeft aan de hervormingen die we met deze regering in deze legislatuur gedaan hebben. Ze zijn ontzettend belangrijk.

We staan ook voor een superbelangrijke schoolstart straks. Er is eigenlijk maar één iets dat uit die discussies misschien wat vaker moet worden gepuurd, en dat is dat er veel meer moet worden gesproken. De tijd dat je alles van bovenaf kon opleggen, die is voorbij. De vrijheid die scholen hebben, moeten we … Ik stel ook vast, als ik op het terrein ga, dat ik vaak moet zeggen: jullie zijn vrij, ook in de organisatie van de school.

Het ene model is niet noodzakelijk beter dan het andere. Probeer afhankelijk van je eigen schoolcultuur, je lerarenteam, het beste model te zoeken voor jullie leerlingen. Als jullie willen samenwerken met andere scholen, is dat schitterend. Een school waar aso, bso, tso en kso wordt aangeboden, is helemaal niet slechter dan een school waar alleen aso of alleen bso en tso wordt aangeboden. Omgekeerd is het ook zo. Er zijn zoveel zaken die van ons Vlaams onderwijs een rijke lappendeken maken van schoolorganisaties. Ik wil dat eigenlijk heel graag in de toekomst zo houden. Ik wil ook graag dat die vrijheid ook verder kan worden gebruikt.

Van alle fake news probeer ik mij zoveel mogelijk en in alle rust te distantiëren. Als u nog pancartes ziet zoals u net zei, mijnheer Daniëls, of brieven waarin ik leerplannen zou opleggen, bezorg ze mij alstublieft, ik zal met veel plezier een antwoord geven. Ik hoor uit uw verklaring dat u dat zelf al doet. Dank u daarvoor.

Collega’s, ik verdedig de hervorming van het secundair onderwijs zoals we die hebben goedgekeurd: geen brede eerste graad. Iedereen die dat argument gebruikt: sorry, dat is juist noch decretaal. Minister, we moeten daar misschien wel inspectie en verificatie op inzetten, want als je dat wel doet, handel je tegen de decreten. Twee: geen uitstel van studiekeuze. Drie: de leerling blijft na het eerste jaar een basisoptie kiezen. Die basisopties zijn onderscheiden. Met andere woorden, als scholen geen onderscheiden basisopties hebben, voldoen ze niet aan de financierings- en erkenningsplicht. Ik vind dat een gevaarlijk pad dat sommige scholen bewandelen, want dan moet je niet zeggen: we gaan problemen krijgen met dat we onze schoolgebouwen niet krijgen. Dan moet je eigenlijk zeggen: we hebben de vrijheid gekozen om niet te voldoen aan de decreten en ons dus buiten erkenning en financiering te zetten. Dat moet je dan zeggen tegen ouders.

Het gaat inderdaad over gedragenheid, inspraak voor de dingen die je doet, maar niet een andere agenda doorduwen die niet in dit parlement democratisch beslist is. Dat is het oneigenlijk gebruiken. Ik denk dat we daar samen tegen moeten strijden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.