U bent hier

Commissievergadering

donderdag 31 januari 2019, 10.09u

Voorzitter

Collega’s, bij het begin van de Poëzieweek stel ik voor dat de vraagstellers openen met een gedicht. De minister zal dan ook wel haar bundel openen.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Ik heb een gedicht bij van Herman de Coninck, uit ‘Schoolslag’ uit 1994.

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.

Minister, dan kom ik nu bij mijn vraag over de professionele masters. In De Standaard van 15 januari 2019 konden we lezen dat de Hogeschool West-Vlaanderen (Howest) uitpakt met een Europese masteropleiding in duurzaam energiemanagement. Ze doet dat in samenwerking met een hogeschool in Groningen en nog twee buitenlandse universiteiten. De studenten ontvangen een Nederlands diploma.

In uw antwoord op de vragen om uitleg in verband met professionele masters, in de commissievergadering van 1 februari vorig jaar, haalde u aan dat dergelijke Nederlandse diploma’s hier automatisch erkend worden, maar dat een professionele master inhoudelijk iets is wat we in Vlaanderen niet kennen. De manier waarop het diploma overeenkomt met een Vlaams diploma, hangt af van de appreciatie door de werkgever.

Uit uw antwoord op een eerdere schriftelijke vraag van 23 april 2018 blijkt dat de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) op eigen initiatief een werkgroep rond de professionele masters heeft opgericht, waarin alle hogescholen vertegenwoordigd werden. Die werkgroep had de intentie om tegen het najaar van 2018 proactief beleidsvoorstellen te formuleren rond die professionele masteropleidingen. Ik heb daar recent nog een schriftelijke vraag gesteld, op 19 november 2018. Uit het antwoord bleek dat die beleidsvoorstellen nog niet geformuleerd waren.

Minister, hoe verwacht u duidelijkheid te scheppen voor de studenten die zullen afstuderen met een dergelijk Nederlands diploma en op de Vlaamse arbeidsmarkt belanden? Welk statuut hebben die studenten? Zijn zij Vlaamse studenten of Nederlandse uitwisselingsstudenten? Welke impact heeft deze constructie op het gevraagde inschrijvingsgeld voor de opleiding? Op welk niveau richt Howest de vakken binnen deze professionele masteropleiding in?

Heeft de werkgroep van de VLHORA reeds beleidsvoorstellen geformuleerd? Indien ja, welke? En hoe plant u met die voorstellen om te gaan? Hoe positioneert u zich ten opzichte van Howest en andere hogescholen met gelijkaardige plannen? Hoe wenst u duidelijkheid te scheppen voor andere onderwijsinstellingen?

Welke acties plant u tot slot om de vlotte integratie van houders van een professioneel masterdiploma, al dan niet uit het buitenland, op de arbeidsmarkt te realiseren?

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, ik wil u eerst voorstellen aan iemand die vandaag een dagje in mijn voetsporen meeloopt: Milena, van het Heilig Graf in Turnhout. Zij is student sociaal-technische wetenschappen, het profiel van mijn vroegere studenten. Ik vroeg net wat ze later wil worden, en ze antwoordde: diplomaat. Ik vind dat een heel goede ambitie. (Opmerkingen)

Collega’s, ik heb heel lang gezocht naar een gedicht. Dat is eigen aan poëzie: je leest dat, maar er zit toch niet helemaal in wat je wilt. En je blijft zoeken. Dat vind ik het fantastische aan Gedichtendag, dat je heel veel bezig bent met poëzie, om een goed gedicht te zoeken, een juist stukje waar iets in zit dat je wilt zeggen, en ook weer niet. Ik vind dat het sterke aan dit initiatief, dat we ook in dit parlement ondersteunen. Alleen de zoektocht zelf is al het vermelden waard. Ik heb een stukje gevonden dat ooit een moeder aan haar zoon of dochter heeft geschreven, zonder naam. Ik wil het heel graag brengen. Het is ook gekoppeld aan onderwijs. Het heeft geen titel.

Was het schooljaar soms heel moeilijk,
met al dat rekenen en taal?
Of om je goed te concentreren,
met om je heen een hoop kabaal?
Dat is niet gek, dat is niet stom,
ik snap jou juist heel goed!
Want het is ontzettend moeilijk,
als je zo naar school toe moet!
Het volgend jaar is alles anders,
dan mag het lekker rustig aan.
Een nieuwe klas, een nieuwe kans,
vol goede moed er tegenaan.
Je bent een stoere kanjer,
met jou ben ik ontzettend blij!
Het maakt niet uit in welke klas,
“jij bent precies goed zo” voor mij!

Tot daar de bemoedigende woorden die elke zoon of dochter wel kan gebruiken als ze vertrekken. Collega’s, van een minder poëtisch gehalte, maar toch niet onbelangrijk: een vraag over de professionele master in onze Vlaamse hogescholen.

Over de thematiek van de professionele masters hebben we in deze commissie op 1 februari vorig jaar reeds uitvoerig gediscussieerd. Ik vat voor iedereen en voor mijn nieuwe collega Milena kort even samen wat het probleem is. Vlaamse hogescholen mogen eigenlijk geen masteropleidingen aanbieden – die zitten aan de universiteiten – en dus ook geen masterdiploma uitreiken, behalve in de kunstenopleidingen.

Via een omweg, door samenwerking met een Nederlandse onderwijsinstelling, kunnen studenten binnenkort toch een professionele masteropleiding aanvatten, onder meer aan Howest. Studenten volgen eerst een semester in Nederland en maken dan de opleiding af in Vlaanderen. Het diploma is Nederlands, maar wordt door Benelux-afspraken qua benaming gelijkgesteld met een masterdiploma uitgereikt in Vlaanderen. Inhoudelijk kunnen we deze masterdiploma’s echter niet vergelijken en is het dus aan de toekomstige werkgever om te bepalen wat de waarde ervan is.

De minister gaf tijdens een commissievergadering van vorig jaar en in een latere schriftelijke vraag aan dat de Vlaamse Hogenscholenraad (VLHORA) een werkgroep professionele master heeft opgericht die in het najaar van 2018 beleidsvoorstellen zou lanceren.

Minister, hebt u de voorstellen van de VLHORA ontvangen? Zo ja, kunt u die met de commissie delen? Wat wilt u ermee doen?

Hoe zijn de praktische bepalingen met betrekking tot bijvoorbeeld het inschrijvingsgeld en dergelijke geregeld tussen Howest en de Nederlandse onderwijsinstelling?

Welk profiel zal er lesgeven aan deze professionele masteropleiding in Vlaanderen? Zijn dit lectoren of hoogleraren?

Op welke manier kan er in Vlaanderen een overzichtelijk en rationaal aanbod worden bewaakt indien dergelijke opleidingen zich verspreiden over verschillende instellingen? Voor de toekomstige student wordt het wel moeilijk om te weten wat een masteropleiding is, wat een hogeschoolopleiding is, wat een professionele bachelor is en wat een academische bachelor is. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit niet verwarrend is voor de toekomstige studenten?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Gedichtendag heeft positieve effecten. De heer Daniëls bijna een beetje romantisch zien worden, had ik nog niet meegemaakt. Ik wist wel al dat mevrouw Soens nu en dan romantisch kan zijn. (Gelach)

Ik heb lang getwijfeld of ik mij zou wagen aan het voorlezen van het volgende gedichtje, maar ik zal het toch maar doen. Het is een tekst vrij naar Paul van Ostaijen gemaakt door Bavo Smits, mijn adjunct-kabinetschef, die er altijd voor zorgt dat de map met de vragen voor deze commissie klaarligt. Het is dus een ode aan Bavo.

Hilde groet ‘s morgens de map

dag map met de vele vragen
alles erin
zin na zin

dag raadgever naast de minister
dag map voor de minister
dag map met de vele vragen in
vraag en antwoord
gehoord
soms ongehoord

sms'en over en weer
altijd adequaat
soms te laat
van de raadgever sms
livestream
goeiendag

da-ag map
dag lieve map
dag groene commissiemap
mijn

Dan ga ik over tot het antwoord. Ik denk dat de hogeschool en de hogescholen zelf duidelijkheid moeten scheppen over een en ander. Ik zal een paar voorbeelden geven. Het zou mij plezieren mocht er duidelijkheid over komen dat het inschrijvingsgeld voor deze opleiding van een Nederlandse hogeschool dit academiejaar 7300 euro is voor EU-studenten en 11.500 euro voor niet-EU-studenten. Het gaat ook niet om een diploma van de Hogeschool West-Vlaanderen, maar om een diploma van de Nederlandse hogeschool. Ik vind het heel belangrijk om te benadrukken dat het geen bidiplomering betreft. Alle mist daarover moet worden weggenomen. Dat moet heel duidelijk zijn.

De Hogeschool West-Vlaanderen kan er geen Vlaams overheidsgeld voor inzetten, want het is vandaag gewoon onmogelijk voor Vlaamse hogescholen om masteropleidingen aan te bieden, met uitzondering voor de Schools of Arts en de Hogere Zeevaartschool, die masteropleidingen kunnen aanbieden in respectievelijk de kunsten en de nautische wetenschappen.

De Hogeschool West-Vlaanderen is niet bevoegd om autonoom als hogeschool een masteropleiding aan te bieden, ook niet een professioneel gerichte masteropleiding, en kan dat dus niet.

Uit de krantenberichten leiden wij af dat Howest een samenwerking heeft afgesloten met de Hanzehogeschool in Groningen, de Universidad de Zaragoza en de Università di Pisa voor het aanbieden van een Europese masteropleiding in duurzaam energiemanagement. De studenten zullen na het afronden van deze opleiding een Nederlands hogeronderwijsdiploma ontvangen. Deze constructie catalogeren als bidiplomering, multidiplomering of gezamenlijke diplomering kan niet!

Een van de legistieke voorwaarden is dat die opleiding binnen de perken van hun onderwijsbevoegdheid moet worden aangeboden en dat de betrokken studenten in het academiejaar waarin de bedoelde diploma’s samen worden afgeleverd, ingeschreven zijn aan de hogeschool of universiteit, desgevallend enkel voor examens. Dat kan dus niet, want een masteropleiding behoort niet tot de onderwijsbevoegdheid van de hogeschool.

Dankzij de Benelux-beschikkingen worden Nederlandse hogeronderwijsdiploma’s, met inbegrip van de masterdiploma’s uitgereikt door een hogeschool in Nederland, automatisch als niveau gelijkgeschakeld aan een Vlaams masterdiploma. Het is aan de werkgevers in Vlaanderen om daar al of niet appreciatie aan te geven. Het is dus aan de hogeschool zelf om studenten die zich willen inschrijven in de opleiding, voldoende en transparant te informeren over de opbouw van de opleiding, de modaliteiten waarbinnen ze studeren, het feit dat ze een Nederlands diploma zullen behalen en welke gevolgen dit heeft voor de arbeidsmarkt. Dat is niet de taak van de minister.

Dat gebeurt ook niet voor andere opleidingen. Ik zal wel aan de bevoegde regeringscommissaris vragen om na te gaan of alle informatie op de website van de Hogeschool West-Vlaanderen over deze opleiding correct, voldoende duidelijk en niet in strijd is met de Vlaamse regelgeving. Ik heb gevraagd om na te gaan of er geen Vlaamse middelen worden afgewend om dit aanbod uit te werken, omdat dit niet kan.

Ik heb in de eerdere besprekingen rond de professionele master al aangegeven dat, hoewel internationale samenwerking decretaal mogelijk is en zeker niet verboden, ik er toch absoluut geen voorstander van ben dat onze hogescholen deze constructie gebruiken om buitenlandse professionele masters te gaan promoten. Dit is zeker niet transparant naar studenten toe, omdat makkelijk de indruk zou kunnen worden gewekt dat studenten een Vlaams diploma van een professionele opleiding ontvangen. De hogescholen kennen mijn standpunt ter zake.

Als er echt nood is aan meer professioneel gerichte masteropleidingen, dan moeten we dat structureler oplossen, in een debat met alle stakeholders, waarbij men elkaar als complementaire partners met relevante wederzijdse expertise ziet.

Ik zou het schitterend vinden als men de obstakels zou gaan wegwerken die er nu bestaan om aan de nood van professioneler gerichte masters te kunnen beantwoorden. Concreet zou dat bijvoorbeeld kunnen gaan om het herdenken of versoepelen van het schakelprogramma, maar ook over inhoudelijke samenwerking bij het vormgeven van de opleidingsprogramma’s van masteropleidingen. Er ligt echt nog een hele potentie te wachten.

Collega’s, u had beiden vragen over het inschrijvingsgeld. U kunt op de website lezen dat het inschrijvingsgeld voor het academiejaar 2018-2019, zoals ik al zei, 7300 euro bedroeg voor EU-studenten en 11.500 euro voor niet-EU-studenten.

Als minister heb ik geen zicht op de praktische regelingen. Ik ga ervan uit dat de samenwerkende instellingen met elkaar een overeenkomst afsluiten, met duidelijke afspraken over onder andere het inschrijvingsgeld.

Wat het niveau betreft: het is een Nederlandse hogeschoolopleiding die in Nederland geaccrediteerd is. Het niveau van de opleiding en van de verschillende opleidingsonderdelen, en in dezen ook het profiel van de lesgevers, zal moeten voldoen aan de standaarden van een Nederlandse professionele masteropleiding.

Voor het kerstreces heeft de VLHORA mij laten weten dat het topic rond de professionele masteropleiding voorlopig enkel wordt opgenomen in het VLHORA-memorandum dat tijdens zijn congres op 11 februari 2019 openbaar zal worden gemaakt. Men heeft mij toen ook laten weten dat er op dat moment geen formeel advies meer gepland stond.

Zodra er concretere voorstellen rond de professionele masteropleiding vorm krijgen vanuit de VLHORA of vanuit andere gremia, zal ik die uiteraard delen. Ik heb reeds aangegeven dat het uitermate belangrijk is dat in dit debat alle stakeholders betrokken worden: hogescholen, universiteiten en studenten, maar ook het afnemend veld.

Mevrouw Soens, ik plan geen acties. Voor mij is dat niet aan de orde. Er zijn geen professionele masters in Vlaanderen. Vandaag zijn er ook reeds Vlaamse studenten die met een buitenlands diploma werken in Vlaanderen. Er zijn jongeren die elders gaan studeren. Mijn zoon is zo iemand. Hij is nog bezig. Hij heeft zijn eerste examensessie overleefd, dat is positief. We kunnen dat niet tegenhouden.

Allereerst moet het debat over de professionele masteropleidingen in Vlaanderen met alle stakeholders gevoerd worden. Op basis van de resultaten van dat debat kunnen we dan afspraken maken met de hogeronderwijsinstellingen. Op die manier kunnen we een overzichtelijk en rationeel aanbod bewaken.

Tot slot, een uitsmijter van mezelf. We hebben hier een vraag over de professionele masters, maar we staan aan de vooravond van een totaal nieuwe opleidingsgroep die onze hogescholen mogen inrichten, de hogere beroepsopleidingen. Ik weet, ik hoor dat er nog ontzettend veel werk te verrichten is. Ik zou het echt op prijs stellen mocht men zich 100 procent concentreren op het welslagen en het groot en succesvol maken van ons hoger beroepsonderwijs. Dat is een persoonlijke notitie.

Minister, de transparantie naar de studenten is het allerbelangrijkste, ik heb dat ook bij de vorige vraag heel duidelijk gesteld. Als dat er niet is, moeten we heel voorzichtig zijn, zeker inzake het inschrijvingsgeld, maar ook over het diploma zelf en wat dat uiteindelijk waard is.

Het is een risico als we zomaar professionele masters invoeren. Een professionele bachelor zou als minderwaardig kunnen worden beschouwd. Het risico is dat men bijna een professionele master moet hebben om aan de slag te kunnen op het werkveld. We zien dat eigenlijk ook bij de academische bachelor. Het was de bedoeling om met een academische bachelor ook perfect op de arbeidsmarkt te kunnen. We zien dat dat in de praktijk eigenlijk niet zo is. Men moet een master hebben om aan de slag te kunnen. Een academische bachelor wordt eigenlijk niet gewaardeerd voor wat het is.

Als de maatschappelijke of economische vraag er is om dergelijke professionele masters in te richten, moeten we dat wel zeer grondig onderzoeken. U hebt dat in uw antwoord ook gezegd: er moet een debat komen met alle stakeholders. Ik ben wel niet zo tevreden als ik hoor dat er voorlopig daarover geen formeel advies meer zal komen van de VLHORA. Ik vraag me af wanneer dat debat er dan uiteindelijk zal komen, want anders zitten hier volgend jaar weer andere mensen om opnieuw die vraag te stellen over de professionele masters. Dan is dat eigenlijk iets dat hogescholen proberen in te richten zonder een grondig debat met alle stakeholders – ook de universiteiten uiteraard. Ik hoop toch dat we daar heel snel duidelijkheid over krijgen en dat we het debat ten gronde kunnen voeren.

Collega’s, ik betreur het eigenlijk ook. We hebben organisaties als de VLHORA om over zulke zaken in onderling overleg duidelijkheid te scheppen. Ik vind het sympathiek dat ze daarover iets in een memorandum gaan zetten, maar ik denk dat het thema toch net iets te omvattend is, en nuance, onderzoek, analyse verdient, om gewoon in een memorandum op te nemen hoe men dat ziet.

Ik herhaal mijn bekommernis uit het verleden: de N-VA wil dat er duidelijkheid komt voor de toekomstige student. Welke opleiding heeft welk doel, en waar kun je welke opleiding volgen?

Een professionele master is in ons huidig onderwijslandschap eigenlijk een contradictio in terminis. Want je zegt dan dat er ook niet-professionele masters zijn, masters waar je op de professionele markt niets mee bent. Als een professionele master aan de hogeschool een waardevol diploma is op de arbeidsmarkt, dan betekent dat ook dat de academische master aan de universiteit iets wereldvreemds is, iets wat niet op de professionele markt gericht is.

Ik drijf het een beetje op de spits, maar je organiseert er wel een dualiteit mee. Laat ons eerlijk zijn: Vlaanderen is wel vaker in dit bedje ziek. Die opleidingen worden gepromoot als zijnde iets unieks in Vlaanderen, om op die manier studenten aan te trekken.

Als de arbeidsmarkt inderdaad vraagt om bepaalde opleidingen meer arbeidsmarktgericht te maken, dan zijn er allerlei varianten. De minister heeft er al een aantal aangehaald. Je kunt een stage volgen, maar er is ook zoiets als een beginnend werknemer. Die doet ook professionele ervaringen op. We hebben daarnaast nog het duaal leren, en dat willen we ook in het hoger onderwijs uitrollen. Ook zo kun je ervaring opdoen. Er hangt ondertussen wat mist rond dit thema, minister. Ik ben blij dat u het hier herhaalt.

De ouders krijgen bijvoorbeeld van hun zoon of dochter te horen dat hij of zij een professionele master wil volgen aan een bepaalde hogeschool. De ouders gaan akkoord en schrijven hun kind in, om dan plots vast te stellen dat de opleiding iets meer zal kosten: het gaat om 7300 euro inschrijvingsgeld. Dan rijdt men zich toch ergens vast. Ik wil graag de uitgebreide analyse zien. Over welke opleidingen denken we na? Laten we ook naar de schakeltrajecten kijken, want we hebben ook nog de banaba’s in ons hoger onderwijs. We moeten eens kijken wat we daarmee kunnen doen.

Ik blijf met deze kwestie zitten, want we krijgen nu een vreemde situatie. Neem bijvoorbeeld iemand die – via Howest – aan een Nederlandse instelling hoger onderwijs een professionele master volgt, en die daarna als onderwijzer aan de slag gaat. Als ik het goed begrijp, wordt die persoon dan aangesteld als master, volgens salarisschaal 501, in een opleiding die we niet op die manier kennen.

Ik zie vooral veel verwarring ontstaan. Wat gebeurt er als universiteiten morgen zeggen dat zij ook professionele bachelors willen organiseren, samen met een instelling hoger onderwijs uit Nederland? Dan is het hek van de dam. Dan kun je een bachelor toegepaste psychologie ook aan de Universiteit Gent volgen, via een samenwerking met een hogeschool uit Nederland. Ik ben bang dat de hogescholen dan niet tevreden zullen zijn. Als je als student kunt kiezen tussen een opleiding toegepaste psychologie in een hogeschool en dezelfde opleiding aan de Universiteit Gent, dan is de keuze snel gemaakt.

Je krijgt in ons Vlaams hoger onderwijs geen vorm van rationalisatie of duidelijkheid, maar eerder verwarring. Mijn oproep is, net zoals vorig jaar, dat de VLHORA een degelijk, uitgebreid, genuanceerd advies opstelt over wat zij willen. Wat ontbreekt er? Dan kun je binnen de huidige opleidingen kijken wat er inhoudelijk en duaal kan worden aangepast, in plaats van dat we nu de professionele masters in de media promoten, als zijnde uniek in Vlaanderen.

Mevrouw Lachkar heeft het woord.

Het is belangrijk dat er de komende jaren een diepgaandere samenwerking komt tussen hogescholen en universiteiten, en dat professionele masters kunnen worden ingebed in de hogescholen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat dat momenteel heel wat onduidelijkheid geeft, omdat dit nu voor het eerst wordt ingericht, vooral vanuit Nederland.

We moeten wel weten dat professionele masters binnen hogescholen een kans op slagen hebben, tenminste als er doorgedreven overleg plaatsvindt. Maar ik heb van de minister begrepen dat dat ook gebeurt.

De heer Bogovic heeft het woord.

Bij de professionele bachelors en masters mag het niet zo zijn dat er een natuurlijke doorstroom komt, en dat er voor een groot deel van die professionele bachelors ook een professionele master zou komen.

Die masters moeten natuurlijk een meerwaarde hebben. Als de professionele masters er al zouden komen, of als die vormgegeven worden, dan is het aangewezen dat er goed nagedacht wordt, en dat we kijken welke niches op onze arbeidsmarkt en in onze bedrijven er echt gebaat zijn met een professionele master.

Dat zou betekenen dat we op zoek moeten gaan naar een aantal specifieke velden waar een extra accreditatie een grote meerwaarde zou hebben – dit onder voorbehoud van de juiste inrichting en alle andere zaken.

Minister, ik ga akkoord met uw overzicht van wat de hogescholen niet kunnen. Dat klopt. Het is volgens mij ook evident dat elke hogeschool verder moet opereren binnen de Vlaamse regelgeving. Ik ga ook akkoord met uw lijst van wat de hogescholen niet mogen.

Ik zet nu petje van Howest op. De regeringscommissaris was aanwezig en de overeenkomst kwam daar aan bod. Hij had op zich geen bezwaren wat het feitenmateriaal betreft.

De essentie van dit initiatief is natuurlijk dat het past in de internationalisering, waarvoor ook de hogescholen heel wat initiatieven nemen, via Erasmusstudenten en via allerlei samenwerkingen. Wat hier voorligt, is eigenlijk een gevolg van een bestaande samenwerking tussen aan de ene kant Howest en de universiteit van Groningen en aan de andere zijde Zaragoza, dat geen technische universiteit is, en Pisa, dat ook geen technische universiteit is en al zo’n project in opbouw had.

Mijnheer Daniëls, deze discussie kwam ook al aan bod in de vorige legislatuur, in de Commissie ad hoc Hoger Onderwijs, onder voorzitterschap van Fientje Moerman – tegenwoordig Rebecca Vanden Broucke. In de resolutie zijn ook een aantal zinsneden opgenomen in verband met die problematiek. Ik denk dat via het voortschrijdend inzicht, dat bij iedereen groeit, en ook bij bepaalde universiteiten – maar niet alle –, een aantal vaststellingen gemaakt zijn na de periode inkanteling, in het bijzonder van de ingenieursopleidingen, namelijk dat alles niet zo evident is als gepland was bij de inkanteling zelf.

Ik sluit aan bij de heer Bogovic, dat het inderdaad gaat over specifieke niches, waarover goede afspraken gemaakt moeten worden en waarbij het onderzoeksluik ook belangrijk blijft, meer toegepast vanuit de hogescholen, maar in goede samenwerking met de belendende universiteiten die met dezelfde materies bezig zijn. Ik denk dat daar zeer veel winst te maken is.

Ten slotte wil ik nog meegeven dat het op Europees vlak natuurlijk niet evident is, mijnheer Daniëls, om internationaal telkens te moeten uitleggen hoe die tweedeling bachelor/master, academisch/professioneel, in Vlaanderen tot stand gekomen is. Onze partnerlanden in die internationale samenwerkingen kennen natuurlijk andere structuren en andere manieren van werken. Dat is iets waar we ook rekening mee moeten houden, tenminste als we blijven kiezen, wat mijn optie is, om meer gewicht te geven aan de internationalisering. Dan moeten we daar ook posities kiezen. Maar het is dus inderdaad aan de VLHORA om samen met de VLIR stappen te zetten. Er zit een eerder schrale aanzet in het memorandum dat op komst is. Men zal er dus wat dieper op moeten ingaan bij het overleg en het specialiseren.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik deel de laatste opmerking van de heer Durnez over het memorandum, of de memoranda, die nu die nu weer vlotjes verspreid geraken. We zullen er straks trouwens nog enkele bespreken. Als men nu al een aanbod uitwerkt, dan vind ik dat de VLHORA op voorhand een duidelijk statement moet maken en samen met bijvoorbeeld de VLIR moet bekijken wat de opportuniteiten zijn. Ik vind dit een stukje armoede als je het in een memorandum moet schrijven. We hebben er de voorbije jaren al zo vaak over gediscussieerd. Men komt er niet toe om met elkaar tot iets gedragens te komen. Dit behoort natuurlijk ook tot de vrijheid in het hoger onderwijs.

Ik betwist helemaal niet dat we mee moeten met internationale tendensen. Maar als je het Vlaams hoger onderwijs sterk wilt houden en wereldwijd wilt uitdragen, dan heb je er alle belang bij als de hogescholen en universiteiten samen tot een toekomstvisie komen over al die zaken. Ik vind het spijtig dat dit niet of toch nog onvoldragen gebeurd is.

Collega Daniëls had een vraag over de verloning. In het onderwijs is er een andere verloning voor bachelors dan voor masters. Maar je zult als master binnenkomen met een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, omdat dat iets is wat natuurlijk niet in onze vereiste bekwaamheidsbewijzen zit. Maar het is natuurlijk zo – en op dat vlak heeft onze voorzitter gelijk –: een master is een master en internationaal volgt het de regels van Nederland. Wij hebben een wederzijdse erkenning. Dat is een goede zaak. Het is dus een master die binnenkomt, maar als hij in het onderwijs binnenkomt, heeft hij sowieso daardoor geen vereist bekwaamheidsbewijs.

Mijnheer Durnez, u zei dat de regeringscommissaris geen commentaar had op de overeenkomst. Mijn opmerking ging vooral over de communicatie. Ik heb hem gevraagd om die website eens te bekijken en na te gaan of alles wat daarop staat, wel correct is en of er geen mist gespuid wordt. We hadden het al over het inschrijfgeld en de waarde ervan. Dat is dus de vraag die ik gesteld heb. Ik denk dat het ook goed is dat dat gebeurt. Niet dat ik de hogescholen ervan verdenk dingen te willen verstoppen, maar het is iets wat wel vragen oproept; Het feit dat er hier twee vragen over gesteld worden in deze commissie, toont aan dat het geen foute vraag is – al bestaan foute vragen bestaan niet. Als de regeringscommissaris zegt dat hij dat niet wil onderzoeken, dan zal hij mij dat wel laten weten. Maar sowieso is het niet overbodig om dit ook eens te laten checken, denk ik.

Voor het overige ben ik het eigenlijk wel eens met een aantal opmerkingen. Ik sluit niet uit dat men daar in de toekomst verder over nadenkt. Er werd hier al verwezen naar bijvoorbeeld het duale leren. Er zijn nog zoveel opportuniteiten die klaar liggen. Voor mij is het echt relevant dat we hier ook door geraken. We hebben nu een heldere structuur voor jongeren voor bachelors en masters. Ik houd wel van die transparantie en die helderheid.

Ik vind het jammer dat het via de wegen die worden gevolgd, weer een beetje moeilijker wordt. In het begin van de legislatuur hebben we hier grote debatten gehad over het aanbod dat zuiverder moest, het aantal afstudeerrichtingen dat zo verwarrend was. We hebben daarop ingegrepen, we hebben daar wel een akkoord over bereikt, en dan zie je toch weer andere dingen ontstaan. Op zich kan ik weinig kritiek hebben. Ik betwist ook niet dat wat men doet, niet buiten de regelgeving gaat. Dat is dus mijn punt niet, maar ik zou het wel aangenaam vinden als men in de toekomst tot een goed gedragen standpunt komt, waar we dan ook beleidsmatig over kunnen discussiëren en verder mee kunnen.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Minister, ik wil me aansluiten bij het laatste dat u hebt gezegd. Ik denk dat de vraag vanuit de Vlaamse hogescholen er duidelijk is. Het is natuurlijk niet alleen Howest dat met dat idee komt. Vorig jaar waren er ook andere hogescholen die met dat idee kwamen. Ik denk dat het belangrijk is dat we goed kijken naar de samenwerking tussen de hogescholen en de universiteiten en dat iedereen ook bereid is om de andere kant te zien. Die vraag is er immers vanwege de hogescholen. Ik begrijp natuurlijk ook wel de bezorgdheden van de universiteiten, maar als we alle twee een beetje meer van pet willen wisselen, als we bereid zijn om ook de andere kant mee te nemen, dan kan er misschien wel een goede oplossing uit de bus komen.

De heer Daniëls heeft het woord.

De analyse dat we in Vlaanderen nood hebben aan sterke profielen die ook een professionele inslag hebben, is een open deur intrappen. We zullen niemand tegenkomen die daartegen is. De vraag is natuurlijk alleen de volgende. Collega Durnez, u zegt dat we in Vlaanderen een heel kluwen hebben, dat we moeten uitleggen dat we academische en professionele bachelors hebben. Ja, maar dan moeten we dat kluwen dat we hebben bij de bachelors, niet ook nog eens erbovenop willen installeren in de masters. Dan is de chaos totaal. Misschien moeten we dan beginnen na te denken over wat we gaan doen met de bachelors. Dat is dan nog een ander verhaal, natuurlijk. Misschien moeten we naar één soort bachelor gaan. Ik denk dat het advies van de VLHORA en de VLIR over wie dat zou doen, dan nog veel complexer zal worden. Dus, de argumentatie van ‘we hebben ze allebei bij de bachelors en laten we dat ook naar de masters kopiëren’, dat lijkt me geen goed idee.

Wat is wél een goed idee? Bekijken wat het doel is, en dan kijken naar de weg ernaartoe. Dan denk ik dat we inzake de inhoud van opleidingen nog veel kunnen doen. Er zijn de hbo5-opleidingen. Wat gaan we doen met banaba’s? Wat doen we met duaal leren? Wat doen we met stages? Wat doen we met gastdocenten? Ik denk dat er daar nog heel veel mogelijkheden liggen, maar natuurlijk is het niet zo gemakkelijk om die inhoud op de achterkant van een bus te zetten die je door Kortrijk laat rondrijden. Het is veel handiger om daar ‘Professionele master, uniek in Vlaanderen’ op te zetten. Voor journalisten is die titel beter dan ‘Howest wijzigt inhoudelijk haar programma voor meer professioneel gerichte stages en docenten’. De kans dat dat de voorpagina van een krant haalt, is iets minder groot, want dat is inhoud. Voor mij en voor de N-VA is de inhoud de kern van de zaak. Laten we die inhoud bekijken, rationeel, met de commissie-Soete in ons achterhoofd, om ervoor te zorgen dat er toch enig kader is vóór de grote spandoeken op de hogescholen verschijnen, en ook afspraken binnen de hogescholen, de universiteiten en de arbeidsmarkt.

Ik zal het reglement respecteren, dus ik zal niet antwoorden op uw vraag aan mij gericht.

Dan is het nog de vraag hoe u zult antwoorden: als commissievoorzitter, CD&V-parlementslid, voorzitter van Howest, inwoner van West-Vlaanderen?

Juist. Er is één ding waarin we elkaar kunnen vinden, namelijk als pedagogen onder elkaar.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.