U bent hier

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Mijn vraag dateert al van voor het kerstreces, maar ik had het in mijn besprekingen tijdens de begroting ook al aangehaald. Het gaat met name over de merkwaardige uitspraak van minister Weyts, bevoegd voor het dierenwelzijn, tijdens de bespreking van de beleidsbrief Dierenwelzijn 2018-2019. Hij pleit om in een volgend regeerakkoord het Europese level playing field, dat is ingeschreven in het huidige regeerakkoord, niet meer na te leven. Hij wil aan gold-plating doen op het vlak van dierenwelzijn met betrekking tot de huisvesting van de kippen.

Hij wil dan, zoals in Wallonië en het verbod dat daar vanaf 2018 zal worden ingevoerd, eveneens pleiten om in het volgende regeerakkoord een dergelijke maatregel voor die verrijkte kooien te voorzien. De landbouwers hebben sinds 2012 heel wat investeringen gedaan. De ombouw bedraagt gemiddeld 900.000 euro per bedrijf. Voor een nieuwbouw van een dergelijke inrichting is er sprake van meer dan 1 miljoen euro.

In 2012 zijn die nieuwe systemen bij de verrijkte kooien ingevoerd en die afbetalingen worden verspreid over diverse jaren. We zijn nu 2019. Ik maak me heel wat zorgen. Misschien is dat nog wat voorbarig, omdat we eerst moeten zien wie in de regering zal zitten en welke regeerakkoorden er zullen worden gemaakt. Toch maak ik me wat zorgen. Ik denk dat de pluimveehouders samen met mij dezelfde bezorgdheden hanteren. Want als zij die zware investeringen hebben gedaan, is hun bedrijfsvoering dan op economisch vlak nog rendabel?

Hoe staat u, minister, tegenover de uitspraken van de minister van Dierenwelzijn en een eventueel verbod op die verrijkte kooien?

Wat zijn de economische gevolgen mocht zo’n verbod worden ingevoerd, enerzijds naar de concurrentiepositie ten aanzien van buitenlandse pluimveehouders, anderzijds naar de omzet van de pluimveebedrijven?

Beschikt u over de inschatting van de omvang van de investeringen die de Vlaamse pluimveehouders sinds 2012 hebben gedaan?

Zullen Vlaamse pluimveehouders die nog langdurige leningen hebben om hun investeringen te financieren en die ze moesten doen om zich te conformeren aan het verbod op legbatterijen, de nodige investeringskredieten kunnen losweken om de vereiste bijkomende investeringen voor het verbod op verrijkte kooien te doen?

Welke compenserende maatregelen acht u nodig mocht zo’n verbod in voege gaan?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Vanderjeugd, ik begin met een paar belangrijke principes van de Europese Unie. Dat is natuurlijk een interne markt met vrij verkeer van goederen. Dat is van cruciaal belang willen we onze economie en welvaart in Europa ook veiligstellen.

Europa heeft ook beslist om de interne werking van de markt te vrijwaren door een aantal bijkomende randvoorwaarden en verplichtingen te harmoniseren. Dat gebeurt via verordeningen en richtlijnen, op het vlak van voedselveiligheid, milieu, natuur, energie, klimaat, maar inderdaad ook op het vlak van dierenwelzijn. De harmonisatie biedt ook garanties en transparantie voor de 500 miljoen Europese consumenten. Zo heb je bijvoorbeeld specifiek wat eieren betreft een geharmoniseerde cijfercode waaruit je ook kunt opmaken wat voor een soort ei het is. Zo heeft een bio-ei code 0, een ei uit de vrije uitloop code 1, een scharrelei 2 enzovoort. Dat is transparant, duidelijk en helder voor iedereen. Als door de keuze die de consument maakt, de marktvraag naar het ene of het andere toeneemt, dan zullen onze landbouwers die markttendensen ook verder volgen.

Noch in het regeerakkoord, noch in de beleidsnota’s worden die principes van Europa, de harmonisatie en de gelijke spelregels in vraag gesteld. Dat geldt ook voor landbouw. Men stelt die voor landbouw of voor de verwerkende voedingsindustrie of andere industrieën niet in vraag.

Wat de leghennenhouders betreft die in aanloop naar het Europees verbod op klassieke kooihuisvesting in 2012 hebben geïnvesteerd in de omschakeling naar verrijkte kooihuisvesting, loopt momenteel 25,7 miljoen euro aan leningen. De langstlopende lening is tot het jaar 2033. Er zijn dus nog langlopende leningen die bedrijven zijn aangegaan naar aanleiding van de Europese aanpassing van de dierenwelzijnsregels in 2012. Dat geldt niet alleen bij ons in Vlaanderen of in Wallonië maar voor vele Europese lidstaten. Het spreekt voor zich dat indien de regels enkele jaren na de zware investeringen al opnieuw worden aangepast, dit inderdaad een effect heeft op bedrijven.

U vraagt ook naar de flankerende of compenserende maatregelen vanuit het beleid Landbouw. Het is een algemeen principe, ook binnen de Vlaamse Regering, dat wanneer maatregelen worden opgelegd vanuit een bepaald beleidsdomein, het aan dat beleidsdomein is om daar het flankerend of compenserend beleid voor uit te voeren. Het zou nogal gemakkelijk zijn om tal van regels in te voeren en dan telkens bijvoorbeeld naar Landbouw te kijken om dat zelf op te lossen. Dat lijkt me niet evident. Het is wel zo dat binnen het Europese beleid Europa in plaats van primaire subsidies te geven aan landbouwers, steeds meer voorwaarden koppelt aan die gemeenschappelijke landbouwsubsidies voor een aantal Europese randvoorwaarden die worden opgelegd.

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Minister, ik kan uit uw antwoord enigszins opmaken dat u heel wat gematigder bent in uw uitspraken in dezen. Dat stelt me een beetje gerust. Het lijkt me normaal dat we onze pluimveehouders proberen gerust te stellen. We zien hoe gepolariseerd het debat vandaag wordt gevoerd en welke beelden onterecht worden gemaakt op bedrijven – een inbreuk eigenlijk – en uit de context worden gehaald. Ik heb zelf een Boerenbondstage gelopen op een pluimveehouderij en ik heb daar gezien dat men er alles aan doet om het welzijn van die dieren te garanderen. Zo is er geïnvesteerd in belichting om het natuurlijk effect van de opkomende en ondergaande zon zo goed mogelijk na te bootsen.

Studies laten trouwens niet duidelijk uitschijnen welk systeem het beste is. In stallen waar de kippen loslopen, is er bijvoorbeeld een groter risico op pootrot. De kippen lopen immers op vochtig strooisel waar ook hun uitwerpselen op vallen. Er is ook een groter risico op het verspreiden van ziektekiemen waardoor een sneller gebruik van antibiotica noodzakelijk is. Er is ook een groter risico op borstbeenbreuken omdat de dieren van nature veel dichter op elkaar leven. En last but not least, zijn kippen van nature vrij agressief ten aanzien van elkaar, met als gevolg het probleem van bekken kappen.

Men pleit dus voor de afschaffing van het ene systeem terwijl het andere systeem niet zaligmakend is. Het is dan ook een beetje vreemd om ook het economische aspect te onderschatten en een ander systeem dat niet zaligmakend is te verplichten. Ik roep dan ook op om met beide voeten op grond te blijven wanneer het gaat over onze pluimveehouders.

De heer Caron heeft het woord.

Ten behoeve van de idealistische collega, de heer Vanderjeugd, zal ik een citaat voorlezen van de website van AVEVE in een advies aan de particulieren: “Kippen houden van ruimte. Koop zowel een nachthok als een ren voor ze. Reken voor een nachthok gemiddeld 1 vierkante meter ruimte per vier kippen. Het mooiste is het als het hok ook enkele legnesten bevat. Voor de ren hou je rekening met 1 à 1,5 vierkante meter per kip. Zorg er bij de ren bovendien voor dat hij minimaal 150 centimeter tot 200 centimeter hoog is. Natuurlijk mag de huisvesting van je dieren ook groter zijn. Hoe meer ruimte ze hebben, hoe gelukkiger ze zijn.”

Collega’s, dit is een onverdachte bron die ik citeer. In een verrijkte kooi heeft een kip 700 vierkante centimeter ruimte, dat is ongeveer de grootte van een A4-blad.

In 2012 zijn de oude legbatterijen verboden en bleven de verrijkte kooien als enig systeem over naast de vrije loop. Nederland, ook niet bepaald het meest links-progressieve land als het over dierenwelzijn gaat, heeft allang beslist dat verrijkte kooien tot 2121 mogen worden gebruikt en dan uitdovend zijn.

Mijnheer Vanderjeugd, u hebt wel gelijk wanneer u zeg dat een kip die in een open stal rondloopt, er inzake dierenwelzijn niet noodzakelijk beter aan toe is, vandaar ook mijn citaat. Het is de effectieve ruimte, de oppervlakte die voor die dieren ter beschikking is, die de kwaliteit van het dierenwelzijn bevordert of tegenwerkt.

Minister, u hebt zeer ontwijkend geantwoord op de vraag van de heer Vanderjeugd en geen duidelijke stelling ingenomen. Een tip voor het volgende regeerakkoord zou kunnen zijn dat, welk stallensysteem we ook verkiezen of mogelijk maken, het dierenwelzijn van de 35 miljoen kippen in Vlaanderen, moet worden verhoogd. Daarvoor moet een langetermijnplan worden ontwikkeld, rekening houdend met investeringen of met compensaties als dat nodig is.

De heer Engelbosch heeft het woord.

Collega’s, voor alle duidelijkheid: het volgende regeerakkoord zal geschreven worden door diegenen die dan de regering vormen. Het is nog niet zeker dat onze partij daarin zal zitten. Ik hoop natuurlijk van wel.

Alleszins staat het de minister natuurlijk wel vrij om keuzes te maken en voorstellen te doen. Wij staan daar als partij voor 200 procent achter, zeker als we de beelden zien. Voor alle duidelijkheid: op de beelden die vaak getoond worden, gebeurt niets verkeerds. Ze doen ons echter wel de vraag stellen of dit het soort landbouw is dat we willen. Er werden geen overtredingen vastgesteld. Dit is nu eenmaal een voorbeeld van intensieve landbouw.

Als het van onze partij afhangt, zal dit ook in dit geval, net zoals in het verleden bijvoorbeeld bij het verbod op dwangvoederen en het verbod op de nertsenkweek, gepaard gaan met overgangsperiodes. Er zullen ook vergoedingen zijn voor de sector. Voor ons is het duidelijk: als er een switch komt, dan zal dat allemaal verlopen via een uitdoofbeleid. Dan zullen daar compensaties voor zijn. Dan zal er rekening gehouden worden met bestaande investeringen, omdat er in 2012 een verstrenging geweest is. Laten we dus alsjeblieft vandaag niet in paniek schieten of polariseren omtrent heel deze thematiek. U weet hoe de huidige minister een beleid gevoerd heeft via uitdoofscenario’s op andere beleidsdomeinen. Wat ons betreft, zal dat op dit vlak net hetzelfde gaan. Ik denk dat het duidelijk is dat we er toch over moeten durven nadenken om van dit systeem af te stappen.

Mijnheer Vanderjeugd, het klopt wat u zegt, dat er bij de andere systemen ook nog heel wat vragen gesteld kunnen worden. Er lopen momenteel onderzoeken naar wat het beste systeem is. Elk systeem heeft zijn nadeel. We kunnen echter wel zeggen, als we de beelden zien, dat zulke kooisystemen toch wel wat inbreuken teweegbrengen op het vlak van dierenwelzijn. Voor alle duidelijkheid: we zullen wel zien hoe het dan in concreto zal verlopen nadat de volgende regering gevormd is.

De heer Sanctorum heeft het woord.

In Wallonië, zoals collega Vanderjeugd terecht stelt, zal dus een verbod gelden vanaf 2028. Ik begrijp uit uw antwoord, minister, dat vanaf 2033 alle leningen afgelopen zijn. Dat biedt dan misschien inspiratie voor het volgende Vlaams regeerakkoord.

Ik hoor hier een aantal argumenten, onder andere over de Europese eengemaakte markt. Natuurlijk gaat het over een eengemaakte markt, maar de Europese Unie laat ook wel strengere dierenwelzijnsregels toe. Uiteraard hebben de betrokken kooi-eiproducenten investeringen gedaan, ten bedrage van ongeveer 1 miljoen euro, zoals collega Vanderjeugd stelt. Ze werden evenwel niet verplicht om te blijven investeren in die kooihuisvesting. Ik vind het eigenlijk spijtig dat de betrokken landbouworganisaties vaak het advies hebben gegeven om te investeren in die verrijkte kooien, alsof dat tot in het oneindige zou kunnen blijven bestaan, quod non.

De dierenwelzijnsregels worden altijd maar strenger. Dat is nu eenmaal de realiteit. Ik denk dat iedereen zich daar ook bewust van zou moeten zijn. Er zijn welzijnsproblemen bij die kooikippen. Ik denk dat collega Vanderjeugd dat niet zal ontkennen. Zijn er problemen bij andere systemen, zoals bij de scharrelkippen en zelfs bij de bioproductie? Ja. Het verschil is dat bij die kooisystemen het dierenleed inherent is aan het systeem op zich. Je kan dat eigenlijk niet vermijden, vanwege het kooisysteem. Bij bioproductie zie je inderdaad dat kippen soms niet naar buiten durven te komen, maar dat heeft dan te maken met een slechte inrichting van het buitenverblijf, omdat soms in een lange smalle strook wordt voorzien in plaats van in veel ruimte rond de schuur zelf. Dat zijn zaken die je kunt oplossen. Bij die kooisystemen is dat niet het geval.

Tot slot is er het ultieme argument van de marktwerking. Ik stel vast dat de markt voorop loopt op de wetgeving, want kooi-eieren worden niet meer verkocht. Ze worden wel nog verwerkt, maar ook steeds minder. Ik zie bijvoorbeeld dat Lidl, dat je er toch niet van kunt verdenken een high-endretailer te zijn en dat vooral mikt op een lage prijs, intussen al kooi-eieren gebannen heeft uit de huismerken. Dus: als de markt voor is op de wet, dan wordt het misschien tijd dat de wet een inhaalbeweging maakt.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Ik wil me graag kort aansluiten bij al wat de collega’s voor mij gezegd hebben. Ik denk dat de verwachtingen van de consument geëvolueerd zijn, ook op het vlak van dierenwelzijn. Inderdaad is er op die beelden niets onwettigs te zien, maar misschien is dat toch niet meer de manier van productie die wij vandaag wensen. Daarom zijn er duidelijke keuzes nodig. Ik wil vanuit mijn fractie benadrukken dat er hoe dan ook, al ga ik er geen termijn op plakken, een uitdoofscenario moet komen voor die kooisystemen. Misschien moeten we ook sensibiliseren en het belang van die niet-kooisystemen onder de aandacht brengen. Zeker bij uitbreidings- of vernieuwingsaanvragen – want die zullen er ongetwijfeld ook nog komen – kunnen we misschien het best de bedrijven ondersteunen en stimuleren om om te schakelen naar niet-kooisystemen, naar meer diervriendelijke systemen. Die suggestie wil ik toch wel meegeven aan de minister, in afwachting van een termijn tot uitdoving.

De heer Dochy heeft het woord.

Het is evident dat dierenwelzijn evolueert en dat de gedachten over dierenwelzijn bij de mensen ook evolueren. Niemand zal dat betwisten. Die gedachten zullen ook nog voortschrijden. Ik maak me echter toch wel ernstige bedenkingen. We zitten hier in de commissie Landbouw. Is er hier eigenlijk in dit parlement nog een erkenning van de economische functie van die landbouwsector? Of zeggen we hier dat die sector in de toekomst eigenlijk voor ons niet meer belangrijk is, in elk geval niet meer op economisch vlak? Gaan we dat afbouwen, gaan we terug naar de kip op de mesthoop, al dan niet met een hokje erbij? Is dat dan het model van de toekomst? Moet iedereen misschien zelf zijn kip gaan houden? Is dat misschien het voedingsmodel van de toekomst, mijnheer Caron? We hebben de tijd gehad van wat we in West-Vlaanderen ‘de korthoenders’ noemden, dat waren mensen die een klein tuintje hadden en een deel van hun voedsel zelf kweekten.

Is dat het model waar jullie naartoe willen? (Opmerkingen van Bart Caron)

Voor ons is het dat in elk geval niet. Wij staan vandaag nog steeds achter de landbouwsector, die een economisch belangrijke sector is, met zijn toelevering en met zijn verwerking. Het mag hier toch eens duidelijk worden gesteld dat er meer is dan alleen dierenwelzijn. Ik erken het belang van dierenwelzijn, ik erken dat daar een evolutie in is en dat er stappen zijn en worden gezet. Dat misken ik zeker niet, maar we mogen het economisch belang ook niet uit het oog verliezen, en dat hoor ik hier vandaag niet in het debat. Daarom wil ik dat hier expliciet inbrengen.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik wil me graag bij deze discussie aansluiten omdat ik door een aantal stellingnames verrast en teleurgesteld ben. Eenieder, althans in de commissie Dierenwelzijn en ook in de commissie Landbouw, is het erover eens dat dierenwelzijn een belangrijke plek heeft en dat we daar een discussie en evolutie in meemaken. We moeten eerlijk erkennen dat dat niet iets is van vandaag, maar iets dat door de jaren en eeuwen heen een evolutie doormaakt. Ik hoop dat dat ook verder nog evolueert.

Zeker in de landbouwsector is er op dat vlak ongelooflijk veel kennis en ervaring en wetenschap opgebouwd. Met dierenleed en dierenwelzijn zijn heel veel onderzoekers bezig, niet enkel op basis van een buikgevoel of van hoe we onszelf in ons hoofd een goed gevoel kunnen geven, maar op basis van metingen en observaties. Daarover is er ongelooflijk veel wetenschap en kennis.

Alle systemen die we vandaag kennen in de land- en tuinbouwsector, zijn gekend, gemeten en vastgesteld. Bij de omschakeling van het ene naar het andere systeem worden keuzes gemaakt op basis van kennis en ervaring die op dat moment uit wetenschappelijke hoek beschikbaar zijn. De keuze voor de systemen die we vandaag hebben, is effectief onderbouwd. Wil dat zeggen dat we geen verdere evolutie kunnen doormaken? Neen, maar het is niet correct om nu te stellen dat wat we enkele jaren geleden naar voren schoven, nu ineens afdoen als het meest onhaalbare en dieronvriendelijke. Dat is niet correct. Dat is heel gemakkelijk, maar het is niet correct op basis van alle wetenschap en kennis die we hebben.

Ik zou daarom willen pleiten om daar niet in mee te gaan, en in een evenwichtig debat over dierenwelzijn, in een economische omgeving zoals dat bij landbouw is, zelf het voorbeeld te geven. Dat debat verdraagt zeker geen uitschieters in de ene of de andere richting.

Ik heb in dit verband enkele keren verwezen naar een filmpje waarin geen onwettigheden gebeuren. Ik vind het heel jammer, de uitschieters en de sfeerschepping die daarin gebeuren. Dat een bepaalde organisatie oproept om zich te gedragen als veganisten, dat is hun recht, maar het parlement verdraagt die discussie op deze manier niet. Ik roep op om meer evenwicht in dit debat te respecteren.

Minister, ik ben dan ook heel blij met uw antwoord, waarin de verschillende parameters duidelijk een plaats krijgen in het debat. Op die manier zal hopelijk de verdere evolutie naar dierenwelzijn een plaats krijgen in overleg met de wetenschap en de sector.

Collega's, we hebben hier een zeer interessante gedachtewisseling. Het is duidelijk dat er verschillende nuances zijn. Het is vrij normaal dat politici nadenken over en/of dromen van de toekomst, maar van ministers verwacht ik toch in de eerste plaats dat ze het huidige regeerakkoord naleven.

Hoe dan ook zullen in de komende decennia nog stappen worden gezet op het vlak van dierenwelzijn. Mijn voorkeur gaat ernaar uit dat dit gebeurt in een gelijk Europees speelveld zodat men niet alleen rekening houdt met het dierenwelzijn – wat we hoe dan ook moeten doen –, maar ook met de economische gevolgen in de verschillende lidstaten.

Ik heb niet zoveel toe te voegen aan wat ik daarnet heb gezegd. Iedereen in deze zaal en in het parlement, maar ook daarbuiten, beseft dat de toekomst van de landbouw een duurzame toekomst zal zijn. Duurzaam met de drie aspecten van duurzaamheid: people, planet and profit. Die drie pijlers zullen van belang zijn. Iedereen deelt dat. Als bepaalde beslissingen zullen worden genomen in de toekomst, zal dat ook de toetssteen zijn.

We zitten in een eengemaakte Europese markt en daar moeten we op alle vlakken, ook economisch, rekening mee houden. Voor iedereen zijn ook dierenwelzijn en de ecologische impact van belang. De zaken kunnen scherp worden gesteld en de meningen kunnen verschillen, maar over die principes is iedereen het eens. Het zal erop aankomen om die ook in te vullen conform de afspraken die in een volgend regeerakkoord zullen worden gemaakt.

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

De sector is in de afgelopen tien jaar zeer sterk geëvolueerd op het vlak van duurzaamheid en op het vlak van dierenwelzijn. De landbouwers hebben er zelf ook alle belang bij dat ze daarin investeren.

We vergeten altijd maar het economische belang. In de voedingssector, die heel nauw is verbonden met de landbouwsector, zijn er uiteindelijk 150.000 jobs. Als het slecht gaat in de landbouw, voelen ook de toeleveranciers dat. Het economische aspect mag zeker niet worden vergeten in dit debat.

Mijnheer Caron, u haalt een citaat aan van AVEVE. Uiteindelijk is er een enorm verschil tussen particuliere en intensieve veehouderij. Ik weet dat u het model dat we vandaag kennen, niet genegen bent en dat u een heel ander model ziet waarin export vanuit onze contreien wordt gemeden.

Op de beelden zijn geen overtredingen vast te stellen, maar uiteindelijk wordt er wel mee gepolariseerd, en dat is jammer omdat op die manier alles in een andere context wordt geplaatst.

Het onderzoek is een heel belangrijk gegeven. Vandaag is niet het ene systeem beter dan het andere. Ik zou minister Weyts willen oproepen om eens ter plaatse te gaan. Hij doet uitspraken over die beelden en over wat er in Wallonië wordt verplicht. Het is belangrijk om ter plaatse te gaan zodat hij ziet hoe het er in de praktijk effectief aan toegaat.

Er wordt hier ook verwezen naar de nertskwekerijen in Nederland. Het gaat daar wel over een veel kleiner aantal dan onze pluimveehouders met verrijkte kooien in Vlaanderen. Als er zoiets komt, moeten we rekening houden met het economisch belang, de investeringen en zeker ook compensaties. Het een is niet los te koppelen van het andere.

Het Europese level playing field is een belangrijk gegeven om de markt niet te verstoren. Daarom doe ik graag nog een oproep om in de toekomst zeker nuchter te handelen met betrekking tot zulke uitspraken en tot onze pluimveehouderij.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.