U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 18 december 2018, 14.00u

Voorzitter
van Freya Van den Bossche aan minister Jo Vandeurzen
442 (2018-2019)

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Voorzitter, mijn vraag om uitleg heeft betrekking op een aantal berekeningen van de Gezinsbond en op het feit dat wellicht meerdere mensen die tegen het nieuw systeem voor het groeipakket zijn naar het Grondwettelijk Hof zullen stappen.

Minister, u weet dat er een flink verschil is of kan zijn tussen de oude en de nieuwe regeling. Ik zal niet alle verschillen opsommen, maar naargelang de situatie kan dat verschil 7000 euro, 9000 euro, meer dan 13.000 euro of zelfs 27.000 euro bedragen tijdens de 22 jaar waarin een kind kindergeld kan ontvangen. Dit blijkt uit de berekeningen van de Gezinsbond, die ik hier niet in detail zal overlopen. U kunt die berekeningen natuurlijk net zo goed in de omgekeerde richting maken. Dat is het punt niet.

Het punt is dat de Raad van State eerder al kritiek op de nieuwe regeling heeft geuit omdat de ongelijke behandeling van gelijkaardige gezinnen niet evenredig is. U hebt verklaard dat niemand erop achteruitgaat, maar de verschillen tussen kinderen in het oude en het nieuwe systeem zijn groot. Dit geldt vooral voor combinatiegezinnen die de oude en de nieuwe regeling combineren. We zien dat zij vaak het slechtste van beide systemen combineren.

De vraag is hoe u reageert op het feit dat minstens een iemand heeft beslist naar het Grondwettelijk Hof te stappen op basis van de redenering dat de Raad van State al eerder de kritiek heeft geuit dat deze ongelijke behandeling niet evenredig zou zijn. Welke conclusies trekt u? Welk juridisch probleem ziet u? Of denkt u dat er geen juridische problemen zijn?

Los van het juridisch probleem, roept de Gezinsbond u op om de regeling aan te passen. De Gezinsbond wil dat eenkindgezinnen, min of meer analoog met het Brusselse systeem, onder de nieuwe regeling vallen en dat er compensaties komen voor de gezinnen die het slechtste van de oude en de nieuwe regeling combineren. Hebt u oren naar het voorstel? Hebt u een budget om eventueel op een aantal van die vragen in te gaan? Mijn vraag is vooral of u de vragen van de Gezinsbond redelijk vindt. Op mij komen die vragen als vrij redelijk over, maar wat denkt u daarvan?

Minister, ik verwijs tot slot graag even naar de rekenmodule waarover het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest beschikt. Die module laat toe te berekenen hoeveel kindergeld iemand zal ontvangen, maar voor zover ik weet, bestaat die rekentool in Vlaanderen niet. Misschien heb ik de tool nog niet gevonden. Mocht die tool er niet zijn, bent u dan van plan alsnog in een rekenmodule te voorzien?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, wat het advies van de Raad van State betreft, wil ik meedelen dat de argumenten ruim aan bod zijn gekomen tijdens de bespreking van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Ook in de memorie van toelichting bij het decreet wordt ingegaan op de elementen inzake gelijkheid van behandeling. De Raad van State volgt de redenering dat de overgangsregeling is gebaseerd op een objectief criterium, namelijk de geboortedatum van het kind.

Het klopt dat de Raad van State zich vragen heeft gesteld bij de evenredigheid van de overgangsmaatregel, specifiek voor de eenkindgezinnen. De Raad van State erkent evenwel dat er voor dit gezinstype geen achteruitgang is. We hebben immers de huidige bedragen en de evolutie van de leeftijdsbijslagen gegarandeerd voor alle gezinnen die nu kinderen hebben. Die bedragen zullen allebei verder worden geïndexeerd.

Er is een belangrijk gegeven met betrekking tot het vertrouwensbeginsel. Tijdens de totstandkoming van het groeipakket heeft de Gezinsbond zeer expliciete en uitdrukkelijke vragen gesteld. Het groeipakket en de overgangsregeling voor de huidige gezinnen zijn genuanceerd en zijn gebaseerd op een degelijke voorbereiding en wetenschappelijke input.

Het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin heeft bij het Centrum voor Sociaal Beleid een studie besteld. Het centrum heeft empirisch onderzoek verricht naar de betaalbaarheid en de wenselijkheid van de hervormingen van de toekomstige Vlaamse kinderbijslag. Een van de belangrijkste adviezen was dat we meer rekening moesten houden met de draagkracht van de gezinnen.

Dat is wat we met het groeipakket ook hebben gedaan. Op vraag van de Gezinsbond hebben we opnieuw voorzien in een voldoende sterk basisbedrag dat aan de opvoedingskosten moet tegemoetkomen. Daarnaast hebben we rekening gehouden met de gezinsinkomsten en hebben we sociale toeslagen die in functie van de gezinsgrootte groter worden. Voor grote gezinnen hebben we voorzien in een inkomensgrens die voor een gedeelte van de middenklasse voor sociale toeslagen zorgt. Deze inkomensgrens is er ook voor gezinnen met minstens drie kinderen waarvan kinderen de huidige bedragen ontvangen en kinderen de nieuwe bedragen zullen ontvangen. Deze gezinnen zullen, evenals de huidige gezinnen, recht hebben op sociale toeslagen die losstaan van het sociaal statuut. Naar schatting honderdduizend kinderen zullen op die manier recht op extra sociale toeslagen hebben. Verder zijn de versterkte schooltoeslagen hervormd tot selectieve participatietoeslagen. De inkomensgrenzen worden aanzienlijk verruimd en de uitgekeerde budgetten worden evenzeer versterkt. Deze toeslagen worden geflankeerd door zorgtoeslagen, universele participatietoeslagen, de kleutertoeslag en de kinderopvangtoeslag. Die toeslagen zijn gericht op de deelname aan het onderwijs en aan de kinderopvang. Het zijn bedragen en versterkingen waar gezinnen die nu geen gezinsbijslag meer ontvangen of op het einde van het recht op gezinsbijslag zijn beland, nooit een beroep op hebben kunnen doen.

Er zijn verschillen tussen beide stelsels, maar deze verschillen zijn er op basis van weloverwogen keuzes gekomen. Het is onrechtvaardig hierbij geen rekening te houden met de ruimere toeslagen in de groeipakketten, want dit is net een extra troef van het nieuw systeem. Wat de sociale toeslag betreft, gaat het om meer dan een verdubbeling van het budget. Wat de schooltoeslagen betreft, wordt bijna de helft van het budget extra toegevoegd.

Mevrouw Van den Bossche, ik heb in uw inleiding een artikel herkend dat vorige week in De Standaard is verschenen. Een eerlijke vergelijking is evenwel niet mogelijk indien geen rekening wordt gehouden met de nieuwe toeslagen en met de versterkte en uitgebreide sociale toeslagen en selectieve participatietoeslagen.

Het komt er niet op neer dat zomaar meer of minder wordt toegekend.  Gezinnen zijn divers en voortdurend in beweging. Het groeipakket houdt rekening met die evoluties, want het is er op maat van elk gezin en van elk kind. Vergelijkingen zijn steeds afhankelijk van de evolutie van een gezin, waaronder de gezinsgrootte, de inkomsten en de leeftijd van de betrokken kinderen. Dit zijn geen statische gegevens.

We hebben er zeer bewust voor gekozen in het groeipakket meer rekening te houden met de draagkracht van gezinnen. Dat is een bewuste herverdelingskeuze geweest om alle gezinnen en kinderen meer gelijke kansen te geven. Dat die keuze werkt, blijkt uit de wetenschappelijke armoedetoets die op het systeem is uitgevoerd. De Vlaamse Regering heeft haar huiswerk degelijk gemaakt en heeft heel het systeem, met alle toeslagen die aan het groeipakket zijn toegevoegd, laten onderzoeken.

Dan blijkt dat het armoederisico wel degelijk wordt teruggedrongen en de armoedekloof wordt verkleind, van bij de opstart van het systeem. Dit werd expliciet bevestigd in de hoorzittingen die werden gevoerd over het groeipakket. Het systeem doet wat het moet doen om minstens hetzelfde resultaat neer te zetten dan de huidige kinderbijslag. Meer nog, het doet het beter.

Dan is de Vlaamse Regering inderdaad overtuigd van haar keuzes en dan zullen wij de principes die ervan aan de grondslag liggen keer op keer blijven verdedigen: ook de keuzes voor verworven rechten, ook de keuze om meer rekening te houden met de draagkracht van gezinnen, ook de keuze voor een focus op jonge, startende gezinnen. Als er middelen vrijkomen, dan zullen die opnieuw doordacht worden ingezet om het groeipakket te versterken, op maat van de gezinnen en hun kinderen.

Ik ga nog even in op uw vraag over een rekenmodule. Dat is maar zinvol als je een gezin een volledig en correct beeld kunt geven. Een rekenmodule kan echter geen rekening houden met de inkomens van gezinnen of direct het bedrag voor selectieve participatietoeslagen berekenen. Een rekenmodule kan ook niet voorspellen wat zál zijn, juist doordat gezinnen voortdurend in beweging zijn.

De input van een dergelijke simulatietool komt noodzakelijkerwijze van de betrokkene zelf. Ervaring uit de praktijk leert dat een correcte inschatting van wat het bruto-inkomen is, moeilijk is voor gezinnen. Dat geeft aanleiding tot foute verwachtingen en frustraties wanneer blijkt dat het effectieve resultaat niet overeenkomt met de gecreëerde verwachting. De beste manier om te kunnen weten waar men recht op heeft, is contact op te nemen met een dossierbeheerder van zijn uitbetalingsactor.

Ik ga tot slot ook nog even in op de vergelijking die u maakt met Brussel. U hebt gelijk dat de resultaten voor Vlaanderen inzake armoederisico’s in alle openheid bekend zijn. Over Brussel is het onmogelijk om een uitspraak te doen. De studie die het in Brussel mogelijk moet maken om een inschatting te maken over de budgettaire resultaten en de resultaten inzake de impact op armoedebestrijding, is volgens onze informatie nog steeds niet vrijgegeven. Wij hopen dat de Brusselaar zich op korte termijn een idee zal kunnen geven over de resultaten van deze studie.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, ik had vanzelfsprekend verwacht dat u het systeem zou verdedigen. Er zijn ook een aantal goede aspecten aan. U hebt verwezen naar de sociale toeslag, waar meer mensen recht op hebben. We zijn er vanzelfsprekend bijzonder blij om. Het is wel zo – u kunt niet anders dan dit erkennen – dat het erg moeilijk is voor nogal wat combinatiegezinnen. Zij zullen het slechtst af zijn, slechter dan mensen die al hun kinderen in het oude systeem hebben gekregen en slechter dan gezinnen met meerdere kinderen in het nieuwe systeem. Dat is natuurlijk een moeilijkheid, en ik hoop dat u die wilt erkennen.

U hebt gezegd dat als er middelen vrijkomen, ze opnieuw op doordachte wijze zullen worden ingezet in het groeipakket. Dat inspireert mij tot een bijkomende vraag. Wat zou die doordachte wijze zijn waarop die middelen dan alsnog worden ingezet?

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Elke Wouters (N-VA)

Mevrouw Van den Bossche, u weet dat onze fractie voor duidelijkheid staat. Het voorstel van de Gezinsbond komt daar niet aan tegemoet. Het zou alleen maar ingewikkelde situaties veroorzaken. Bovendien is de visie achter het nieuwe systeem van kinderbijslag net dat het vertrekt vanuit het kind en niet vanuit het gezin. We raken ook niet aan verworven rechten. Bestaande gezinnen blijven hun huidige kinderbijslag behouden.

Bij de invoering van een nieuw systeem zijn er altijd voor- en nadelen, maar er moet nu eenmaal een grens worden getrokken. De datum van 31 december 2018 is een duidelijke grens. Opnieuw kiezen we daar voor duidelijkheid en budgetneutraliteit. Ik denk dat u het met mij eens bent dat het beter is dat we uitgaan van ‘elk kind evenwaardig’, wat gebeurt met het nieuwe systeem.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

We hebben dat debat inderdaad al gevoerd. Ik heb toch proberen aan te geven dat we met een aantal initiële expliciete vragen van de Gezinsbond wel degelijk rekening hebben gehouden.

Ik heb ook aangegeven dat naar schatting honderdduizend kinderen extra recht zullen krijgen op sociale toeslagen. Als je vergelijkingen moet maken, moet je proberen om volledig te zijn. Als je dat moet doen over een lengte van twintig jaar verwachtingen en ervan uitgaan dat de overheid nooit wijzigingen kan aanbrengen, dan zijn dat hypotheses. Het is ons aanvoelen dat die toeslagen onmiddellijk repercussies hebben, ook voor kinderen die onder de verworven rechten blijven. Daarmee is een belangrijke stap gezet.

Nogmaals, ik heb echt het gevoel – ook als ik de wetenschappelijke analyse lees – dat het systeem ten gronde doet wat het moet doen en geacht wordt te doen, ook van bij de eerste discussies die we daarover hebben gehad.

De Vlaamse Gemeenschap zal zich uiteraard verdedigen in de zaak die daarover wordt aangespannen bij het Grondwettelijk Hof. Wij zijn trouwens niet de enige, want in Wallonië is een soortgelijke discussie aan de orde. We zullen de argumenten die ik u vandaag geef, daar uiteraard ook inbrengen.

Wat betreft de monitoring hebt u terecht en correct opgemerkt dat het van bij de start de afspraak was dat er een monitoringcomité komt met betrekking tot de uitgaven. We zijn vertrokken van zo nauwkeurig mogelijke schattingen. Als er een marge is, dan is er een politiek debat mogelijk om na te gaan hoe we met die marges omgaan. Dat is ook een verschil met de vroegere situatie. Vanuit het totale beheer van de sociale zekerheid kreeg men vroeger middelen toegewezen voor het stelsel van de kinderbijslag. Dat mocht dan wat meegaan met de reële noden.

Hier zal er dus een echt publiek politiek debat kunnen plaatsvinden, als blijkt dat er in het budget dat nu in lijn is gebracht voor de kinderbijslag en dat dus versterkt is met de correctie van twee indexsprongen, evoluties mogelijk zijn.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Over ‘elk kind even veel’: in principe zeer zeker, maar ik denk dat men wel moet erkennen dat als je je eerste kinderen in het oude systeem krijgt en je volgende kinderen in het nieuwe systeem, je dan eigenlijk twee keer slechter af bent. In het oude systeem krijgt het eerstgeboren kind immers minder kinderbijslag dan het tweede en het derde enzovoort, en in het nieuwe systeem krijgt elk kind evenveel, waar ook wij voorstander van waren. Maar het verschil dat daardoor ontstaat, is soms onredelijk groot. Dat er verschillen zullen zijn als je overgaat naar een nieuw systeem, dat wil ik gerust begrijpen, maar het verschil is wel onredelijk groot, vinden wij.

Ik leid af uit wat u zei over het monitoringcomité – dat een debat over middelen mogelijk is, zo daar marge blijkt – dat de berekeningen voorzichtig zijn geweest en dat u ervan uitgaat dat er mogelijk wat marge zal zijn. Daar ben ik dan wel tevreden om, omdat dat dan zou betekenen dat u of uw opvolger op termijn alsnog een extra injectie zou kunnen doen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.